2007/16 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.J. Smit 
 
tegen
 
J. Kanters en de hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad
  
 
Bij brief van 16 november 2006 met één bijlage heeft M.J. Smit te Rotterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Kanters en de hoofdredacteur van het Reformatorisch Dagblad (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. P.J. den Boef, advocaat te Amersfoort, namens het Reformatorisch Dagblad geantwoord in een brief van 18 december 2006 met vier bijlagen. Kanters heeft op de klacht gereageerd in een brief van 18 december 2006 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 19 januari 2007 in aanwezigheid van klager. Aan de zijde van verweerders waren mr. Den Boef, Kanters en S. de Bruijn, plaatsvervangend hoofdredacteur, aanwezig
 
DE FEITEN
 
Op 14 november 2006 is in het Reformatorisch Dagblad een artikel van de hand van Kanters verschenen onder de kop “Fractie Nieuw Rechts Ridderkerk wankelt”. Dit artikel bevat de volgende passages:
“Een halfjaar na de gemeenteraadsverkiezingen staat de enige fractie van Nieuw Rechts die meedoet in een gemeenteraad, al op springen. “De partij schuift steeds verder op naar de extreem rechtse hoek”, meent Dijkhuizen. Van verschillende kanten verneemt hij dat personen uit de rechts-extremistische Alliantie lid willen worden van het kader- en hoofdbestuur van Nieuw Rechts. “Als dat gebeurt, stap ik op. Met extreem rechtse figuren wil ik niets van doen hebben.””
en
“Begin november stapte Dijkhuizen al uit het hoofdbestuur van de landelijke partij, waarvan hij sinds de gemeenteraadsverkiezingen deel uitmaakte. “Er is sprake van wanbeleid. Afspraken worden niet nagekomen. Ideeën van leden bereiken zelden het hoofdbestuur.” Tevens uit Dijkhuizen kritiek op de verschillende petten van voorzitter Michiel Smit uit Rotterdam. “Behalve dat hij partijvoorzitter is, beheert hij de campagnekas. Maar er is niemand die deze controleert. Mogelijk gaat er veel geld op aan alle rechtszaken tegen hem. Partijleider Smit reageert afgemeten. “Het klopt niet wat Dijkhuizen zegt” stelt hij in reactie op het verwijt van toenemend extremisme. “Verder heb ik geen zin om via de media te reageren.””
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt allereerst dat het artikel een aantal onjuistheden bevat. De bewering dat er mensen van de Nationale Alliantie lid worden van het kader- en hoofdbestuur van Nieuw Rechts is pertinent onjuist. Volgens klager heeft hij Kanters dit voorafgaand aan de publicatie telefonisch ook medegedeeld. Deze ontkenning is echter niet opgenomen in het artikel. De tweede onjuistheid in het artikel betreft de opmerking over de campagnekas. Klager stelt dat hij niet door Kanters is geconfronteerd met deze persoonlijke aantijging. De bewering is volgens klager eenvoudig te weerleggen. Hij is niet verantwoordelijk voor de financiën van de vereniging. Voorts worden de rechtszaken door hemzelf gefinancierd en niet door de vereniging. Klager betoogt dat in het artikel ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat hij zichzelf verrijkt. Verder stelt hij zich niet tegen vage aantijgingen te willen verdedigen zonder dat daar argumenten aan ten grondslag liggen. Ook wil hij niet reageren op zaken die binnen zijn partij besproken dienen te worden. Wel wil hij zich kunnen verdedigen tegen persoonlijke zwartmakerij en andere insinuaties. Zijn concrete reacties dienen dan als wederhoor geplaatst te worden en niet in een algemene omschrijving zoals in het gewraakte artikel is gebeurd. Hierdoor gaan argumenten verloren en krijgt de lezer een eenzijdig beeld, aldus klager. Ter zitting heeft klager nog benadrukt dat hem geen goede mogelijkheid is geboden tot wederhoor. Zo heeft hij niet de kans gekregen om op bepaalde passages uit het artikel te reageren. Daarnaast is hij onvolledig geciteerd.
 
Verweerders stellen dat het artikel een interview bevat met M. Dijkhuizen van Nieuw Rechts in Ridderkerk. Dijkhuizen geeft aan ontevreden te zijn over de extreem rechtse koers van de partij. Hij doet een aantal uitspraken over de plaatselijke partij Nieuw Rechts in Ridderkerk en over de landelijke partij, waaronder het hoofdbestuur. Tevens uit Dijkhuizen persoonlijke kritiek op klager. Gelet op de inhoud van de uitspraken van Dijkhuizen heeft Kanters contact opgenomen met klager om van hem een reactie te verkrijgen. Klager was echter niet of nauwelijks tot een inhoudelijke reactie te bewegen, aldus verweerders. Meerdere keren kapte klager een gesprek voortijdig af en wierp daarbij zelfs de hoorn op de haak. Kanters kreeg aldus niet de mogelijkheid om alle kritiekpunten van Dijkhuizen aan klager voor te leggen. Ter zitting heeft Kanters benadrukt dat hij er alles aan heeft gedaan een weerwoord te krijgen van klager. Volgens verweerders heeft klager het Kanters onmogelijk gemaakt om op zorgvuldige wijze hoor en wederhoor toe te passen.
Verder stellen verweerders dat klager heeft geweigerd gebruik te maken van de mogelijkheid tot inzage van het artikel alvorens dat zou worden geplaatst.
Verweerders betogen verder dat zij niet verwijtbaar onzorgvuldig hebben gehandeld en geen journalistieke grenzen hebben overschreden. Het beginsel van hoor en wederhoor is, voor zover mogelijk, correct toegepast. Klager heeft er kennelijk voor gekozen te volstaan met een korte reactie, die ook met zoveel woorden is opgenomen in het artikel. Zijn reactie is op zodanige wijze opgenomen dat het voor de lezer duidelijk was hoe klager dacht over de opmerkingen van de heer Dijkhuizen, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat sprake is van een zodanig onjuiste c.q. eenzijdige berichtgeving, dat reeds daardoor de conclusie zou zijn gerechtvaardigd dat verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
 
De kern van de klacht is dat voorafgaand aan de publicatie geen of in voldoende mate wederhoor is toegepast, dan wel dat de gegeven reactie niet adequaat is weergegeven.
 
Uit hetgeen partijen ter zake hebben aangevoerd blijkt voorts dat klager herhaaldelijk in de gelegenheid is gesteld zijn visie op de kwestie te geven. Voor zover klager daarvan niet adequaat gebruik heeft gemaakt – omdat hij dat weigerde – kan dat verweerders niet worden verweten. Voor zover klagers reactie wèl in het artikel is verwerkt, is dat niet gebeurd op een wijze die de conclusie rechtvaardigt dat onvoldoende toepassing is gegeven aan het beginsel van wederhoor. (vgl. onder meer: Stichting Motherhood tegen Trouw e.a., RvdJ 2006/01)
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in het Reformatorisch Dagblad te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 12 april 2007 door mr. A. Herstel, voorzitter, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.