2006/59 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
drs. R.C. van Waning
 
tegen
 
M. van Calmthout en de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
Bij brief van 20 april 2006 met twee bijlagen heeft drs. R.C. van Waning te Amstelveen (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. van Calmthout en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop heeft P.I. Broertjes, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 19 mei 2006 met als bijlage een reactie van Van Calmthout op de klacht.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 juni 2006. Klager is daar verschenen en heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders waren Van Calmthout, M. Persson (redacteur Kennis) en B. Witman (adjunct-hoofdredacteur) aanwezig.
 
Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.
 
DE FEITEN
 
Op 22 oktober 2005 is in de Volkskrant een artikel van de hand van Van Calmthout verschenen onder de kop “Stikstofkaart van KNMI doet geen goed bij de querulanten”. De intro van dit artikel luidt:
Een geweldig actiemiddel? Of misleiding? Er is rumoer over de NOx-kaartjes die het KNMI sinds deze week dagelijks publiceert. Want maskeert de luchtvaart niet het verkeer?
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Als er iemand kan zeuren vanuit de milieuhoek dan is het wel Robert van Waning, particulier strandhuisjesverhuurder in Zandvoort en zelfbenoemd vliegtuigstrepen-waarnemer te Amstelveen. Geen redactie in Nederland die niet nu en dan een e-mail krijgt over de manier waarop in Nederland een enorm milieuprobleem wordt verzwegen.
Dat probleem is dat het intensieve vliegverkeer (over Amstelveen) sluierbewolking (over Zandvoort) veroorzaakt. En het schandaal is dat de weermannen en vrouwen (‘weerpraatjesmakers als Marjon de Hond’) net doen alsof die contrails natuurlijke sluierbewolking zijn. Wat natuurlijk gebeurt om de belangen van Schiphol en de vliegindustrie te beschermen.
en
Deze week is Van Waning met een nieuw offensiefje begonnen. En opnieuw heeft het KNMI het gedaan. Sinds dinsdag publiceert het KNMI in De Bilt dagelijks op de website een kaartje van de NOx concentraties boven Europa, kortweg de luchtvervuiling, omdat stikstofoxides nauw betrokken zijn bij het ontstaan van smog en mist. (…) Dagelijks publiceren geeft de milieubeweging dus elke dag argumenten om te pleiten voor strikter milieubeleid, vooral rond het verkeer.
Maar Van Waning denkt daar heel anders over. Want de metingen van het instrument OMI, dat het KNMI vanuit de ruimte de gegevens over de stikstofvervuiling verschaft, werkt alleen goed als er niet te veel bewolking is. En dus, zegt de vliegtuigstrepen-activist in een mail aan milieuvrienden en media, maskeert het ene milieuprobleem het andere. Vliegtuigstrepen verhullen verkeerssmog.
Precies, valt bijvoorbeeld Jan Juffermans van het milieu-educatiecentrum De Kleine Aarde in Boxtel hem bij in een e-mail aan alweer de halve wereld. Het is een schandaal. ‘Het lijkt erop dat er bewust wordt misleid.’
Bij het KNMI valt OMI-expert dr. Pieternel Levelt haast van haar stoel. Bewust misleid? Dat bewolking de metingen kan blokkeren is bekend en ook in de persberichten gemeld. Alleen zijn contrails bij lange na niet dicht genoeg om OMI het zicht te ontnemen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt voorop dat hij al sinds 1995 foto’s maakt van bewolking die door vliegverkeer wordt veroorzaakt. Daarbij gaat het niet om de bekende vliegtuigstrepen (‘contrails’), maar om de minder bekende laag van luchtvaartsmog die vliegtuigen op ongeveer tien kilometer hoogte om de wereld ‘weven’. Sinds enige jaren publiceert klager een selectie van zijn foto’s op internet.
Volgens klager is – kort samengevat – sprake van onjuiste, onnodig grievende berichtgeving. In een e-mail van 18 oktober 2005, die hij onder meer aan de wetenschapsredactie van de Volkskrant heeft gestuurd, heeft hij geschreven dat het KNMI geen foto van autosmog kan maken als er te veel vliegtuigsmog is. In dat bericht heeft hij een duidelijk onderscheid gemaakt tussen vliegtuigstrepen/contrails en luchtvaartsmog. Dat onderscheid is echter niet gemaakt in het gewraakte artikel. Daardoor wordt ten onrechte de indruk gewekt dat hij zou hebben gezegd dat vliegtuigstrepen/contrails verkeerssmog zouden verhullen. Die onjuiste suggestie heeft Van Calmthout kennelijk ook voor commentaar voorgelegd aan Levelt. Aldus heeft Van Calmthout geen reactie van Levelt gekregen op hetgeen klager heeft beweerd, maar heeft hij dat wel als zodanig in het artikel doen voorkomen. Verder hebben verweerders zich schuldig gemaakt aan stemmingmakerij door onder meer het gebruik van de termen ‘querulant’, ‘rumoer’, ‘offensiefje’ en ‘schandaal’, aldus klager. Hij wijst er verder op dat hij nooit in Zandvoort komt en geen strandhuisjes verhuurt.
Klager stelt voorts dat geen duidelijk onderscheid is gemaakt tussen feiten en meningen. Hij wijst er in dat verband op dat hij zijn bezwaren tegen het artikel aan de ombudsman van de Volkskrant heeft kenbaar gemaakt. De ombudsman heeft hem meegedeeld dat het artikel is opgeschreven als een column en ook zo behandeld had moeten worden. Dat dat niet is gebeurd, is volgens de ombudsman te betreuren. Klager meent echter dat het artikel moet worden beoordeeld op grond van de inhoud en de wijze waarop het is gepresenteerd: als een serieus te nemen artikel van een wetenschapsredacteur dat in het katern ‘Kennis’ is gepubliceerd. Aan het artikel moeten dan ook hoge eisen worden gesteld ten aanzien van waarheidsgehalte, zorgvuldigheid en objectiviteit. Van Calmthout beschikte dus niet over de vrijheid waarvan een columnist mag profiteren, aldus klager.
Hij betoogt dat hij in de berichtgeving ten onrechte publiekelijk te schande is gezet en dat zijn reputatie van lastige maar gewetensvolle klokkenluider is aangetast.
 
Verweerders stellen dat klager al jarenlang systematisch de publiciteit zoekt voor zijn standpunt dat vliegtuigstrepen willens en wetens worden veronachtzaamd in de Nederlandse weerkunde en pers.
De redenering die klager uiteenzette in zijn e-mail van 18 oktober 2005 was naar het oordeel van Van Calmthout een interessante hypothese. Hij besloot daarom de gedachte van klager voor te leggen aan het KNMI. Als klager gelijk had, had het KNMI een probleem, hetgeen journalistiek interessant is. Levelt liet weten dat contrails en sluierbewolking geen obstakel zijn voor correcte metingen, en dat daarvoor veel zwaardere bewolking nodig is. Dat commentaar zou normaal gesproken reden zijn om niets over de hypothese te schrijven, maar in het geval van klager lag dat anders. Klager is immers de man die al jaren hamert op het schandaal van de verzwegen contrails. Het wordt dan journalistiek interessant als hij zijn hand lijkt te overspelen en nog interessanter is het als hij daarbij bijval krijgt van de directeur van het milieu-educatiecentrum De Kleine Aarde. Het was zelfs niet denkbeeldig dat klagers foutieve hypothese een eigen leven had kunnen gaan leiden in milieukringen. Een en ander was voldoende journalistieke aanleiding voor een stukje in de krant, dat liet zien hoe een ideetje in de milieusector het niet haalde in de echte wereld.
In dat verband stellen verweerders nog dat in de rubriek ‘Kennis’ wetenschapsjournalistiek wordt bedreven, waarbij alle stijlmiddelen geoorloofd zijn. Het gewraakte artikel heeft een betrekkelijk gechargeerde toon, die voortkomt uit de noodzaak in zeer kort bestek klager en zijn missie te schetsen. Een neutrale formulering zou klager mogelijk ook te veel eer hebben gegeven; hij is geen reguliere wetenschappelijke bron, maar een actievoerder met wellicht een interessante wetenschappelijke hypothese.
Verweerders erkennen dat zij één feitelijke fout hebben gemaakt door te schrijven dat klager een strandhuisjesverhuurder in Zandvoort zou zijn. De ombudsman van de Volkskrant heeft klager aangeboden deze onjuistheid recht te zetten, maar klager heeft dat aanbod afgewezen.
Verweerders menen dat klager publiciteit wilde en die ook haalde, zij het wellicht niet met de strekking die hij had gehoopt.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat het een journalist vrijstaat over een bepaald feit zijn mening te verkondigen, mits duidelijk is dat het om zijn persoonlijke opvatting gaat. Dat is hier echter niet gebeurd. Verweerders hebben niet aannemelijk gemaakt dat het artikel deel uitmaakt van een vaste, lichte rubriek, waar meer journalistieke vrijheid mogelijk moet worden geacht.
Uit hetgeen verweerders naar voren hebben gebracht, blijkt ook dat zij het e-mailbericht van klager van 18 oktober 2005 serieus hebben genomen. Van Calmthout heeft de hypothese van klager onderzocht en heeft daartoe het commentaar van het KNMI gevraagd. Bovendien is de reactie van het milieu-educatiecentrum De Kleine Aarde in het artikel verwerkt.
Aldus is naar het oordeel van de Raad geen sprake van een publicatie die vergelijkbaar is met een column. Het artikel is vormgegeven als feitelijke berichtgeving.
 
Klager heeft aannemelijk gemaakt dat het door hem gemaakte onderscheid tussen vliegtuigstrepen/contrails en luchtvaartsmog onjuist in het artikel is verwerkt. Hij is immers van mening dat luchtvaartsmog van invloed is op de waarneming van autosmog en niet, zoals in het artikel is gesuggereerd, vliegtuigstrepen/contrails. Voorts is klager neergezet als een niet serieus te nemen ‘querulant’.
Aldus is de publicatie zodanig diffamerend en diskwalificeert deze klager zodanig, dat verweerders dit niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. Van een dergelijke grondslag is echter niet gebleken.
 
Al het voorgaande in samenhang bezien, komt de Raad tot de slotsom dat verweerders met de publicatie grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 8 september 2006 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. C.M. Buijs, mw. mr. H.M.A. van Meurs en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.