2006/74 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Stichting “Uit de Bron van Christus”

tegen

S. van Westhreenen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant

Bij brief van 7 augustus 2006 met tien bijlagen heeft mr. M.Ch. Kaaks, advocaat te Amsterdam, namens de Stichting “Uit de Bron van Christus” te Oudehorne (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen S. van Westhreenen en de hoofdredacteur van de Leeuwarder Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft W. Joustra, plaatsvervangend hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 21 augustus 2006.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2006. Namens klaagster zijn daar G. Helder en H.E. Frieser, respectievelijk voorzitter en bestuurslid van klaagster, verschenen tezamen met mr. Kaaks. Verweerders zijn daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 3 juni 2006 is op de voorpagina van de Leeuwarder Courant een artikel verschenen van de hand van Van Westhreenen onder de kop “Klacht over Sonja-sekte na overlijden. De lead van dit artikel luidt:
Als Hessel Hans Nijdam uit Oudehorne op de medische staf had vertrouwd had hij nog geleefd. Maar Hans vertrouwde op Sonja de Vries en haar engelen.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Op 16 mei dit jaar overleed de jonge manager aan kanker. Hij werd 27 jaar. Tegen de Stichting van Sonja, ‘Uit de Bron van Christus’ te Oudehorne, is nu een klacht ingediend bij de Inspectie Gezondheidsdienst.
Zijn ouders, Lydia Bierma en Dick Nijdam, spreken er schande van dat zij niet over Hans’ ziekenhuisopname in zijn laatste levensdagen zijn ingelicht. Zij hebben hun zoon niet meer levend in de armen kunnen sluiten. De ouders nemen het de sekte ook ,,hoogst kwalijk” dat zij ,,enorm passief” is geweest terwijl de gezondheid van Hans achteruit holde.
De klacht bij de Inspectie is ingediend door de Hulpgroep Sekten Friesland. Zij doet in de brief een ,,dringend beroep” op de Inspectie om een nader onderzoek in te stellen. Bij de Inspectie wordt de melding serieus bekeken, meldt woordvoerster Fransien van ter Beek. Er zijn vaker klachten binnengekomen naar aanleiding van ziekte- en sterfgevallen.
en
Hans Nijdam, door de engelen ‘Uryan’ genoemd, had een tumor van lymfeklierkanker in de longen. Artsen van De Tjongerschans vertelden Bierma achteraf dat dit type kanker doorgaans zeer goed behandelbaar is. Een chemokuur slaat bijna altijd direct aan. Bij Hans was de ziekte te ver gevorderd. Hij overleed aan complicaties. De jongeman verbleef bijna tien jaar bij de Sonja-sekte.

Het slot van het artikel luidt:
Voorzitter Gert Helder van de Stichting weet niets van de melding. ,,Het lijkt me onzin”, stelt hij. ,,Dan zou die klacht eerder gericht moeten zijn tot de doktoren.” Helder, in het dagelijks leven raadsgriffier te Harlingen, stelt dat het verder ,,een priv?aak” betreft. ,,Daar doe ik dus geen uitspraken over.”

Het artikel is op pagina 21 vervolgd onder de kop “’Hans geloofde in Sonja’s energie’. De intro bij dit artikel luidt:
Hessel Hans Nijdam uit Oudehorne vertrouwde op Sonja de Vries en haar engelen. Hun energie zou hem redden. Op 16 mei dit jaar overleed de jonge manager aan kanker. Hij werd 27 jaar.
Het vervolgartikel bevat voorts onder meer de volgende passages:
Pas na de dood van Hans Hessel Nijdam, op 16 mei van dit jaar, hoorde moeder Lydia Bierma dat haar zoon al maanden met een ernstige ziekte moet hebben rondgelopen.
en
Zijn ouders verwijten de stichting ‘Uit de Bron van Christus’ in Oudehorne, waarvan hij lid was, dat deze niet eerder alarm heeft geslagen. De ouders werden pas ingeseind toen het te laat was. Ze hebben Hans nooit meer levend gezien.
en
Collega’s van de Kwantum maakten zich w?vroegtijdig grote zorgen over Hans’ gezondheid en met name zijn vreemde hoest, melden zij. Ondanks hun aandringen zocht hij geen medische hulp. Hans vertelde dat hij het druk had. Volgens zijn vader Dick Nijdam vertrouwde hij op de energie die sekteleidster Sonja hem gaf.
en
Bierma wil iedereen waarschuwen die familie heeft bij de geloofsgemeente. ,,Wees op je hoede. Houd er rekening mee dat dit kan gebeuren.” (...) Haar voormalig echtgenoot en vader van Hans, Dick Nijdam, is mogelijk nog opstandiger. De sekte waar hij nooit lid van was, is hem al jaren een doorn in het oog. ,,Sonja moet geweten hebben dat Hans ernstig ziek was. En dan geeft ze hem energie. Daar red je geen levens mee.”

Bij het vervolgartikel is in een kader nog een artikel gepubliceerd onder de kop “Sonja de Vries en haar Goddelijke Opdracht”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Sonja gelooft in zeven sferen van het licht. Zelf komt ze uit de zevende sfeer. Via haar vertellen de engelen ons te leven hoe God het wil. In geschriften uit 1985 zegt ze zieken te kunnen genezen en gespecialiseerd te zijn in kanker en andere ongeneeslijke ziekten.

Naar aanleiding van de publicatie heeft G. Helder, voorzitter van klaagster, op 5 juni 2006 een reactie op de artikelen aan de redactie van de Leeuwarder Courant gestuurd met het verzoek deze als ingezonden brief te plaatsen. Deze brief bevat onder meer de volgende passages:
In deze artikelen wordt gesuggereerd dat Uryan in behandeling was bij Sonja de Vries en dat hij nog in leven geweest zou zijn als hij maar op zijn artsen en niet op Sonja de Vries vertrouwd zou hebben. Daarmee beschuldigt de LC mevrouw De Vries en ons van medeplichtigheid aan zijn dood, een ernstige en schokkende beschuldiging die niet op feiten gebaseerd is.
en
De berichtgeving over dit onderwerp is zeer tendentieus en beschadigend. Wij hebben besloten tot gerechtelijke stappen over te gaan.

In het begeleidende schrijven heeft Helder meegedeeld dat hij nadrukkelijk niet instemt met een verkorte of gewijzigde publicatie.

Bij e-mailbericht van 9 juni 2006 heeft H. Willems namens de redactie onder meer het volgende aan Helder bericht:
De brief die u ons stuurde in reactie op het artikel over Hessel Hans Nijdam zullen wij niet als ingezonden stuk plaatsen. Onze verslaggeefster heeft vooraf verscheidene pogingen gedaan om van de kant van uw stichting een reactie te krijgen op het verhaal van de ouders van Nijdam. Uiteindelijk kreeg ze u aan de lijn. Wat u aan commentaar kwijt wilde, hebben wij in de krant afgedrukt. Van de mogelijkheid om gedetailleerd op het verhaal van de ouders in te gaan, hebt u bewust geen gebruik gemaakt. Het is dan wat vreemd om na publicatie van het artikel wel met een uitvoerige reactie te komen.

Op 10 juni 2006 is een ingezonden brief van de broer en zus van de overledene in de Leeuwarder Courant geplaatst. Hierin is onder meer het volgende bericht:
In de LC van 3 juni stond dat onze broer Uryan Nijdam door nalatigheid van Sonja de Vries zou zijn overleden. Het artikel is gestoeld op onwaarheden en suggesties. Uryan heeft bij Sonja de Vries nooit melding gedaanover zijn gezondheidstoestand. Sonja de Vries en de stichting ‘Uit de Bron van Christus’ kunnen hier daarom ook onmogelijk voor verantwoordelijk worden gehouden.

Vervolgens heeft Helder in een brief van 11 juni 2006, die op 12 juni per e-mail is verstuurd, onder meer het volgende aan de redactie bericht:
Door het artikel over het overlijden van de heer Nijdam in de LC van 3 juni jl., dat gebaseerd is op onjuiste feiten doordat er geen deugdelijk feitenonderzoek is gedaan, is de reputatie van Sonja de Vries, de Stichting ‘Uit de Bron van Christus’ en haar voorzitter, de heer G. Helder, ernstig beschadigd. (…)
Los van de discussie over hoor- en wederhoor had de ingezonden brief van de broer en zus van Uryan aanleiding moeten zijn voor nader onderzoek van de kant van de LC, hetgeen logischerwijs had moeten leiden tot rectificatie. Hierin heeft de LC een eigen journalistieke verantwoordelijkheid.

In een e-mailbericht van 13 juni 2006 heeft Willems aan Helder bericht dat zijn ingezonden stuk van 5 juni alsnog, maar ingekort en voorzien van een naschrift, zou worden geplaatst. Verder heeft Willems meegedeeld:
Bovendien hebben we de tekst aangepast op het punt waar u een feitelijke onjuistheid verkondigt. U schrijft dat de LC beschuldigingen uit jegens Sonja de Vries en uw stichting. Dat klopt niet. De LC heeft geen beschuldigingen geuit, maar heeft verslag gedaan van beschuldigingen door de ouders van Nijdam. U hebt de kans gekregen daarop te reageren.

In reactie hierop heeft Helder meegedeeld dat zijn ingezonden stuk eenzijdig is gewijzigd en dat hij niet instemt met publicatie van zijn stuk in die vorm.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klaagster stelt – kort samengevat – dat de artikelen ernstige ongefundeerde beschuldigingen aan haar adres bevatten. In de artikelen wordt de suggestie gewekt dat zij schuld heeft aan het overlijden van ? van haar leden, doordat zij de overledene heeft afgehouden van reguliere medische zorg. Door de benaming van de geloofsgemeenschap als de ‘Sonja-sekte’ wordt een extra lading gegeven aan de verdachtmaking. Deze ernstige beschuldiging mist volgens klaagster feitelijke grondslag. Op geen enkele wijze is gebleken dat Sonja de Vries en klaagster op enigerlei wijze verantwoordelijk kunnen worden gesteld voor het overlijden van Uryan Nijdam. De ernstige ziekte openbaarde zich pas enkele dagen voor zijn overlijden. Huisgenoten van Uryan hebben tot drie keer toe de huisarts langs laten komen toen hij voor het eerst ziekteverschijnselen vertoonde. In eerste instantie onderkende de huisarts de ernst van de situatie niet. Pas in latere instantie heeft hij Uryan op laten nemen in het ziekenhuis, omdat hij een hartprobleem vermoedde. Daar werd de definitieve diagnose gesteld en vlak daarna is Uryan, tijdens een kleine operatie, plotseling overleden. Zelfs de artsen die hem behandelden, hadden zijn overlijden niet voorzien. De in de artikelen gemaakte suggestie dat Sonja de Vries en klaagster verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van Uryan is derhalve niet alleen grievend, maar bovendien onjuist, aldus klaagster.
Verder stelt zij dat de artikelen hoofdzakelijk zijn gebaseerd op uitlatingen van de ouders van de overledene, die in deze situatie niet objectief te noemen zijn. De ouders waren het oneens met de religieuze keuze van hun kinderen en waren als gevolg daarvan zowel met hun kinderen als met klaagster in dispuut. Zij hadden Uryan al enige maanden niet gezien of gesproken. Verweerders hadden de uitlatingen van de ouders derhalve niet zonder nader onderzoek klakkeloos mogen overnemen. Verweerders hebben niet objectief bericht, maar hebben zich achter de beschuldigingen van de ouders geschaard en die als feit gepresenteerd. Verweerders hadden echter terughoudend moeten zijn, te meer nu de Inspectie voor de Gezondheidszorg zich ten tijde van de publicatie nog niet over de zaak had uitgelaten. In dat verband wijst klaagster erop dat de Inspectie in een brief van 27 juni 2006 aan haar onder meer het volgende heeft bericht: “Sonja de Vries en de Stichting ‘Uit de bron van Christus’, vormen een religieuse gemeenschap. Een gemeenschap waarover de inspectie tot op heden geen feiten bekend zijn dat er gezondheidszorg wordt bedreven en/of pati?en worden behandeld of bewoners worden afgehouden van de reguliere zorg. De inspectie ziet derhalve geen aanleiding om nader onderzoek te doen.
Weliswaar heeft Van Westhreenen voorafgaand aan de publicatie de voorzitter van klaagster benaderd. Helder heeft toen laten weten dat hij niet op de hoogte was van een ingediende klacht en dat ? er al fouten zouden zijn gemaakt, dat in het reguliere medische circuit zou moeten zijn gebeurd. Verder heeft hij meegedeeld dat hij geen commentaar kon geven op feiten en beweringen die hij niet kende en dat het bovendien een priv?angelegenheid betrof. Een en ander neemt niet weg dat verweerders verantwoordelijk zijn voor het publiceren van lichtvaardige verdachtmakingen. Omdat verweerders de aantijgingen van de ouders van Uryan hebben overgenomen en zij onvoldoende objectief waren in hun berichtgeving, konden zij niet volstaan met het geboden weerwoord, aldus klaagster.
Zij betoogt dat door de wijze waarop zij in verband is gebracht met het overlijden van Uryan, de journalistieke grenzen ver zijn overschreden. Door de onjuiste, grievende berichtgeving is klaagsters goede naam in ernstige mate aangetast.

Verweerders stellen dat zij wel degelijk deugdelijk feitenonderzoek hebben gepleegd. Het verhaal is bij meerdere bronnen gecheckt en die verhalen kwamen exact overeen. Ook hebben zij klaagster ruim de tijd geboden te reageren op de beschuldigingen van de ouders. De voorzitter van klaagster is benaderd, maar hij wilde geen commentaar geven omdat het een priv?aak betrof.
Verweerders betwisten dat zij de suggestie hebben gewekt dat klaagster verantwoordelijk is voor het overlijden van ? van haar leden. De ouders, en niet verweerders, verwijten klaagster dat zij zich niet aan haar zorgplicht heeft gehouden. Volgens hen moet het de andere leden van de geloofsgemeenschap toch zijn opgevallen dat de gezondheid van de jongen zienderogen achteruit holde. In de artikelen wordt slechts bericht over de klacht die er naar aanleiding van het overlijden bij de Inspectie is ingediend. De kop van het artikel dekt ook exact die lading. Anders dan klaagster stelt, staat er niet in de kop dat zij schuldig zou zijn aan de dood van ? van haar leden.
Verweerders concluderen dan ook dat zij in dit geval binnen de grenzen van het journalistiek betamelijke zijn gebleven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is dat de berichtgeving ernstige beschuldigingen aan het adres van klaagster bevat, terwijl een deugdelijke grondslag daarvoor ontbreekt. De Raad zal zich tot die kern beperken.

Naar het oordeel van de Raad laat de berichtgeving
de lezer weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van Sonja de Vries respectievelijk klaagster niet deugt en dat zij verantwoordelijk kunnen worden gehouden voor de dood van Nijdam. Dit is een zeer ernstige beschuldiging, die klaagster ernstig diskwalificeert. Verweerders hadden deze beschuldiging niet zonder meer – dat wil zeggen: zonder voorafgaand nader adequaat onderzoek naar de gegrondheid ervan – mogen publiceren. Dit klemt te meer nu de lead van het voorpagina-artikel luidt: Als Hessel Hans Nijdam uit Oudehorne op de medische staf had vertrouwd had hij nog geleefd. Maar Hans vertrouwde op Sonja de Vries en haar engelen.Aldus worden de beweringen niet voor rekening van de ouders van Nijdam gelaten, maar als feitelijk juist gepresenteerd.

De beschuldiging aan het adres van klaagster is voornamelijk afkomstig van de ouders van de overledene, die ten tijde van de publicatie grote onvrede hadden over het handelen van klaagster. S
terk door emoties bepaalde en vaak diep ingrijpende gebeurtenissen als de onderhavige laten zich over het algemeen niet op een verantwoorde wijze beschrijven enkel aan de hand van de feiten zoals deze door deze partij gepresenteerd worden. Daarom kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de betrouwbaarheid van een dergelijke bron als brenger van objectieve feiten.
Uit de door verweerders overgelegde stukken is niet gebleken dat de aan het adres van klaagster geuite beschuldigingen worden ondersteund door andere (in voldoende mate representatieve) bronnen. Aldus is niet gebleken dat voor de berichtgeving voldoende grondslag bestond. (vgl. onder meer: NVM e.a. tegen ‘Kassa’, RvdJ 2006/21)

De Raad is derhalve van oordeel dat verweerders door te handelen en na te laten als hiervoor omschreven, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Leeuwarder Courant te publiceren.
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 oktober 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. C.M. Buijs, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.