2006/89 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Het Parool
 
Bij brief van 27 oktober 2006 met twee bijlagen heeft mr. P. Jeeninga, advocaat te Amsterdam, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerder).  Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 1 december 2006. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 18 juli 2006 is op de website van Het Parool - www.parool.nl - een artikel gepubliceerd onder de kop “OM onderzoekt moorden in binnen- en buitenland” dat gaat over het strafproces tegen W. Holleeder en een aantal medeverdachten, onder wie klager.
In het artikel wordt onder meer vermeld dat klager en een andere verdachte Holleeders specialisten op financieel gebied zouden zijn geweest. Daarbij is klager aangeduid met zijn voornaam en de initiaal van zijn achternaam, terwijl tussen haakjes zijn volledige achternaam is vermeld.
 
Naar aanleiding van een schrijven van mr. Jeeninga van 28 juli 2006 heeft A. de Lange, adjunct-hoofdredacteur, in een e-mailbericht van 31 juli 2006 het volgende aan mr. Jeeninga bericht:
“Het op onze site gepubliceerde bericht is een niet-geredigeerde versie van een ANP-tekst. Het persbureau levert de berichten aan met volledige namen tussen haakjes (namen die in principe natuurlijk openbaar zijn, of althans worden zodra het tot een strafzitting komt). Wij hebben de goede gewoonte ons te beperken tot initialen, maar in dit geval is het bericht er doorgeslipt. Ik heb de versie inmiddels laten aanpassen; ook de naam van uw cliënt is verwijderd.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager maakt bezwaar tegen de vermelding van zijn volledige naam. Hij verwijst naar uitspraken van de Raad waaruit blijkt dat met het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten terughoudendheid is geboden. Volgens klager heeft verweerder deze terughoudendheid niet betracht en geen zorgvuldige afweging gemaakt. Door deze publicatie is klager geïdentificeerd, terwijl hij – anders dan de hoofdverdachte – geen bekende Nederlander is.
Klager acht de vermelding van zijn volledige voor- en achternaam niet in het belang van een volledige berichtgeving. Die vermelding kan niet worden beschouwd als essentieel voor de waarde van het bericht, aldus klager. Hij wijst erop dat de bekendmaking van zijn identiteit verstrekkende gevolgen heeft. Tot aan de strafzaak was hij nog nimmer in aanraking gekomen met justitie en bovendien ontkent hij alle beschuldigingen die thans jegens hem worden geuit.
Klager betoogt dat de inbreuk op zijn privacy niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en dat verweerder derhalve heeft gehandeld in strijd met de journalistieke ethiek.
Ten slotte stelt klager dat het overnemen van een publicatie van een persbureau verweerder niet ontslaat van zijn eigen journalistieke verantwoordelijkheid. Hoewel verweerder de gewraakte publicatie inmiddels heeft laten aanpassen, is ‘het kwaad reeds geschied’, aldus klager.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Dat de identiteit van de betrokkene door een reportage bekend wordt, maakt de reportage evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds. (vgl. onder meer: X tegen Dagblad van het Noorden, RvdJ 2006/46)
 
In het onderhavige geval heeft verweerder verzuimd de achternaam van klager te verwijderen uit een ANP-bericht waarna het bericht is gepubliceerd op het internet. Dit vormt geen bijzondere omstandigheid die een uitzondering op het door de Raad gehanteerde beginsel zou toelaten. (vgl. X tegen De Telegraaf, RvdJ 2004/34)
 
Niet is gebleken dat verweerder de vereiste belangenafweging heeft gemaakt. Overigens is niet gebleken dat met de vermelding van klagers naam een maatschappelijk belang is gediend, dat bovendien zwaarder weegt dan het individuele belang van klager. Het artikel had voor wat betreft de aanduiding van klager geanonimiseerd kunnen worden, zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan.
 
Onder deze omstandigheden vormt het vermelden van klagers naam in het gewraakte artikel een ongerechtvaardigde aantasting van zijn privé-leven. Verweerder heeft aldus de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting op de website van Het Parool te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 18 december 2006 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, mw. mr. H.M.A. van Meurs, mw. drs. J.X. Nabibaks en drs. P. Sijpersma, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.