2007/26 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
drs. M. Bosma, MA
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
Bij brief van 27 februari 2007 met één bijlage heeft drs. M. Bosma, MA, te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerder). Hierop heeft A. Elshout, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 26 maart 2007 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 12 april 2007. Klager was daar aanwezig, vergezeld door zijn echtgenote G. Schouten. Namens verweerder zijn Elshout en J. Trommelen, verslaggever, verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 16 december 2006 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Trommelen verschenen onder de kop “Geerts stille opportunisten”. De intro van het artikel luidt:
 “De Partij voor de Vrijheid behaalde bij de verkiezingen van 22 november negen Kamerzetels. Kopman Geert Wilders wil één ding voorkomen. Zijn partij mag niet aan ruzie en gekonkel ten onder gaan. Maar wie zijn die acht mensen naast de man uit Venlo?”
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
“Voorlopig heeft de groep van Geert zich nog even verschanst in de fractiekamer in de Tweede Kamer. Telefoontjes aan de nieuwe Kamerleden van de Partij voor de Vrijheid worden niet beantwoord. Verzoeken om interviews worden geweigerd. Martin Bosma, voorheen woordvoerder, privé-secretaris van Wilders en nu Kamerlid, reageert woedend wanneer hij hoort dat vrienden, familieleden of collega’s worden benaderd met vragen over wie de vertegenwoordigers van de partij van ‘meer fatsoen en minder islam’ nu eigenlijk zijn. ‘Daarvan zijn wij niet gediend’, zegt hij dwingend via de telefoon. Ík wil dat u daarmee ophoudt.’ Of hij dan misschien een paar vragen wil beantwoorden? ‘Nee’. Waarom niet? Wij willen nu aan ons Kamerwerk beginnen en hebben het daar druk mee.’ Dat neemt de vraag natuurlijk niet weg. Wie is Martin Bosma eigenlijk?”
en
“Hoewel hij nu eist dat verslaggevers ophouden hun werk te doen, heeft oud-woordvoerder Bosma (42) niet altijd ruzie met de media. Tot voor kort noemde hij zichzelf journalist. Volgens zijn bij de Kamer ingediende cv heeft hij in krap drie jaar gewerkt bij maar liefst zes omroepen: CNN, ABC, RTL, de NOS, Veronica en de Wereldomroep.
Dat werken was echter relatief, melden woordvoerders van RTL en NOS na een speurtocht in hun archief. Bosma heeft inderdaad een poosje als freelancer in de administratie gezeten, maar of en wat voor bijdragen hij heeft geleverd, herinnert men zich niet. In het archief van de Wereldomroep komt hij niet voor. Dat sluit volgens de administrateur niet uit dat hij ooit iets als freelancer heeft gedaan.
Wat Bosma opmerkelijk genoeg niet meldt, is zijn journalistieke werk voor dagblad Trouw. Toch heeft hij daarin in de jaren negentig tientallen publicaties staan. Het waren geen politieke beschouwingen, maar reportages over nieuwe technologie uit de Verenigde Staten, waar hij destijds zijn master sociologie behaalde. Bosma is getrouwd met een redactrice van het dagblad, die – volgens insiders – niet onverdeeld gelukkig was met de nieuwe politieke keuze van haar man.”
en
“Ook daarover zijn zijn vrienden het eens: de loopbaan van Bosma kende tot dusver weinig hoogtepunten. Toen hij zich in 2004 als vrijwilliger meldde bij Geert Wilders, was hij werkloos. Daarvóór werkte hij voor het radiostation Colorful Radio en de commerciële Nederlandse Radio Groep van zakenman Erik de Vlieger.
Eigenlijk had hij na zijn studie in New York het liefst in de Verenigde Staten willen blijven, vertelde hij zijn omgeving. Zijn journalistieke bezigheden waren echter te onbeduidend en een vaste verblijfsvergunning zat er niet in.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt allereerst dat hij ten onrechte ervan wordt beschuldigd ‘opportunist’ te zijn. Deze zeer forse aantijging wordt nergens onderbouwd. Klager wijst erop dat volgens de Van Dale een ‘opportunist’ iemand is ‘die handelt zonder bepaald beginsel, naar de eisen van het ogenblik, waarbij men er naar streeft iedere omstandigheid ten voordele van zichzelf of zijn partij aan te wenden’. Klager acht het bijzonder cru op deze manier gekwalificeerd te worden. Hij werkte meer dan twee jaar voor de toenmalige Groep Wilders in de Tweede Kamer, ondanks de hachelijke veiligheidssituatie en mogelijke risico’s van zijn werk. Wie ‘handelt zonder bepaald beginsel’ stelt zich niet bloot aan dergelijke gevaren, aldus klager.
Verder heeft hij vóór de publicatie geen enkel contact gehad met de Volkskrant over dit artikel. De beschreven conversatie heeft niet plaatsgevonden. Hij heeft nooit telefonisch contact gehad met Trommelen, noch hem in persoon gesproken. Klager voelt zich aangetast in zijn goede naam, door te worden neergezet als iemand die emotioneel, instabiel en onprofessioneel reageert.
Onjuist is bovendien de zin ‘Volgens zijn bij de Kamer ingediende CV heeft hij in krap drie jaar gewerkt bij maar liefst zes omroepen: CNN, ABC, RTL, de NOS, Veronica en de Wereldomroep.’ Een dergelijk CV bestaat niet en hij heeft nooit in drie jaar bij zes omroepen gewerkt. Door de opmerking ‘tot voor kort noemde hij zich journalist’ wordt overigens ten onrechte gesuggereerd dat hij geen journalist is geweest. Volgens klager zet verweerder hem bovendien ten onrechte neer als CV-zwendelaar. Trommelen heeft ter zake alleen gesproken met naamloze ‘woordvoerders’ en heeft ten onrechte geen contact opgenomen met oud-collega’s die klager kennen, aldus klager.
Hij stelt voorts dat de zinsnede ‘Eigenlijk had hij na zijn studie in New York het liefst in de Verenigde Staten willen blijven’ onjuist is, zeker met de lasterlijke toevoeging ‘zijn journalistieke bezigheden waren echter te onbeduidend’. Eenvoudig is op de site van de Tweede Kamer te achterhalen dat hij na zijn studie wel degelijk in de Verenigde Staten is gebleven. Hij is uiteindelijk uit eigen beweging bij RTL New York vertrokken, hetgeen door Max Westerman werd betreurd.
 
Klager meent verder dat verweerder opzettelijk neerbuigende bewoordingen heeft gebruikt en op geen enkele wijze hard kan maken dat er sprake is van een ‘nieuwe politieke keuze’. Hij wijst er nogmaals op dat hij al twee jaar voor de Groep Wilders werkte en dat van een ‘nieuwe’ keuze dus geen sprake was.
Voorts acht klager de passage over zijn echtgenote bijzonder kwalijk. Zij wordt aldus deel gemaakt van het betoog dat hij een opportunist zou zijn, zonder dat zij daarop invloed heeft kunnen uitoefenen. Er bestaan geen ‘insiders’ die kunnen melden dat zijn vrouw ‘niet onverdeeld gelukkig was met zijn nieuwe politieke keuze’, aldus klager.
Hij stelt verder dat verweerder geen wederhoor heeft gepleegd. Bovendien heeft de Volkskrant zich gebaseerd op niet te controleren anonieme bronnen en hun beweringen gepresenteerd als feiten, aldus klager.
Ten slotte stelt hij dat hij naar aanleiding van de publicatie aan verweerder heeft verzocht de publicatie te rectificeren. Omdat verweerder dat maar op één ondergeschikt punt wilde doen, ter zake van zijn CV, heeft hij dat niet geaccepteerd.
Ter zitting heeft klagers echtgenote hieraan toegevoegd dat zij de aan haar aangeboden rectificatie niet heeft geaccepteerd, omdat dat alleen de passage betrof die over haar ging en zij niet de indruk wilde wekken dat zij het met de rest van het artikel eens was.
 
Verweerder stelt dat sprake is van één kernprobleem, te weten dat klager ontkent dat sprake is geweest van contact tussen hem en Trommelen, terwijl dat contact wel degelijk heeft plaatsgevonden. Trommelen heeft in week 48 van 2006 contact opgenomen met de fractie van de PVV met het verzoek drie fractieleden te spreken, onder wie klager. Dat verzoek werd niet gehonoreerd. Gaandeweg het onderzoek werd Trommelen echter teruggebeld door een man die zich Bosma noemde en op de hoogte bleek van de poging van de Volkskrant om met de drie fractieleden in gesprek te komen. Dat gesprek verliep zoals beschreven in het artikel, hetgeen neerkwam op een weigering van de PVV om te reageren. Trommelen heeft deze impasse direct met zijn naaste collega’s besproken om te besluiten wat hem te doen stond. Hij heeft geen moment getwijfeld aan de authenticiteit van het gesprek. Verweerder wijst ter zake op een verklaring van verslaggeefster E. de Visser, waarin zij de geschetste gang van zaken bevestigt. Volgens verweerder heeft Trommelen al het mogelijke gedaan om de geprofileerde personen aan het woord te laten. Zij hebben daarvan helaas zelf afgezien.
Voor wat betreft de term ‘stille opportunisten’ stelt verweerder dat die is gebruikt om een onderscheid te maken tussen enerzijds PVV-kamerleden die hun politieke opvattingen al luid en duidelijk kenbaar hadden gemaakt c.q. al politieke carrière hadden gemaakt in de nieuw-rechtse stroming en anderzijds de kleinere, anonieme groep kamerleden die vanuit de coulissen leek te zijn gestapt om deze politieke gelegenheid te baat te nemen. Volgens verweerder grijpt een opportunist de gelegenheid en is de term in de gebruikte context ter zake en niet onjuist. Ter zitting voegt Trommelen hieraan toe dat hij zich kan voorstellen dat de kop van het artikel voor klager onplezierig is, maar dat de kwalificatie ‘opportunisten’ gebruikt mag worden. In het stuk wordt uitgelegd wat met die kwalificatie wordt bedoeld.
Verder stelt verweerder dat met de tekst ‘bij de Kamer ingediend CV’ werd bedoeld: het CV dat op dat moment werd gepubliceerd op de website van de Tweede Kamer. Volgens de beheerder van die site gebeurt dat op basis van door partijen zelf aangeleverde informatie, die dus niet door medewerkers van de Kamer wordt gecheckt. Het CV meldt dat klager voor zes omroepen heeft gewerkt. De genoemde termijn van drie jaar klopt niet en die vergissing is helaas niet opgemerkt. In zijn brief aan klager heeft verweerder die onjuistheid erkend en op dat punt rectificatie aangeboden. Daarvan heeft klager echter geen gebruik gemaakt.
Verder stelt verweerder dat de opmerking ‘tot voor kort noemde hij zich journalist’ niet als aantijging is bedoeld, maar als taalkundige variant op ‘tot voor kort was het beroep van de heer Bosma journalist’. Er is niet beweerd dat klager niet als journalist heeft gewerkt. Het natrekken van CV’s van nieuwe kamerleden is een journalistieke standaardprocedure. Van deze zoektocht is correct verslag gedaan, aldus verweerder.
Hij stelt voorts dat niet alle door Trommelen benaderde bronnen met naam vermeld wilden worden. De informatie van de bronnen die anoniem wilden blijven, is terughoudend gebruikt als ondersteuning van informatie die wel aan de bron kon worden toegeschreven. De passage over klagers echtgenote is gebaseerd op twee bronnen die Trommelen kon beschouwen als insiders en die dit onafhankelijk van elkaar hebben gemeld. Omdat de informatie de ultieme bevestiging was van het beeld dat andere gesprekspartners schetsten, was die relevant voor het artikel. Om haar privacy niet nodeloos te schenden, is de naam van de echtgenote bewust niet vermeld. Omdat klager vooraf had meegedeeld geen enkel contact met de krant te willen, nam Trommelen aan dat dit ook gold voor klagers echtgenote. Toen zij na de publicatie zelf reageerde, is haar prompt aangeboden de ontkenning betreffende de betwiste passage op te nemen in de rectificatierubriek. Een tekstvoorstel is haar per ommegaande gemaild, maar van dat aanbod heeft zij geen gebruik gemaakt. Verweerder heeft niets meer van haar gehoord.
Samenvattend stelt verweerder dat klager niet wilde meewerken aan het artikel, waardoor Trommelen genoodzaakt was zich te wenden tot personen uit diens omgeving. Waar mogelijk zijn de bronnen met naam opgevoerd. Van anonieme bronnen is behoedzaam gebruik gemaakt. Ondanks tegenwerking van de PVV is Trommelen blijven proberen met de geportretteerden in contact te komen, maar tevergeefs. Bovendien is na publicatie op twee momenten rectificatie aangeboden, waarvan geen gebruik is gemaakt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager heeft allereerst gesteld dat de publicatie tendentieus en onnodig grievend is en dat hij zich daardoor aangetast voelt in zijn goede naam.
 
De Raad stelt voorop dat een journalist bij het schrijven van een portret/profiel niet neutraal te werk hoeft te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten. (vgl. onder meer: Koffeman tegen Geelen, Stoker, Van Zijl en de Volkskrant, RvdJ 2006/45; Mat tegen Zeeman en NRC Handelsblad, RvdJ 2002/45)
 
Anders dan verweerder is de Raad van mening dat de kwalificatie ‘opportunist’ en de zinsnede ‘noemde hij zichzelf journalist’ – zeker in combinatie met zinsneden als ‘dat werken was relatief’, ‘zijn loopbaan kende tot dusver weinig hoogtepunten’ en ‘zijn journalistieke bezigheden waren te onbeduidend’ – een uitermate negatieve connotatie hebben. Klager wordt daardoor zodanig gediskwalificeerd in zijn motivatie voor het Kamerlidmaatschap c.q. de uitoefening van zijn beroep van journalist, dat verweerder deze beweringen niet zonder deugdelijke grondslag had mogen publiceren.
Een dergelijke grondslag ontbreekt. De diskwalificatie ten aanzien van klagers motivatie voor het Kamerlidmaatschap vindt naar het oordeel van de Raad onvoldoende steun in de bronnen die met naam in het artikel zijn vermeld. De diskwalificatie ten aanzien van klagers werk als journalist is voornamelijk gebaseerd op anonieme bronnen. Klager heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat verweerder ter zake inadequaat van bronnen gebruik heeft gemaakt. Bovendien zijn bepaalde beweringen – zoals ‘zijn loopbaan kende tot dusver weinig hoogtepunten’ – niet voor rekening van de bronnen gelaten, maar als feitelijk juist gepresenteerd.
 
Verder heeft klager gesteld dat het artikel diverse onjuistheden bevat. Verweerder heeft erkend dat de publicatie onjuist is voor zover het de passages over het CV van verweerder en de echtgenote van klager betreft. Hij heeft nog aangevoerd dat hij op twee punten rectificatie heeft aangeboden, maar dat klager en zijn echtgenote dat niet hebben geaccepteerd.
Het had echter op de weg van verweerder gelegen in ieder geval de door hem erkende onjuistheden eigener beweging recht te zetten en hij heeft dat ten onrechte nagelaten.
 
Door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ten slotte heeft klager bezwaar gemaakt tegen het ten onrechte aan hem toeschrijven van citaten en het niet-toepassen van wederhoor. Volgens klager heeft hij nimmer contact gehad met Trommelen. Verweerder heeft daar tegenover gesteld dat Trommelen wel degelijk contact heeft gehad met klager, dat de inhoud van dat gesprek juist is weergegeven en dat klager verder geen inhoudelijke reactie wilde geven.
Nu de standpunten van de partijen ter zake lijnrecht tegenover elkaar staan en geen materiaal voorhanden is op grond waarvan de Raad kan vaststellen welk standpunt juist is, onthoudt de Raad zich ter zake hiervan van een oordeel. (vgl. onder meer: Kouwenhoven tegen Karskens en Nieuwe Revu, RvdJ 2006/73)
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht ertoe strekt dat de publicatie tendentieus, onnodig grievend en onjuist is en is gericht tegen het achterwege laten van een rectificatie, is deze gegrond. Voor zover de klacht is gericht tegen het ten onrechte opnemen van citaten van klager en het niet-toepassen van wederhoor onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 mei 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.