2007/14 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
A.J.Th. Nieuwenhuis-Hafkamp

tegen
 
P. Seelen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger
 
Bij brief van 18 januari 2007 met acht bijlagen heeft A.J.Th. Nieuwenhuis-Hafkamp (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen P. Seelen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (hierna: verweerders). Hierop heeft W. Doesborgh, adjunct hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 13 februari 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 februari 2007. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 4 november 2006 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Seelen verschenen onder de kop “’Weg met de kunststofkozijnen’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De Goltziusstraat in Venlo is voor architect Gér Selen een van de mooiste straten van Venlo.”
en
“Half Nederland heeft inmiddels kunststof kozijnen. Op de Goltziusstraat zie je ze echter nog nauwelijks. En dat moet zo blijven, vindt Selen, want als er één ,,rotte appel” in de straat is, zullen er meer volgen. Reden voor de architect in de bres te springen nu de eigenaresse van een pand het plan heeft opgevat een kunststof kozijn te plaatsen in de voorgevel. Selen steunt daarom het protest van Goltziusstraatbewoner Jos Fortuin, samen met Mariet Verberkt, schrijfster van het in 2005 verschenen boek ‘Een speciale wijk. Geschiedenis van het Rosarium in Venlo’.
Jos Fortuin, bewoner van nummer 46, een dubbel pand uit 1934 van Jac Grubben, merkte enkele weken geleden tot zijn schrik dat bij de buren de originele houten kozijnen in de achtergevel vervangen werden door kunststof exemplaren. Toen hij reclameerde bij de gemeente bleek dat er geen vergunning was aangevraagd. De gemeente legde de verbouwing daarop stil.
Korte tijd daarna verschenen in het E3 Journaal op één en dezelfde dag twee gemeentelijke aankondigingen: één waarin de aanvraag van een vergunning werd gemeld. En een tweede waarin gemeld werd dat die was verleend. Volgens Selen is dat een uiterst ongebruikelijke procedure. Fortuin tekende bezwaar aan. Maandag mag hij tijdens een hoorzitting zijn bezwaren toelichten. ,,Het gaat mij niet alleen om mijn eigen hachje”, benadrukt Fortuin. ,,Mijn pand wordt niet minder waard als de buurvrouw een kunststof kozijn plaatst. Waar het me wel om gaat, is dat de huidige symmetrie nog verder wordt aangetast – enige jaren geleden werd in de bovenverdieping al kunststof geplaatst en tegen de goot trespa getimmerd – en erger nog: dat het karakter van de wijk wordt verkracht.(…)””
en
“De buurvrouw die het kunststof kozijn wil plaatsen, was gisteren niet bereikbaar voor een reactie.”
en
“Volgens Gér Selen is er geen enkele noodzaak om de hardhouten kozijnen te vervangen. “Met wat lichte aanpassingen zijn ze net zo geluidwerend en isolerend te maken als kunststof kozijnen.””

Vervolgens is op 7 november 2006 in Dagblad De Limburger een artikel verschenen, eveneens van de hand van Seelen, onder de kop “‘Kunststof in pand Goltziusstraat niet tegen te houden’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
“De eigenaresse van het pand Goltziusstraat 42 in Venlo mag waarschijnlijk gewoon kunststof ramen plaatsen. De commissie Stadskwaliteit die zich over de zaak heeft gebogen, zegt dat er geen wettelijke middelen zijn om dit tegen te houden.
Dat bleek gisterochtend tijdens een hoorzitting in het stadkantoor over een bezwaar dat buurman Jos Fortuin heeft ingediend. Burgemeester en wethouder moeten nog een besluit nemen. Jurist Tieu Kessels van de gemeente liet echter al doorschemeren dat dat besluit hoogstwaarschijnlijk ten gunste van de eigenaresse zal uitvallen.”
en
“Fortuin werd in zijn pleidooi gesteund door Mariet Verberkt (schrijfster van een boek over de wijk), en restauratie-architect Gèr Selen. Fortuin overlegde gisteren bovendien een lijst met handtekeningen van vrijwel alle bewoners van de straat.”
en
“Nieuwenhuis, de zoon van de eigenaresse, zei gisteren tijdens de hoorzitting dat zijn moeder zich geschoffeerd voelt door het bezwaar van Fortuin cs. Volgens Nieuwenhuis telt de straat al veel panden met kunststof, net als de nabijgelegen Mercatorstraat. Fortuin zou eerder het pand van zijn moeder hebben willen kopen en nu met een soort wraakactie bezig zijn.”
 
Klaagster is de in de artikelen bedoelde eigenaresse van het pand.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt dat in de publicatie van 4 november 2006 ten onrechte de indruk wordt gewekt dat haar pand het eerste is waarbij kunststof kozijnen worden geplaatst. Andere panden hebben al jaren kunststof kozijnen. Als een foto van het hele pand was gemaakt, had iedereen bovendien kunnen zien dat er al overal kunststof zit, uitgezonderd beneden aan de voorzijde. En als Seelen enige moeite had gedaan, had hij zelf kunnen constateren dat ook aan de achterzijde overal kunststof kozijnen zitten.
Verder stelt klaagster dat ten onrechte wordt geïnsinueerd dat er een ongebruikelijke procedure voor het verkrijgen van een vergunning zou zijn gevolgd. Seelen mag de architect wel aanhalen, maar heeft daarnaast de plicht om ook inlichtingen in te winnen bij de gemeente en die bevindingen te vermelden. Seelen had bovendien de opmerkingen van de architect over lichte aanpassingen moeten verifiëren. Seelen heeft een en ander ten onrechte nagelaten, aldus klaagster.
Volgens haar is voorts ten onrechte vermeld dat zij niet bereikbaar was voor een reactie. Zij was op vrijdag 3 november 2006 ziek en de hele dag thuis. Klaagster vermoedt dat Seelen geen contact met haar heeft gezocht. Als hij werkelijk en serieus getracht had haar te bereiken, zou hem dat zonder noemenswaardige inspanningen zijn gelukt.
Samengevat stelt klaagster dat het artikel een sfeer van bewuste zwartmakerij uitademt en dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving.
Ten aanzien van het artikel van 7 november 2006 stelt klaagster dat Seelen niet heeft gecontroleerd of Fortuin een lijst met handtekeningen van vrijwel alle bewoners van de straat heeft overgelegd. Voorts is ten onrechte vermeld dat zij zou hebben gezegd zich geschoffeerd te voelen door Fortuin. Ten slotte meent klaagster dat het overbodig was de naam van haar zoon te vermelden.
 
Verweerders stellen dat de directe aanleiding voor het artikel van 4 november 2006 was gelegen in het nieuwsfeit dat een bezwaarschrift was ingediend tegen de door de gemeente afgegeven vergunning voor het plaatsen van kunststof kozijnen. Op vrijdag 3 november 2006 heeft Seelen een aantal betrokkenen gesproken en ook geprobeerd van klaagster een reactie te krijgen. Omdat geen telefoonnummer bekend was, heeft Seelen tweemaal bij de woning aangebeld. Daar de zitting van de commissie Stadskwaliteit de maandag daarna zou plaatsvinden, is een verdere reactie van klaagster niet afgewacht en is het artikel op zaterdag geplaatst. Dit was volgens verweerders te meer billijk, nu klaagster nog aan bod zou kunnen komen in de vervolgberichtgeving. Bovendien staat klaagster, mede omdat van haar geen reactie was verkregen, niet met naam en toenaam in dit artikel genoemd. Vervolgens is in het artikel van 7 november 2006 de visie van klaagster aan bod gekomen, via haar zoon die tijdens de hoorzitting haar zaak behartigde.
Volgens verweerders is geen sprake van tendentieuze berichtgeving. Enkele mensen geven in het artikel van 4 november 2006 hun mening over een in hun ogen negatieve ontwikkeling. Door citaten is het duidelijk dat de meningen voor hun rekening komen. De architect is volgens verweerders te beschouwen als deskundige. Daarom werd het niet nodig geacht zijn bewering over aanpassingen aan de kozijnen te verifiëren.
Ten aanzien van de naamsvermelding van de zoon van klaagster in het artikel van 7 november 2006 stellen verweerders dat de zoon tijdens de openbare hoorzitting niet heeft aangegeven niet met zijn naam in de krant te willen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Ten aanzien van het artikel van 4 november 2006 merkt de Raad op dat het kozijn van klaagster weliswaar als directe aanleiding voor de publicatie heeft gediend, maar dat in de publicatie een aantal personen een mening geeft over een algemene - in hun ogen negatieve - ontwikkeling. Van tendentieuze berichtgeving is geen sprake. In het artikel is, anders dan klaagster stelt, niet vermeld dat het pand van klaagster het enige pand is met kunststof kozijnen. De bewering dat de gemeente bij de verlening van de vergunning aan klaagster een uiterst ongebruikelijke procedure heeft gevolgd, is voor rekening van de architect gelaten. Verweerders hebben deze stelling niet als feit gepresenteerd. Verder mochten zij van de architect een deskundig oordeel verwachten omtrent de door hem genoemde aanpassingen aan de kozijnen. Zij hebben niet ontoelaatbaar gehandeld door de mening van de architect zonder nader onderzoek weer te geven.
Met betrekking tot de gestelde pogingen van verweerders om met klaagster in contact te komen, is de Raad van oordeel dat het beter was geweest indien verweerders meer inspanning hadden verricht klaagster te bereiken, bijvoorbeeld door het achterlaten van een brief.
Vanwege de publicitaire druk – de hoorzitting zou immers enkele dagen later plaatsvinden – en de mogelijkheid klaagster in een vervolgartikel aan het woord te laten, alsmede gelet op hetgeen hiervoor ten aanzien van de inhoud van het artikel is overwogen, acht de Raad deze omissie niet dusdanig ernstig dat verweerders daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster zouden hebben gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de naam van klaagster niet in het artikel is vermeld.
 
In het artikel van 7 november 2006 wordt verslag gedaan van de openbare hoorzitting. Expliciet is vermeld dat klaagsters zoon erop heeft gewezen, dat het pand van zijn moeder niet het enige pand is met kunststof kozijnen. Niet is gebleken dat dit artikel relevante onjuistheden bevat.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 30 maart 2007 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter,
drs. B.J. Brouwers, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en
mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.