2006/6 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

X

tegen

de hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio

Bij brief van 13 juli 2005 heeft mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet schriftelijk op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 20 oktober 2005. Namens klager is daar mr. Knoester verschenen. M. Bicker Caarten, hoofdredacteur van BNR Nieuwsradio, was eveneens aanwezig.

DE FEITEN

Klager ondergaat een terbeschikkingstelling (TBS). Op 7 juni 2005 heeft hij zich onttrokken aan zijn begeleid verlof. Naar aanleiding hiervan zijn op last van de Officier van Justitie op 12 juni 2005 de volledige naam en herkenbare foto van klager vrijgegeven voor publicatie in de landelijke media, met het doel om informatie te verkrijgen teneinde klager te kunnen aanhouden. Op 14 juni 2005 is klager aangehouden op verdenking van een nieuw strafbaar feit.

Op 29 juni 2005 is in een radio-uitzending van BNR Nieuwsradio aandacht besteed aan de een onthulling van een kunstwerk door de Prof. Dr. W.P.J. Pompekliniek te Nijmegen (hierna: de uitzending). In de uitzending is de volledige naam van klager vermeld.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager maakt bezwaar tegen het vermelden van zijn naam in de uitzending. Hij stelt dat vanaf het moment van zijn aanhouding op 14 juni 2005 zijn status veranderde van voortvluchtige TBS-er in die van verdachte. Op 20 juni 2005 heeft hij per fax aan verscheidene media verzocht niet langer gebruik te maken van zijn volledige personalia en zijn herkenbare foto. In de verschillende faxberichten is aangegeven dat het verder verspreiden van zijn gegevens niet langer gerechtvaardigd werd door enig ander te respecteren belang. Op maandag 27 juni 2005 is dat standpunt nog eens onderstreept via een persbericht van het ANP. Verschillende media hebben daar eveneens aandacht aan besteed. Klagers raadsman heeft het standpunt van klager op 27 juni 2005 ook uiteengezet in een interview op Radio 1 en BNR Nieuwsradio.
Klager meent dat het in ieder geval vanaf 27 juni 2005 voor alle media duidelijk moet zijn geweest dat hij de mening is toegedaan dat het verder verspreiden van zijn persoonsgegevens en foto als onrechtmatig handelen jegens hem moet worden aangemerkt, althans in ieder geval dat dat moet worden beschouwd als een ontoelaatbare inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer. Tegen deze achtergrond maakt hij bezwaar tegen de vermelding van zijn naam en het tonen van zijn herkenbare foto vanaf 27 juni 2005.
De omstandigheid dat zijn gegevens eerder op last van het Openbaar Ministerie zijn verspreid met de bedoeling hem aan te houden, maakt volgens klager nog niet dat het verspreiden van die gegevens niet moet worden begrensd. Wanneer er niet langer argumenten zijn die het voortduren van de desbetreffende inbreuken rechtvaardigen, moet het gebruik van die vrijgegeven gegevens worden beëindigd, aldus klager.
Klager betoogt dat er onvoldoende zwaarwegende argumenten zijn om zijn volledige personalia in de gewraakte uitzending te openbaren. Hij heeft er daarentegen wel degelijk een voldoende redelijk belang bij dat de inbreuk op zijn recht op privacy niet langer voortduurt. In dat verband wijst hij er nog op dat herhaling de kracht van de herinnering is. Voortdurende herhaling van zijn gegevens leidt tot een onnodige, onevenredig langdurige inbreuk op zijn rechten, aldus klager.
Volgens klager moeten journalisten telkens opnieuw beoordelen of publicatie van zijn gegevens gerechtvaardigd is. Daarbij moet de vraag worden gesteld of anonimisering afbreuk doet aan de berichtgeving of dat publicatie van de gegevens voor de berichtgeving noodzakelijk is. Aangezien dit naar het oordeel van klager hier niet het geval was, acht hij de uitzending van 29 juni 2005 onrechtmatig, althans ontoelaatbaar en beklagwaardig.

Verweerder heeft ter zitting aangevoerd dat in het buitenland verdachten en veroordeelden gewoon met naam en toenaam worden aangeduid. In Nederland geldt een gentleman’s agreement dat verdachten en veroordeelden alleen met hun initialen worden aangeduid, hoewel dit volgens verweerder door sommige media niet wordt gerespecteerd. De reden dat klagers naam en foto zijn gepubliceerd is dat het Openbaar Ministerie die gegevens zelf aan de pers heeft verspreid. Dat is een uniek geval. Volgens verweerder zou het koddig zijn om klager, die in de dagen na zijn onttrekking aan zijn begeleiding met volledige naam werd aangeduid, opeens alleen met initialen aan te duiden. Daar komt nog bij dat berichtgeving op de radio vluchtig is; zo wordt er bijvoorbeeld geen archief van bijgehouden. Elk medium moet zelf de afweging maken of het belang van de samenleving zwaarder moet wegen dan de privacy van klager. Verweerder begrijpt dat het gebruik van zijn volledige naam vervelend is voor klager, maar hij wil niet gedwongen worden tot het gebruik van initialen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat, volgens het vaste oordeel van de Raad, de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is.
Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. Dat de identiteit van de betrokkene door een reportage bekend wordt, maakt de reportage evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.

De foto en persoonsgegevens van klager zijn op 12 juni 2005 door het Openbaar Ministerie aan de landelijke media verstrekt met het verzoek deze te publiceren teneinde de opsporing en aanhouding van klager te bevorderen. Het doel van het publiceren van de foto en de persoonsgegevens van klager was op de datum van de aanhouding van klager bereikt.
Of met de publicatie van die gegevens daarna grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt enerzijds belang toe aan het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend en anderzijds aan de mate waarin de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene is aangetast.

In dit verband acht de Raad het van belang dat de betrokken berichtgeving betrekking had op een onderwerp waarvoor het noemen van de volledige naam van klager geen enkele maatschappelijke relevantie had. Het enkele feit dat het ‘koddig’ zou zijn klager met initialen aan te duiden nu zijn gegevens al eerder waren gepubliceerd, is in dit verband onvoldoende en geeft geen blijk van de ter zake vereiste belangenafweging in bovengenoemde zin.

Onder die omstandigheden is de Raad van oordeel dat het vermelden van klagers naam in de uitzending van 29 juni 2005 een ongerechtvaardigde aantasting van klagers privé-leven vormde.

Verweerder heeft derhalve door het gebruik van klagers volledige naam in de uitzending van 29 juni 2005 grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerder bijvoorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van BNR Nieuwsradio en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 8 februari 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. mr. H.M.A. van Meurs en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.