2007/17 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.J. Smit
 
tegen
 
B. Dirks, R. Meerhof en de hoofdredacteur van de Volkskrant
  
Bij brief van 16 november 2006 met één bijlage heeft M.J. Smit te Rotterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen B. Dirks, R. Meerhof en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Meerhof heeft namens verweerders op de klacht gereageerd in een brief van 11 december 2006 met zes bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 januari 2007 in aanwezigheid van klager en Meerhof.
 
DE FEITEN
 
Op 14 oktober 2006 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Dirks en Meerhof verschenen onder de kop “Extreem-rechts radicaliseert gestaag”. Dit artikel bevat de volgende passages:
“De scene die vandaag België binnenrijdt, laat zich kort samenvatten: voorliefde voor hakenkruizen, de Hitlergroet, en voor puzzeltjes die verwijzen naar het Derde Rijk (88=HH=Heil Hitler). De hits van bands als Blue Eyed Devils en Krafschlag worden meegezongen en gaan over Einsatzgruppen en jodenvervolging. Aan moslimhaat wordt niet gedaan. Dat is meer iets voor de zwakkelingen van de Nederlandse Alliantie en de Nederlandse Volksunie. Een club als NieuwRechts van Michiel Smit geldt als misselijkmakend tolerant en links.”
en
“Om zich te onderscheiden van het grauw, hebben de aanhangers van ultra-rechts ideologieën verzonnen die aansluiten op hun denkbeelden. De aanslag op New York, of liever: Jew York, was een aanslag op het jodendom. Ook deze neonazi’s zijn nog steeds voor de vernietiging van de joden. En toen iedereen tegen Saddam Hussein was, verschenen er in 2003 rechts-radicalen met Irakese vlaggen. Verwarrend is het wel. Op een recente anti-Amerikaanse demonstratie liepen een paar skinheads tussen de veganisten van radicaal ultralinks. Iets dergelijks gebeurde een paar jaar terug ook bij een demonstratie georganiseerd door Michiel Smit. Die flirtte destijds met extreem-rechtse gabbers, maar hij was ook hartstochtelijk pro-Israël: NieuwRechts en de Joodse Defensie Liga liepen zij aan zij!”
 
Bij het artikel zijn afbeeldingen geplaatst van cd-omslagen van extreem-rechtse bands.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager maakt, vooral vanwege de bij het artikel geplaatste afbeeldingen, bezwaar tegen het feit dat zijn naam in het artikel twee keer wordt vermeld. Volgens klager gaat het artikel niet over hem en past hij ook niet in de context van het verhaal. Zijn bezwaar tegen de inhoud van het artikel betreft voornamelijk de passage over vernietiging van mensen. Hiermee wil klager op geen enkele wijze geassocieerd worden. Verder maakt klager bezwaar tegen de wijze waarop hij in het artikel wordt genoemd als organisator van een niet nader omschreven demonstratie. Het is niet duidelijk om welke demonstratie het gaat en of hij wel de organisator van deze demonstratie was, aldus klager.
Klager stelt verder dat hij voorafgaand aan de publicatie is gebeld door Meerhof met de vraag hoe het met NieuwRechts ging. Tijdens dit gesprek is hem echter niet duidelijk gemaakt dat hij genoemd zou worden in een artikel met een dergelijke strekking.
Ter zitting heeft klager nogmaals benadrukt niet in de context van dit verhaal te passen. Volgens klager wordt hij door deze en andere publicaties ten onrechte gekoppeld aan organisaties met ideeën waar hij niet achter staat.
 
Meerhof stelt dat hij in de afgelopen jaren meerdere artikelen over ‘extreem-rechts’ heeft geschreven. Klager is in deze artikelen vaak genoemd, overigens nooit zonder het etiket ‘extreem-rechts’ te nuanceren. In het gewraakte artikel wordt klager juist als een soort contrast gebruikt, hetgeen blijkt uit de zin “Een club als NieuwRechts geldt (in eerder genoemde kringen van neo-nazi’s) als misselijkmakend tolerant en links.”
De demonstratie waarnaar wordt verwezen is de demonstratie bij het beeld van Pim Fortuyn in Rotterdam op 11 september 2003. Bij deze demonstratie was Meerhof zelf niet aanwezig. Op het internet zijn echter verschillende beschrijvingen van die bijeenkomst te vinden. Er is ook over geschreven door J. van Donselaar, de onderzoeker van extreem-rechtse stromingen en de auteur van de Monitor Racisme en Extreem-rechts. Voorts heeft Meerhof zelf met klager over deze en andere demonstraties gesproken. In deze gesprekken deed klager voorkomen dat hij de drijvende kracht was achter die manifestatie.
Voorafgaand aan de publicatie heeft een gesprek plaatsgevonden tussen Meerhof en klager. Dit gesprek vond plaats op een moment waarop Meerhof zich nog aan het oriënteren was en hij nog geen idee had welke vorm het artikel zou krijgen. Ten slotte stelt Meerhof dat de passages betreffende klager algemene opmerkingen bevatten, waarvoor geen wederhoor nodig is.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Voorop moet worden gesteld dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Er is geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht. Bovendien brengt de journalistieke verantwoordelijkheid met zich mee dat de persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. (vgl. onder meer: Van Baal tegen Elst en BN/DeStem, RvdJ 2006/63)
De Raad acht de berichtgeving ten opzichte van klager terughoudend en zeker niet grensoverschrijdend. Het vermelden van de naam van klager is relevant voor de context van het verhaal. In die context wordt bovendien juist de nadruk gelegd op de verschillen tussen extreem-rechts enerzijds en klager anderzijds. Bovendien is niet gebleken dat het artikel feitelijke onjuistheden van enig belang bevat.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 april 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.