2006/84 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Ger Lagendijk Players’ Agent bv
 
tegen
 
H. Borst en de hoofdredacteur van AD Nieuwsmedia
 
Bij brief van 26 september 2006 met één bijlage heeft G. Lagendijk namens Ger Lagendijk Players’ Agent bv te Ridderkerk (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Borst en de hoofdredacteur van AD Nieuwsmedia (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Kalmann, lid van de hoofdredactie, geantwoord in een brief van 20 oktober 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 november 2006. Lagendijk was daar aanwezig en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een notitie. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 22 september 2006 is in de Sportwereld-bijlage van AD een column van de hand van Borst verschenen onder de kop “De macht van de zaakwaarnemer is veel te groot, dat staat vast”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
“Dat de voetbalwereld stinkt, gelijk geld, wekt geen verbazing. In de dinsdag uitgezonden BBC-documentaire Football’s Dirty Secrets blijkt dat trainers en bestuursleden van Britse clubs smeergeld krijgen als ze een speler van bepaalde voetbalmakelaars een contract geven.”
en
“Nog een hardnekkig verhaal. Aan een vertrouweling vertelt Mahamadou Diarra het volgende verhaal uit 2002. Zijn trainer bij Vitesse, Ronald Koeman, wil de middenvelder meenemen naar Ajax maar dan moet hij dat wel doen via Ger Lagendijk (ook Koemans zaakwaarnemer). Diarra weigert, vertrekt naar Olympique Lyon en speelt nu voor Real Madrid (transfersom 26 miljoen euro). Laten we Ronald Koeman het voordeel van de twijfel geven, maar stel dat het waar zou zijn, zeg...”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij ruim 35 jaar actief is in de voetbalwereld en in die tijd een zeer goede reputatie heeft opgebouwd, die door de verdachtmakingen in de column ernstig wordt geschaad. Zo wordt gesuggereerd dat hij en Ronald Koeman zich schuldig zouden hebben gemaakt aan frauduleuze transfers van voetballers, maar dit is pertinent onjuist.
Klager wijst erop dat de column werd gepubliceerd in een week, waarin grote schandalen en documentaires in de publiciteit kwamen over omkopingen en corruptie tussen voetbal-makelaars en trainers. Tegen die achtergrond wegen de verdachtmakingen bijzonder zwaar.
Volgens klager had Borst, in een gevoelige zaak als deze, in ieder geval wederhoor moeten toepassen, hetgeen niet is gebeurd. Dit klemt te meer nu de beschuldiging aan het adres van klager en Ronald Koeman niet is gebaseerd op feiten en ook de bron niet wordt genoemd. Als Borst wederhoor had toegepast, had hij gehoord dat Ajax nooit een optie is geweest voor Mahamadou Diarra, omdat hij niet in Nederland wilde blijven.
De column is derhalve bezijden de waarheid en bijzonder grievend, zowel voor hem als voor Ronald Koeman, aldus klager.
Ter zitting voegt hij hieraan nog toe dat het niet een heel hardnekkig verhaal kan zijn, aangezien het verhaal blijkbaar dateert uit 2002 en hij het nog niet eerder had gehoord. Verder wijst klager op een verklaring van Ronald Koeman, inhoudend dat er nooit besprekingen zijn geweest met speler Mahamadou Diarra, zoals wordt gesteld in de column. Koeman voelt zich als trainer met een onbesproken staat van dienst gegriefd door de verdachtmaking.
Klager concludeert dat hij en Ronald Koeman in een kwaad daglicht worden gesteld op een groot podium door een verhaal ‘van horen zeggen’. De informatie in de column en de verdachtmaking hebben niets te maken met de vrijheid van een columnist, aldus klager.
 
Verweerders stellen dat de column is gewijd aan onthullingen van de BBC over het wereldje van clubbestuurders, trainers en voetbalmakelaars. In de column worden ook enkele voorbeelden uit de Nederlandse praktijk aangestipt. Dit zijn geen journalistieke onthullingen, maar geruchten die onder ingewijden de ronde doen.
Verweerders wijzen erop dat het slot van de passage over klager luidt: ‘stel dat het waar zou zijn’. Dit maakt volgens verweerders duidelijk dat het geen stellige bewering is, maar slechts een weergave van een van de verhalen die in voetbalkringen de ronde doen.
Verweerders concluderen dat het een columnist vrij staat om te werk te gaan op de manier waarop Borst dat pleegt te doen, ook al betekent dat dat hij zich soms tot de grens waagt van wat journalistiek betamelijk is. In de gewraakte column is Borst volgens verweerders ruim binnen die grens gebleven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Het gewraakte artikel is geplaatst in de Sportwereld-bijlage van AD. Het artikel staat onder de kop ‘Column’ en gaat vergezeld van een foto van Borst. Het moet dan ook voor de lezers van AD duidelijk zijn dat de column niet meer dan de mening van Borst behelst.
 
Ook de vrijheid van de columnist kent echter haar grenzen. Enerzijds worden die bepaald door de wet, anderzijds door wat – gegeven de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Van overschrijding van deze grenzen is sprake wanneer columnisten bij het uiten van hun persoonlijke mening over personen kwalificaties bezigen of vergelijkingen trekken waartoe de feiten in redelijkheid geen aanleiding geven. (vgl. onder meer: Golfbad Oss tegen Brabants Dagblad, RvdJ 2006/49 en Dammen tegen Giphart en AD Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 2006/2)
 
De Raad acht het begrijpelijk dat de column klager niet welgevallig is, zeker gezien het moment waarop deze verscheen. Dit is echter onvoldoende grond voor de conclusie dat met de column journalistiek onzorgvuldig jegens klager is gehandeld.
 
In de column worden klager en Ronald Koeman weliswaar in verband gebracht met frauduleuze handelingen, maar dit wordt niet als feit weergegeven en zelfs gerelativeerd. Bovendien heeft een columnist, zoals de Raad eerder heeft overwogen, de vrijheid om over feiten te speculeren als die (nog) niet onomstotelijk vaststaan. (vgl. Huibers tegen Hemelrijk, RvdJ 2001/5)
 
Niet kan worden gezegd dat Borst in de column kwalificaties heeft gebezigd of vergelijkingen heeft getrokken op zodanige wijze dat daarmee de grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in AD te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 1 december 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaastsvervangend secretaris.