2006/85 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G. Hildebrand en Bureau Discriminatiezaken Haaglanden
 
tegen
 
H. Bres en de hoofdredacteur van De Posthoorn
 
Bij brief van 28 september 2006 met elf bijlagen heeft mw. M. Bouma, consulent klachtbehandeling, namens G. Hildebrand en Bureau Discriminatiezaken Haaglanden te Den Haag (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen H. Bres en de hoofdredacteur van De Posthoorn (hierna: verweerders). Hierop heeft M.G.J. Jochemsen, algemeen hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 24 oktober 2006 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 november 2006. Van de zijde van klagers zijn daar voornoemde Hildebrand en Bouma verschenen, die hun standpunten hebben toegelicht aan de hand van notities. Van de zijde van verweerders waren voornoemde Bres, Jochemsen en A. Peeters, eindredacteur, aanwezig.   
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 5 juli 2006 is in De Posthoorn in de rubriek ‘Henk Bres’ een column van de hand van Bres verschenen. De publicatie bevat onder meer de volgende passage:
“Natuurlijk heeft iedereen er zwaar de pest in, omdat ons Oranje-avontuur voorbij is. En dan nog wel op zo’n achterlijke manier. Die Russische scheids met zijn twintig kaarten mogen ze van mij een vuurpijl in zijn reet steken en naar Mars afschieten, want die man heeft net zoveel verstand van voetballen als twee verliefde bavianen die niet weten hoe ze de liefde motte bedrijven. Maar het is helemaal een raar WK Voetbal, want die Moffen hebben nog steeds geluk en dat die Brazilianen en Engelsen eruit zijn is een teleurstelling.”
 
Naar aanleiding van de column heeft Hildebrand een reactie gezet op de weblog van Bres. Tevens heeft hij een klacht ingediend bij het Bureau Discriminatiezaken Haaglanden, omdat hij als Duitser het gebruik van de term ‘mof’ discriminerend vindt.
 
Op 7 juli 2006 heeft Bres op zijn weblog gereageerd op de reactie van Hildebrand. Daarin schrijft hij dat hij Duitsers vaak met ‘moffen’ aanduidt, hetgeen hij de gewoonste zaak van de wereld vindt en niet echt beledigend. Hij vergelijkt het met de aanduiding ‘Hollandse kaaskop’.
 
Bij e-mail van 7 juli 2006 heeft Bouma namens het Bureau Discriminatiezaken Haaglanden aan de redactie van De Posthoorn meegedeeld dat zij een melding heeft ontvangen over de column van Bres, wegens het gebruik van het woord ‘moffen’. Daarin heeft Bouma tevens gevraagd hoe de redactie aankijkt tegen het gebruik van beledigende terminologie in een column.
 
Op 12 juli 2006 is op de voorpagina van De Posthoorn een artikel verschenen onder de kop “Henk Bres staat op Duitse tenen”. In dit artikel wordt aandacht besteed aan de door Hildebrand ingediende klacht.
 
Op 19 juli 2006 is in De Posthoorn opnieuw een column van Bres verschenen. Deze bevat onder meer de volgende passages:
“Ja en dan natuurlijk het rare geval van de in Nederland wonende Duitser “Herr Gunter” die een aanklacht tegen mij heeft neergelegd bij het meldpunt van discriminatie omdat ik in een paar van deze vorige columns de Duitsers “moffen” heb genoemd. Nou weet iedereen dat deze columns eigenlijk een afspiegeling zijn van wat ik zo de hele week beleef en dat ik nooit de intensie heb gehad of wie dan ook te krenken maar ik vind dit wel heel erg ver gaan. We mogen geen jodenkoeken meer zeggen en ook geen negerzoenen en nu ook al het woordje moffen zou dan niet meer mogen.”
en
“Ook nu word ik de hele dag aangesproken dat ik mijn poot stijf mot houden en mijn kop omhoog omdat iedereen die ik tot nu toe heb gesproken vindt dat de “Herr Gunter” belachelijk bezig is. Ik hoop ook dat het meldpunt van discriminatie dat zal inzien al kan ik me eigen er niet druk om maken en kunnen ze van mij allemaal aan het gas als ze er anders over denken want ik laat mijn humeur zeer zeker niet door zo’n Duitse azijnpisser vergallen omdat ik weet dat ik met al deze columns die ik in de afgelopen drie jaar voor de Posthoorn heb mogen schrijven nooit iemand heb willen beledigen en ik er een hoop mensen een plezier mee heb gedaan.”
 
Op 26 juli 2006 is in de rubriek 'Lezers schrijven' van De Posthoorn een ingezonden brief van Hildebrand geplaatst. Daarin zet hij uiteen dat de term 'mof' en heel beladen woord is.
 
Bij brief van 17 augustus 2006 heeft Bouma nogmaals verzocht om een reactie op haar vraag van 7 juli 2006.
 
Per e-mailbericht van 13 september 2006 heeft R. Kokkelink, algemeen redactiechef, meegedeeld dat het uitgangspunt is dat De Posthoorn als huis-aan-huisblad ongevraagd in de bus komt en derhalve in de regel niet kwetsend mag zijn. Volgens Kokkelink is er in dit geval echter geen sprake van discriminatie of nodeloos kwetsende uitlatingen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers maken bezwaar tegen voornoemde columns van Bres in De Posthoorn. De uitlating ‘moffen’ in combinatie met de uitlating ‘allemaal aan het gas’ kan niet anders worden opgevat dan als een verwijzing naar de Tweede Wereldoorlog. De uitlatingen zijn in deze context discriminerend en beledigend voor Duitsers zoals Hildebrand. Klagers zijn van mening dat verweerders hiermee de grenzen hebben overschreden van wat journalistiek betamelijk is.
Ter zitting hebben klagers hieraan nog toegevoegd dat niet relevant is dat Bres de dingen misschien anders bedoelt dan hij opschrijft. In het algemeen taalgebruik is ‘mof’ een scheldnaam, die als zeer kwetsend wordt ervaren. Beleefdheidsvormen gelden voor iedereen dus ook voor een columnist, en het is aan de hoofdredacteur om daar op toe te zien, aldus klagers.
 
Verweerders stellen dat de betekenis van ‘mof’ volgens de Dikke van Dale ‘Duitser’ is. Er is derhalve geen sprake van een scheldwoord, althans niet van een woord met een beledigend karakter. ‘Mof’ kan op één lijn worden gesteld met de uitdrukking ‘kaaskop’, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat de columns van Bres wekelijks verschijnen in De Posthoorn. Bres is een stereotype Hagenaar, die schrijft zoals hij praat. Dat kan direct zijn, grof, of plat, maar nooit beledigend jegens bevolkingsgroepen, religie of huidskleur. Ook de uitlating ‘allemaal aan het gas’ moet in die context worden gezien. Er is hier sprake van volkstaal en er worden geen grenzen mee overschreden. Bovendien hebben columnisten een grote vrijheid met betrekking tot de keuze van de onderwerpen waarover zij schrijven en de wijze waarop zij dat doen.
Daarnaast wijzen verweerders er nog op dat tussen partijen uitgebreid overleg is geweest. Er is redactioneel aandacht aan de kwestie besteed en er is een ingezonden brief van Hildebrand gepubliceerd. Verweerders veronderstelden dat daarmee de zaak in der minne was geschikt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Ook de vrijheid van de columnist kent echter haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet, anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. (vgl. onder meer: Golfbad Oss tegen Brabants Dagblad, RvdJ 2006/49 en Dammen tegen Giphart en AD Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 2006/2)
 
Naar het oordeel van de Raad is van grensoverschrijding in dit geval geen sprake. De columns, voorzien van een foto van Bres, kunnen niet anders worden gelezen dan dat zij de persoonlijke mening van Bres behelzen. In dit licht bezien acht de Raad de door Bres gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar. Daarbij is mede van belang dat de uitlating ‘allemaal aan het gas’ niet is geschreven in samenhang met de term ‘moffen’. Deze uitlating wordt door de Raad derhalve in een andere context gelezen dan klagers dat hebben gedaan. In de columns komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn.
 
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Posthoorn te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 1 december 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.