2007/19 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R.A. Verlinden en het Platform Belangen van Consument (BeVaCo) 
 
tegen
 
R. Didde en de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
Bij brief van 7 februari 2007 met twaalf bijlagen hebben R.A. Verlinden te Rotterdam en het Platform Belangen van Consument (BeVaCo) (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen R. Didde en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). De klacht wordt ondersteund door M. Bos te Lelystad en B.F.P. Heijmen te Eindhoven.
De secretaris van de Raad heeft klagers bij brief van 12 februari 2007 bericht dat eerst hun ontvankelijkheid wordt beoordeeld. Bij brief van 20 februari 2007 met een bijlage hebben klagers hun visie over hun ontvankelijkheid nader uiteengezet. Verweerders zijn in de gelegenheid gesteld ten aanzien van de ontvankelijkheid van klagers te reageren, maar hebben daarvan geen gebruik gemaakt.
  
Ter zitting van 9 maart 2007 heeft de Raad de ontvankelijkheid van klagers beoordeeld buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 20 januari 2007 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Didde verschenen onder de kop “Voor pieren in de vinex is er geen doorkomen aan”. De intro van het artikel luidt:
“Hekken, schuttingen en paaltjes in nieuwe wijken laten te veel zware metalen los, denken ecologen. Althans, ecologen in Nederland.”
 
Bij e-mailbericht van 21 januari 2007 heeft Verlinden aan Didde enkele vragen gesteld over het artikel. Hierop heeft Didde geantwoord bij e-mailbericht van 24 januari 2007. Daarin schrijft hij onder meer dat hij geen onderzoeker is, maar journalist. Voor een uitgebreider antwoord op een aantal vragen verwijst Didde naar de website van het ministerie van VROM.
 
Vervolgens heeft Verlinden bij e-mailbericht van 29 januari 2007 aan P. Broertjes, hoofdredacteur van de Volkskrant, verzocht tot rectificatie van het artikel.
 
Vanwege het uitblijven van een reactie van Broertjes heeft Verlinden zich bij e‑mailbericht van 31 januari 2007 gewend tot Th. Meens, de ombudsman van de Volkskrant, met het verzoek om bemiddeling teneinde alsnog tot rectificatie te komen.
 
Bij e-mailbericht van 1 februari 2007 heeft Meens aan Verlinden bericht dat het artikel louter informatief was en dat wel degelijk aan hoor en wederhoor is gedaan. Bovendien heeft Verlinden van Didde uitgebreid antwoord gekregen. Meens laat Verlinden ten slotte weten dat hij niet inziet welke rol hij nog kan spelen.
 
 
HET STANDPUNT VAN KLAGERS
 
Klagers stellen dat zij door het gewraakte artikel in hun gezondheidsbelang worden geraakt. In het artikel wordt enkel ingegaan op de mogelijke gevolgen voor het milieu door het uitsijpelen van giftige stoffen zoals koper en chroom. Klagers stellen dat zij hierbij bewust in het ongewisse worden gelaten over de gevaren en de massale toepassing en uitsijpelen van andere giftige stoffen, zoals arseen. Volgens klagers is het gebruik van al deze zwaar giftige stoffen een belangrijke oorzaak van de extreme toename van kanker waar de Nederlandse bevolking, als in geen ander land in Europa, onder lijdt. Daarnaast betogen klagers dat het artikel misleidend is. Zo wordt in het artikel alleen gewezen op de gevolgen van het uitsijpelen van dergelijke giftige stoffen op ogenschijnlijk onbeduidende organismen als pieren en torretjes en wordt verzwegen wat de effecten van het uitsijpelen zijn op klagers zelf en op hun (klein)kinderen. Ook zwijgt het artikel over de effecten van rook- en gasontwikkeling wanneer het geïmpregneerde hout wordt opgestookt. In dit verband betogen klagers dat het onverantwoord is dat het gewraakte artikel in de kennis-bijlage van de krant is afgedrukt, terwijl de journalist het artikel niet heeft onderbouwd met degelijk onderzoek en geen hoor en wederhoor heeft toegepast. Klagers concluderen dat het artikel onjuist en onvolledig is en daardoor misleidend.
Ten aanzien van hun ontvankelijkheid stellen klagers dat zij door de publicatie rechtstreeks in hun belang worden geschaad. Verlinden, Bos en Heijmen lopen persoonlijk dagelijks risico door het uitsijpelen van zware metalen uit geïmpregneerd hout dat in hun leefomgeving is gebruikt. Bos en Heijmen hebben daarnaast een extra rechtstreeks belang. Bos woont in een buurt waar een groot deel van de woningen houtskelet woningen zijn, waarvan de gevels bekleed zijn met geïmpregneerd hout. Het belang van Heijmen is erin gelegen dat zijn twee kinderen naar een school gaan waar geïmpregneerd hout is verwerkt, waarmee de kinderen spelenderwijs in contact kunnen komen. Daarnaast stellen klagers dat zij rechtstreeks belang hebben bij rectificatie, omdat het artikel een impliciete aanzet is tot ‘geïnformeerde instemming’ (informed consent). Door het artikel worden klagers vertrouwd gemaakt met het gebruik van zeer giftige materialen in hun woon- en leefomgeving. Hierdoor worden de juridische mogelijkheden bij toekomstige aansprakelijkheidsstelling gereduceerd, aldus klagers. Zij, alsmede hun kinderen, familie, vrienden en kennissen, lopen dagelijks het risico in contact te komen met het commerciële gif. Om dit te voorkomen eisen zij als direct betrokkenen met een rechtstreeks en persoonlijk belang rectificatie van het artikel.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2, eerste lid, van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend door een ‘rechtstreeks belanghebbende’. Volgens het vaste oordeel van de Raad kan een klager als zodanig worden aangemerkt, indien zijn belang bij de gewraakte publicatie direct betrokken is en hij door die publicatie persoonlijk in zijn belang is geraakt.
 
De Raad volgt Verlinden niet in zijn betoog dat hij vanwege de aangevoerde redenen als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van het reglement van de Raad kan worden aangemerkt. De door klagers gestelde omstandigheden zijn daartoe niet voldoende. Verlinden, Bos noch Heijmen zijn immers persoonlijk door het artikel van Didde geschaad.
 
De kern van de klacht is dat het gewraakte artikel alleen spreekt over het uitsijpelen van giftige stoffen als koper of chroom en dat klagers hiermee bewust in het ongewisse worden gelaten over gevaren en de massale toepassing en uitsijpelen van deze en andere giftige kankerverwekkende stoffen, zoals arseen.
Een dergelijke klacht is van een dermate algemeen karakter dat niet kan worden gezegd dat deze betrekking heeft op een bij het gewraakte artikel direct betrokken belang van Verlinden, Bos of Heijmen.
 
Zoals de Raad eerder heeft overwogen komt het soms voor dat bij een publicatie niet zo zeer een individueel belang maar eerder een collectief belang in geding is. In dat geval kan een klacht worden ingediend door een rechtspersoon die – blijkens haar statuten – tot doel heeft de belangen van het desbetreffende collectief te behartigen.
 
In dat verband heeft Verlinden desgevraagd meegedeeld dat het Platform Belangen van Consument niet staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en geen statuten heeft. Het platform BeVaCo bestaat volgens Verlinden uit privépersonen en personen die onder meer maatschappelijke organisaties vertegenwoordigen. Kennelijk is geen sprake van een rechtspersoon met een statutaire doelstelling als hiervoor bedoeld.
Wat daar ook van zij, naar het oordeel van de Raad is niet gebleken van omstandigheden die kunnen leiden tot het oordeel dat een belang van het Platform direct betrokken is bij de gewraakte publicatie en hij door de publicatie in zijn belang is geraakt.
 
Klagers zijn derhalve niet-ontvankelijk in hun klacht. (vgl. onder meer: Kat en Stichting Klokkenluideronline.nl tegen Donker en Jensma, RvdJ 2006/29)
 
BESLISSING
 
Klagers zijn in hun klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 april 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. mr. H.M.A. van Meurs, prof. drs. E. van Thijn, drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.