2006/82 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G. te Meerman 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 19 september 2006 met één bijlage heeft mr. A.G.W. Leysen, advocaat te Nijmegen, namens G. te Meerman te Zeeland (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2006. Namens klager is daar verschenen voornoemde Leysen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerder is niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 1 september 2006 is in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Stemmen bejaarden gestolen”. De subkop bij het artikel luidt:“Justitie vervolgt ex-raadslid om verkiezingsfraude. De intro bij dit artikel luidt:
Achttien jaar lang was hij raadslid, Guus te M. uit het Brabantse dorp Zeeland. Al die jaren weinig spraakmakend, zeggen dorpelingen. Maar nu ligt Te M. ineens midden in de vuurlinie. Justitie in Den Bosch vervolgt hem wegens stembusfraude bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen. Door te knoeien met de stemmachine zou hij 181 stemmen hebben gestolen van nietsvermoedende bejaarden. ,,Hij bediende de héle dag de stemmachine”, aldus justitie.
Het artikel bevat voorts de volgende passages:
De uitslag was reden voor justitie om een strafrechtelijk onderzoek te starten. Om te bewijzen dat het raadslid had gefraudeerd, werden in het kerkdorp zelfs schaduwverkiezingen gehouden op 6 en 7 april. Daaruit bleek Guus te M. een stuk minder populair te zijn. ,,Hij kreeg slechts een fractie van de stemmen”, aldus justitie, die tevens tientallen getuigen hoorde en onderzoek deed naar het functioneren van de stemmachine.
en
Justitie denkt dat het raadslid op slinkse wijze misbruik heeft gemaakt van bejaarden, die niet begrepen hoe de stemmachine werkte. ,,Een aanzienlijk aantal mensen heeft geen geldige stem uitgebracht, bijvoorbeeld doordat ze niet de rode knop hebben ingedrukt om hun keuze te bevestigen. Getuigen vertellen ook dat het stemmen in eerste instantie niet lukte, en zelfs dat er helemaal níéts gebeurde.
Echter, uit onderzoek door Nedap, producent van de stemmachines, blijkt dat het apparaat uitstekend functioneerde. Ook het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) vond geen onvolkomenheden. Justitie concludeert daarom dat het raadslid stemmen heeft gestolen door de procedure te dwarsbomen.

Het slot van het artikel luidt:
Te M. is onbereikbaar voor commentaar. Zijn Nijmeegse advocaat mr. A.G.W. Leysen zegt dat de ex-dorpspoliticus ,,teleurgesteld” is in de vervolging door justitie. ,,Mijn cliënt houdt vol onschuldig te zijn. Justitie moet maar aantonen hoe hij de uitslag kan hebben beïnvloed. Volgens ons is dat onmogelijk.”
 
Bij het artikel is verder een foto van klager geplaatst met een balkje over zijn ogen. De tekst bij de foto luidt: “Voormalig raadslid Guus te M.: “De uitslag is voor mij net zo’n raadsel als voor iedereen.”
 
HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat het gewraakte artikel is gebaseerd op een door het openbaar ministerie uitgegeven persbericht. Daarin is volgens klager gesteld dat bij onderzoek van de stembusmachine is geconstateerd, dat hij de stembusmachine niet heeft gemanipuleerd. Klager meent dat in het artikel ten onrechte wordt gesuggereerd dat hij, ondanks de uitkomst van het onderzoek, toch heeft zitten knoeien met de stemmachine en bejaarden hun stem zou hebben ontstolen. Met name de kop boven het artikel, die op geen enkele wijze door feiten is geadstrueerd, acht klager grievend en insinuerend. Door het accent te leggen op bejaarden wordt zijn boosaardigheid extra geaccentueerd. In dat verband merkt klager op dat van de in totaal in het desbetreffende stembureau uitgebrachte stemmen slechts 10% door de bewoners van het verzorgingscentrum zijn uitgebracht.
Verder is klager van mening dat verweerder, door een foto van hem te plaatsen en zoveel gegevens te vermelden dat hij voor iedereen identificeerbaar was, niet de vereiste terughoudendheid heeft betracht. Dit klemt te meer nu zijn foto is voorzien van het bekende balkje over de ogen, hetgeen extra criminaliserend werkt, aldus klager. Ter zitting voegt Leysen hieraan desgevraagd toe, dat verweerder klager had behoren aan te duiden met diens initialen, zonder vermelding van de woonplaats en zonder publicatie van een foto.
Hij concludeert dat verweerder middels deze berichtgeving de grenzen van hetgeen journalistiek gebruikelijk is, ver heeft overschreden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Klager heeft allereerst bezwaar gemaakt tegen de inhoud van het artikel en met name de kop ervan. Niet ter discussie staat dat klager is betrokken bij een strafrechtelijk onderzoek wegens mogelijke verkiezingsfraude die zich zou hebben voorgedaan tijdens de gemeenteraads-verkiezingen van 7 maart 2006 bij het stembureau in bejaardenhuis Compostella. Eventuele misstanden tijdens de verkiezingen raken het hart van de democratie, zodat journalisten het algemeen belang dienen met het signaleren hiervan.
 
De kop kan als enigszins suggestief worden gekarakteriseerd. Dat dit klager onwelgevallig is, is echter onvoldoende voor de conclusie dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld. Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake. Voor de lezer is voldoende duidelijk dat de kop een parafrase is van wat het strafrechtelijk onderzoek behelst. Overigens heeft verweerder in het artikel vermeld dat klager onbereikbaar is voor commentaar en heeft hij de reactie van klagers raadsman in het artikel verwerkt. (vgl. onder meer: De Blauwe Stad tegen De Telegraaf, RvdJ 2006/66)
 
Verder heeft klager bezwaar gemaakt tegen de wijze waarop hij in het artikel is aangeduid in combinatie met de plaatsing van een foto van zijn portret, waarbij een zwart balkje over zijn ogen is afgedrukt.
 
Volgens het vaste oordeel van de Raad brengt de journalistieke verantwoordelijkheid mee dat de persoonlijke levenssfeer van personen, over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving redelijkerwijs nodig is. Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.
 
De wijze waarop klager in het artikel is aangeduid – met de vermelding van zijn voornaam, de initiaal van zijn achternaam en zijn woonplaats – en de wijze waarop zijn portret is afgebeeld – met een balkje over de ogen – zijn in het kader van berichtgeving over strafzaken journalistiek gebruikelijk en niet ontoelaatbaar. In het algemeen kan daarmee worden voorkomen dat een betrokkene eenvoudig kan worden geïdentificeerd.
Klager heeft onbetwist gesteld dat hij niettemin in het artikel is herkend. In dat verband is relevant dat klager achttien jaar raadslid is geweest in zijn woonplaats, zoals ook in het artikel is vermeld, en zich voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 verkiesbaar heeft gesteld. Klager is derhalve aan te merken als een publiek figuur. Hoewel het mogelijk pijnlijk is voor klager, dient hij zich derhalve een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen.
Deze bijzondere omstandigheid in aanmerking genomen en gelet op het maatschappelijk belang dat met publicatie over een strafrechtelijk onderzoek naar vermeende verkiezingsfraude is gediend, is de Raad van oordeel dat geen sprake is van een disproportionele aantasting van klagers privacy.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.