2006/73 deels gegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van


G. Kouwenhoven


tegen


A. Karskens en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu


Bij brief van 8 juni 2006 met vier bijlagen heeft mw. mr. I.N. Weski, advocaat te Rotterdam, namens G. Kouwenhoven (hierna: klager) een klacht ingediend tegen A. Karskens en de hoofdredacteur van Nieuwe Revu (hierna: verweerders). Hierop heeft mw. M. van der Werf, Juridische Zaken Sanoma Uitgevers B.V., namens verweerders geantwoord in een brief van 4 september 2006 met zes bijlagen.


De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 september 2006 in aanwezigheid van voornoemde mr. Weski. Verweerders zijn daar niet verschenen.


DE FEITEN

Op 29 maart 2006 is in Nieuwe Revu een artikel van de hand van Karskens verschenen onder de kop “Nederlander voor de rechter om misdaden in Liberia - Mr. Gus wil geen loslippige getuigen”. De intro van dit artikel luidt:
Guus Kouwenhoven, verdacht van oorlogsmisdaden in Liberia, deelde volgens getuigen eigenhandig commando’s uit om mensen te vermoorden. Na gifgasleverancier Frans van Anraat wacht mogelijk opnieuw een Nederlandse zakenman een lange gevangenisstraf.
Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
In het voorjaar van 2003 rijdt de Rotterdamse zakenman Guus Kouwenhoven in een konvooi met twee vrachtwagens en een Toyota Landcruiser het Liberiaanse stadje Kumgbo binnen. Kouwenhoven (Den Bosch, 15 september 1942) wijst twee medewerkers, de broers Robert en Joe M., een hut aan en geeft het commando: “ Do your job” – doe je werk. Onder bedreiging van geweren jagen ze negen mensen de hut in: een man, zijn vrouw, zijn broer en zes kinderen. De deur wordt aan de buitenzijde gebarricadeerd met een plank. Het tweetal giet vervolgens een jerrycan benzine over het rieten dak. Binnen een mum van tijd brandt de hut als een fakkel. Vanuit zijn auto volgt Mr. Gus de moordpartij. Hij hoort hoe het gillen langzaam wegebt. Als zijn adjudanten zich ervan vergewist hebben dat iedereen dood is, gaat de reis verder, richting buurland Si?a Leone. Hier ruilt de zakenman de meegevoerde wapens, AK-47 machinepistolen, granaatwerpers en veel kisten munitie, voor diamanten met de RUF, opstandelingen die berucht zijn om het afhakken van ledenmaten.
Twee slachtoffers, de man en zijn broer, waren ex-werknemers en hebben tegen een onderzoeksteam van de Verenigde Naties uit de school geklapt over het houtkapbedrijf Oriental Timber Corporation (OTC) waarvan Kouwenhoven president-directeur is. Met zijn medeweten zouden illegaal wapens zijn ge?orteerd waarmee tienduizenden West-Afrikanen in de periode tussen 2000 en 2003 het leven verloren. Nu zijn zakenimperium op instorten staat wil Guus Kouwenhoven geen loslippige getuige achterlaten. Het mocht niet baten. Op 18 maart 2005 werd Kouwenhoven in Rotterdam gearresteerd. Nu een jaar later vormt het relaas van broers Robert en Joe M. twee van tientallen getuigenissen tegen de Hollandse ondernemer. Op maandag 24 april staat hij in Den Haag terecht voor overtreding van de Sanctieregeling Liberia, strafbaar gesteld bij de Wet Economische Delicten, en van overtreding van de Wet Oorlogsstrafrecht. Daarmee laat de Nederlandse justitie zien dat ze serieus werk maakt van de vervolging van oorlogsmisdadigers van eigen bodem (...).
en
Zakenman Guus Kouwenhoven vocht zo zij aan zij met president Charles Taylor, die in een zware strijd gewikkeld was met de rebellen die vanuit buurland Guinee Liberia binnendrongen om zijn corrupte en gewelddadige regime te verdrijven. Taylor – nu woonachtig in Nigeria en als oorlogsmisdadiger gezocht door het Si?a Leone tribunaal – had de beschikking over een regulier leger, maar tegen het einde van de oorlog tussen 2001 en 2003 steunde hij vooral op priv?ilities. (...) Uit het Nederlandse onderzoek blijkt dat Kouwenhoven deze lieden op zijn loonlijst had staan. De ‘peetvader van Liberia’ die ook het driehonderd kamers tellende Hotel Africa runde, BMW-importeur was en een wegenbouwmaatschappij uitbaatte, probeerde uit alle macht de val van Charles Taylor te voorkomen.
Het slot van het artikel luidt:
Ondertussen probeert Kouwenhoven opnieuw oud-werknemers het zwijgen op te leggen, onder andere door het bieden van 7000 dollar als ze eerdere verklaringen intrekken. Getuigen die dat weigeren worden met de dood bedreigd. Justitie maakt melding van “duidelijke pogingen van de verdachte om het onderzoek van de politie te belemmeren en getuigen te be?loeden.”


Op 10 mei 2006 is in Nieuwe Revu van de hand van Karskens een artikel verschenen onder de kop “Hoe de van oorlogsmisdaden verdachte Guus Kouwenhoven zijn proces saboteert - De lange arm van Mister Gus. De intro van dit artikel luidt:
De Nederlandse zakenman Guus Kouwenhoven schakelt familieleden en vrienden in om het vonnis in zijn rechtszaak te be?loeden. Hij kan dat doen omdat hij – in het geheim – nog steeds over veel geld beschikt.
Ook in dit artikel worden gebeurtenissen en feiten weergegeven die betrekking hebben op de strafzaak tegen Kouwenhoven, die wordt verdacht van wapenhandel en het plegen van oorlogsmisdaden.


Naar aanleiding van beide artikelen heeft klager bij brieven van 10 april en 31 mei 2006 aan verweerders meegedeeld dat ten onrechte voorafgaand aan de publicaties geen wederhoor is toegepast en dat de artikelen bovendien zeer veel onjuistheden bevatten. Ter illustratie noemt klager in de brieven vele voorbeelden van passages die naar zijn mening onjuiste of verdraaide feiten bevatten. Bij brieven van 19 april en 22 juni 2006 hebben verweerders de standpunten van klager gemotiveerd betwist.


DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN


Klager stelt – kort samengevat – dat de gewraakte artikelen veel onjuiste gegevens bevatten en dat bovendien sprake is van zeer tendentieuze berichtgeving. Zo wordt hij onder meer diverse keren als oorlogsmisdadiger aangeduid. Klager geeft toe dat hij terecht heeft gestaan voor de verdenking van het plegen van oorlogsmisdrijven, maar hij is hiervan door de rechtbank vrijgesproken. Verder worden in de artikelen getuigenverklaringen en namen verdraaid, wordt er verwezen naar een niet bestaande VN-rapportage, wordt er ten onrechte gesuggereerd dat klager nog steeds over veel geld beschikt op geheime bankrekeningen, worden feiten genoemd die niet zijn gebeurd en getuigen aangehaald die niet bestaan. Ter ondersteuning van zijn betoog heeft klager in zijn klaagschrift vele passages uit de artikelen vergeleken met delen van het strafdossier, waarop die passages blijkbaar zouden moeten zijn gebaseerd. Ook worden in de artikelen ernstige beschuldigingen ten aanzien van familieleden van klager gemaakt, zoals omkoping, medewerking aan witwaspraktijken en verkoop van door wapenhandel verkregen diamanten.
Klager betoogt dat hij door de publicatie van deze onware informatie in zijn goede naam en eer is aangetast. Ten onrechte is voorafgaand aan de publicatie van beide artikelen geen wederhoor toegepast. Karskens heeft onvoldoende onderzoek gedaan naar de rechtmatigheid van de informatie die hij via zijn bronnen heeft verkregen, waardoor er een eenzijdig belastend beeld wordt gecre?d. Dit klemt te meer nu veel van de beschuldigingen afkomstig zijn van onbetrouwbare bronnen, onder wie een ex-vriend van een van de familieleden van klager. Aan de objectiviteit en geloofwaardigheid van deze bron moet ernstig worden getwijfeld. Klager neemt het verweerders bijzonder kwalijk dat beschuldigingen van die bron zonder onderzoek voor waar zijn gepubliceerd. Wanneer zorgvuldig zou zijn gehandeld, dan zouden verweerders de wetenschap hebben gehad van de lasterlijke gedragingen van die bron, tegen wie bovendien meerdere politieonderzoeken lopen. Gelet hierop en gezien het feit dat nimmer sprake is geweest van wederhoor hebben verweerders de grenzen van de journalistieke verantwoordelijkheid overschreden.
Ter zitting voegt mr. Weski hieraan desgevraagd toe dat Karskens haar weliswaar om pleitnota’s heeft gevraagd, maar dat dit plaatsvond n?e publicaties en haar vertrouwen in Karskens toen al was geschonden. Karskens heeft haar voorafgaand aan de gewraakte publicaties gebeld noch geschreven, maar heeft ?maal telefonisch contact opgenomen met de dochter van klager. Een en ander kan niet als voldoende toepassing van het beginsel van wederhoor worden beschouwd.


Verweerders stellen – zakelijk weergegeven – dat de gewraakte artikelen op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen. Bij de artikelen is gebruik gemaakt van officiele documenten en toelichtingen die door de nationale en internationale overheidsorganisaties openbaar zijn gemaakt. Verder is de berichtgeving gebaseerd op bevindingen van Karskens in Liberia en zijn gesprekken met diverse bronnen, getuigen en een interview met klager zelf, dat plaatsvond in 2005 ten behoeve van een eerder artikel in Nieuwe Revu (editie 7/2005). Verweerders ontkennen dan ook alle aantijgingen en beschuldigingen die klager naar aanleiding van de publicaties jegens verweerders heeft geuit.
Daarnaast heeft Karskens op allerlei manieren geprobeerd in contact te komen met klager om wederhoor toe te passen. Dit is echter niet gelukt. Bovendien heeft Karskens geen enkele medewerking van de familie van klager en zijn raadsvrouw gekregen. In het verleden heeft de raadsvrouw van klager Karskens welwillend te woord gestaan, maar tijdens de rechtszittingen weigerde zij haar pleidooien te verstrekken. Verder ontliepen de raadsvrouw en de familieleden van klager Karskens stelselmatig en keerden zich demonstratief om als Karskens op hen afstapte. De raadsvrouw van klager heeft willens en wetens haar medewerking aan het tot stand komen van de publicaties geweigerd. Ditzelfde geldt voor de familieleden van klager. Karskens heeft ze op alle telefoonnummers meerdere malen gebeld, maar ze hebben op een enkele keer na steeds ieder commentaar geweigerd, aldus verweerders. Zij zijn van mening dat het beginsel van hoor en wederhoor zo goed mogelijk is toegepast.


BEOORDELING VAN DE KLACHT


De klacht bestaat uit de volgende te onderscheiden onderdelen:
  1. verweerders hebben ten onrechte geen wederhoor toegepast;
  2. de publicaties bevatten feitelijke onjuistheden.
Ad 1.
De Raad stelt voorop dat een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen als de onderhavige – onder meer het verstrekken van opdracht tot het plegen van moord – met bijzondere zorgvuldigheid te werk dient te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Voorts heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat – voor zover wederhoor is geboden – uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking dient te komen dat met betrekking tot hetgeen daarin aan de orde is, wederhoor is toegepast. (vgl. onder meer: Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek tegen De Nieuws Ster, RvdJ 2006/35)


Verweerders hebben aangevoerd dat Karskens tevergeefs heeft geprobeerd om in contact te komen met klager, dat klagers raadsvrouwe heeft geweigerd haar pleidooien te verstrekken en dat de raadsvrouwe en de familieleden van klager Karskens stelselmatig hebben ontlopen en hebben geweigerd commentaar te geven. Klager heeft daartegenover gesteld dat zijn raadsvrouwe voorafgaand aan de gewraakte publicaties niet is benaderd en dat Karskens pas n?e gewraakte publicaties heeft verzocht om de pleitnotities van mr. Weski.


De Raad kan niet vaststellen of verweerders voorafgaand aan de gewraakte publicaties daadwerkelijk telefonisch contact hebben gezocht met klager of diens raadsvrouwe. Echter, gelet op de aard van de beschuldigingen hadden verweerders zich in ieder geval schriftelijk, per fax of per e-mail tot klager of diens raadsvrouwe behoren te wenden, ten einde hun de mogelijkheid te bieden schriftelijk op de aan klagers adres geuite beschuldigingen te reageren. Verweerders hebben niet aannemelijk gemaakt dat dat is gebeurd. Aldus is niet gebleken dat verweerders voldoende pogingen hebben ondernomen om van klager zijn visie op de kwestie te vernemen. Van zwaarwichtige redenen van algemeen belang die dat zouden kunnen rechtvaardigen, is de Raad niet gebleken. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. (vgl. onder meer: Van der Bruggen tegen Koolhoven en De Telegraaf, RvdJ 2005/27)


Ad 2.
Klager stelt dat de artikelen vele onjuistheden bevatten, terwijl verweerders dat gemotiveerd bestrijden. Verweerders hebben ter zake gesteld dat zij de publicaties hebben gebaseerd op diverse bronnen, terwijl klager heeft betoogd dat die bronnen onbetrouwbaar zijn.
Nu de standpunten van de partijen ter zake lijnrecht tegenover elkaar staan en geen materiaal voorhanden is op grond waarvan de Raad kan vaststellen welk standpunt juist is, kan de Raad zich daarover niet uitlaten. De Raad neemt daarbij mede in aanmerking dat de strafzaak tegen klager nog niet is afgerond. De Raad onthoudt zich daarom van een oordeel over dit onderdeel van de klacht.

BESLISSING


Voor zover de klacht is gericht tegen het onvoldoende toepassen van wederhoor is deze gegrond, voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.


De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Nieuwe Revu te publiceren.


Aldus vastgesteld door de Raad op 13 oktober 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. C.M. Buijs, mw. drs. P.C.J. van Schaveren en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.