2006/70 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

J.D. Dijkman, h.o.d.n. Adion Afbouw

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden

Bij brief van 13 juli 2006 met vier bijlagen heeft mr. V.S.M. Sturkenboom, werkzaam bij het Juristenteam te Groningen, namens J.D. Dijkman, h.o.d.n. Adion Afbouw, (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerder). Vervolgens heeft klager bij brieven van 17 en 18 juli 2006 nog een stuk overgelegd en zijn klacht nader toegelicht. P. Sijpersma, hoofdredacteur, heeft op de klacht geantwoord in een brief van 8 augustus 2006.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2006. Klager is daar verschenen vergezeld door voornoemde Sturkenboom. Aan de zijde van verweerders is daar H. Blanken, adjunct-hoofdredacteur, verschenen

DE FEITEN

Op 18 januari 2006 is op de voorpagina van Dagblad van het Noorden een foto van een brand geplaatst onder de kop “Vier schipperswoningen onbewoonbaar na brand. Het slot van het onderschrift bij de foto luidt:
Het vuur brak uit in een leegstaand huis waar een klusjesman per ongeluk isolatiemateriaal in brand zette.
Het bericht is vervolgd op pagina 9 onder de kop “’Ik werd wakker van de brandlucht en zag dikke rook’”. Het slot van het artikel luidt:
De bouwkundige schade als gevolg van de brand schatten experts op 200.000 tot 250.000 euro.
Bij het artikel is een foto geplaatst van de brand en enkele toeschouwers, onder wie een man op de rug gezien met op zijn jas duidelijk zichtbaar ‘Adion Afbouw’. Het onderschrift bij de foto luidt:
Bewoners van de Rijskampenstraat lopen in badjas op straat, bang als ze zijn voor het verder overslaan van het vuur.
Verder is in een apart kader nog een artikel geplaatst onder de kop “Klusjesman kijkt ontdaan naar strijd tegen het vuur. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Wat de klusjesman precies aan het doen was en of hij inderdaad de brand heeft veroorzaakt kon een woordvoerder van de brandweer gisteren niet zeggen. De klusjesman stond gisterochtend hevig ontdaan de strijd van de brandweermannen tegen het vuur gade te slaan.
Naar aanleiding van deze berichtgeving heeft klager nog diezelfde dag telefonisch protest aangetekend bij de redactie van Dagblad van het Noorden en een rectificatie geëist. Op 19 januari 2006 is op pagina 11 van Dagblad van het Noorden een ‘Herstel’ geplaatst onder de kop “Rijskampenstraat” met de volgende tekst:
Uit de berichtgeving en vooral de foto over de brand aan de Rijskampenstraat zou de indruk kunnen ontstaan dat het vuur is veroorzaakt door medewerkers van het bedrijf Adion Afbouw. Die suggestie hebben we niet willen wekken. Adion zelf zegt niets met de brand te maken te hebben.
Bij e-mail van 27 januari 2006 heeft mr. Sturkenboom namens klager de bezwaren tegen de berichtgeving aan verweerder kenbaar gemaakt. Voorts heeft mr. Sturkenboom aan verweerder meegedeeld dat het bericht van 19 januari 2006 niet als rectificatie is gelezen en dat door dat bericht de geloofwaardigheid van Adion opnieuw in twijfel is getrokken.
Reagerend op dit e-mailbericht heeft verweerder bij brief van 6 februari 2006 onder meer het volgende bericht:
Op de dag van de publicatie is er naar de redactie gebeld door een medewerker van Adion. De krant zou ten onrechte de indruk wekken dat het bedrijf iets met de brand te maken zou hebben. Hoewel die suggestie nergens is gelegd, heeft de krant op 19 januari een kleine rechtzetting gepubliceerd.
Was ik gekend in die mogelijkheid, dan had ik daar een stokje voor gestoken. Uw brief bevestigt mij in dat virtueel gebleven besluit. De rectificatie heeft niet meer reden dan dat een lezer ten onrechte via een soort hink-stap-sprongmethode de ‘klusjesman’ uit het artikel in verband zou kunnen brengen met de man in de Adion-bodywarmer op de foto. Dat is onvoldoende als rechtvaardiging; de rectificatie is dus geheel onterecht en overbodig.
U begrijpt dat mijn zienswijze haaks staat op de extra rechten die u nu juist ontleent aan de publicatie van het herstelletje. Ik vrees dat dat zo blijft. Dagblad van het Noorden valt in deze niets te verwijten.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat door het plaatsen van de foto’s in combinatie met de onderschriften, de daaraan gekoppelde artikelen en de kop “Klusjesman kijkt ontdaan naar de strijd tegen het vuur” ten onrechte de suggestie is gewekt dat een medewerker van Adion Afbouw de brand zou hebben veroorzaakt. Volgens klager had verweerder contact met hem op kunnen nemen om te verifiëren of hij c.q. een van zijn medewerkers bij de brand betrokken was. Door dit na te laten en door op deze wijze de foto’s en de artikelen te plaatsen heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld, aldus klager.
Weliswaar is op 19 januari 2006 een ‘herstel’ geplaatst, maar dit bericht is volgens klager geen deugdelijke rectificatie en roept enkel twijfel op over de betrokkenheid van Adion Afbouw bij de brand.
Klager betoogt dat hij ten gevolge van de berichtgeving schade heeft geleden. Ter ondersteuning van zijn standpunt heeft klager hieraan ter zitting toegevoegd dat hij na de publicatie minder orders heeft ontvangen en dat hij tot op de dag van vandaag door zakenrelaties op de kwestie wordt aangesproken.
Ten slotte stelt klager dat de reactie van verweerder van 6 februari 2006 aanmatigend en schofferend is. Hij betoogt dat verweerder aldus niet naar behoren heeft gehandeld.
Verweerder bestrijdt dat in de krant een verband is gelegd tussen het ontstaan van de brand en Adion Afbouw. De krant heeft enkel in haar verslaggeving melding gemaakt van een klusjesman die mogelijk verantwoordelijk zou zijn voor het ontstaan van de brand. De naam Adion Afbouw is in het artikel nergens genoemd.
Dat lezers uit de bij het artikel geplaatste foto hebben geconcludeerd dat een medewerker van Adion Afbouw de betreffende klusjesman is, kan de krant niet worden verweten. Verweerder wijst er onder meer op dat in het artikel wordt vermeld dat de klusjesman op de foto een ontredderde indruk zou moeten wekken. De man op de foto met de Adion Afbouw jas staat er echter ontspannen bij. Verweerder concludeert dat de lezer alleen met behulp van allerlei aannames, die de krant niet kunnen worden toegerekend, tot de slotsom kan komen dat de klusjesman de medewerker van Adion Afbouw op de foto is.
Bovendien was de verslaggever ter plaatse ervan op de hoogte dat de medewerker van Adion Afbouw niets te maken had met de brand, maar toevallig in de buurt was en alleen even kwam kijken. Omdat dat niet relevant was, heeft de verslaggever bewust de naam Adion niet in het artikel vermeld.
Ten slotte blijft verweerder bij zijn eerder ingenomen standpunt dat een herstel zoals geplaatst in de krant van 19 januari 2006 niet nodig was geweest. Ter zitting heeft Blanken hieraan toegevoegd dat de reactie van verweerder van 6 februari 2006 voor klager wellicht onbevredigend was. Met die reactie zijn echter geen grenzen overschreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
  1. de verslaggeving rond de brand is journalistiek onzorgvuldig jegens klager c.q. Adion Afbouw;
  2. met zijn reactie van 6 februari 2006 heeft verweerder journalistiek onzorgvuldig gehandeld.
Ad 1.
Op de foto bij het vervolgartikel van 18 januari 2006 staat een man op de rug gezien met op zijn jas duidelijk zichtbaar ‘Adion Afbouw’. Deze foto vormt een journalistieke bijdrage aan het artikel en de naam ‘Adion Afbouw’ is dus wel degelijk in de berichtgeving gebruikt. Dat die naam verder niet in de artikelen is vermeld, kan daaraan – anders dan verweerder betoogt – niet afdoen.
Door de plaatsing van deze foto in combinatie met de foto op de voorpagina, de onderschriften, de artikelen en de kop “Klusjesman kijkt ontdaan naar strijd tegen het vuur” kan bij de lezer de indruk zijn ontstaan dat klager, althans een medewerker van Adion Afbouw, een rol heeft gespeeld bij het veroorzaken van de beschreven brand. Niet ter discussie staat dat die indruk onjuist is. In gevallen als deze, waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld door de rectificatie.
In eerdere zaken heeft de Raad overwogen dat bij het rectificeren de journalist aan de lezer duidelijk dient te maken dat hij in de te rectificeren publicatie niet juist heeft bericht. Naar het oordeel van de Raad is dat hier gebeurd. In het bericht van 19 januari 2006 is duidelijk vermeld dat de redactie niet de suggestie heeft willen wekken ‘dat het vuur is veroorzaakt door medewerkers van het bedrijf Adion Afbouw’. Hoewel een ruimhartiger rectificatie wellicht niet zou hebben misstaan, is de Raad niettemin van oordeel dat – alle omstandigheden in aanmerking genomen – de berichtgeving van 18 januari 2006 in voldoende mate is rechtgezet in de publicatie van 19 januari 2006. Dit onderdeel van de klacht is ongegrond. (vgl. onder meer: Smulders tegen De Telegraaf, RvdJ 2006/42)
Ad 2.
In zijn brief van 6 februari 2006 miskent verweerder niet alleen dat met de berichtgeving van 18 januari 2006 jegens klager journalistiek onzorgvuldig is gehandeld, hij stelt bovendien dat de rectificatie van 19 januari 2006 ‘geheel onterecht en overbodig was’. Aldus komt verweerder in zijn brief alsnog op de reeds geplaatste rectificatie terug.
Gelet op het oordeel van de Raad dat het artikel van 18 januari 2006 terecht is gerectificeerd, is het bij brief terugnemen van die rectificatie jegens klager journalistiek onzorgvuldig. Op dit punt heeft verweerder grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

Voor zover de klacht is gericht tegen de reactie van verweerder van 6 februari 2006 is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 september 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. E.J.M. Lamers, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.