2006/87 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
de Stichting Arameeërs van Aram-Naharaim
 
tegen
 
de hoofdredacteur van Netwerk (NCRV)
 
Bij brief van 18 oktober 2006 met één bijlage heeft G. Sengo namens de Stichting Arameeërs van Aram-Naharaim te Hengelo (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van NCRV's Netwerk (hierna: verweerder). Klaagster heeft vervolgens bij brief, bij de Raad binnengekomen op 24 oktober 2006, nog drie bijlagen overgelegd. G. van Beuzekom, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 6 november 2006 met vier bijlagen, waaronder een dvd-opname van de gewraakte uitzending.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 november 2006 buiten aanwezigheid van partijen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
De voorzitter van de Raad heeft zich verschoond. Vanwege de plotselinge ontstentenis van één der leden van de Raad is de zaak behandeld door de resterende leden.
 
DE FEITEN
 
Op 9 oktober 2006 heeft de NCRV in het televisieprogramma Netwerk een reportage uitgezonden getiteld “De Assyrische kwestie”. In de weken voorafgaand aan de uitzending is veel ophef ontstaan over ‘de Armeense kwestie’ van 1915 en de vraag of al dan niet sprake is van genocide door Turkije. Ook duizenden Assyriërs kwamen toen om het leven en Assyriërs eisen hier nu aandacht voor. In de uitzending is verslag gedaan vanuit de Assyrische gemeenschap in Twente.
In de uitzending zijn aan het woord gelaten:
  • T. Zwaan, genocide-expert van de Universiteit van Amsterdam
  • S. Atman, pleitbezorger Assyrische-kwestie
  • B. Chamoun, oud-voorzitter Assyrische Jongeren Federatie
  • A. Göke, ooggetuige Assyrische genocide
  • S. Gabriël, gemeenteraadslid CDA Enschede.
In de uitzending is herhaaldelijk gesproken over 'Assyriërs' en 'Assyrische gemeenschap'.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster stelt – kort samengevat – dat in de uitzending ten onrechte wordt gesproken over ‘Assyriërs’, omdat het gaat om de Arameeërs van Mesopotamië. Hierdoor worden algemeen aanvaarde historische feiten geweld aangedaan en ontstaat een vertekend beeld omtrent de oorsprong van het Aramese volk. De onafhankelijke kijker wordt zo onjuist geïnformeerd, aldus klaagster. Zij stelt dat de benaming ‘Assyriërs’ werd uitgevonden door westerse missionarissen in het Midden‑Oosten in de negentiende eeuw. Daardoor is verwarring gecreëerd omtrent de identiteit van het Aramese volk, hetgeen leed, onderlinge haat en verdeeldheid teweeg heeft gebracht. Het Aramese volk werd gehersenspoeld, beroofd van zijn identiteit en cultuur, tegen elkaar opgezet en een andere identiteit opgedrongen met alle gevolgen van dien, aldus klaagster. Zij stelt niet geassocieerd te willen worden met het westerse, geestelijke product van kolonisatie en slavernij ‘Assyriërs’. Klaagster omschrijft de aanduiding ‘Assyriërs’ onder meer als pijnlijk en stuitend.
 
Verweerder stelt dat bij het maken van de reportage intensief is samengewerkt met de Assyrische gemeenschap in Nederland. Navraag bij deskundigen leerde dat binnen de Assyrische gemeenschap enige verdeeldheid heerst over de benaming ‘Assyriërs’ dan wel ‘Arameeërs’, aldus verweerder. Hij heeft de aanduiding ‘Assyriërs’ echter te goeder trouw gebruikt.
Ter ondersteuning van zijn standpunt wijst verweerder op de door hem overgelegde verklaringen van dr. T. Zwaan van de Universiteit van Amsterdam, S. Gabriël, vooraanstaand lid van de Assyrische gemeenschap en gemeenteraadslid in Enschede en S. Atman, vooraanstaand lid van de Assyrische gemeenschap in Nederland.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder niet onzorgvuldig gehandeld door in de uitzending de benaming ‘Assyriërs’ te gebruiken. De uitzending is tot stand gekomen in samenwerking met de Assyrische gemeenschap in Nederland en in de uitzending zijn diverse deskundigen aan het woord gelaten.
 
Zoals blijkt uit de door verweerder overgelegde verklaringen is het algemeen gangbaar althans niet ongebruikelijk om de in de uitzending bedoelde bevolkingsgroep aan te duiden met de benaming ‘Assyriërs’. Verweerder kan geen kwade wil worden verweten bij het gebruik daarvan.
 
Aldus bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van NCRV's Netwerk en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 december 2006 door mw. F.W. Dresselhuys, plaatsvervangend voorzitter, dr. M.J. Broersma en mw. drs I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.