2006/75

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
H. van Wegen en R. Schulten 
 
tegen
 
L. de Vries en AD Amersfoortse Courant
 
Bij brief van 24 mei 2006 met vijf bijlagen hebben H. Van Wegen en R. Schulten te Amersfoort (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen L. de Vries en de hoofdredacteur van AD Amersfoortse Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft A. Kalmann, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 28 juni 2006 met één bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2006 in aanwezigheid van partijen. Ter zitting heeft De Vries zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie.
 
Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. Partijen hebben desgevraagd geen bezwaar gemaakt tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en overige leden.
 
Desgevraagd hebben klagers bij brief van 8 september 2006 nog een nader stuk overgelegd. De brief met bijlage is ter kennisneming aan verweerders gestuurd.
 
DE FEITEN
 
Op 22 maart 2006 heeft Van Wegen, fractievoorzitter en gemeenteraadslid van de Burger Partij Amersfoort (BPA), een persverklaring doen uitgaan. Daarin bericht hij over beschuldigingen aan zijn adres die zijn geuit door PvdA-raadslid R. Smits Alvarez en de wijze waarop de PvdA vervolgens heeft gehandeld. Ten slotte meldt Van Wegen de reden waarom hij in De Stad Amersfoort openheid van zaken heeft gegeven over deze kwestie. Hij vermeldt dat De Stad Amersfoort door Smits Alvarez is benaderd en schrijft verder onder meer:
Op woensdag 15 maart 2006 informeert fractielid Ruud Schulten mij, dat de De Stad Amersfoort (DSA) (redacteur John Spijkerman) koste wat het kost de kwestie in de publiciteit wilde brengen, ondanks onze weigering openheid van zaken te geven.(…) Ruud rapporteerde mij op donderdagmorgen 16 maart 2006 over het gehouden gesprek en maakte melding van het verzoek van DSA om aan de hand van de nieuwe informatie nog eens als fractie te (her)overwegen of het niet beter was medewerking te geven aan het te publiceren verhaal. (…) Op vrijdag, 17 maart 2006 belde DSA (André van der Velde), refereert aan het gebeurde en vraagt openheid van zaken, hij zou dit op papier zetten, wat ook is gebeurd.
 
Op 24 maart 2006 is op de voorpagina van De Stad Amersfoort een artikel verschenen onder de kop “'Lastercampagne' tegen Van Wegen” en de onderkop “Raadslid Smits Alvarez op non-actief gesteld. De intro van dit artikel luidt:
De PvdA stelt een onderzoek in naar beschuldigingen die gemeenteraadslid Ramon Smits Alvarez heeft gedaan aan het adres van BPA-fractievoorzitter Hans van Wegen. Gedurende het onderzoek is de PvdA’er door zijn partij op non-actief gesteld. Volgens Van Wegen heeft Smits Alvarez de afgelopen maanden een roddel- en lastercampagne tegen hem gevoerd.
Het artikel is vervolgd op pagina 5 onder de kop “’Beschuldigingen volstrekt absurd’” en de onderkop “Van Wegen: verspreiden laster is smerig”. De intro van dit artikel luidt:
,,Schokkend en verbijsterend”, zo reageert BPA-fractievoorzitter Hans van Wegen op beschuldigingen van pedofilie, verkrachting en gesjoemel met onroerend goed die PvdA-raadslid Ramon Smits Alvarez de afgelopen maanden over hem de wereld in heeft gestuurd.
 
Vervolgens is op 5 april 2006 in AD Amersfoortse Courant een artikel van de hand van De Vries verschenen onder de kop “Van Wegen slaat dubbelslag” met het chapeau “Voorman Burger Partij Amersfoort rekent af met Smits Alvarez én de PvdA”. De intro van het artikel luidt:
Hoewel het lasterdossier was gesloten, besloot Van Wegen mee te werken aan publicatie van de beschuldigingen van Smits Alvarez.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
De laster van Smits Alvarez stamt al van voor de jaarwisseling. Op 10 januari sprak Van Wegen hem hierop aan. De PvdA’er bekende en bood zijn excuses aan. Op 30 januari werd de kwestie afgerond met een schriftelijke verklaring van de PvdA-top. Het ‘lasterdossier’ werd gesloten.
Ondanks dit bestand besloot Van Wegen rond 23 maart alsnog mee te werken aan publicatie van de beschuldigingen in De Stad Amersfoort. De BPA-voorman verklaart dat hij hiertoe besloot, omdat hem toen pas bekend werd dat Smits Alvarez ook met de lokale pers gesproken had over de kwestie.
Dat is vreemd, want enkele weken voor de verkiezingen was BPA-lid Schulten al over de kwestie benaderd door De Stad Amersfoort. De BPA wist dus al ruim voor de verkiezingen dat de pers lucht had gekregen van de zaak. Van Wegen houdt vol dat hij van niets wist.
Toch verklaarde BPA’er Gerard van Vliet gisteren tegenover deze krant dat er direct na het contact met De Stad Amersfoort door vier mensen werd besloten niet mee te werken aan publicatie: Schulten, Kraanen, Van Vliet en …..Van Wegen zelf.
Het kan voor Van Wegen geen ‘nieuw feit’ zijn geweest dat de pers op de hoogte was. Hij wist dit, net zoals hij wist dat zijn medewerking vereist was om tot een artikel te komen. Want zolang hij weigerde, verscheen er geen artikel.
Waarom besloot Van Wegen later wel mee te werken aan het één-tweetje met de pers? Was hij toch tot het uiterste getergd en eiste hij openbaar genoegdoening? Of zinde hij op wraak? Want met het openbreken van het gesloten geachte ‘lasterdossier’ slaat Van Wegen een dubbelslag.
Niet alleen ontdoet hij zich met de publicatie in De Stad Amersfoort van zijn persoonlijke plaaggeest Smits Alvarez. Ook geeft hij de hele PvdA er flink van langs. Want diens fractievoorzitter had hem twee dagen tevoren gemeld dat de BPA niet zou deelnemen aan het nieuwe college.
 
Op 6 april 2006 heeft D. Bleuel, chef-redacteur van De Stad Amersfoort, een ingezonden brief naar de redactie van AD Amersfoortse Courant gestuurd. Daarin schrijft Bleuel onder meer:
In uw interessante, maar misschien wat te haastige poging om BPA-voorman Hans van Wegen van slachtoffer (want mikpunt van een lastercampagne) tot dader te maken (in de rol van regisseur van een publiciteitscampagne om Ramon Smits Alvarez en de PvdA te beschimpen), is er een belangrijke, wellicht zelfs cruciale onjuistheid in de weergave van de feiten geslopen. U schrijft (..) ,,Dat is vreemd, want enkele weken voor de verkiezingen was BPA-lid Schulten al over de kwestie benaderd door De Stad Amersfoort.” (..) Dat klopt niet. De redactie heeft in de tijd wél met de BPA gesproken, maar het gesprek ging over een gemanipuleerd mailtje dat Van Wegen de wereld instuurde met betrekking tot vermeend misbruik van de Stemwijzer. (…) Pas toen – daags na de verkiezingsuitslag – kreeg de redactie van De Stad Amersfoort inzicht in de feiten. (…) Van Wegen heeft uiteindelijk om hem moverende redenen besloten mee te werken aan de publicatie. Wel deed hij dat onder protest en tekende daarbij aan “zich door de redactie met de rug tegen de muur gezet te voelen”. Voor zover wij weten hoopte hij, door actief mee te werken, te voorkomen dat er ongecontroleerde berichtgeving rond zijn persoon de wereld in zou gaan. (…) Uiteraard heeft het mij gestoord dat u schrijft over een “een-tweetje” met de pers. Dat suggereert naar mijn gevoel een actieve betrokkenheid van twee partijen. Die suggestie werp ik verre van mij. De timing van de publicatie in De Stad Amersfoort is slechts door journalistieke overwegingen bepaald. Zodra het verhaal feitelijk “rond” was, hebben we gepubliceerd. In de diepgaande overwegingen die aan het verhaal vooraf zijn gegaan, hebben noch de verkiezingscampagne, noch het verloop van de college-onderhandelingen een rol gespeeld.
 
Diezelfde dag, 6 april 2006, heeft Van Wegen contact opgenomen met de redactie van AD Amersfoortse Courant, met een verzoek om rectificatie wegens onjuiste feiten en verkeerde gevolgtrekkingen. In een e-mail van 10 april 2006 heeft De Vries aan Van Wegen onder meer het volgende bericht:
Het heeft o.i. geen zin om een uitgebreide polemiek over de kwestie op te nemen in de krant. In de dinsdagkrant wordt wel een ingezonden brief van De Stad Amersfoort meegenomen. Het is voor de lezer echter weinig zinvol om tot in detail een verschil van mening over de kwestie in de kolommen uit te vechten. (…)
Zoals gezegd heb ik mij gebaseerd op een aantal gesprekken, en een conclusie getrokken op grond van een reconstructie van deze gesprekken. De verklaring van Gerard van Vliet is daarin cruciaal geweest, maar deze heeft hij later teruggetrokken, zoals je weet. Toen was het artikel echter al verschenen. Een rectificatie is o.i. dan ook niet aan de orde.
Omdat een ingezonden brief niet de ernst van jouw grief rechtvaardigt, willen we je in de gelegenheid stellen om je in een redactioneel artikel uit te spreken over de hele kwestie.
 
De brief van Bleuel is geplaatst op 13 april 2006 en op 21 april 2006 is een interview met Van Wegen gepubliceerd onder de kop “’Het ging duidelijk om politieke macht’”. De intro bij dit artikel luidt:
Was de lastercampagne van Ramon Smits Alvarez (PvdA) tegen Hans van Wegen een solo-actie of zat er meer achter? Het BPA-raadslid blikt terug.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klagers stellen – kort samengevat – dat het artikel van 5 april 2006 in AD Amersfoortse Courant tendentieus en grievend is. Zonder goede gronden en op basis van kwade vermoedens stelt de publicatie het politiek opereren van Van Wegen en de Burger Partij Amersfoort tijdens de gevoerde college-onderhandelingen in een kwaad daglicht. Ten onrechte is Van Wegen getransformeerd van slachtoffer tot een dader die politieke munt slaat uit zijn slachtofferschap. Op basis van onjuiste en deels bewust verkeerd geïnterpreteerde feiten hebben verweerders een uit de lucht gegrepen en malicieus afrekeningsscenario jegens raadslid Smits Alvarez en de PvdA-Amersfoort geconstrueerd. Daarbij is Van Wegen ten onrechte als leugenaar neergezet, kennelijk met het doel om hem rancune- en wraakgevoelens in de schoenen te schuiven, aldus klagers.
Zij benadrukken dat zij en de overige BPA-leden pas ná de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 ervan op de hoogte raakten dat De Stad Amersfoort door Smits Alvarez was benaderd. Vóór de verkiezingen is met De Stad Amersfoort alleen over een kwestie rond de Stemwijzer gesproken en niet over de lastercampagne van Smits Alvarez. Klagers hebben enkel aan de publicatie in De Stad Amersfoort meegewerkt, omdat ook zonder hun medewerking over de kwestie zou worden gepubliceerd. Door mee te werken konden ze hun eigen visie op de kwestie kwijt.
Klagers wijzen erop dat de juiste feiten bij de redactie van AD Amersfoortse Courant bekend waren, nu die in de persverklaring van Van Wegen waren gemeld. Voorts merken zij op dat Van Wegen voorafgaand aan de publicatie niet in de gelegenheid is gesteld om te reageren.
Verder stellen klagers dat de hoofdredactie onzorgvuldig heeft gehandeld door de brief van Bleuel pas na één week te plaatsen. Door de publicatie van deze ontlastende verklaring zo lang op te houden, hebben verweerders de lezer op het verkeerde been gezet. Overigens hebben verweerders geweigerd een rectificatie te plaatsen en Van Wegen het recht ontzegd een ingezonden brief te schrijven. Klagers nemen het verweerders verder kwalijk dat in de tussentijd een column is gepubliceerd, waarin werd voortgeborduurd op het verzonnen afrekeningsscenario. Weliswaar is op 21 april 2006 nog een interview met Van Wegen gepubliceerd, maar daarin is het gewraakte artikel van 5 april niet ter sprake gekomen.
Klagers concluderen dat verweerders aldus de grenzen van het betamelijke hebben overschreden.
 
Verweerders stellen dat het gewraakte artikel tot stand is gekomen na grondig onderzoek. Zo was het huis-aan-huisblad De Stad Amersfoort al in december 2005 op de hoogte van de geruchten die Smits Alvarez verspreidde over Van Wegen. Enkele leden van de Burger Partij Amersfoort wisten daarvan en binnen de partij is afgesproken om vóór de gemeenteraads-verkiezingen van 7 maart 2006 geen aandacht aan de kwestie te besteden, aldus verweerders.
Zij menen dat het artikel moet worden gezien als een politieke analyse van de nasleep van een lastercampagne in verkiezingstijd. Het artikel beoogt duidelijk te maken dat Van Wegen meer redenen gehad zou kunnen hebben om mee te werken aan de publicatie in De Stad Amersfoort dan slechts de door hem genoemde. Het is aan de lezer om dat te beoordelen. Er worden slechts feiten genoemd die een strategische keuze van Van Wegen niet uitsluiten, aldus verweerders.
Na de publicatie heeft Van Wegen in eerste instantie verzocht om rectificatie. Dat verzoek is niet gehonoreerd, omdat daartoe geen aanleiding bestond. Pas later heeft Van Wegen verzocht om plaatsing van een ingezonden brief, waarop De Vries heeft voorgesteld een interview met hem te publiceren. Op verzoek van Van Wegen is in dat artikel niet gesproken over de gewraakte publicatie van 5 april 2006 en de bezwaren van Van Wegen daartegen. Verweerders hadden het daar juist wél over willen hebben. De ingezonden brief van Bleuel is geplaatst op de eerste dag dat daarvoor ruimte was.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bevat de volgende te onderscheiden onderdelen:
  1. het artikel van 5 april 2006 bevat ernstige ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van Van Wegen c.q. de Burger Partij Amersfoort;
  2. door de ontlastende verklaring van Bleuel pas na één week te plaatsen, hebben verweerders de lezers op het verkeerde been gezet.
 
Ad 1.
In het artikel van 5 april 2006 wordt gesuggereerd dat Van Wegen c.q. leden van de Burger Partij Amersfoort vóór de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 al op de hoogte waren van contacten tussen De Stad Amersfoort en Smits Alvarez, dat zij bewust niet op dat moment - vóór de gemeenteraadsverkiezingen – aan een publicatie hebben meegewerkt en dat zij dat later alsnog hebben gedaan om daaruit politieke munt te slaan. Volgens het artikel zou ter zake sprake zijn van een ‘één-tweetje’ met de pers.
Verweerders hebben aangevoerd dat sprake is van een politieke analyse en dat het aan de lezer is om over de kwestie te oordelen. De Raad deelt dit standpunt echter niet en is van oordeel dat het artikel is gepresenteerd als nieuwsbericht, waarbij de lezer weinig ruimte wordt gelaten voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van Van Wegen c.q. (de genoemde leden van) de Burger Partij Amersfoort niet deugt.
Voormelde suggesties tasten de integriteit van Van Wegen als politicus c.q. de integriteit van (de genoemde leden van) de Burger Partij Amersfoort aan en zijn uitermate diffamerend. Verweerders hadden deze beschuldigingen niet mogen publiceren zonder voorafgaand adequaat onderzoek naar de gegrondheid ervan. Van een deugdelijke grondslag is echter niet gebleken.
Een en ander leidt tot de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over klagers te berichten zoals zij hebben gedaan.
 
Ad 2.
Op 6 april 2006 heeft de chef-redacteur van De Stad Amersfoort een ingezonden brief aan verweerders gestuurd, waarin hij de publicatie van 5 april op een aantal wezenlijke punten weerspreekt. Verweerders hebben deze brief op 13 april 2006 geplaatst, naar zij stellen op de eerst mogelijke dag dat hiervoor ruimte was. De Raad acht deze tijdspanne niet van zodanige aard, dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door de brief niet eerder te plaatsen.  
(vgl. onder meer: De Haan tegen Van Wijngaarden, De Gelderlander, De Boer en BDU, RvdJ 2006/43)
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de publicatie van het artikel van 5 april 2006 is deze gegrond, voor het overige is de klacht ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in AD Amersfoortse Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 17 oktober 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. C.M. Buijs en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.