2007/1 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Cleantec V.O.F.
 
tegen
 
de hoofdredacteur van TROS Radar
 
Bij brief van 24 oktober 2006 heeft H.W.W. Hartman, vennoot, namens Cleantec V.O.F. (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Radar (hierna: verweerder). Hierop heeft verweerder geantwoord in een brief van 23 november 2006 met twee bijlagen. Klaagster heeft ten slotte nog bij schrijven van 28 november 2006 een bijlage overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 december 2006 in aanwezigheid van voornoemde Hartman (hierna: Hartman) en diens echtgenote. Verweerder is daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 9 oktober 2006 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘TROS Radar’ aandacht besteed aan de bedrijfsvoering van klaagster, die is gespecialiseerd in het verjagen en preventief weren van ongedierte, waaronder spinnen (hierna: de uitzending). In de uitzending wordt aan de orde gesteld dat middelen voor het verwijderen dan wel preventief weren van spinnen volgens Nederlandse regelgeving niet zijn toegestaan.
De uitzending wordt door de presentatrice ingeleid als volgt:
“In Den Haag zit een heel ander type spindokter, en ook daar wordt de waarheid niet zo nauw genomen. Naar aanleiding van klachten zochten wij hem op.”
Vervolgens wordt een fragment getoond, waarin is te zien dat een medewerker van TROS Radar aanbelt bij het huis van Hartman, dat Hartman de TROS Radar-medewerker de toegang weigert en op enigszins hardhandige wijze reageert op de cameraploeg.
Hierna vervolgt de presentatrice:
“Meneer heeft vooralsnog weinig zin om uitleg te geven, zoals u ziet. Wat is er aan de hand? Het begint in een woonwijk in Barendrecht.”
Daarop worden vooraf opgenomen interviews getoond met een aantal inwoners van Barendrecht, die klaagster hebben ingeschakeld om spinnen te verjagen. Volgens de mensen zouden zij door klaagster zijn ‘genept’ en zou ‘gewoon water gespoten’ zijn om de spinnen te verjagen.
De presentatrice vervolgt:
“De spinnen zijn dus nooit echt weg geweest. (…) Wij gaan te rade bij Rein Jonker, vice-voorzitter van de erkende branchevereniging van ongedierte bestrijding en wij vragen hem of er eigenlijk wel middelen zijn toegestaan bij het bestrijden van spinnen.”
Vervolgens wordt een interview met Jonker getoond, die meedeelt dat geen middelen zijn toegestaan om spinnen te bestrijden of te verjagen. Voorts wordt de handelwijze van klaagster met Jonker besproken. Aan Jonker – en aan de kijker – worden beelden getoond van werkzaamheden van de zoon van Hartman (hierna: Hartman jr.), die zijn opgenomen met een verborgen camera.
Tijdens de opname wordt door een zogeheten voice-over het volgende gezegd:
“We willen nog steeds wel erg graag weten hoe het goedje dan heet.”
Vervolgens klinkt Hartman jr.:
“Ik zou het niet zo kunnen uitspreken, dat is echt heel moeilijk. Ancer.. Anceryla… Nee, ik zou het echt niet, ehh. Een heel lang moeilijk woord, dat weet ik wel. Ik heb 't wel eens geprobeerd te onthouden kan ik 't zo zeggen. Ik weet niet eens meer hoe je kakkerlak in 't Latijn zegt.”
Na dit fragment komt Jonker weer in beeld, die reageert als volgt:
“Stel nu dat er zich een calamiteit voordoet. Stel nu dat er iets gebeurt, eh, noem maar even een gek voorbeeld: die slang waar hij mee werkt die knapt. En er staan mensen in de omgeving. En iemand wordt nat. Dan vind ik dat deze man aan ambulance personeel, als de noodzaak er is, moet kunnen vertellen welk middel hij spuit. (…) Ik vind het een slechte zaak als iemand die de spuit hanteert, die zich gelegitimeerd bestrijder noemt, niet weet met welk product hij spuit.”
Daarna meldt de presentatrice dat Hartman telefonisch heeft laten weten dat hij een reactie wilde geven voor de camera. Volgens de presentatrice reageerde Hartman echter niet meer op telefoontjes, zodat medewerkers van TROS Radar hem zijn gaan opzoeken. Dan wordt getoond dat een TROS-medewerker aanbelt bij het huis van Hartman en de echtgenote van Hartman de deur opent. Zij deelt mee dat Hartman en hun zoon niet thuis zijn, dat zij aan het werk zijn en pas 's avonds weer terug komen. Daarna wordt gemeld dat Hartman al na tien minuten thuis komt en worden beelden getoond dat opnieuw wordt aangebeld en Hartman opendoet. Hartman deelt mee dat hij op dat moment de TROS-medewerker niet te woord wil staan en verzoekt de camera uit te zetten. Nadat de TROS-medewerker zegt dat de camera aanblijft, doet Hartman de deur dicht. Vervolgens belt de TROS-medewerker opnieuw aan. Hartman opent de deur en verzoekt opnieuw de camera uit te zetten. Als dat niet gebeurt, ontstaat een kleine worsteling waarbij ook Hartman jr. is betrokken.
Vervolgens zegt de TROS-medewerker:
“Ik kan niet elke dag een cameraploeg inhuren. Dat kost een heleboel geld.”
Hartman reageert daarop:
“Dan wil ik eerst weten wat voor vragen je wilt stellen.”
De TROS-medewerker laat weten:
“Er zijn klachten binnengekomen bij het Radarforum. Die zijn we gaan onderzoeken en daar hebben we vragen over.”
Hartman ten slotte:
“Geef me vijf minuten de tijd, wacht in je auto en dan kom ik, ja?”
In een volgend fragment legt Hartman zijn werkwijze uit, vertelt hij welke bestrijdings-middelen hij gebruikt en zegt hij bereid te zijn de inwoners uit Barendrecht tegemoet te komen.
Tot slot wordt Hartman in de studio geïnterviewd. Daarbij deelt de presentatrice mee dat dit op Hartmans verzoek is, omdat hij nog het een en ander wilde toevoegen. In de studio reageert Hartman op vragen van de presentatrice of hij de betrokken inwoners uit Barendrecht geld terug geeft, of hij zich zal aansluiten bij de erkende branchevereniging en of hij stopt met het verwijderen en weren van spinnen indien blijkt dat dit volgens Nederlandse regelgeving niet is toegestaan. Hartman deelt mee dat als hij iets fout doet, hij daarmee stopt, en dat hij contact zal opnemen met het ministerie van VROM. De uitzending wordt besloten met de mededeling dat Hartman en de inwoners uit Barendracht na afloop in gesprek zullen gaan om te bezien of zij in overleg tot een oplossing kunnen komen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt dat zij onheus door verweerder is bejegend, dat de uitzending zonder deugdelijk hoor en wederhoor tot stand is gekomen.
Ten onrechte is de suggestie gewekt dat Hartman niet bereikbaar was, terwijl verweerder hem zowel per telefoon als thuis heeft kunnen bereiken. Hartman is in de middag van 5 oktober 2006 meerdere malen gebeld door een TROS-medewerker, terwijl hij in een vergadering zat. Hartman heeft toen gemeld dat hij op dat moment geen tijd had, maar dat hij de volgende dag wel voor een reactie beschikbaar zou zijn. Vervolgens zijn Hartman en zijn vrouw later die dag op een agressieve, bedreigende wijze geconfronteerd met een cameraploeg. Zij waren daar niet op voorbereid, omdat Hartman al had laten weten dat hij de volgende dag op de kwestie zou terugkomen. Toen de cameraploeg niet wilde vertrekken is een handgemeen ontstaan. Hartman betreurt dit, maar stelt dat zijn reactie – gezien alle telefoontjes die middag en de confrontatie bij hem thuis – door de cameraploeg is uitgelokt. Ter zitting voegt Hartman hieraan toe dat hij graag tijd had willen vrijmaken voor het Radar-team, zodat het team een week met hem had kunnen meelopen om te zien hoe hij zijn werkzaamheden verricht.
Verder stelt klaagster dat de gehele uitzending suggestief is en een onjuiste voorstelling van zaken geeft. Er is zodanig in de opgenomen fragmenten geknipt dat een misleidend beeld is ontstaan. Daarbij wijst zij onder meer op de getoonde beelden van Hartman jr., die zijn opgenomen met de verborgen camera. Door de vraagstelling in de voice-over is ten onrechte gesuggereerd dat aan Hartman jr. is gevraagd met welk middel hij spoot en dat hij dat niet wist. Hij reageert echter op de vraag wat de Latijnse naam is voor spinnen, en daar had hij geen antwoord op. Daarom zegt hij ook aan het eind: “Ik weet niet eens meer hoe je kakkerlak in 't Latijn zegt.
Na het interview van 5 oktober 2006 heeft Hartman contact opgenomen met verweerder met het verzoek om in de studio nog het een en ander nader uit te leggen. Verweerder heeft hiermee ingestemd onder de voorwaarde dat in de studio alleen gesproken mocht worden over de wijze waarop Hartman de gedupeerden zou compenseren, over aansluiting bij de branchevereniging en zijn bereidheid om te stoppen met het weren en verwijderen van spinnen. Ook vlak vóór de uitzending is Hartman er nog eens met klem op gewezen dat hij alleen die drie dingen naar voren mocht brengen en dat als hij over iets anders zou beginnen, de presentatrice daarover zou praten. Hartman was het met de gestelde voorwaarden niet eens, maar heeft toch meegewerkt omdat hij niets te verbergen heeft en wilde redden wat er nog te redden viel. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft klaagster een uitgewerkt verslag overgelegd van de bandopname die Hartman heeft gemaakt van de gesprekken die hij in de wandelgangen van de studio, voorafgaand aan de uitzending, met diverse TROS-medewerkers heeft gevoerd.
Klaagster meent dat zij ten onrechte is beschuldigd van illegale praktijken en als oplichtster is neergezet. Zij benadrukt dat haar bedrijfsvoering bonafide is en dat zij al jaren haar medewerking verleent aan het televisieprogramma ‘Rotzooi en Co’ dat wordt uitgezonden door RTL4. Desgevraagd voegt Hartman hieraan ter zitting nog toe, dat hij door opdrachtgevers op de uitzending is aangesproken.
 
Verweerder stelt voorop dat in het programma TROS Radar wordt getracht de samenleving en haar consumenten alert te houden en te maken en dat het programma in die zin ook een signalerende functie heeft.
Na onderzoek bleek dat het verjagen van spinnen onder de ongediertebestrijdingsmiddelenwet valt en verboden is. Vervolgens heeft verweerder in de week vóór 5 oktober 2006 dagelijks geprobeerd contact op te nemen met Hartman. Pas op 5 oktober 2006 is dit gelukt en is Hartman uitgenodigd om op 9 oktober 2006 naar de studio te komen om een weerwoord te geven. Daarbij is hem uitgebreid uitgelegd waar het over ging. Hartman heeft toen laten weten dat hij die dag niet naar de studio kon komen, maar dat hij niet afwijzend stond tegenover het geven van een reactie voor de camera. Dit zou hij overleggen met zijn zoon. Daarop belde Hartman jr. de redactie met de mededeling dat het lastig was om die dag een interview te geven omdat hij door het hele land aan het werk was. De redactie liet daarop weten dat zij naar hem toe wilde komen, waar hij ook was. Hartman jr. zou dat overleggen en dan terugbellen, maar heeft dat niet gedaan. Nadien heeft de redactie zowel Hartman als Hartman jr. herhaaldelijk geprobeerd te bellen en heeft zij de voicemails ingesproken. Slechts één keer is gesproken met Hartman, maar dat gesprek werd afgekapt met de mededeling dat hij zou terugbellen, hetgeen niet is gebeurd.
Het Radar-team is daarom naar het adres van Hartman gegaan, dat op de website van klaagster is vermeld. Daar trof de verslaggever de vrouw van Hartman aan. Toen de verslaggever wilde wegrijden, kwam Hartman met zijn zoon aangereden. Volgens verweerder reageerde Hartman vrijwel direct agressief op de vragen van de verslaggever. Door Hartman en zijn zoon zijn vervolgens de nodige dreigementen en scheldkanonnades geuit, aldus verweerder.
Toen Hartman na enkele momenten bij zinnen kwam, heeft de verslaggever hem geconfronteerd met de klachten uit Barendrecht en overtredingen van wet- en regelgeving. Daarbij zijn op verzoek van Hartman, om hem ter wille te zijn, enkele feiten buiten beschouwing gelaten.
Vervolgens is Hartman op zijn verzoek ontvangen in de studio. Verweerder wijst erop dat het niet gebruikelijk is om iemand zowel in een filmpje als in de uitzending aan het woord te laten. Verweerder heeft besloten Hartman tegemoet te komen, maar wel onder de voorwaarde dat hij aanvullende informatie zou geven en een oplossingsgerichte insteek zou hebben. Volgens verweerder is hij zeer coulant geweest tegen Hartman.
Verweerder meent dan ook dat van onheuse bejegening of onzorgvuldig handelen geen sprake is geweest.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. Hartman en zijn echtgenote zijn door verweerder en diens cameraploeg onheus bejegend;
2. er heeft geen deugdelijke hoor en wederhoor plaatsgevonden;
3. de uitzending bevat onjuiste en misleidende onderdelen.
 
Ad 1.
TROS-medewerkers hebben zonder aankondiging met draaiende camera op 5 oktober 2006 aangebeld bij de woning van Hartman. Het verzoek van Hartman om de camera uit te zetten is niet gehonoreerd. Aldus is sprake van zogeheten 'overvaljournalistiek'.
Volgens het vaste oordeel van de Raad hierover kan deze werkwijze, vanwege het intimiderende karakter ervan, slechts dan geoorloofd zijn als die onontbeerlijk is om in het algemeen belang ernstige misstanden aan het licht te brengen en daarvoor geen ander middel open staat. (vgl. onder meer: VGZ Zorgverzekeraar tegen Frequin, RvdJ 2003/59)
Verweerder heeft de gevolgde werkwijze gebruikt om Hartman in de gelegenheid te stellen te reageren op klachten over diens werkwijze. Van het aan het licht brengen van een ernstige misstand als hiervoor bedoeld, is geen sprake.
 
Bovendien heeft Hartman eerder aan de redactie meegedeeld dat hij een reactie voor de camera wilde geven. Hartman heeft voorts voldoende aannemelijk gemaakt dat hij heeft laten weten dat hij c.q. zijn zoon niet beschikbaar was op 5 oktober 2006, maar dat hij bereid was om een dag later een toelichting te geven.
Verweerder heeft ter zake nog gesteld dat Hartman en zijn zoon hadden toegezegd de redactie hierover terug te bellen, maar dat zij dat niet hebben gedaan en dat het Radar-team daarom Hartman nog diezelfde dag thuis heeft opgezocht. Als deze stelling al juist zou zijn, hetgeen de Raad niet kan vaststellen, dan biedt zulks nog geen rechtvaardiging voor de gevolgde werkwijze. De TROS-medewerkers hadden er immers ook voor kunnen kiezen om zonder draaiende camera bij Hartman aan te bellen en hem op dat moment in de gelegenheid te stellen zich op het interview voor te bereiden.
Aldus stonden voor verweerder ook andere middelen open en was het gebruik van de gevolgde werkwijze niet noodzakelijk en onnodig intimiderend.
 
Ad 2.
In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen, is Hartman in het eerste contact met de TROS-medewerkers niet op deugdelijke wijze gelegenheid tot wederhoor geboden.
Vervolgens is Hartman in de studio geïnterviewd. Mede gelet op het overgelegde verslag van de gesprekken die Hartman voorafgaand aan dat interview in de wandelgangen met een aantal TROS-medewerkers heeft gevoerd, is voldoende aannemelijk dat Hartman dermate dwingend over dat interview is geïnstrueerd dat hij zich niet vrij voelde in zijn wijze van reageren.
Hoewel verweerder Hartman aldus een aantal keren aan het woord heeft gelaten, heeft dit naar het oordeel van de Raad op zodanige wijze plaatsgevonden dat van deugdelijk hoor en wederhoor geen sprake is geweest.
 
Ad 3.
Door de combinatie van tekst en beelden aan het begin van de uitzending is de suggestie gewekt dat Hartman niet aan de uitzending wilde meewerken. Deze suggestie is onjuist, nu Hartman meerdere malen had laten weten dat hij een reactie wilde geven. Dat Hartman dat wellicht aanvankelijk niet wilde doen op het door verweerder gekozen moment, maakt dit niet anders.
Voorts is in de uitzending gesuggereerd dat aan Hartman jr. de vraag zou zijn gesteld welk middel hij gebruikte bij het verjagen van spinnen en dat hij daarop het antwoord niet wist. Echter, in de uitzending wordt niet getoond op welke vraag Hartman jr. daadwerkelijk antwoord geeft. De Raad acht voldoende aannemelijk dat Hartman jr. oorspronkelijk is gevraagd naar de Latijnse benaming van spinnen en dat bij de montage van de beelden een voice-over is toegevoegd met de vraag naar het bestrijdingsmiddel.
De Raad is dan ook van oordeel dat in ieder geval de hiervoor bedoelde beelden zodanig in de uitzending zijn verwerkt dat daardoor een onjuist beeld van klaagster althans van Hartman en Hartman jr. is ontstaan.
 
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerder, door te handelen en na te laten als hiervoor bedoeld, grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TROS Radar en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 30 januari 2007 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. mr. H.M.A. van Meurs, mw. drs. J.X. Nabibaks en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.