2006/69 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

S. Vinkenvleugel en de ondernemingsraad van RTV Drenthe

tegen

M. De Bruin en de hoofdredacteur van het Dagblad van het Noorden

Bij brief van 21 juni 2006 met twaalf bijlagen heeft S. Vinkenvleugel, voorzitter van de ondernemingsraad RTV Drenthe,mede namens die ondernemingsraad (hierna: klagers), een klacht ingediend tegen M. De Bruin en de hoofdredacteur van Dagblad van het Noorden (hierna: verweerders). Hierop heeft H. Blanken, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 20 juli 2006 met zeventien bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 25 augustus 2006. Aan de zijde van klagers is daar Vinkenvleugel verschenen, vergezeld van H. Kersten, verslaggever. Namens verweerders waren De Bruin en Blanken aanwezig.
?
DE FEITEN
?
In Dagblad van het Noorden zijn diverse artikelen van de hand van De Bruin verschenen, waarin wordt bericht over een intern conflict binnen RTV Drenthe. De klacht is gericht tegen de volgende artikelen:
  • van 24 december 2005: “Interim-manager haalt zich woede op de hals”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Haar benoeming (die van interim-manager Y. Wildschut) is meteen omstreden, zo meent de ondernemingsraad van RTV-Drenthe, omdat Visser en Wildschut elkaar kennen van managementtrainingen.
  • van 7 januari 2006: “RTV-Drenthe in steeds onrustiger vaarwater”. De intro van dit artikel luidt:
Het rommelt bij RTV Drenthe. Een kritische notitie van een deel van de ontevreden redactie gooide olie op het vuur. Het ontslag van Herbert Dijkstra deed het vuur nog hoger oplaaien. Problemen bij de Drentse omroep dateren overigens niet van vandaag of gisteren.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
Die wrijving heeft er toe geleid dat het college van GS Staal nog liever vandaag dan morgen ziet vertrekken en voorlopig geen rol als suikeroom van RTV-Drenthe ambieert. Vaste volgers van de regionale omroep vinden het vertrek van Staal en Visser het beste dat de zender kan overkomen.
  • van 3 februari 2006: “Directeur Staal van RTV Drenthe laakt ultimatum”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Het is niet de eerste keer dat de sportredactie haar beklag doet over Visser, zo bevestigen bronnen. In 2002 werden er praatsessies belegd over een verstoorde werkverhouding tussen de sportredactie en Visser.
  • van 6 februari 2006: “Bom barst bij RTV Drenthe na jarenlange spanningen”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Collega’s van de nieuws-, sport- en variaredactie vellen een vernietigend oordeel over Visser, waarmee duidelijk wordt dat de kritiek op Visser breed wordt gedeeld op de redactievloer.
  • van 7 februari 2006: “Leiding schoffeert Relus ter Beek”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
De interne problemen bij de regionale omroep etteren al jarenlang voort. Praatsessies, interim-managers, het hele arsenaal dat wordt beproefd als het intern niet meer botert, is al uit de kast gehaald. Wie zijn stem evenwel verheft komt meteen op het hakblok te liggen. Zo kon het gebeuren dat inmiddels een handvol betrokken medewerkers en freelancers niet meer op de regionale zender is te horen. Lastpakken worden zonder pardon langs de zijlijn geparkeerd.
  • van 10 februari 2006: “’Niemand is aangenomen om betaald thuis te zitten’”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
De leden van de sportredactie hebben geen vertrouwen in Wildschut. Ze zeggen dat ze haar regelmatig het aanbod hebben gedaan om te praten. De interim-manager zou daar echter geen belangstelling voor hebben gehad.
  • van 15 februari 2006: “Ondernemingsraad RTV Drenthe heeft slappe knie?lt;/em>”. De intro van dit artikel luidt:
De sportredactie van RTV Drenthe zit nog altijd geschorst thuis en verkeert in het ongewisse of ze dit weekend weer aan de slag mag. Ondertussen is er voortdurend overleg tussen de ondernemingsraad en de Raad van Toezicht van de regionale omroep. Pappen en nathouden is hun adagium.
  • van 20 februari 2006: “Directeur Rob Staal van regionale omroep isoleert zichzelf”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Er is in de verste verte geen zicht op een oplossing en dat mogen vooral Staal, de ondernemingsraad (OR) en de Raad van Toezicht zich aanrekenen. De OR en de Raad van Toezicht blinken uit in passiviteit en oplossingen met een hoog pappen-en-nathoudengehalte, Staal zorgt met dreigbrieven slechts voor een verdere escalatie.
  • van 1 maart 2006: “Sportredactie RTV Drenthe wijst bemiddelaar af”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
De leden van de sportredactie van RTV Drenthe willen niets meer te maken hebben met Huub Elzerman. De oud-directeur van RTV Noord-Holland was door de Ondernemingsraad (OR) van de omroep naar voren geschoven als bemiddelaar in het conflict tussen de sportredactie en chef nieuws en sport Bert Visser. Aanleiding is een zeer amicale ontmoeting en een lunch tussen directeur Rob Staal, Visser en Elzerman eergisteren in het RTV Drenthe pand.
  • van 8 maart 2006: “Conflict bij sportredactie RTV Drenthe sleept zich voort”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Volgens goed ge?ormeerde bronnen duurde een onderhoud tussen de Raad van Toezicht en de Ondernemingsraad van RTV Drenthe vorige week maar luttele minuten. Zo kwam het dat de voorzitter van de OR, Serge Vinkenvleugel, enigszins beteuterd over de uitkomsten van het beraad al weer snel op de stoep stond.
?
Verder is in het klaagschrift gewezen op de volgende artikelen:
  • van 5 mei 2006: “Kerstboodschap inleiding tot val omroepbaas”.
  • van 12 juni 2006: “Raad van Toezicht RTV Drenthe faalt”.
  • van 17 juni 2006: “Intimideren, frustreren en schofferen”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klagers stellen – kort samengevat – dat verweerders op eenzijdige wijze bovenmatig veel aandacht hebben besteed aan een intern conflict binnen RTV Drenthe, zonder toepassing van wederhoor. Aldus hebben verweerders willens en wetens een vertekend beeld gegeven van het functioneren van klagers. Zij ontkennen niet dat er bij RTV Drenthe veel aan de hand is geweest, waarover het de moeite was te berichten. Klagers achten de hoeveelheid artikelen echter buiten alle proporties. Volgens hen is er door verweerders tegen RTV Drenthe maandenlang een hetze gevoerd met als enig doel het kapot schrijven van de concurrentie. Verweerders hebben meningen van de ondernemingsraad opgevoerd, zonder daartoe contact op te nemen met klagers of de ondernemingsraad om de juistheid ervan te controleren.
Verder stellen klagers dat De Bruin zijn meningen heeft geventileerd in nieuwsberichten en de grens heeft laten vervagen tussen nieuws, analyses en opiniestukken. Daardoor is de lezer bijna onopgemerkt een mening opgedrongen, aldus klagers.
Ter toelichting van hun standpunten wijzen klagers op diverse passages in de artikelen die naar hun mening onjuist, eenzijdig en/of tendentieus zijn.
Vinkenvleugel voegt hieraan ter zitting nog toe dat de berichtgeving voor een groot deel is gebaseerd op anonieme bronnen. Dit is journalistiek niet ongebruikelijk, maar de journalist moet dan wel weten dat zijn bronnen betrouwbaar zijn. In dit geval heeft De Bruin slechts een eenzijdig deel – gelet op de kwestie waarover wordt bericht – van de bronnen geraadpleegd, aldus Vinkenvleugel.
?
Verweerders stellen voorop dat zij door het gebruik van logo’s een scherpe scheiding maken tussen nieuws-, achtergrond- en opinieartikelen. De gewraakte berichtgeving over de problemen bij RTV Drenthe is gebaseerd op vele bronnen, onder wie veel personen binnen de omroep zelf. De oordelen over het functioneren van klagers, als vermeld in de artikelen, zijn gebaseerd op feiten. De problemen bij RTV Drenthe zijn uniek en rechtvaardigen het grote aantal artikelen. Bovendien is RTV Drenthe een publieke omroep, die met publieke middelen wordt gefinancierd. De samenleving heeft er recht op te weten of die middelen goed worden besteed. Van een hetze is zeker geen sprake. Zo is er in de betreffende periode ook positief over RTV Drenthe c.q. klagers bericht, aldus verweerders. Zij wijzen in dat verband onder meer op het artikel van 7 februari 2006, waarin tevens is vermeld: “Dat er nog radio en televisie wordt gemaakt bij de regionale omroep is de verdienste van een heel grote groep gemotiveerde en zeer betrokken medewerkers. Zij werken zich een slag in de rondte.” Verder wijzen zij op een artikel van 25 februari 2006 waarin is vermeld dat ‘na een nogal aarzelende opstelling in het conflict bij RTV Drenthe, de OR nu grondig doorpakt’.
Voorts stellen verweerders dat zij klagers de mogelijkheid tot wederhoor hebben gegeven. Dat werd echter geweigerd omdat het een interne kwestie betrof waarover geen mededelingen werden gedaan. Bovendien heeft Vinkenvleugel de mogelijkheid gehad zijn versie van het verhaal te doen in een interview dat op 6 mei 2006 in de krant is verschenen. Daarin heeft hij de bezwaren van klagers tegen de berichtgeving niet te berde gebracht. Integendeel, Vinkenvleugel is daarin geciteerd als volgt: “De or vindt ook dat de werkvloer mede schuldig is aan het drama. Er heerst hier een wandelgangencultuur. Kritiek wordt niet rechtstreeks geuit, maar iemand hoort het altijd via via. Niet voor niets was jullie krant altijd zo goed ge?ormeerd. En onder de oude leiding is een angstcultuur ontstaan waardoor mensen niet meer durfden te zeggen wat ze van iets vonden.” Vinkenvleugel heeft deze uitspraken naderhand niet betwist of bestreden, aldus verweerders.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht betreft allereerst de inhoud van de gewraakte berichtgeving. De artikelen gaan over een aandacht trekkend conflict binnen RTV Drenthe. Met berichtgeving over dat conflict is een maatschappelijk belang gediend. In dat kader is het journalistiek relevant om RTV Drenthe dicht op de huid te zitten en klagers, die een rol in het conflict hebben gespeeld, kritisch te volgen.
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders niet journalistiek onaanvaardbaar over het conflict en de rol van klagers daarin bericht. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat aan de berichtgeving een deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt en hebben gemotiveerd betwist dat de publicaties relevante onjuistheden bevatten.
De Raad heeft voorts niet kunnen vaststellen dat sprake is van een zodanig onjuiste c.q. eenzijdige berichtgeving, dat daardoor de conclusie zou zijn gerechtvaardigd dat verweerders jegens klagers journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
Bovendien zijn klagers herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld hun visie op de kwestie te geven. Voor zover klagers daarvan niet adequaat gebruik hebben gemaakt – omdat gelet op de aard van de kwestie geen mededelingen konden worden gedaan – kan dat verweerders niet worden verweten. Overigens is de Raad van oordeel dat het, gezien de positie van klagers, op de weg van klagers had gelegen om via de ge?ende wegen eerder hun bezwaren tegen de berichtgeving aan verweerders kenbaar te maken. Partijen zouden dan wellicht tot elkaar hebben kunnen komen. (vgl. onder meer: Koffeman tegen Geelen, Stoker, Van Zijl en de Volkskrant, RvdJ 2006/45)
?
Verder maken klagers bezwaar tegen de wijze waarop de artikelen zijn gepresenteerd. Klagers hebben ter zake gesteld dat verweerders niet duidelijk hebben gemaakt dat de berichtgeving voor een deel de mening van De Bruin bevat en dat voorts geen duidelijk onderscheid is gemaakt tussen nieuws, analyses en opiniestukken.
De Raad heeft herhaaldelijk overwogen dat het een journalist vrijstaat over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Uit de door verweerders overgelegde stukken blijkt dat een aanzienlijk deel van de gewraakte artikelen is voorzien van een logo: ‘opinie’, ‘interview’ of ‘achtergrond’. In het algemeen zijn de bedoelingen van de artikelen en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk.
Voorts komen in de artikelen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Overigens hoeft een journalist in een commentaar dat zijn persoonlijke mening over een bepaald onderwerp behelst, niet alle aspecten van het door hem besproken onderwerp te behandelen.
Naar het oordeel van de Raad is niet gebleken dat verweerders op dit punt journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. (vgl. onder meer: Houpperichs tegen Van Dommelen en Van der Hart, RvdJ 2004/75)
?
De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad van het Noorden te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 21 september 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. E.J.M. Lamers, prof. drs. E. van Thijn en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.