2007/13 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J.P. Visser

tegen
 
A. de Jong en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 3 januari 2007 met vier bijlagen heeft J.P. Visser (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. de Jong en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft R. Mulder, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 24 januari 2007 met drie bijlagen. Ten slotte heeft klager bij brief van 20 februari 2007 nog een aantal stukken ingezonden.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 februari 2007 in aanwezigheid van klager. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 9 december 2006 is in de Leeuwarder Courant een artikel van de hand van De Jong verschenen onder de kop “Een tweede kans”. De intro van het artikel luidt:
“Dit verhaal had vijftig jaar eerder geschreven moeten worden. Het is het verhaal over twee zwarte bladzijden uit het leven van Jelle Visser, een van de deelnemers aan de spectaculaire overval op de Leeuwarder gevangenis, op 8 december 1944. Zonder dat er een schot viel, haalde het Friese verzet 51 gevangenen uit hun cellen.
Het is – in de woorden van zijn dochter – bovenal het verhaal over een man die een tweede kans kreeg. En die kans gréép, zonder reserves, want ieder die Jelle Visser heeft gekend, prijst zijn ongelooflijke moed. Of hebben die zwarte bladzijden en het heldhaftige gedrag alles met elkaar te maken?
In de woorden van zijn zoon: ,,Miskien wie Jelle wol sa moedich, by ’t roekeloaze om ’t ôf, om ’t er wat goed te meitsjen hie”.
Visser overleed op 30 oktober 2004. Met hem praten over de wonderlijke wendingen in zijn leven, is dus niet meer mogelijk. Maar op basis van gesprekken met zijn vrouw en kinderen, andere mensen die hem gekend hebben en het procesverbaal dat na de oorlog over hem werd opgemaakt, is een reconstructie te maken.”
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passages:
“Journalist Arend Jan Wijnsma legt in zijn boek over de historische overval op het Leeuwarder Huis van Bewaring niet uit hoe het kwam dat die ene overvaller zo goed Duits sprak. Pieter Wijbenga, verzetsman en biograaf van het Friese verzet, verzwijgt dat eveneens. Achteraf begrijpelijk en menselijk wellicht, en ongetwijfeld vanuit de beste bedoelingen, maar onwaarachtig en tragisch, want het zou bepalend worden voor een heel leven. De geschiedschrijvers deden een belangrijk deel van het leven van Jelle Visser hier in de ban. Hij was het namelijk, die Duits sprekende overvaller. En het blaffen van Duitse bevelen had hij geleerd in Duitsland. Jelle Visser kreeg namelijk in het begin van de oorlog een opleiding bij de Waffen SS, de elitetroepen van Adolf Hitler.”
en
“In Workum stonden sommige familieleden van Jelle Visser bekend als pro-Duits. Over een oom werd gezegd: ,,Dy fluite yn 1936 it Horst Wesselliet al.” Jelle Visser zocht en vond voor de oorlog werk in Duitsland en Workumers vermoeden dat hij onder indruk is geraakt van de economische successen van het nationaal-socialisme, net als zijn broer Greult. Jelle belandde bij de SS, Greult koos voor de Kriegsmarine.”
en
Maar hoe fout was de jonge Jelle Visser? Nu, een mensenleven later, antwoordt zijn vrouw, Alie Visser-Kemker, aarzelend: ,,Ach, hoe oud waren we toen? Achttien, negentien? Wat wisten we er van. Jelle had in Duitsland aardige mensen getroffen en vond daar werk bij de Opelfabriek. Maar Duitsgezind? Dat zullen ze misschien van mij ook wel gezegd hebben.” Toen Jelle Visser zich na de oorlog moest verantwoorden voor zijn foute keuze, beriep hij zich op zijn liefde voor de sport en op een NSB-ronselaar, die hem onder valse voorwendselen een contract had laten ondertekenen. Het zou een aannemelijke verklaring kunnen zijn; veel jonge mannen werden naar Duitsland gelokt. ,,Ik was een enorme sportliefhebber, turnde bij Hercules in Drachten en was nog Fries kampioen”, verklaarde Visser. ,,Ik trof een man, naar later bleek een NSB-ronselaar, die zei dat ik een sportopleiding in Duitsland kon doen. Die heeft mij onder valse voorwendselen laten tekenen. Er wérd ook aan sport gedaan, maar al snel bleek dat het ook een militaire opleiding was: we kregen een uniform en deden gevechtsoefeningen. Toen ik doorkreeg dat het om de SS ging, heb ik gezegd dat ik wilde stoppen. Dat was niet gemakkelijk, maar lukte na een paar maanden.”
Visser ontkende pertinent dat hij de eed van trouw aan de Führer had gezworen. Getuigenverklaringen daaromtrent zijn tegenstrijdig. Hij liet zich echter wel naar SS-gebruik tatoeëren.”
en
“Hoe Duitsgezind Jelle was is niet meer te achterhalen, maar een feit is wel dat hij weinig deed om zijn keuze te verbloemen: hij paradeerde in SS-uniform door Workum. Dat zette kwaad bloed.”
en
“Als Alie Visser-Kemker nu aan het verhaal van de voedselbonnen wordt herinnerd, zegt ze dat ze ’t nog weet, en dat het klopt: ,,Jelle heeft wel eens gezegd dat dit een zwarte bladzij uit zijn leven was.””
en
“Jelle Visser kreeg een baan op de vliegbasis. Opnieuw werk voor de Duitsers dus en dat werd hem andermaal kwalijk genomen. Zelf verklaarde hij later, dat hij op de basis op eigen initiatief met sabotagewerk begon. Hij zou twee Duitse vliegtuigen onklaar hebben gemaakt door suiker in de brandstoftanks te strooien.
Vanwaar die omslag in het handelen van Jelle Visser? Kwam het doordat de misdadigheid van de nazi’s steeds duidelijker aan het licht kwam? Kreeg Visser door dat hij op het verkeerde paard had gewed? De familie is overtuigd van het eerste. ,,Jelle heeft nooit gekozen voor de nazi’s”, zegt zoon Jan Pieter Visser, ,,eerst die SS-opleiding en later die baan bij de vliegbasis: hij is er voor gevraagd en erin gerold.””
en
“De vader van Henk Deinum had Jelle Visser nooit als een verrader beschouwd. En dat moet ook verzetsman Henk Bonnema niet hebben gedaan, want toen Bonnema in het voorjaar van 1944 in Workum door de nazi’s werd gezocht, vroeg en kreeg hij onderdak bij Jelle en Alie Visser in Leeuwarden. Bonnema praatte op Jelle Visser in en ook Hans Deinum en de verzetsman Eeuwke Koopmans (verzetsnaam: Kopie) wisten hem te overtuigen definitief te kiezen tegen de Duitsers. En Jelle Visser kóós. Hij werd eerst ingezet bij wat kleinere acties en daarna gevraagd voor de overval op het Huis van Bewaring.”
en
“Jelle Visser ontpopte zich als een buitengewoon koelbloedige verzetsman, met een overdosis aan moed. Hij werd aangesteld als commandant van de Vliegende Colonne, vaklui in anti-Duitse sabotage. ,,Jelle Visser wie ‘onverschrokken’”, zegt de 86-jarige Goffe Hoogsteen uit Surhuizum, een van de weinige nog levende overvallers, en anderen beamen dat zonder uitzondering.”
en
“Eind 1945 ging het gerucht dat Jelle Visser gearresteerd zou worden en zich alsnog zou moeten verantwoorden voor zijn SS-tijd en de kwestie met gemeentesecretaris Van der Goot. De KP’ers wilden dit koste wat kost voorkomen, want een arrestatie zou een grote morele klap zijn voor de familie Visser. (…) De verzetskameraden van Visser waren woedend vanwege het onbegrip en de tactloosheid jegens iemand, die zijn fouten meer dan goed had gemaakt. Per telegram deden ze een beroep op prins Bernhard en de prins zette zich achter de schermen in voor vrijlating van Jelle Visser. Die kwam na een paar weken weer vrij.”
en
“Als betrokkenen nu, zestig jaar na de oorlog, en vrij van de zwart-wit en goed-fout schema’s die jarenlang het denken over de oorlog beheersten, een oordeel over Jelle Visser uitspreken, overheerst veruit de bewondering voor zijn moed.”
en
“Verzetsvrouw Tiny de Jong vindt dat hem alles moet worden vergeven: ,,Jelle heeft in de oorlog eerst op het verkeerde paard gewed, maar later is hij finaal omgedraaid en koos voor de goeie zaak. (…) Toen verschillende straten in Workum naar verzetsmensen werden genoemd, vond ik het niet gepast dat er naar Jelle ook een straat zou worden genoemd. In Workum had hij immers geen verzetswerk gedaan. Maar in de vergadering van de vereniging Friesland 40-45 heb ik er wel voor gepleit dat er in Leeuwarden een straat zijn naam zou krijgen. Hij zou dat absoluut verdienen voor zijn grote heldendaden.”
Alie Visser-Kemker: ,,Ik ben trots op Jelle, maar wij wilden niet dat er een straat naar Jelle zou worden genoemd in Leeuwarden, want dan zouden er toch weer mensen met dat SS-verhaal aankomen. Er is veel haat en nijd.”
Dochter Coby Visser vindt dat mensen haar vader een tweede kans hebben gegeven, het mooiste van de hele geschiedenis. ,,Dat gebeurt niet altijd, of misschien moet ik zeggen: meestal niet. Vader maakte op de verkeerde plek de verkeerde keus. Later trof hij gelukkig mensen die op het goeie moment de goeie dingen tegen hem zeiden.”
Zoon Jan Pieter Visser: ,,Eén moment van onbedachtzaamheid kan maken dat men jaren schreit.””
 

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers voornaamste bezwaar is dat in het artikel een onjuist algemeen beeld van zijn vader is geschetst, te weten dat hij doelbewust voor de Waffen SS zou hebben gekozen, terwijl hij tekende voor een sportopleiding. Volgens klager zijn verweerders selectief en onevenwichtig met hun bronnen omgegaan. Klager wijst in dit verband op de door hem overgelegde documenten uit het dossier van het Rijksarchief, en met name op de verklaring van zijn vader. In die verklaring schetst zijn vader een helder beeld van de ware toedracht. De woordkeus, beeldvorming en selectieve citaten uit het Rijksarchief dragen bij tot demonisering en karaktermoord van zijn vader, aldus klager.
Hij stelt voorts dat verweerders niet op een juiste wijze wederhoor hebben toegepast. De Jong kwam bij de familie om bepaalde feiten te controleren. Hij heeft echter maar een beperkt aantal feiten gebruikt en later toegegeven dat het artikel al rond was. Overigens was geen sprake van een interview, maar van een informatief gesprek. Klager acht het dan ook onjuist dat de familie in het artikel sprekend is opgevoerd.
Bovendien heeft de familie na inzage van de concepttekst de hoofdredacteur op de hoogte gebracht van haar bezwaren, maar met dat commentaar is niets gedaan. De hoofdredacteur heeft aldus, met kennis van onjuistheden over de inhoud, een artikel gepubliceerd dat schadelijk en smadelijk is voor het leven en wezen van Jelle Visser en zijn familie.
Verder stelt klager dat de familie een naschrift is onthouden. Bovendien is een ingezonden brief van een voormalig lid van het Friese verzet, ten faveure van Jelle Visser, niet geplaatst.
Klager acht de handelwijze van verweerders laakbaar, onhistorisch en smadelijk.

Verweerders stellen dat De Jong uitvoerig onderzoek heeft gedaan naar het opmerkelijke feit dat een bekende Friese verzetsheld aan het begin van de bezetting in Duitse dienst was. Hij heeft diverse mensen gesproken en heeft zich ook tot de familie gewend met de mededeling dat hij werkte aan een verhaal over dit hoofdstuk uit het leven van hun echtgenoot/vader. Over de bedoeling van dit gesprek kon geen twijfel bestaan. De lezing van de familie is in het artikel verwerkt en haar commentaar op de concepttekst heeft geleid tot enkele wijzigingen en nuanceringen. De Jong heeft getracht zo dicht mogelijk bij de feiten te blijven. Nu deze dateren van tientallen jaren geleden, zijn ze niet allemaal volledig verifieerbaar.
Volgens verweerders is het artikel onmogelijk aan te merken als een poging tot karaktermoord of demonisering. Uit het verhaal rijst zeker niet het beeld op van een foute Nederlander. Integendeel, er is eerder sprake van postuum eerherstel.
Het naschrift van klager bevatte een aantal ongefundeerde beschuldigingen en voegde feitelijk niets toe. Bovendien had de familie uitgebreid gelegenheid gehad onjuistheden te corrigeren en nuances aan te brengen. Daarom is het naschrift niet geplaatst, aldus verweerders. Zij wijzen er ten slotte op dat zij op 30 december 2006 een kritische reactie op het artikel hebben geplaatst.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Zoals de Raad herhaaldelijk heeft overwogen, is een journalist vrij in zijn selectie van nieuws en is er geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie zouden kunnen worden geschaad. Vermeden moet worden dat nodeloos schade wordt toegebracht. Bovendien brengt de journalistieke verantwoordelijkheid met zich mee dat de persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. (vgl. onder meer: X en Y tegen Schaafsma en De Telegraaf, RvdJ 2006/64)

Het is voorstelbaar dat de familie – vanuit haar perspectief en gezien de gevoeligheid van het onderwerp – de publicatie als overwegend negatief en daardoor als pijnlijk heeft ervaren. Oordelend op basis van maatstaven van journalistieke zorgvuldigheid is volgens de Raad echter sprake van een evenwichtig en zorgvuldig artikel. Niet is gebleken dat daaraan geen deugdelijk bronnenonderzoek ten grondslag ligt. De Jong heeft verschillende personen aan het woord gelaten en heeft meerdere kanten van het verhaal belicht. De suggestie dat klagers vader destijds bewust zou hebben gekozen voor de SS, is in het artikel herhaaldelijk – onder meer door klager – weersproken.
 
Bovendien is de familie voorafgaand aan de publicatie in de gelegenheid gesteld te reageren. Verweerders hebben een deel van het commentaar van de familie in het artikel verwerkt. Dat de familie daarbij sprekend is opgevoerd acht de Raad niet ontoelaatbaar. De familie was er immers van op de hoogte dat De Jong bezig was met een artikel over Jelle Visser. Het lag dan ook in de rede dat hetgeen de familie vertelde, in het artikel zou worden verwerkt op de wijze als is gebeurd.
 
Gelet op het feit dat klager en zijn familie in de gelegenheid zijn gesteld hun visie op het verhaal te geven en hun de mogelijkheid is geboden het conceptartikel op feitelijke onjuistheden te controleren, is begrijpelijk en niet journalistiek onzorgvuldig dat verweerders het naschrift van klager niet hebben geplaatst. Overigens hebben verweerders op 30 december 2006 een ingezonden stuk gepubliceerd onder de kop “Nare associatie is niet terecht”, zodat niet kan worden gezegd dat verweerders geen kritiek op het geplaatste stuk hebben geduld.
 
Aldus kan niet worden geconcludeerd dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 30 maart 2007 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter,
drs. B.J. Brouwers, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en
mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.