2006/66 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Ontwikkelingsmaatschappij De Blauwe Stad C.V. 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 27 maart 2006 met drie bijlagen heeft J. Postema, directeur, namens de Ontwikkelingsmaatschappij De Blauwe Stad C.V. te Winschoten (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 2006. Partijen zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
Op 14 februari 2006 is in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Nieuwe Groningse stad financiële flop” met het chapeau “Na maanden pas 90 van de 1500 kavels verkocht”. De intro van het artikel luidt:
Het miljoenenproject de Blauwe Stad in Oost-Groningen, een nieuwe stad rondom een enorm aangelegd meer, dat vorig jaar met veel tamtam werd gelanceerd, dreigt een financieel fiasco te worden voor onder meer een aantal gemeenten dat meedoet in het superproject. Pas 90 van de 1500 beschikbare kavels zijn verkocht.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Zelfs voorstanders van het eerste uur vrezen dat bij een aanhoudend trage verkoop van de kavels gemeenten en andere investeerders uiteindelijk moeten opdraaien voor mogelijk miljoenen euro’s aan extra rentelasten en andere kosten.
en
 “Fractievoorzitter Karel Kötz van GroenLinks in Winschoten, bestuurslid van de commissie die zich met de Blauwe Stad bezighoudt, is zelf hartstochtelijke voorstander van het project, dat door onder meer de communisten in Oost-Groningen al jarenlang wordt voorgesteld als een bodemloze put. Nu heeft hij echter kritiek en maakt zich grote zorgen.
,,De schrik slaat je toch om het hart als je hoort dat pas een honderdtal kavels verkocht is in de eerste maanden dat de verkoop loopt. Juist in die tijd verwacht je normaal gesproken een grote toeloop!”Kötz zegt dan ook pas ,,een beetje gerustgesteld” te zijn als 500 huizen verkocht zijn. Een grotere landelijke verkoopcampagne zou de Blauwe Stad een extra zetje kunnen geven, meent hij.
De verkopers van de immense lappen grond bij Winschoten maken zich echter geen zorgen, zo laten ze optimistisch weten. Volgens Bineke Drenth van de Blauwe Stad is het getal van 90 zelfs boven verwachting. ,,We hopen er dit jaar nog eens zo’n 150 te verkopen”, vertelt ze. ,,De stad wordt in fases opgebouwd. Daardoor komen sommige kavels waar mensen een oogje op hebben soms pas over enkele jaren in de verkoop. Daar wordt op gewacht door belangstellenden. We gaan ervan uit dat in de komende jaren uiteindelijk alle kavels verkocht worden.”
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat in de kop en het chapeau een onjuiste, misleidende indruk is gewekt over de inhoud van het artikel. De kop en het chapeau dekken de lading van het artikel niet, maar zijn wel de eerste blikvangers.  
Ter toelichting van haar standpunt wijst klaagster erop dat niet na het suggestieve ‘maanden’, maar na slechts zes maanden 90 kavels zijn verkocht. Volgens het businessplan van de Blauwe Stad zouden er vóór het eind van 2005 25 kavels verkocht moeten zijn. Er zijn dus niet ‘pas’ maar ‘al’ 90 kavels verkocht. Van een ‘financiële flop’ is dus geen sprake. 
Klaagster voelt zich door de berichtgeving ernstig benadeeld. Voor veel lezers van De Telegraaf zal de Blauwe Stad een slecht lopend en financieel riskant project blijven. Het kan voor klaagster erg schadelijk zijn als de lezers van De Telegraaf, onder wie velen tot haar doelgroep horen, zich van de Blauwe Stad afwenden. Verweerder heeft een bijzondere verantwoordelijkheid, nu De Telegraaf in een grote oplage verschijnt en breed gelezen wordt, aldus klaagster. Zij is verder van mening dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen.
Klaagster benadrukt ten slotte dat met de ontwikkeling van de Blauwe Stad veel belangen zijn gemoeid.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De kern van de klacht is dat de kop en het chapeau van het artikel onjuist en misleidend zijn. De Raad zal zich tot die kern beperken.
 
In het artikel wordt de ontwikkeling van de Blauwe Stad aan de orde gesteld. Volgens klaagster is in de kop en het chapeau ten onrechte de indruk gewekt dat de verkoop van het aantal kavels tegenvalt. Klaagster meent dat de verkoop juist boven verwachting is.
 
Niet ter discussie staat dat op het moment van de publicatie feitelijk 90 van de 1500 beschikbare kavels zijn verkocht. In dat verband wordt de fractievoorzitter van GroenLinks in Winschoten, de heer Kötz, aan het woord gelaten. Kötz deelt mee zich zorgen te maken over de verkoop van het aantal kavels. Gesteld noch gebleken is dat Kötz verkeerd is geciteerd.
 
De kop en het chapeau kunnen als enigszins suggestief worden gekarakteriseerd. Dat dit klaagster onwelgevallig is, is echter onvoldoende voor de conclusie dat verweerder daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld.
Het is immers journalistiek gebruikelijk dat een artikel in de kop scherp wordt aangezet. Daarmee worden alleen de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden als de kop geen enkele grond vindt in het artikel. Daarvan is hier – gelet op de context van het artikel – geen sprake.
 
Verweerder heeft bovendien wederhoor toegepast bij een medewerkster van klaagster en die reactie in het artikel verwerkt.

Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door over het project van klaagster te berichten zoals hij heeft gedaan.
 
Het voorgaande in aanmerking genomen, bestaat evenmin grond voor de conclusie dat verweerder grenzen heeft overschreden door klaagsters verzoek om rectificatie niet te honoreren.
 
(vgl. onder meer: VNO-NCW tegen Herderschêe en de Volkskrant, RvdJ 2005/46)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 september 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.