2006/63 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
P.W.A. van Baal
 
tegen
 
R. Elst en de hoofdredacteur van BN/DeStem
 
Bij brief van 14 juni 2006 met een bijlage heeft P. van Baal te Oudenbosch (hierna: klager) een klacht ingediend tegen R. Elst en de hoofdredacteur van BN/DeStem (hierna: verweerders). Hierop heeft P. Oosthoek, redactiemanager van BN/DeStem, geantwoord in een brief van 6 juli 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 augustus 2006. Partijen zijn daar niet verschenen.  
 
DE FEITEN
 
Op 9 juni 2006 is in BN/DeStem een artikel van de hand van Elst verschenen onder de kop “’Deze visboer moet op de zwarte lijst’”. Dit artikel bevat de volgende passage:
Peter van Baal voelt zich niet aangesproken. Handel is handel. En voor de eenmanszaak die hij runt is elke verkochte vis meegenomen. Vooral ook omdat het Van Baal niet voor de wind gaat. Twee jaar geleden riep het Algemeen Dagblad hem in de nationale kibbelingtest uit als slechtste kibbelingbakker van Nederland. Zijn gebakken vis werd beoordeeld met een nul. ,,Pas begonnen en het vet was te koud”, luidde het excuus van Van Baal.
Vorig jaar haalde Van Baal het nieuws, omdat een overvaller hem had opgesloten in de koelcel van zijn winkel. Bleek niets van waar. Van Baal had de overval verzonnen. Het Visbureau weet ervan. Ze houden hem in de gaten. Hij heeft geen beste reputatie.
,,Dit soort figuren hoort niet thuis in de vishandel. Het zijn cowboys, zoals die ook onder de leveranciers zijn te vinden. Ze gaan voor de snelle winst.”
 Tilly Sint Nicolaas omschrijft Van Baal als onbetrouwbaar. ,,Toen we woensdagavond hoorden van zijn plan, heb ik direct contact opgenomen. Hij vertelde me dat hij zou afzien van de verkoop. En nu blijkt hij toch nieuwe haring te verkopen. Onbegrijpelijk. Deze visboer hoort op de zwarte lijst thuis.”
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat hij als eerste de Hollandse nieuwe op de markt heeft gebracht. Aan de verschillende media is verzocht om bij dit onderwerp te blijven en niet over zijn verleden te berichten, aldus klager. Hij betoogt verder dat zijn verleden niet relevant is voor de berichtgeving. Door de publicatie van het artikel is hij ten onrechte in een kwaad daglicht komen te staan. Volgens klager heeft hij hierdoor onnodig schade geleden.
 
Verweerders stellen dat in het artikel enige (niet bestreden) feiten over het verleden van klager zijn vermeld teneinde licht te werpen op de reputatie van klager. Volgens verweerders  is dit relevant omdat de branche vindt dat klager een nieuwe smet toevoegt aan zijn blazoen.  


Er wordt zelfs gesteld dat klager op een soort zwarte lijst zou moeten, aldus verweerders. Ten slotte stellen zij dat klager geen enkele toezegging is gedaan over het wel of niet vermelden van feiten uit het verleden.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Voorop moet worden gesteld dat een journalist vrij is in zijn selectie van nieuws. Er is geen norm van journalistieke zorgvuldigheid die meebrengt dat een journalist toe- of instemming behoeft te hebben van degene over wie hij publiceert. Het is bovendien aan de journalist om te bepalen vanuit welke invalshoek(en) een onderwerp wordt belicht en in welke context het bericht wordt gebracht. Dat neemt niet weg dat de journalist wel steeds een afweging dient te maken tussen het belang dat met de publicatie is gediend en de belangen die door de publicatie worden geschaad, en dat moet worden vermeden dat nodeloos schade wordt toegebracht. Bovendien brengt de journalistieke verantwoordelijkheid met zich mee dat de persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. (vgl. onder meer: RvdJ 2006/13; RvdJ
2005/49)
 
De Raad acht de berichtgeving in het artikel “’Deze visboer moet op de zwarte lijst’”terughoudend en niet grensoverschrijdend. De feiten uit het verleden van klager zijn relevant voor de context van het verhaal. Bovendien is niet gebleken dat het artikel feitelijke onjuistheden van enig belang bevat.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/DeStem te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 13 september 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.