2006/61 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
J. Bleijenberg 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van ‘Kassa’ (VARA)
 
Bij brief van 24 april 2006 met een bijlage heeft J. Bleijenberg te Almelo (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van ‘Kassa’ (hierna: verweerder). Hierop heeft mr. M.F. Hartstra, bedrijfsjurist van de VARA, geantwoord in een brief van 1 juni 2006 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 2006. Partijen zijn daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 26 november 2005 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘Kassa’ in de rubriek ‘Belbus’ aandacht besteed aan een klacht van klager tegen Air Berlin (hierna: de uitzending). In de uitzending vertelt klager dat hij en zijn familie vanaf hun vakantieadres niet op de geboekte datum naar huis mochten vliegen, omdat een van zijn kinderen pukkeltjes in zijn gezicht had. Volgens het personeel van Air Berlin kon dat wellicht besmettelijk zijn en een risico voor de andere reizigers meebrengen. Daarom heeft het personeel van Air Berlin klager en zijn familie verzocht het vliegtuig te verlaten. Klager vertelt dat dit voor hem ongeveer € 700 - 800 extra kosten heeft meegebracht. Vervolgens zijn de door klager in Alicante geraadpleegde arts en een advocaat aan het woord gelaten. Ten slotte is door de presentator bericht dat klager volgens Air Berlin een gezondheidsverklaring aan het cabinepersoneel had moeten overhandigen, maar dat Air Berlin alle onkosten zal vergoeden.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat in de uitzending ten onrechte is vermeld dat Air Berlin alsnog zijn onkosten zou vergoeden. Volgens klager is gebleken dat Air Berlin nooit een woord heeft gerept over een vergoeding. Klager meent dat verweerder zijn hand heeft overspeeld en slechts de uitzending wenste te vullen. Verweerder heeft aldus een vorm van journalistiek bedreven die alleen het eigen belang dient, over de rug van de consument. Klager heeft om een uitleg van de gang van zaken gevraagd, maar die is hem niet gegeven.
 
Verweerder stelt dat met de uitzending geen journalistieke normen zijn overschreden. Hij wijst op een brief van Air Berlin waaruit blijkt dat de maatschappij aanvankelijk voornemens was alle onkosten aan klager te vergoeden. Air Berlin heeft klager verzocht om bewijzen van de onkosten over te leggen. Als gevolg van de opstelling van klager heeft Air Berlin inmiddels, geruime tijd na de uitzending, haar aanbod tot het vergoeden van de onkosten ingetrokken. Verweerder heeft daarmee echter niets te maken.  
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Kern van de klacht is dat in de uitzending ten onrechte is vermeld dat klager een onkostenvergoeding van Air Berlin zou ontvangen. Uit de door verweerder overgelegde brief van Air Berlin blijkt dat die vermelding niet onjuist is. Verweerder heeft derhalve geen grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Ten overvloede overweegt de Raad dat voor zover klager het standpunt van Air Berlin niet juist acht, de Raad daarover niet kan oordelen aangezien dat geen journalistieke gedraging betreft.
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Kassa’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 september 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.