2006/81 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G. te Meerman
 
tegen
 
S. Boutkan en de hoofdredacteur van weekblad Arena
 
Bij brief van 12 september 2006 met acht bijlagen heeft mr. A.G.W. Leysen, advocaat te Nijmegen, namens G. te Meerman te Zeeland (hierna: klager) een klacht ingediend tegen S. Boutkan en de hoofdredacteur van weekblad Arena (hierna: verweerders). Hierop hebben A. van der Heijden, hoofdredacteur, en S. Boutkan, eindredacteur, geantwoord in een ongedateerde brief, bij de Raad ingekomen op 11 oktober 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2006. Namens klager is daar verschenen voornoemde Leysen, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Voorts zijn eerdergenoemde Van der Heijden en Boutkan verschenen.
 
DE FEITEN
 
In weekblad Arena is aandacht besteed aan een opmerkelijke uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 bij het stembureau in bejaardenhuis Compostella in de woonplaats van klager. De klacht heeft betrekking op de volgende artikelen:
·        Van 17 maart 2006 met de kop “De opmerkelijke verkiezingsuitslag op Compostella in Zeeland” met het chapeau “Arena-onderzoek toont aan: stemcomputer deugt niet of … fraude”. De intro van dit artikel luidt:
Daags na de gemeenteraadsverkiezingen wierp Arena nog eens een blik op de uitslagen in Landerd en constateerde dat er één, op z’n minst zeer opmerkelijk te noemen uitslag op papier stond. In het Zeelandse stemdistrict Compostella heeft de nummer drie op de lijst van Zeelands Welzijn een ongekend hoog aantal voorkeurstemmen. Guus te Meerman krijgt 181 van de 1067 uitgebrachte stemmen, bijna 17%. Het kan zijn dat de populariteit van Te Meerman de afgelopen vier jaar enorm is gegroeid (11 stemmen in 2002 op Compostella). Het kan zijn dat Te Meerman een flinke persoonlijke campagne heeft gevoerd. Het verklaart echter niet waarom de Zeelander, die donderdag afscheid nam van de raad, uitsluitend in Compostella enorm scoort en niet in de Garf (7 stemmen).
Arena ging op zoek naar de verklaring en constateert met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid dat de stemcomputer danig in de war moet zijn geweest. En zoniet ... dan is er sprake van fraude.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
Arena gelooft niet direct in fraude bij Zeelands Welzijn, ook al heeft men de schijn tegen. Waarom immers zou Te Meerman zo onnozel zijn om 181 keer op zichzelf te stemmen? Geef er honderd extra aan lijsttrekker Jos van der Wijst en er is geen haan die ernaar kraait. Ook de verklaringen van de leden van het stembureau pleiten Te Meerman vrij. Maar de uitslag klopt niet, dat stelt Arena met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid vast. Als er geen fraude is gepleegd, kan het niet anders of de stemmachine heeft gefaald. Volgende week daarover meer.
Op pagina drie reacties van Guus te Meerman en anderen.
·        Van 24 maart 2006 met de kop “’Maar meneer Te Meerman, ik héb nog helemaal niet gestemd...’” met het chapeau “De vreemde gang van zaken op stembureau Compostella”. De intro van dit artikel luidt:
Verkiezingsfraude of falende stemcomputers? Dat was de open vraag die Arena vorige week stelde na een onderzoek onder bijna de helft van alle stemgerechtigden op Compostella in Zeeland. Guus te Meerman kreeg daar als nummer 3 op de lijst van Zeelands Welzijn een onwaarschijnlijk hoog aantal voorkeursstemmen. Het onderzoek van Arena toonde aan dat er ergens iets fout gegaan moet zijn, want Arena wist slechts één Te Meerman-stemmer op te sporen.
Zowel de leden van het hoofdstembureau in Landerd als fabrikant NEDAP controleerden de werking van de stemmachine en keurden hem goed. En dus is er voor Arena voldoende aanleiding om op de andere zijde van het verhaal te duiken en we komen met een aantal verbijsterende verhalen. “Meneer Te Meerman zei dat ik al gestemd had, maar ik had nog helemaal niet op een knopje gedrukt” en “Ik heb vijf keer de naam in moeten drukken, maar er verscheen niks op het scherm.
Het artikel is vervolgd op pagina 3 onder de kop “’Ik had nog geen knop ingedrukt en toch was ik klaar’”.De intro van dit artikel luidt:
Al tijdens het telefonisch onderzoek dat een team van Arena-medewerkers vorige week hield om de opvallende verkiezingsuitslag op Compostella te controleren, maakten stemmers melding van zaken die hen opgevallen waren op dinsdag 7 maart op het stembureau. Na publicatie van het artikel belden opnieuw spontaan mensen naar de redactie met aanvullende informatie en opmerkingen over de gang van zaken. En ook de oproep op kabelkrant Kubus in Landerd zorgde voor nogal wat telefoontjes. Een greep uit de reacties.
·        Van 31 maart 2006 met de kop “Justitie langs de deuren bij stemmers Compostella” met het chapeau “Onderzoek naar vermeende verkiezingsfraude is in volle gang. De intro van dit artikel luidt:
Het onderzoek van justitie naar de vermeende verkiezingsfraude in Zeeland is in volle gang. Leden van stembureau Compostella worden momenteel verhoord, terwijl de stemcomputer voor onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut in Rijswijk is overgebracht. Medewerkers van justitie gaan donderdag 6 en vrijdag 7 april bovendien langs de deuren bij alle mensen die tijdens de gemeenteraads-verkiezingen op 7 maart hebben gestemd in Compostella. Het justitiepersoneel komt dan persoonlijk de brieven ophalen die de 1.073 kiezers uit het stemdistrict op zaterdag 1 april in de bus krijgen in het kader van zogenoemde schaduw-verkiezingen.
·        Van 7 april 2006 met het chapeau “Minister Remkes van Binnenlandse Zaken:” en de kop “’Leden stembureau moeten elkaars handelen controleren’”.
·        Van 28 april 2006 met de kop “Onderzoek verkiezingen pas medio juni afgerond”.
·        Van 12 mei 2006 met de kop “Zestig getuigenverklaringen in verkiezingszaak Compostella.
·        Van 25 augustus 2006 met de kop “Alles wijst op fraude in Compostella Zeeland” en het chapeau “Onderzoek Forensisch Instituut: geen mankementen aan stemcomputer. De intro van dit artikel luidt:
        “Het kan niet anders of er is fraude gepleegd tijdens de gemeenteraadsverkiezingen in zorgcentrum Compostella in Zeeland. Nu onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft uitgewezen dat de bewuste stemmachine technisch gezien geen gebreken heeft vertoond op 7 maart, is dit de enig overgebleven mogelijkheid. Uit zowel het onderzoek dat Arena in maart van dit jaar hield onder de kiezers op Compostella als uit de schaduwverkiezingen van justitie in april, kwamen immers bij lange na geen 181 stemmen op Guus te Meerman naar voren. Woensdag beslist justitie of het ex-raadslid van Zeelands Welzijn wordt vervolgd.
·        Van 30 augustus 2006 met de kop “Wordt vervolgd…” en het chapeau “OM klaagt Guus te Meerman aan voor fraude en valsheid in geschrifte. De intro van dit artikel luidt:
Het Openbaar Ministerie in ’s-Hertogenbosch gaat Guus te Meerman vervolgen voor fraude en valsheid in geschrifte bij de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart. “Er is geen enkele logische verklaring dat de heer Te Meerman 181 stemmen heeft gekregen. We hebben meer dan voldoende bewijs verzameld om de rechter ervan te overtuigen dat hij verkiezingsfraude heeft gepleegd”, zegt persofficier van justitie Mariska Wijnbelt.
Bij dit artikel is een foto van klager geplaatst.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de gewraakte artikelen uiterst tendentieus zijn en onjuistheden bevatten. Zo hebben verweerders ten onrechte en zonder enige terughoudendheid gesuggereerd dat hij de stembusuitslag te zijnen gunste heeft gemanipuleerd en dat hij de opstelling van de tafel ten opzichte van de stemcomputer zou hebben veranderd. Klager wijst erop dat op foto’s is te zien dat dezelfde opstelling voor de verkiezingen van 2002 is toegepast. Verder stelt klager dat uit onderzoek van het Nederlands Forensisch Instituut is gebleken dat de door verweerders geuite suggestie dat hij middels het draaien aan een sleutel van de stemcomputer stemgedrag zou hebben gemanipuleerd, onjuist is.
Klager benadrukt dat de berichtgeving en de nog lopende strafzaak ontegenzeggelijk veel invloed heeft op zijn privéleven. Volgens klager hadden verweerders enige terughoudendheid moeten betrachten in hun berichtgeving en hebben zij dat ten onrechte niet gedaan. Klager maakt bezwaar tegen het vermelden van zijn volledige naam en het plaatsen van zijn foto in een aantal publicaties. Hij is weliswaar jarenlang raadslid geweest in de gemeente Landerd, maar volgens klager hadden verweerders zijn persoonlijke levenssfeer moeten eerbiedigen toen hij als verdachte werd aangemerkt. Verweerders hebben daarentegen op 30 augustus 2006, de dag dat het Openbaar Ministerie een persbericht naar buiten bracht, een extra editie van het weekblad uitgebracht en op de voorpagina een grote foto van klager geplaatst. Met name die publicatie met de kop “Wordt vervolgd…”, heeft klager als zeer grievend ervaren.
Klager stelt verder dat verweerders hem – uitgezonderd van een interview in de editie van 17 maart 2006 – ten onrechte geen mogelijkheid tot wederhoor hebben geboden.
Klager concludeert dat verweerders met de berichtgeving de grenzen van hetgeen in het maatschappelijk verkeer en in de journalistiek gebruikelijk is ver hebben overschreden.
 
Verweerders bestrijden dat zij in de artikelen hebben gesteld dat klager zich schuldig heeft gemaakt aan verkiezingsfraude. Zij hebben in de artikelen aandacht besteed aan de opmerkelijke uitslag bij het stembureau in bejaardenhuis Compostella, waarbij klager 181 voorkeursstemmen kreeg, ten opzichte van 11 voorkeursstemmen bij de zes andere stembureaus. Dit resultaat was des te opmerkelijk omdat bij een door verweerders uitgevoerde telefonische enquête onder bijna de helft van het totale aantal kiezers in het betreffende kiesdistrict, slechts één persoon meedeelde op klager te hebben gestemd. De publicatie van de resultaten van dit onderzoek heeft ertoe geleid dat het Openbaar Ministerie een onderzoek heeft gestart naar de gang van zaken rond de verkiezingen bij het stembureau in bejaardenhuis Compostella.
Verder stellen verweerders dat zij in eerste instantie zijn uitgegaan van de mogelijkheid dat er een technisch mankement was aan de stemcomputer en in de tweede plaats dat sprake zou kunnen zijn van fraude. Pas nadat zowel de stemmachinefabrikant Nedap als het Nederlands Forensisch Instituut de in Compostella gebruikte stemcomputer uitgebreid hadden onderzocht en hadden geconcludeerd dat deze op 7 maart geen technische mankementen had vertoond, hebben verweerders hun berichtgeving meer toegespitst op de mogelijkheid van verkiezingsfraude. Deze mogelijkheid werd bovendien ondersteund door vele getuigenverklaringen. Verweerders menen dat zij enkel hun journalistieke werk hebben gedaan door melding te maken van de getuigenverklaringen.
Voorts stellen verweerders dat zij ten aanzien van het vermelden van de volledige naam en foto van klager geen grenzen hebben overtreden van wat journalistiek gebruikelijk is. Klager is 18 jaar raadslid geweest in de plaatselijke gemeenteraad. Hij is daardoor aan te merken als een publiek figuur. Volgens verweerders moeten aan het publiek bekende personen dulden dat hun portret wordt gepubliceerd wanneer zij in het nieuws komen.
Ter zitting hebben verweerders bestreden dat zij geen wederhoor zouden hebben toegepast. Zij stellen dat zij wekelijks contact hebben gezocht met klager. Na de eerste publicatie, waarin klager meedeelt ook geen verklaring te hebben voor het hoge aantal voorkeursstemmen, heeft klager echter altijd geweigerd commentaar te geven.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht betreft allereerst de inhoud van de gewraakte artikelen. De artikelen gaan over de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 bij het stembureau in bejaardenhuis Compostella.
 
Met berichtgeving over opmerkelijke stemverdelingen bij verkiezingen en vermeende verkiezingsfraude is een maatschappelijk belang gediend. In dat kader is het journalistiek relevant om klager, die in de onderhavige kwestie een zeer relevante rol speelt, dicht op de huid te zitten en hem kritisch te volgen. Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders niet journalistiek onaanvaardbaar over de kwestie bericht. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat aan de berichtgeving een deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt en hebben gemotiveerd betwist dat de publicaties relevante onjuistheden bevatten.
 
De Raad heeft voorts niet kunnen vaststellen dat sprake is van een zodanig onjuiste c.q. eenzijdige berichtgeving, dat daardoor de conclusie zou zijn gerechtvaardigd dat verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Bovendien is klager herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld zijn visie op de kwestie te geven. Voor zover klager daarvan niet adequaat gebruik heeft gemaakt – omdat hij dat weigerde – kan dat verweerders niet worden verweten.
 
Verder maakt klager bezwaar tegen het plaatsen van zijn foto, met name nadat hij als verdachte werd aangemerkt.
 
Volgens het vaste oordeel van de Raad is ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.
 
Gezien het feit dat klager 18 jaar gemeenteraadslid is geweest en zich voor de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 verkiesbaar heeft gesteld, kan hij als publiek figuur worden aangemerkt. Hoewel het mogelijk pijnlijk is voor klager, dient hij zich derhalve een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen.
Deze bijzondere omstandigheid in aanmerking genomen en gelet op het maatschappelijk belang dat met berichtgeving over (een strafrechtelijk onderzoek naar) vermeende verkiezingsfraude is gediend, is de Raad van oordeel dat geen sprake is van een disproportionele aantasting van klagers privacy.
 
De Raad is derhalve van oordeel dat verweerders met de berichtgeving geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in weekblad Arena te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 november 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.