2006/80 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Lenny Kuhr Producties v.o.f.
 
tegen
 
W. Doesborgh en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad
 
Bij brief van 23 september 2006 met één bijlage heeft R.H. Frank, directeur, namens Lenny Kuhr Producties v.o.f. te Nederwetten (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen W. Doesborgh en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad(hierna: verweerders). Hierop heeft H. Paulissen, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 12 oktober 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2006. Namens klager is daar verschenen voornoemde Frank. Verweerders zijn niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 8 december 2005 is in Dagblad De Limburger en Limburgs Dagblad een artikel verschenen van de hand van W. Doesborgh onder de kop “Lenny Kuhr”. De publicatie luidt als volgt:
Grote gedachten over vrede, verre einders en diepe waters, een schip dat eeuwig uitvaart, lopen over bloembestoven weiden en zonbetoverd bos – jawel, u raadt het al, Lenny Kuhr is er weer met een nieuwe cd. De titelsong Pantha rhei (alles stroomt) geeft eigenlijk precies aan in welke zacht klotsende maalstroom Lenny al jaren gevangen zit. Pretentieuze teksten in een marinade van quasi-laconieke muziekjes – zo probeert Lenny ons met die super-melancholische stem al jaren haar manisch-depressieve wereld in te trekken. Een nare echo van een troubadour met een kamer vol visite. O, ja hoor – de band onder aanvoering van alleskunner Cor Mutsers doet erg haar best – maar het is een beetje parels voor de zwijnen. Kijk uit voor die hidden track aan het einde van de cd: geeft een spooky nasmaak.
 
Bij e-mail van 15 april 2006 heeft klaagster zich tot verweerders gewend met een klacht over bovenstaand artikel. Daarop is door verweerders niet inhoudelijk gereageerd.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klaagster voelt zich gegriefd en beledigd door de gewraakte recensie. Kort gezegd voldoet de gewraakte publicatie niet aan de regels die gelden voor het schrijven van een recensie, aldus klaagster. Volgens haar laat de schrijver zijn persoonlijke afkeer tegen Lenny Kuhr duidelijk blijken en gaat de recensie helemaal niet om de nieuwe cd.
Ter zitting voegt Frank hieraan nog toe dat klaagster een slechte recensie heel goed kan accepteren, maar dat deze publicatie lasterlijk is. In de publicatie wordt niet inhoudelijk uitgelegd waarom de cd niet goed zou zijn, terwijl wel de ontknoping (hidden track) wordt prijsgegeven. Met name de suggestie dat Lenny Kuhr manisch-depressief zou zijn, is volgens klaagster in hoge mate onbetamelijk. Klaagster concludeert dat verweerders met deze recensie de grenzen van de journalistieke ethiek hebben overschreden.
Daarnaast maakt klaagster bezwaar tegen het feit dat verweerders niet hebben gereageerd op haar klacht. Op 15 april 2006 heeft zij naar aanleiding van de recensie een e-mail gestuurd aan de hoofdredacteur, de heer Driessen. Na herhaald aandringen heeft de heer Driessen meegedeeld dat Doesborgh ziek was en niet door hem kon worden gehoord. Daarna heeft zij niets meer van verweerders vernomen. Ter zitting heeft Frank hieraan toegevoegd dat verweerders inmiddels per brief hun excuses hebben aangeboden over de lange afhandelingstijd van de klacht. Naar aanleiding hiervan is dit punt wat klaagster betreft niet meer van belang.
Ten aanzien van de ontvankelijkheid van klaagster heeft Frank ter zitting desgevraagd verklaard dat klaagster pas begin april 2006 het gewraakte bericht onder ogen kreeg. Vervolgens heeft zij op 15 april 2006 een e-mail gestuurd naar verweerders, waarin zij meedeelt dat zij de recensie via een oplettende lezer heeft gekregen en om opheldering vraagt van de in haar ogen inhoudelijk niet onderbouwde recensie. Klaagster heeft verweerders nog enkele malen tevergeefs om een reactie gevraagd en uiteindelijk de onderhavige klacht ingediend.
 
Verweerders beamen dat de wijze waarop de klacht van klaagster door hen is afgehandeld zeer beroerd is en dat klaagster veel sneller antwoord had moeten krijgen. Verweerders voeren ter zake aan dat door ziekte van Doesborgh en interne misverstanden, niemand de klacht heeft beantwoord. Verweerders betreuren deze gang van zaken en hebben klaagster daarvoor inmiddels per brief hun excuus aangeboden.
Ten aanzien van de inhoud van de recensie stellen verweerders dat een recensie per definitie een zeer persoonlijke kleur van de schrijver heeft. De recensent heeft een grote mate van vrijheid. Die vrijheid is niet onbeperkt, maar naar de mening van verweerders blijft deze recensie nog binnen de grenzen van het journalistiek fatsoen. De schrijver bedient zich van stevige beeldspraken en de inhoud is verpakt in kwinkslagen en overdrijvingen, hetgeen binnen het genre van de recensie volgens verweerders bijna gemeengoed is.
Ten aanzien van de verwijzing naar manische depressiviteit stellen verweerders dat zij daarmee enkel een beeld van somberte over de geleverde prestatie hebben willen oproepen. Het is nimmer bedoeld om letterlijk te verwijzen naar deze nare ziekte. Het is verweerders niet bekend of Lenny Kuhr aan die ziekte lijdt dan wel heeft geleden. Mocht dat het geval zijn, dan spijt dat verweerders zeer. In dat geval hadden zij de beeldspraak ook niet willen gebruiken.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Ingevolge artikel 2a lid 1 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek moet een klaagschrift worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden. In beginsel is een klager in zijn klacht niet-ontvankelijk indien hij het klaagschrift niet tijdig heeft ingediend.

Vaststaat dat de klacht niet binnen zes maanden na de gewraakte publicatie bij de Raad is binnengekomen.

Klaagster heeft aangevoerd dat zij eerst begin april op de hoogte raakte van de gewraakte publicatie en kort daarna haar bezwaren daartegen aan verweerders heeft kenbaar gemaakt. Toen een inhoudelijke reactie van verweerders uitbleef, heeft zij de onderhavige klacht ingediend.
 
De Raad is van oordeel dat de door klaagster aangevoerde omstandigheden aan te merken zijn als bijzondere omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigbaar doen zijn, zodat klaagster toch in haar klacht zal worden ontvangen. De Raad neemt daarbij in aanmerking dat sprake is van een geringe termijnoverschrijding en dat niet is gebleken dat verweerders in enig opzicht door het tijdsverloop zijn bemoeilijkt in hun verweer. Voorts acht de Raad, gelet op het betoog van klaagster, nog steeds een rechtstreeks belang van klaagster aanwezig. (vgl. onder meer: X tegen Arends en de Volkskrant, RvdJ 2006/16)
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Van het geven van zijn, kritische, mening over het werk waarop de recensie betrekking heeft behoeft de recensent zich in het algemeen niet te laten weerhouden door de mogelijkheid dat daardoor afbreuk wordt gedaan aan de reputatie van de maker van het werk. Bovendien is het beginsel van hoor en wederhoor, behoudens bijzondere omstandigheden, bij recensies niet aan de orde. De vrijheid van een recensent is echter niet onbegrensd. Bij het voorgaande dient voorop te staan dat een recensie geen wezenlijke onjuistheden mag bevatten. (vgl. onder meer: As Siddiq tegen Trouw, RvdJ 2006/56)
 
De Raad acht het begrijpelijk dat de recensie klaagster niet welgevallig is. Aan de orde is echter de vraag of met de gewraakte recensie – en met name de zinsnede betreffende de ‘manisch-depressieve wereld van Lenny Kuhr’ – de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid zijn overschreden.
 
De recensie bevat een persoonlijk oordeel van de journalist, hetgeen ook voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk is. Naar het oordeel van de Raad stond het Doesborgh vrij zijn mening te uiten op de wijze als hij heeft gedaan.
Overigens hebben verweerders aangevoerd dat het hen onbekend was of Lenny Kuhr aan manische depressiviteit lijdt dan wel heeft geleden. De Raad acht in ieder geval aannemelijk dat verweerders de bewuste zinsnede niet doelbewust hebben gebruikt om klaagster c.q. Lenny Kuhr daarmee te diffameren.
 
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 

BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger en Limburgs Dagbladte publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 november 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.