2007/25 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.J. Blom
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur
 
Bij brief van 12 februari 2007 met twee bijlagen heeft R.J. Blom te Alphen aan den Rijn (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Binnenlands Bestuur (verweerder). Hierop heeft mw. mr. L. Alink, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 6 maart 2007 met twee bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 maart 2007 in aanwezigheid van klager, voornoemde Alink en R. Edens, eindredacteur Binnenlands Bestuur.
 
DE FEITEN
 
Op 9 februari 2007 is in Binnenlands Bestuur in de rubriek ‘Spraakmaker’ een artikel verschenen onder de kop “Jacob Wesselse”. Het artikel wordt ingeleid als volgt:
Wethouder Robert Blom in Alphen aan den Rijn wil gebruikers van de Voedselbank een enquêteformulier sturen in de hoop dat ze gebruik gaan maken van gemeentelijke regelingen. Maar voorzitter Jacob Wesselse van de Voedselbank weigert hem de namen van zijn klanten te geven.”
Verder luidt het artikel:
Waarom geeft u wethouder Blom niet gewoon de namen van de gebruikers van uw Voedselbank? In de eerste plaats omdat we die mensen hebben beloofd dat hun informatie vertrouwelijk is. In de tweede plaats omdat wethouder Blom die mensen enquêteformulieren wil sturen waar ze niet om hebben gevraagd en waar ze niets van begrijpen. Er komen hier ook analfabeten moet u weten. Moet je nou zo'n vraag zien. Hier, staat in het concept voor de enquête de vraag of de mensen wel eens klussen. Kunnen ze wit of zwart invullen. Zwarten vullen hier zwart in - weten zij veel. Je weet dan precies hoe het gaat. De enquêteurs vullen de antwoorden in voor de klanten van de Voedselbank.
Maar wethouder Blom heeft toch het goede voor met de klanten van de Voedselbank? Hij vindt dat de gemeente ze beter kan helpen. Wethouder Blom wil vooral zichzelf helpen door af te rekenen met de Voedselbank. Je hebt mensen met een minimuminkomen die exact weten waar ze moeten zijn en hoe ze een computer in huis kunnen halen via een regeling, en je hebt mensen die altijd tussen de wal en het schip vallen. En die komen hier. Zij zijn allemaal al zó vaak bij de loketten van instellingen en van de gemeente geweest. De gemeente kan ze wel een enquêteformulier toesturen, maar ze hebben er niets aan. Het mist zijn doel.
De wethouder zegt dat u niet reageert op e-mailberichten en dat u afspraken en toezeggingen niet nakomt. Allemaal gelogen. Ik heb al zijn e-mails beantwoord. Maar als ik met hem overeenkom de zaken te bespreken, dan moet hij niet met twee ambtenaren komen. Een beetje vent lost zijn problemen zelf op. Blom heeft bij NOVA gezegd dat hij over de adressen van de bezoekers van onze Voedselbank beschikt. Waarom wil hij ze dan van mij hebben?
Hebben de klanten van de Voedselbank zich al gemengd in uw dispuut? Welnee, die mensen hebben wel wat anders aan hun hoofd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat Wesselse zich denigrerend over hem uitlaat en dat verweerder ten onrechte geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Verweerder heeft hem daartoe niet uitgenodigd.
Hij stelt voorts dat hij contact heeft opgenomen met de eindredacteur van Binnenlands Bestuur. Diens reactie was dat klager toch al veel gelegenheid had gehad om zijn visie op de zaak te geven. Volgens klager geldt dit ook voor Wesselse. Daarbij komt dat Binnenlands Bestuur – anders dan de Alphense dag- en weekbladen, waarin klager zijn visie ter zake heeft gegeven – landelijk wordt verspreid.
Ter zitting voegt klager hieraan toe dat het gaat om een eenzijdige rubriek met veel feitelijke onjuistheden. Zo is onder meer geen sprake van enquêteformulieren. Klager voelt zich met name gegriefd door de zinnen “Wethouder Blom wil alleen zichzelf helpen door af te rekenen met de voedselbank” en “Een beetje vent lost zijn problemen zelf op”.
 
Verweerder stelt dat Wesselse zijn uitlatingen doet in de rubriek ‘Spraakmaker’. In die rubriek wordt wekelijks iemand aan het woord gelaten die om een of andere reden in de wereld van het openbaar bestuur spraakmakend is. Het karakter van de rubriek onderscheidt zich juist van andere genres binnen de redactionele formule door eenzijdig aandacht te vragen voor de visie van de ondervraagde. Gezien de formule is er geen plaats voor een weerwoord, aldus verweerder. Hij voegt daaraan toe dat dit niet betekent dat in de rubriek alles mag worden gezegd. Daarom is er nadrukkelijk voor gezorgd dat de standpunten van klager c.q. de gemeente Alphen aan den Rijn met betrekking tot de Voedselbank duidelijk zijn verwoord. Die standpunten komen in de intro en in de vraagstelling helder naar voren. In de vraagstelling is letterlijk geciteerd uit het persbericht van de gemeente Alphen aan den Rijn van 30 januari 2007.
Voorts stelt verweerder dat de toon van de uitlatingen van Wesselse binnen het karakter van de rubriek valt. Bij de keuze voor Wesselse als spraakmaker is meegewogen dat de strijd van klager tegen de Voedselbank algemeen bekend mag worden verondersteld, zeker in de wereld van het openbaar bestuur. Klager is in deze kwestie te gast geweest in het actualiteitenprogramma ‘NOVA/Den Haag Vandaag’ en heeft in de lokale, regionale en landelijke pers gefigureerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de gewraakte publicatie deel uitmaakt van een rubriek waarin wekelijks iemand aan het woord gelaten wordt die om een of andere reden in de wereld van het openbaar bestuur spraakmakend is. Gezien de opzet – een interview met vraag en antwoord – en de toon ervan, zijn de bedoeling en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de lezer voldoende duidelijk: de publicaties behelzen met name de persoonlijke visie van de geïnterviewden en feitelijke verslaglegging staat niet voorop.
 
In het artikel is duidelijk dat Wesselse – behalve in de intro – aan het woord is. In de intro is beweerd dat klager een enquêteformulier zou willen rondsturen. Klager heeft gesteld dat dit niet juist is. In het persbericht van de gemeente Alphen aan den Rijn van 30 januari 2007 wordt niet over dergelijke formulieren gerept. Voor zover voormelde bewering onjuist is, is die omissie echter – bezien in de context van de gehele publicatie – niet zodanig ernstig dat verweerder daarmee jegens klager journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld. Voor het overige is niet gebleken dat de publicatie relevante onjuistheden bevat. 
 
Klager zal zich voorts, gelet op het feit dat hij een publieke functie bekleedt en zelf kennelijk de publiciteit niet schuwt, een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer moeten laten welgevallen.
 
Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door de uitlatingen van Wesselse te publiceren zonder klager wederhoor te bieden. (vgl. onder meer: Verkijk tegen AD Nieuwsmedia, RvdJ 2006/58 en Ockels tegen Scholtens en de Volkskrant, RvdJ 2005/19)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Binnenlands Bestuur te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 mei 2007 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.