2007/12 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
R. Zijlstra

tegen
 
M. Wolters en de hoofdredacteur van FlevoPost
 
Bij brief van 27 december 2006 met vier bijlagen heeft R. Zijlstra te Zeewolde (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Wolters en de hoofdredacteur van FlevoPost (hierna: verweerders). Hierop hebben M. Wolters en R. Posthumus, redactiecoördinator FlevoPost, geantwoord in twee ongedateerde brieven met een bijlage, die door de Raad zijn ontvangen op 26 januari 2007.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 23 februari 2007 in aanwezigheid van klager, Wolters en voornoemde Posthumus.
 
DE FEITEN
 
Op 22 december 2006 is in FlevoPost in de rubriek ‘Zeewolde kort nieuws’ een artikel verschenen onder de kop “Belediging” dat luidt:
“Cees Meijer en zijn companen van de stuurgroep Ecologie en Milieu (stEM) werden door Rein Zeilstra van Leefbaar Zeewolde ´geitenwollensokkenmilieuactivisten´ genoemd. Tijdens een gemeenteraadscommissievergadering nog wel. ´Dat is natuurlijk geen manier om een groep zeer betrokken Zeewoldenaren aan te spreken die zich zo inzetten om de vliegroutes boven Zeewolde weg te krijgen´, zegt Frank Pels van de PvdA/Groenlinks. Het onderwerp van discussie: de weigering van het college van burgemeester en wethouders om stEM subsidie te geven voor hun gang naar de rechter inzake de vliegroutes, die ten tijde van het indienen van het verzoek nog over Zeewolde dorp dreigden te lopen. ”

Vervolgens is op 29 december 2006 in FlevoPost een artikel verschenen onder kop “Zijlstra beledigde niet” met het chapeau “Politiek soms groot, soms klein”. Dit artikel luidt:
“De stuurgroep Ecologie en Milieu (StEM) vroeg subsidie aan bij de gemeente om naar de rechter te gaan om de vliegroutes boven het dorp weg te krijgen. StEM kreeg de gevraagde subsidie niet. In een reactie schreef voorman Cees Meijer wat verongelijkt aan het college van burgemeester en wethouders: ´Het eerste dat in mij op kwam is dat ik hier te maken had met een onbetrouwbare overheid. Die gedachte liet ik toch ook maar direct weer varen`. Toch voldoende reden voor Leefbaar Zeewolde om de brief te willen behandelen op de vergadering van de gemeenteraadscommissie. ´Als deze brief was geschreven door ´Geitenwollensokkenmilieuactivisten`, dan had de fractie wellicht de brief niet ter bespreking in de commissie gevraagd,` zei fractievoorzitter Rein Zijlstra. ´Echter, de brief is geschreven door een politicus, een Flevolands statenlid`.
Geitenwollensokken
Zijn met die uitspraak Meijer en de zijnen geitenwollensokkenmilieuactivisten of niet? Frank Pels van de PvdA/GroenLinks denkt van wel. De FlevoPost noteerde diens gevoelens bij deze uitspraak. Zijlstra denkt dat er van een belediging geen sprake is. Natuurlijk heeft Zijlstra gelijk: hij heeft niemand beledigd. Hij nam een woord in de mond en dat hij gebruikt zou hebben ´als`. Nu is het aardige dat Zijlstra wel meent dat het college van burgemeester en wethouders door Meijer aangevallen is en wilde van de andere politieke fracties weten of zij het bestuur ook onbetrouwbaar vinden. Maar ook Meijer nam een woord in de mond dat hij ´in gedachten had, maar meteen weer liet varen`. Dit doet denken aan het oud-Hollands spreekwoord ´De pot verwijt de ketel dat deze zwart is`.
Schoonheidsprijs
Fractievoorzitter Jan Klop van de PvdA/GroenLinks meende dat de functies van Statenlid en StEM-milieuactivist los van elkaar gezien moeten worden. Pels vroeg burgemeester Dijkstra schriftelijk de voorzitters van de commissies in te laten grijpen bij wat hij noemt ´flauwe politieke spelletjes`. Enkele passages uit het antwoord van Dijkstra: ´Naar mijn overtuiging kwijten onze voorzitters zich goed van hun taak. Vanzelfsprekend verdient niet iedere tijdens een raads- of commissievergadering gemaakte opmerking de schoonheidsprijs of de instemming van alle leden. Echter, wat sommigen ´flauwe politieke spelletjes` zullen noemen, is pas in strijd met de vergaderorde als daarbij ook sprake is van persoonlijke beledigingen of anderszins ernstige misdragingen`. StEM is toch naar de rechter gestapt en handhaaft haar bezwaar. Dat inmiddels de (nog definitief vast te stellen) vliegroutes niet meer over het dorp lopen doet daar niets aan af. ”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat hij in de publicatie van 22 december 2006 ten onrechte publiekelijk in verband wordt gebracht met het uiten van beledigingen in de raadszaal. Hij wijst op de conceptnotulen van de bewuste commissievergadering en op een brief die de burgemeester aan de heer Pels heeft gestuurd. Daaruit blijkt dat hij geen beledigingen heeft geuit. Volgens klager heeft de journalist zijn artikel enkel gebaseerd op berichten die hij per e-mail heeft ontvangen van Frank Pels. Ten onrechte heeft de journalist nagelaten hem te benaderen om zijn versie van het verloop van de commissievergadering te vernemen. Hierdoor is het beginsel van hoor en wederhoor geschonden, aldus klager.
Hij betoogt dat hij door de onjuiste berichtgeving in zijn goede naam en eer is aangetast en dat zijn partij in diskrediet is gebracht.
 
Verweerders stellen dat uit het artikel blijkt dat Pels wordt aangehaald. Het is diens interpretatie van de woorden van klager. Klager wekte de schijn van belediging bij Pels en dat is in het artikel overgenomen. Ter zitting voegt Posthumus hieraan toe dat de berichtgeving niet onjuist is, maar dat de kop ‘Belediging’ wellicht onhandig is geweest.
Verweerders erkennen dat het beter was geweest als Wolters vooraf contact met klager had opgenomen. Zij hebben na de publicatie echter direct aan klager toegezegd dat zij een rectificatie zouden plaatsen. Dat is gebeurd in de eerstvolgende editie van FlevoPost. Daarin is de suggestie die in het eerdere artikel is gewekt, voldoende gecorrigeerd, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klager heeft gesteld dat in het artikel van 22 december 2006 ten onrechte is gesuggereerd dat hij tijdens een gemeenteraadscommissievergadering beledigingen zou hebben geuit en dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen.
Verweerders hebben erkend dat het beter was geweest als zij voorafgaand aan de publicatie contact met klager hadden opgenomen en dat de kop boven het artikel onhandig is geweest.
De Raad deelt deze standpunten en is van oordeel dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door over klager te berichten op de wijze als zij hebben gedaan, zonder wederhoor toe te passen.

In gevallen als deze, waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld door de rectificatie.
 
Volgens het vaste oordeel van de Raad dient de journalist bij het rectificeren aan de lezer duidelijk te maken dat hij in de te rectificeren publicatie niet juist heeft bericht. Naar het oordeel van de Raad is dat hier gebeurd. Verweerders hebben direct in de eerstvolgende editie van FlevoPost duidelijk en herhaaldelijk vermeld dat klager niet heeft beledigd. Gezien de gestelde inhoud van de belediging is voorts geen sprake van een zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klager. Naar het oordeel van de Raad heeft de publicatie van 29 december 2006 de nadelen die klager van het artikel van 22 december 2006 wellicht heeft ondervonden, voldoende kunnen herstellen. De Raad acht het niet aannemelijk dat de meeste lezers de korte rubriek met de onterechte suggestie wél hebben gelezen, maar de uitgebreide rectificatie niet, zoals klager ter zitting nog heeft aangevoerd.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders de berichtgeving van 22 december 2006 in voldoende mate hebben rechtgezet in de publicatie van 29 december 2006.
 
(vgl. onder meer: Smulders tegen De Telegraaf, RvdJ 2006/42)

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in FlevoPost te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 maart 2007 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter,
drs. B.J. Brouwers, drs. G.H.J.M. Bueters, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman en
mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. drs. M.M. van der Smissen, plaatsvervangend secretaris.