2006/72 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

B. van Heest

tegen

J. Bouten, R. Mevissen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 15 mei 2006 met zes bijlagen heeft mw. mr. A.M.A. Kok-Verheijde, advocaat te Roermond, namens B. van Heest (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Bouten, R. Mevissen en de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 26 juni 2006 met ? bijlage. Vervolgens heeft klager bij brief van 16 augustus 2006 nog een stuk overgelegd en zijn klacht nader toegelicht.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2006. Klager is daar verschenen vergezeld door voornoemde mr. Kok-Verheijde en M.N. van Heest-Bol, echtgenote van klager. Mr. Kok-Verheijde heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders is H. Driessen, adjunct-hoofdredacteur, verschenen.

DE FEITEN

De klacht heeft betrekking op de volgende, in Dagblad De Limburger verschenen, artikelen:
  • op 25 augustus 2005 van de hand van Mevissen en Bouten onder de kop “Bewoners: raadslid ‘terrorist’ in wooncomplex”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Raadslid Benjamin van Heest gedraagt zich als ,,een psychologisch terrorist” en ,,querulant” in het penthouse in wooncomplex La Tour Meuse in Arcen. Dat zeggen enkele bewoners uit het complex. Hij dreigt met rechtszaken en zorgt voor een stroom (dreig)brieven. Ook Woningstichting Venlo-Blerick en de gemeente Arcen en Velden zijn meer dan eens voor de rechter gedaagd door Van Heest.
Diezelfde dag is een achtergrondartikel gepubliceerd, eveneens van de hand van Mevissen en Bouten, onder de kop “’Benjamin van Heest, een keurige querulant’.
  • op 15 november 2005 van de hand van Bouten onder de kop “Woontoren in Arcen stuurloos. De intro van dit artikel luidt:
Het appartementencomplex La Tour Meuse in Arcen is stuurloos. De drie bewoners die vrijwillig de financi?regelden en dagelijkse klusjes opknapten, zijn ermee gestopt. De reden is dat ze de juridische procedures en dreigingen daarmee van medebewoner B. van Heest beu zijn. Eerder stapte het offici? bestuur van de Vereniging van Eigenaren om dezelfde reden op.
Het artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
Zoals eerder gemeld vinden de bewoners van het complex dat Van Heest zich als een ,,psychologisch terrorist” en ,,querulant” gedraagt. Hij dreigt met rechtszaken en zorgt voor een stroom (dreig)brieven. Met als gevolg dat bewoners in angst leven en zijn opgestapt uit het bestuur van de Vereniging van Eigenaren.
De Woningstichting Venlo-Blerick was de aanhoudende bezwaren en rechtzaken na jaren zo zat dat ze met Van Heest een deal heeft gesloten. De Arcenaar, ook raadslid voor Leefbaar AleV, ontving 75.000 euro van de woningstichting in ruil voor de belofte dat hij niet meer zou procederen.
Het slot van het artikel luidt:
Van Heest wil niet reageren zolang de zaken onder de rechter zijn.
  • op 13 april 2006 onder de kop “Oud-raadslid van Arcen en Velden in ongelijk gesteld. Dit artikel bevat de volgende passages:
Voormalig raadslid B. van Heest (Leefbaar AleV) heeft de rechtszaak verloren die hij had aangespannen tegen medebewoner J. Koning van appartementencomplex La Tour Meuse in Arcen.
Het toenmalige raadslid spande in juli vorig jaar een zaak aan tegen medebewoner Koning. Volgens Van Heest was hij in maart 2004 mishandeld door Koning en zou die laatste hem in dezelfde maand hebben bedreigd en uitgescholden. Er zouden woorden zijn gevallen als ,,leugenaar, huichelaar, farizee?en etterbak”. Ook zou Koning zijn hond tegen Van Heest hebben opgehitst.
en
De zaak tegen Koning is niet de enige rechtszaak die loopt in La Tour Meuse. De Woningstichting Venlo-Blerick was de aanhoudende bezwaren en rechtszaken zo zat dat ze 75.000 euro gaf in ruil voor de belofte van Van Heest dat hij zou stoppen met procederen.
Zoals eerder gemeld voelen meerdere bewoners zich geterroriseerd door Van Heest. Op een goed moment was zelfs niemand meer bereid om het bestuur te vormen van de Vereniging van Eigenaren. Daarom zit er nu een (gedeeltelijk) betaald bestuur onder voorzitterschap van oud-advocaat/oud-rechter W. Meulekamp uit Venlo.
  • op 24 juni 2006 onder de kop “Arcenaar verliest twee procedures. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Arcenaar en oud-raadslid B. van Heest heeft bij de kantonrechter in Venlo twee juridische procedures verloren die hij had aangespannen tegen medebewoners van flatgebouw La Tour Meuse.
en
De tweede procedure waarin Van Heest bakzeil haalt gaat over het illegaal verwijderen van een hek rond de fietsenstalling door drie medebewoners Van der Meer, Koning en Slaats. De sloop is pas achteraf goedgekeurd door de Vereniging van Eigenaars. Daarmee is, aldus de kantonrechter, de omheining alsnog rechtmatig verwijderd. De kantonrechter vindt wel dat de drie bewoners vijfhonderd euro kostenvergoeding moeten betalen aan Van Heest. Toen het hek werd weggehaald, had de Vereniging van Eigenaars daartoe nog niet besloten. Daarom is er niks mis mee dat Van Heest op dat moment de juridische procedure is gestart.
Het is niet de eerste keer dat Van Heest juridische procedures tegen medebewoners verliest.”

Voorafgaand aan de publicatie van 25 augustus 2005 heeft Bouten klager telefonisch benaderd om zijn zienswijze te kunnen geven. Hierop heeft klager gereageerd in een e‑mailbericht van 16 augustus 2005 waarin hij onder meer bericht:
Aangezien ik eerst wens te weten wat en waarover en met welke stukken men allemaal naar buiten is getreden, heb ik verzocht om mij die informatie schriftelijk te verstrekken alvorens hierop commentaar te geven.”
en
Omdat dhr. Bouten weigert mij vooraf de schijnbaar grote hoeveelheid aan informatie te verschaffen en ik mij dus niet behoorlijk vooraf kan ori?eren verzoek ik U, zonodig sommeer ik U, het nog te schrijven artikel niet te plaatsen.

Vervolgens heeft Bouten op 17 augustus 2005 een aangetekende brief aan klager gestuurd. Daarin heeft Bouten onder meer het volgende aan klager bericht:
Gistermiddag heb ik u gebeld met het verzoek een afspraak met mij te maken. Aanleiding is een artikel dat Dagblad De Limburger in voorbereiding heeft over problemen in wooncomplex La Tour Meuse in Arcen. Er zijn problemen tussen bewoners onderling, met de Vereniging van Eigenaren, de Woningstichting Venlo-Blerick en de gemeente Arcen en Velden.(…)
Ik heb u in een ongeveer half uur durend telefoongesprek geprobeerd ervan te overtuigen dat het van belang is dat u uw mening kenbaar maakt. Ik wil u in een persoonlijk gesprek exact voorleggen wat uit andere bronnen is voortgekomen. Bovendien heb ik u aangeboden – omdat u twijfelde aan de eerlijkheid van de journalist – een te produceren artikel aan u voor te leggen met deze restrictie dat u alleen gevraagd wordt te kijken naar feitelijke onjuistheden in passages waarin u wordt aangehaald. Bovendien heb ik nadrukkelijk gesteld dat er geen tijdsdruk is en dat u alle tijd krijgt om te reageren. (…)
Het spijt me te moeten constateren dat u ondanks herhaald aandringen van deze mogelijkheid geen gebruik wenst te maken. U heeft voorts aangegeven dat u niet meer door mij telefonisch gestoord wenst te worden als reactie op mijn aankondiging dat ik heden, woensdag de 17e terug zou bellen in de hoop dat u dan tot een ander besluit zou zijn gekomen.
Daarom wil (ik) graag bij deze schriftelijk een poging wagen met u tot een afspraak te komen. Indien u van gedachten bent veranderd, verzoek ik u vriendelijk contact met mij op te nemen.

Klager heeft daarop gereageerd in een brief van 19 augustus 2005, gericht aan de directie van Dagblad De Limburger. Daarin heeft klager onder meer geschreven:
Te uwer informatie hebben wij de heer Bouten duidelijk te verstaan gegeven, dat hij bij ons welkom is, maar eerst dient hij zijn bronnen bekend te maken en ons voor te houden waarover het concreet gaat, zodat wij ons voorafgaand aan een gesprek goed hebben kunnen ori?eren, c.q. onze zienswijze fatsoenlijk en goed hebben kunnen voorbereiden.
Aangezien een en ander momenteel “onder de rechter” is hebben onze juristen het ons ten sterkste afgeraden om tussentijds ons in het openbaar uit te laten omtrent het door U te plaatsen artikel.
Wij verzoeken U nogmaals dringend zulk een artikel voorlopig niet te plaatsen, zonodig sommeren wij U het artikel nu niet te plaatsen en zeker niet als het gaat om ? persoon of meerdere personen zwart te maken of oude koeien uit de sloot te halen.
Zodra er geen zaken meer onder de rechter zijn willen wij met U de puntjes op de i zetten, hetgeen wij U bij deze toezeggen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat verweerders over hem hebben bericht op een eenzijdige, diffamerende wijze. Zo wordt hij in ? van de koppen en in meerdere artikelen een terrorist genoemd, een in deze tijd zeer beladen woord. Het woord staat weliswaar tussen aanhalingstekens, alsof het een citaat betreft, maar dat ontslaat verweerders niet van hun plicht zorgvuldigheid te betrachten bij hun berichtgeving. Bovendien is de vergelijking onjuist. Klager benadrukt dat hij zich nimmer schuldig heeft gemaakt aan enige daad van terrorisme. Hij probeert juist zijn gelijk te krijgen via de rechter en niet met geweld. Door hem op deze wijze af te schilderen wordt hij in een uitermate negatief daglicht gesteld. Ter zitting heeft klager hieraan nog toegevoegd dat hij geen bezwaar heeft tegen de benaming ‘querulant’. Verder zou niet bezwaarlijk zijn geweest als ter vervanging van het woord ‘terrorist’ zou zijn vermeld dat de bewoners zich geterroriseerd voelden. De term ‘terrorist’ gaat klager echter veel te ver.
Daarnaast stelt klager dat in de artikelen sprake is van informatievervalsing en misleiding. Zo wordt herhaaldelijk vermeld dat hij (oud) raadslid is van de gemeente Arcen en Velden. Klager benadrukt dat hij geen raadslid meer is en dat het feit dat hij raadslid is geweest, niets te maken heeft met de inhoud van de artikelen. Ter zijde merkt klager op dat dergelijke nieuwsberichten ook de partij benadelen waarvan hij raadslid is geweest.
Verder stelt klager dat verweerders onvoldoende pogingen hebben ondernomen om zijn visie op de kwestie te vernemen. Weliswaar heeft een van de journalisten v?het artikel van 25 augustus 2005 getracht contact met hem te zoeken. Hij heeft dat toen afgehouden, omdat hij niet vooraf van informatie werd voorzien waarop het artikel betrekking had. Voorafgaand aan de overige artikelen is ten onrechte in het geheel geen wederhoor toegepast. Hij heeft nimmer de tekst van de artikelen ontvangen en nimmer de mogelijkheid gehad correcties op feitelijke onjuistheden aan te brengen. Zijn standpunt is niet gepubliceerd en dat is verwijtbaar, aldus klager.
Ten aanzien van zijn klacht gericht tegen het artikel van 25 augustus 2005 stelt klager dat hij niet bekend was met de termijn van zes maanden waarbinnen een klacht moet worden ingediend. Volgens klager is hij dan ook tevens in die klacht ontvankelijk.

Verweerders stellen dat zij in hun berichtgeving uitermate zorgvuldig en integer zijn geweest. Zo zijn vele bronnen, waaronder bewoners van het appartementencomplex La Tour Meuse, geraadpleegd. De weergave van de mening van bewoners van het appartementencomplex wordt door betrouwbare bronnen ondersteund. In de artikelen zijn die bronnen ook altijd duidelijk vermeld.
Ter zitting heeft Driessen ten aanzien van het gebruik van de term ‘terrorist’ benadrukt dat dit in de context van de situatie moet worden gezien. Het is een citaat van de ondervraagde bewoners en geeft de mate weer waarin die bewoners zich bedreigd voelen.
Verder stellen verweerders dat klager zich zelf in de schijnwerpers heeft gezet door openbare juridische procedures te voeren. Bovendien is klager een bekende persoonlijkheid in de gemeente, omdat hij ten tijde van de publicaties raadslid was. De omstandigheid dat klager als raadslid tegen zijn eigen gemeente ging procederen was uniek, en daarom nieuwswaardig.
Verweerders bestrijden dat de zaak eenzijdig is belicht. Dat de stellingen van klager niet zijn opgenomen, is het gevolg van het feit dat klager niet bereid was die stellingen aan verweerders kenbaar te maken. Met betrekking tot het artikel van 13 april 2006 wijzen verweerders erop dat die publicatie een weergave bevat van een uitspraak van de rechtbank Roermond in een zaak die klager had aangespannen tegen een medebewoner. In dat soort gevallen is het toepassen van wederhoor niet nodig.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID ten aanzien van het artikel van 25 augustus 2005

Artikel 2a van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek luidt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
Vast staat dat de klacht tegen het artikel van 25 augustus 2005 niet binnen de termijn van zes maanden bij de Raad is binnengekomen.

Klager stelt dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is, omdat hij op 10 september 2005 met de Raad telefonisch contact heeft opgenomen en informatie heeft gevraagd over de wijze waarop een klacht moet worden ingediend. Daarbij is hij enkel verwezen naar de website, terwijl hem niet is medegedeeld dat de klacht binnen zes maanden na publicatie van het artikel dient te worden ingediend. Volgens klager werd op dat moment op de website op geen enkele wijze kenbaar gemaakt dat de klacht binnen zes maanden na publicatie moet worden ingediend.

Dit betoog faalt. Klager is op 10 september 2005 verwezen naar de website van de Raad voor meer informatie over het indienen van zijn klacht. Op dat moment was voornoemd artikel van het Reglement reeds op de website van de Raad beschikbaar. Anders dan klager betoogt, had hij er derhalve van op de hoogte kunnen zijn dat zijn klacht binnen de termijn van zes maanden moest worden ingediend. Derhalve valt niet in te zien waarom klager c.q. zijn raadsvrouw zich niet tijdig tot de Raad had kunnen wenden om zich over de desbetreffende publicatie te beklagen. Aldus bestaat geen grond voor de conclusie dat het niet tijdig indienen van de klacht klager redelijkerwijs niet kan worden tegengeworpen. Dit leidt ertoe dat klager in zijn klacht betreffende het artikel van 25 augustus 2005 niet-ontvankelijk is.

BEOORDELING VAN DE KLACHT ten aanzien van de overige artikelen

De kern van de klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. verweerders hebben met het gebruik van de term ‘terrorist’ journalistiek onzorgvuldig jegens klager gehandeld;
  2. verweerders hebben ten onrechte vermeld dat klager (oud)raadslid is;
  3. verweerders hebben ten onrechte nagelaten wederhoor toe te passen.
Ad 1.
Het artikel van 15 november 1005 bevat de zinsnede “Zoals eerder gemeld vinden de bewoners van het complex dat Van Heest zich als een ,,psychologisch terrorist” en ,,querulant” gedraagt.Gelet op feit dat in de huidige tijdgeest de term ‘terrorist’ als uitermate beladen moet worden beschouwd, is de bewering dat klager zich zou gedragen als ‘terrorist’ – al dan niet voorafgegaan door het adjectief ‘psychologisch’ – zeer diffamerend. Deze bewering diskwalificeert klager zodanig, dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. De enkele stelling dat bewoners van het appartementencomplex dit over klager gezegd zouden hebben, is daartoe onvoldoende. Door klager zonder deugdelijke onderbouwing te kwalificeren als ‘een psychologisch terrorist’ hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer: Van den Broek tegen Dagblad van het Noorden, RvdJ 2006/3).

Ad 2.
In het artikel van 15 november 2005 wordt bericht over diverse juridische procedures waarin klager verwikkeld is (geweest). Niet ter discussie staat dat klager op dat moment raadslid was en derhalve een publieke functie had. Het is journalistiek relevant en niet ontoelaatbaar om dat in de berichtgeving te vermelden. Dat klagers raadslidmaatschap niets van doen had met de procedures waarover werd bericht, kan daaraan niet afdoen.
In de vervolgpublicaties – die plaatsvonden op het moment dat klager geen raadslid meer was – is opnieuw aan klagers raadslidmaatschap gerefereerd. Het is niet ongebruikelijk om in berichtgeving als de onderhavige te vermelden dat de betrokkene een publieke functie heeft bekleed. Verweerders hebben daarmee niet journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Op dit punt is de klacht ongegrond.

Ad 3
.
Klager heeft gesteld dat verweerders onvoldoende wederhoor hebben toegepast. Dit standpunt kan niet worden gevolgd.
In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat, indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden ge?ormeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met aan betrokkene voldoende duidelijk mee te delen, waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht. (vgl. onder meer: Van Agt tegen De Haas en De Telegraaf, RvdJ 2006/36)
Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat verweerders contact met klager hebben opgenomen teneinde zijn zienswijze op de situatie te geven. In zijn brief van 17 augustus 2005 heeft Bouten duidelijk meegedeeld waarover hij klager wenste te spreken en dat hij bereid was klager in een persoonlijk gesprek exact voor te leggen wat er uit andere bronnen is voortgekomen. Bovendien heeft Bouten aangeboden om klager voorafgaand aan de publicatie het artikel ter inzage te sturen met de mogelijkheid feitelijke onjuistheden te corrigeren.
Dat klager vervolgens heeft geweigerd een reactie te geven en dat pas wenste te doen ‘zodra er geen zaken meer onder de rechter zijn’ – hetgeen ook in het artikel van 15 november 2005 is vermeld – kan verweerders niet worden verweten. Ook dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond.

Overigens is niet gebleken dat de gewraakte artikelen feitelijke onjuistheden bevatten van zodanige aard, dat verweerders op dat punt journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.

BESLISSING


Voor zover de klacht is gericht tegen het gebruik van de term ‘terrorist’ is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 28 september 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. E.J.M. Lamers, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.