2006/78 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. van der Goot
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het Fries Journaal
 
Bij brief van 5 september 2006 met één bijlage heeft J. van der Goot te Grou (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. van Keimpema, hoofdredacteur van het Fries Journaal (hierna: verweerder). Hierop heeft A. van Keimpema geantwoord in een brief van 17 oktober 2006. Klager heeft daarop nog gereageerd in een e-mailbericht van 20 oktober 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2006, alwaar partijen niet zijn verschenen.
 
DE FEITEN
 
In juli 2006 is in het Fries Journaal een artikel verschenen onder de kop “Schandalig royement praamschippers Geert Pekema en Ulbe Zwaga Lzn”. De intro van het artikel luidt:
Het praamzeilen begint een aardige vlucht te nemen in Friesland. Leeuwarden heeft al enkele jaren zijn Business Cup, Drachten volgde met eenzelfde wedstrijd, de OSSH van sc Heerenveen heeft er al eentje gehouden (weliswaar totaal mislukt en toch het volle pond betalend), Harlingen is ook gek gemaakt en Heerenveen heeft de eerste editie half juni gehouden. Verschil tussen Heerenveen en de rest is dat Heerenveen zelf de organisatie ter hand nam. En daarin blijkt nu de kiem te zijn gelegd voor een conflict binnen de vereniging Fryske Boerepream die twee leden heeft geroyeerd: Geert Pekema en Ulbe Zwaga Lzn. Een grote schande.
Het artikel bevat daarnaast onder meer de volgende passages:
Wat is er gebeurd? De Heerenveense organisatie belde vorig jaar met Geert om pramen te regelen voor een wedstrijd tussen bedrijven. Sylnocht, zoals Geert zijn praamactiviteiten heeft genoemd, zei toe dat er 18 pramen zouden zijn en dat is bevestigd in een brief van 26 oktober 2005. Twee weken vóór het evenement op 15 juni dit jaar belde Bas de Groot van De Zeilcompagnie dat alles via hem en het Leeuwarder reclamebureau Aldenkamp moest verlopen. (...) Daartoe hebben zij op 7 maart 2006 een convenant gesloten met de vereniging Fryske Boerepream, die verplicht is met de bureaus in zee te gaan als er een evenement is waar meer dan 12 pramen worden ingezet.
en
Terstond werd op een andere wijze een vloot pramen gereserveerd en wel via Eelke Dijkstra uit Terherne, de voorzitter van de vereniging Nije Fryske Sylpream die 15 schepen kon leveren. De overige drie werden ingezet door Geert Pekema, die op één ervan zelf aan het roer stond en die een andere praam liet sturen door Ulbe Zwaga Lzn. Echter, de vereniging Fryske Boerepream had een rondschrijven aan de leden verstuurd dat het hen verboden werd voor Heerenveen te zeilen. Geert, de fatsoenlijkheid zelve, hield zich daarentegen aan een oude afspraak en die integriteit moet hij bekopen met een royement. En passant werd ook Ulbe geroyeerd want hij had niet mogen sturen van de als een ‘politbureau’ fungerende vereniging.
en
Het royement heeft dan ook meer te maken met de persoonlijke kruistocht van voorzitter Jetze van der Goot van de vereniging Fryske Boerepream. Deze club wordt geleid door een dwaze zuipschuit die de weg volledig bijster is.
Hij vergeet dat Geert Pekema de aartsvader is van het praamzeilen. (…) Om zo’n man uit de vereniging te gooien is een grof schandaal. Maar als Geert er werk van maakt zal men hem moeten toelaten en rehabiliteren en heeft Van der Goot zich belachelijk gemaakt.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerder in het gewraakte artikel aandacht heeft gegeven aan een interne aangelegenheid binnen de vereniging ‘Fryske Boerepream’ op een wijze die diffamerend is voor klager in zijn hoedanigheid van voorzitter van die vereniging. Zo wordt ten onrechte gesuggereerd dat hij een persoonlijke kruistocht voert tegen bepaalde leden van de vereniging en wordt hij een dwaze zuipschuit genoemd, die de weg volledig bijster is. Klager voelt zich hierdoor in zijn goede naam en eer aangetast.
Ter toelichting van zijn standpunt stelt klager dat de betreffende leden van de vereniging zijn geroyeerd, omdat zij in strijd met een unaniem besluit van de vereniging handelden door met hun pramen te varen op een evenement dat onder meer door verweerder werd georganiseerd. De laatste jaren organiseert de vereniging in samenwerking met De Zeilcompagnie de zogenaamde Business Cup. Deze zeilwedstrijden zijn een groot succes. Voor de continuïteit van deze evenementen is op 7 maart 2006 een contract gesloten met De Zeilcompagnie, waarin dit bedrijf het exclusieve recht heeft gekregen dit zeilevenement met de vereniging te organiseren. In het voorjaar bleek dat anderen, waaronder verweerder, ook een Business Cup wensten te organiseren op dezelfde wijze als De Zeilcompagnie dat doet. Verweerder had ongeveer vijftien leden van de vereniging gevraagd met hun pramen mee te doen. Toen het bestuur van de vereniging van deze actie op de hoogte werd gesteld, heeft het de leden geattendeerd op het unanieme besluit van 7 maart 2006. Dit heeft tot gevolg gehad dat de leden, op twee na, geen pramen meer beschikbaar stelden. De andere twee leden hebben het besluit van de vereniging genegeerd, hetgeen de aanleiding is geweest deze twee leden het lidmaatschap te ontnemen. Aan dit besluit lag mede ten grondslag dat Pekema nog mondeling is gewaarschuwd voor mogelijke gevolgen.
Klager onderschrijft dat het tot de journalistieke plicht behoort om misstanden aan de kaak te stellen, maar dat moet dan wel op een objectieve manier, met hoor en wederhoor, gebeuren. De journalistieke boodschap kan ook zonder schofterige en beledigende wijze worden overgebracht, aldus klager. Hij concludeert dat verweerder met het gewraakte artikel de eisen van fatsoen ernstig heeft overschreden.
 
Verweerder stelt dat het artikel inhoudelijk sterk is en klopt als een bus. Dat klager niet zo fraai wordt geprofileerd, heeft te maken met zijn wijze van optreden. Zo is de wijze waarop klager Pekema, een integere persoon die aan de wieg stond van het praamzeilen, uit de vereniging heeft gegooid uiterst onbehoorlijk. De gewraakte zinsnede in het artikel is bedoeld om klager te laten voelen wat het is om te worden neergesabeld, zoals Pekema is overkomen. De genoemde feiten zijn bovendien juist.
Verder stelt verweerder dat het Fries Journaal, een krant voor abonnees, geen blad voor de mond neemt. Hij ziet het als zijn journalistieke plicht misstanden aan de kaak te stellen. Vrijwel elk artikel bevat een opinie en kool noch geit wordt gespaard. Een badinerende opmerking hoort bij het karakter van het blad.   
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat het een journalist vrijstaat over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Het gewraakte artikel is echter niet geplaatst en opgemaakt als column of opiniërend stuk, maar als feitelijke berichtgeving.
 
In het artikel wordt aandacht besteed aan de situatie die heeft geleid tot het royement van twee leden van de vereniging Fryske Boerepream, waarvan klager voorzitter is. In dat verband is klager aangeduid als een ‘dwaze zuipschuit die de weg volledig bijster is’. Aldus wordt klager neergezet als een niet serieus te nemen persoon en wordt zijn integriteit als voorzitter van de vereniging aangetast. Naar het oordeel van de Raad is sprake van een zodanig diffamerende kwalificatie, dat verweerder deze niet zonder deugdelijke grondslag had mogen publiceren. Van een dergelijke grondslag is echter niet gebleken.
 
Door zonder deugdelijke onderbouwing klager te diskwalificeren heeft verweerder de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Van Waning tegen de Volkskrant, RvdJ 2006/59)
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het Fries Journaal te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 16 november 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. E.H.C. Salomons, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.