2006/55 ongegrond onthouding oordeel

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
C. School
 
tegen
 
J. Dobbelsteen en de hoofdredacteur van Omroep Brabant
 
Bij  brief van  19 juni 2006 met  een  bijlage heeft  mr. R.F.W. van Seumeren,  advocaat  te  ’s-Hertogenbosch, namens C. School te Reek (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Dobbelsteen en de hoofdredacteur van Omroep Brabant (hierna: verweerders). Hierop heeft Dobbelsteen geantwoord in een brief van 26 juni 2006 met vier bijlagen. Voorts heeft G. Bielderman, directeur/hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 5 juli 2006 met een bijlage. Ten slotte heeft Bielderman bij brief van 12 juli 2006 een dvd-opname van de gewraakte uitzendingen overgelegd.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juli 2006. Klager is daar verschenen vergezeld van mr. Van Seumeren, die de klacht heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Daarna heeft klager zijn standpunt nog nader uiteengezet, eveneens aan de hand van een notitie. Aan de zijde van verweerders waren Dobbelsteen en T. Zunneberg, coördinator nieuwe media en ondersteunende diensten, aanwezig. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de dvd-opname van de gewraakte uitzendingen bekeken.
 
DE FEITEN
 
Op 30 april 2006 is op de teletekstpagina van Omroep Brabant een bericht verschenen onder de kop “Te Meerman vervolgen voor stembusfraude Landerd’”. Dit bericht luidt:
Justitie moet het voormalige Landerdse raadslid Guus te Meerman vervolgen voor stembusfraude. Dat vindt loco-burgemeester Chris School.
Te Meerman kreeg een opvallende hoeveelheid voorkeursstemmen - 181 stuks - op het stembureau waar hij zelf toezicht hield tijdens de verkiezingen van 7 maart. In de rest van Landerd kreeg de kandidaat voor Zeelands Welzijn maar 11 stemmen.
Justitie hield een schaduwverkiezing in het stemdistrict waar Te Meerman in het stembureau zat. School wil niet zeggen wat daarvan de uitslag is. "Maar hij kreeg absoluut géén 181 stemmen", zegt de loco-burgemeester.
Voorts is op 30 april en 2 mei 2006 in uitzendingen van Brabant Nieuws TV aandacht besteed aan deze kwestie.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager is wethouder en loco-burgemeester van de gemeente Landerd. Hij stelt dat Dobbelsteen tijdens een besloten feestelijke bijeenkomst heeft geprobeerd hem uitspraken te ontlokken over vermeende stembusfraude van een voormalig raadslid. Klager stelt slechts te hebben gezegd dat hij hoopt dat justitie in het belang van de gemeente Landerd snel duidelijkheid zal geven.
 
In een uitzending van Brabant Nieuws TV en op teletekst van Omroep Brabant is vervolgens een bericht verschenen, waarin hem uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan, aldus klager. Ter ondersteuning van dit standpunt heeft hij verklaringen van het merendeel van de genodigden van de feestelijke bijeenkomst overgelegd. Klager stelt dat Dobbelsteen onzorgvuldig en ethisch onjuist heeft gehandeld door deze wijze van nieuwsgaring op een besloten feestelijke bijeenkomst. Voorts voert hij aan het slachtoffer te zijn geworden van valse berichtgeving. Hij betoogt dat, mede gelet op de gevoeligheid van dit onderwerp en op de politieke afspraken binnen het college van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad, door de berichtgeving zijn integriteit geweld is aangedaan.
 
Verweerders stellen dat het vooral een zaak lijkt te zijn van persoonlijke geloofwaardigheid en dat geen sprake is geweest van een onwaar bericht. Ter ondersteuning van hun standpunt hebben zij een verklaring van de vriendin van Dobbelsteen overgelegd, die eveneens op de feestelijke bijeenkomst aanwezig was.
Verweerders brengen naar voren dat de verklaringen die klager heeft overgelegd, hen hebben verbaasd. Zij wijzen erop dat klager wethouder c.q. loco-burgemeester is, en derhalve een publieke figuur. Klager wist dat hij – zij het in een informele, feestelijke sfeer – in gesprek was met een journalist en dat Dobbelsteen het volste recht had een bericht te maken over de uitlatingen van klager. Ten slotte merken verweerders op dat het wellicht netter was geweest klager vooraf van de publicatie op de hoogte te stellen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De Raad stelt voorop dat Dobbelsteen klager, een publiek figuur, met open vizier tegemoet is getreden. Het feit dat klager op een besloten feestelijke bijeenkomst uitspraken heeft gedaan, maakt niet dat Dobbelsteen met het vergaren van die informatie grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. Klager was zich bewust van de aanwezigheid van Dobbelsteen en van het feit dat deze werkzaam is als journalist. Met verweerders is de Raad van oordeel dat het chiquer was geweest als zij voorafgaand aan de publicaties klager daarover hadden geïnformeerd. Dat zij dat hebben nagelaten is echter onvoldoende grond voor de conclusie dat zij daarmee journalistiek onzorgvuldig jegens klager hebben gehandeld.
Ten overvloede merkt de Raad op dat het in een dergelijk geval de voorkeur verdient om in de publicatie te vermelden onder welke omstandigheden de desbetreffende uitspraken zijn gedaan.
 
De klacht betreft voorts de vraag of de woorden van klager juist zijn weergegeven. De standpunten van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. Er is geen materiaal voorhanden op grond waarvan kan worden beoordeeld wat klager op de besloten feestelijke bijeenkomst daadwerkelijk heeft gezegd. De Raad kan derhalve niet vaststellen of klager in het artikel uitspraken in de mond zijn gelegd die hij niet heeft gedaan, zodat de Raad zich ter zake van een oordeel onthoudt. (vgl. onder meer: Op de Coul tegen de Volkskrant, RvdJ 2005/42)
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de wijze waarop Dobbelsteen informatie heeft vergaard is deze ongegrond. Voor het overige onthoudt de Raad zich van een oordeel.
 
De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van Brabant Nieuws TV, en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren, alsmede de beslissing integraal of in samenvatting op de teletekstpagina van Omroep Brabant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 1 september 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. E.H.C. Salomons en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.