2007/18 ongegrond onbevoegd

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.J. Smit 
 
tegen
 
J. van der Wijk en de hoofdredacteur van de Volkskrant
  
 
Bij brief van 16 november 2006 met één bijlage heeft M.J. Smit te Rotterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. van der Wijk (hierna: Van der Wijk) en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: de Volkskrant). Hierop heeft mr. J. van den Brink, advocaat te Amsterdam, namens de Volkskrant geantwoord in een brief van 18 december 2006 met vier bijlagen. Van der Wijk heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 januari 2007 in aanwezigheid van klager. Aan de zijde van de Volkskrant waren mr. Van den Brink, G.J. Bogaerts, chef internetredactie, alsmede mevrouw drs. S.S.M. Weusten en A. Elshout, adjunct-hoofdredacteuren, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 7 oktober 2006 is in de Volkskrant in de rubriek ‘blogger van de week’ een gedeelte van de weblog van Van der Wijk verschenen onder de kop “Significante brieven”. Het blog heeft als onderwerp ‘Neo-nazi’s op het Volkskrantblog’ en  bevat de volgende passages:
Daniël Kahneman zei het al: ‘Het onmogelijke gebeurt soms en het onvermijdelijke soms niet.’ Neo-nazi’s in Nederland, ze zijn er en ze hebben een partij: Nieuw Rechts. En een nieuwe ‘Führer’: Michiel Smit. De Volkskrant is tolerant genoeg om Michiel Smit op het Volkskrant-weblog een platform te bieden voor zijn ideeën. Er zijn ook VK-bloggers die in hun schier oneindige tolerantie vinden dat dat moet kunnen, dit in het kader van het recht op vrije meningsuiting.
en
Het is niet juist om ervan uit te gaan dat de uitspraken van de nationaal-socialistische politicus die hij in de media doet ook zijn werkelijke denkbeelden zijn, en het is nog onjuister om ervan uit te gaan dat hij die denkbeelden niet heeft omdat ze niet in zijn ‘boek’ staan vermeld. Hitler kwam in 1933 aan de macht maar hij ging nog tot 1938 door met het uitschrijven van verkiezingen en volksstemmen, dit om het regime als ‘democratisch’ te legitimeren.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij is benadeeld door de zeer ernstige beschuldigingen die in het artikel worden geuit. Hem is niet de kans geboden op deze beschuldigingen te reageren zodat een en ander zonder zijn commentaar te lezen is. Klager maakt met name bezwaar tegen het feit dat hij als nieuwe ‘Führer’ wordt neergezet in een verhaal over het nationaal-socialisme. Hij wenst niet als een nieuwe Hitler te worden afgeschilderd in de Volkrant, zeker als hij daar niet voorafgaand aan de publicatie op is gewezen. Volgens klager is de Volkskrant door plaatsing van (gedeelten van) de weblog van Van der Wijk medeverantwoordelijk geworden voor de inhoud ervan. Dat Van der Wijk zelf geen journalist zou zijn, doet hieraan niets af, aldus klager.
Klager stelt voorts dat politicologen zijn partij Nieuw Rechts op enige punten radicaal vinden, maar niet extreem. Nieuw Rechts predikt geen geweld maar wil de discussie aangaan. Volgens klager wordt hem te vaak het spreken onmogelijk gemaakt en worden er zaken gepubliceerd zonder dat hij daarop kan reageren. Hiertegen wil klager in het geweer komen.
Ter zitting heeft klager nog benadrukt dat een klacht bij de Raad gericht kan zijn tegen hetzij een journalist, hetzij een medium. De Volkskrant is als medium wel degelijk bij een klacht te betrekken, aldus klager. Ook de klacht gericht tegen Van der Wijk is ontvankelijk nu zijn weblog onderdeel van de Volkskrant is geworden. Ernstige beschuldigingen, zoals ‘Führer’, associaties met Hitler en kwalificaties als extreem-rechts mogen slechts in een krant verschijnen met een deugdelijke onderbouwing. Het gewraakte artikel is slechts een weergave van de mening van één weblogger en had daarom nooit gepubliceerd mogen worden. Bovendien is ten onrechte nagelaten hoor en wederhoor toe te passen. Hiermee is de Volkskrant over de schreef gegaan, aldus klager.
 
De Volkskrant stelt allereerst dat klager niet ontvankelijk is in zijn klacht. Een klacht kan krachtens de statuten en het reglement van de Raad alleen worden ingediend tegen journalisten of tegen personen die regelmatig en tegen betaling redactionele inhoud aanleveren. Eerste beklaagde is ‘de Volkskrant’ als rechtspersoon. De Volkskrant als zodanig is geen journalist zodat tegen haar geen klacht kan worden ingediend. De tweede beklaagde is Van der Wijk. Van der Wijk heeft net als klager een blog op de Volkskrant-website. Onder omstandigheden kan een weblog als een ‘journalistieke gedraging’ worden aangemerkt. Daarvan is in dit geval echter geen sprake. Van der Wijk is hondenfokker van beroep en geen journalist van de Volkskrant. Ook werkt hij niet ‘regelmatig en tegen betaling mee aan de redactionele inhoud’ van de Volkskrant. Van der Wijk is ook op geen enkele andere wijze gelieerd aan de Volkskrant. Het feit dat de Volkskrant het blog van Van der Wijk heeft geselecteerd voor de rubriek ‘blogger van de week’ is niet van invloed op zijn positie. De plaatsing van het blog in de krant is vergelijkbaar met plaatsing van een ingezonden brief. Publicatie van een brief of blog in de krant maakt de auteur echter niet opeens tot journalist.
Voor zover klager toch ontvankelijk wordt verklaard voert de Volkskrant, samengevat, nog het volgende aan. Bij de vraag of de publicatie onrechtmatig is jegens klager moet zijn belang – om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen – worden afgewogen tegen het algemeen belang en de vrijheid van meningsuiting. Een beperking van de uitingsvrijheid is volgens het EVRM slechts toegestaan als dat noodzakelijk is in een democratische samenleving en er sprake is van een ‘pressing social need’. Dit juridisch kader kleurt ook de afweging die de Raad moet maken, aldus de Volkskrant.
De Volkskrant stelt verder dat Van der Wijk in zijn blog de beslissing van de Volkskrant ter discussie stelt om een persoon met het politieke gedachtegoed van klager de ruimte te geven om een blog te starten. Dit zou een gevaarlijke vorm van tolerantie zijn. De vraag die voorligt, is of het gerechtvaardigd is te oordelen dat klager in verband kan worden gebracht met neo-nazi’s en het nationaal-socialisme. In dat kader is het van belang dat klager in 2005 een strafklacht heeft ingediend tegen Haitske van de Linde, die klager in een televisie-uitzending in 2002 ‘zo’n beetje de grootste neonazi uit de Nederlandse politiek’ had genoemd. Van de Linde is strafrechtelijk vervolgd wegens belediging. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft in zijn arrest van 9 december 2005 Van de Linde vrijgesproken. Volgens de Volkskrant is het krachtens dat toegestaan om klager binnen een politieke discussie ‘neo-nazi’ te noemen. Op het gepubliceerde blog van Van der Wijk wordt eveneens een publieke discussie gevoerd en mag dus een dergelijk waardeoordeel worden gegeven. Ook het gebruik van het woord ‘Führer’ is binnen die discussie toegestaan. Führer is de Duitse aanduiding voor leider. Klager is de leider van de politieke partij Nieuw Rechts, een partij die geassocieerd kan worden met extreem rechts gedachtegoed, aldus de Volkskrant. In tegenstelling tot hetgeen klager aanvoert, wordt hij in de publicatie niet als ‘de nieuwe Hitler’ neergezet. Klagers affiniteit met het neo-nazisme en nazi Duitsland is recent nog bevestigd, aldus de Volkskrant.
Berichtgeving over een maatschappelijk onderwerp moet bovendien ruimte bieden voor een kritische, soms kwetsende opstelling. Dit geldt in het bijzonder als kritiek wordt geuit tegen politici. Klager moet zich als leider van de landelijk opererende politieke partij meer laten welgevallen in publicaties. Van belang is ook dat klager een politicus is die zelf zeer actief de publiciteit zoekt.
De Volkskrant stelt voorts dat de publicatie van een blog in de krant te vergelijken is met plaatsing van een ingezonden brief. Uitgangspunt is hierbij dat de inhoud van een ingezonden brief in beginsel niet valt onder de verantwoordelijkheid van de redactie. Ten aanzien van dergelijke brieven behoeft slechts marginaal getoetst te worden of de inhoud daarvan zodanig in strijd is met de algemene regels van fatsoen dat het recht van vrije meningsuiting daarvoor moet wijken. (vgl.: Smit tegen Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 1995/26) De Volkskrant heeft na een marginale toets mogen concluderen dat de publicatie aanvaardbaar was. Het toepassen van wederhoor is geen wet van Meden en Perzen, aldus de Volkskrant. Indien klager in de publicatie geconfronteerd zou worden met een nieuwe beschuldiging, dan zou hem onder bepaalde omstandigheden inderdaad een weerwoord geboden moeten worden. Het in verband brengen van klager met neo-nazi’s is echter geen nieuwe beschuldiging, maar een waardeoordeel dat zich niet leent voor wederhoor. De kwalificatie ‘neo-nazi’ is bovendien al in eerdere publicaties gebruikt en door het Amsterdamse Gerechtshof gerechtvaardigd geoordeeld.
De Volkskrant concludeert dat de klacht ongegrond verklaard dient te worden nu de grenzen van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, niet zijn overschreden.
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID
om kennis te nemen van de klacht gericht tegen Van der Wijk
 
Klager heeft zijn klacht zowel gericht tegen Van der Wijk als tegen de Volkskrant. De Volkskrant heeft de Raad gemotiveerd verzocht klager niet ontvankelijk te verklaren. De Raad heeft dit verzoek opgevat als een beroep op onbevoegdheid van de Raad om kennis te nemen van de klacht.
 
Onder ‘journalistieke gedragingen’ die aan het oordeel van de Raad kunnen worden onderworpen, zijn ingevolge artikel 4 lid 1 en lid 2 van de Statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek niet alleen te verstaan het handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep, maar ook het handelen of nalaten in het kader van journalistieke werkzaamheden van iemand die geen journalist zijnde, regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van dagbladen, nieuwsbladen, huis-aan-huisbladen of tijdschriften voor zover de inhoud daarvan bestaat uit nieuws, foto's en andere illustraties, verslagen of artikelen.
 
De Volkskrant heeft onweersproken gesteld dat Van der Wijk geen journalist is noch regelmatig en tegen betaling meewerkt aan de redactionele inhoud van de Volkskrant. Dit betekent dat de klacht, voor zover deze is gericht tegen Van der Wijk, geen betrekking heeft op een journalistieke gedraging in de zin van de Statuten, zodat de Raad niet bevoegd is om daarvan kennis te nemen.
 
(vgl.: De Graaf tegen Renckens en het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, RvdJ 2003/64)
 
BEOORDELING VAN DE BEVOEGDHEID
om kennis te nemen van de klacht gericht tegen de Volkskrant
 
Krachtens artikel 4 lid 1 van deze Statuten wordt onder journalistieke gedraging verstaan: een handelen of nalaten van een journalist in de uitoefening van zijn beroep. Ingevolge het tweede lid van artikel 4, aanhef en sub c, voor zover thans van belang, moet onder journalist worden verstaan: ‘degene die, hetzij in dienstverband, hetzij als zelfstandige, er zijn hoofdberoep van maakt mede te werken aan de redactionele leiding of redactionele samenstelling van publiciteitsmedia, waaronder (...) programma's die worden verspreid door radio of televisie, voor zover deze bestaan uit nieuws, reportages, beschouwingen of rubrieken van informatieve aard (...)’. Volgens artikel 4 lid 4 van de Statuten worden voorts als journalist beschouwd de bij de in lid 2 genoemde publiciteitsmedia werkzame eigenaren-hoofdredacteuren en eigenaren-redacteuren en – indien het publiciteitsmedium wordt uitgegeven casu quo wordt verzorgd door een rechtspersoon – directeuren of directeuren-redacteuren.
Indien een klager zijn klacht heeft gericht tegen een bepaald medium, wordt die klacht door de Raad opgevat als te zijn gericht tegen de hoofdredacteur van dat medium. Alleen indien uit de inhoud van de klacht volgt dat het niet klagers bedoeling is deze te richten tegen degene die verantwoordelijk is voor de uitzending of publicatie zal dat anders kunnen zijn, maar daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. De Raad acht zich derhalve bevoegd over deze klacht te oordelen. (vgl.: Buitendijk tegen de EO e.a., RvdJ 2004/86)
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT voor zover gericht tegen de Volkskrant
 
Zoals hiervoor is overwogen, gaat het bij het schrijven van het stuk van Van der Wijk niet om een journalistieke gedraging. Bezien vanuit de positie van de hoofdredacteur kan plaatsing van dat stuk op één lijn worden gesteld met het plaatsen van een ingezonden brief. Of een dergelijk artikel wordt geplaatst of niet, staat ter beoordeling van de (hoofd)redactie. Plaatsing kan onder bijzondere omstandigheden leiden tot het oordeel dat de grenzen zijn overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl.: De Graaf tegen Renckens en het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, RvdJ 2003/64)
 
In dit geval is niets naar voren gekomen dat een dergelijk oordeel zou kunnen rechtvaardigen. Met klager is de Raad van mening dat de blog van Van der Wijk ernstige beschuldigingen aan zijn adres bevat. De Raad erkent ook het belang van klager om zich tegen dergelijke beschuldigingen te verweren. De vraag is echter of sprake is van zodanige beschuldigingen dat de Volkskrant van plaatsing daarvan had behoren af te zien.
 
In tegenstelling tot de Volkskrant is de Raad van oordeel dat de term ‘Führer’ in deze context wel degelijk een aantijging inhoudt die verder gaat dan ‘het Duitse woord voor leider’. Naar het oordeel van de Raad is dat echter onvoldoende reden om van plaatsing van de blog te moeten afzien. Daarbij heeft de Raad rekening gehouden met de zelfgekozen rol van Nieuw Rechts en de positie van klager in het publieke debat. Klager zal zich daarom een wat grotere mate van kritische en polemische bejegening van zijn persoon moeten laten welgevallen. (vgl. onder meer: Verkijk tegen AD Nieuwsmedia, RvdJ 2006/58)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat de Volkskrant geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De Raad acht zich niet bevoegd de klacht tegen Van der Wijk te beoordelen. De klacht tegen de hoofdredacteur van de Volkskrant is ongegrond.
 
De Raad verzoekt de Volkskrant deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 april 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.