2006/53 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
J. Reijnders (BN/De Stem)
 
Bij brief van 15 mei 2006 met vijf bijlagen heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J. Reijnders (hierna: Reijnders). Hierop heeft de secretaris van de Raad klager bij brief van 29 mei 2006 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom naar zijn mening sprake is van een geval als bedoeld in artikel 2a lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek. Klager heeft daarop geantwoord in een schrijven van 30 mei 2006. Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klager bericht dat de Raad zich eerst zal uitspreken over de ontvankelijkheid van klager. Hierop heeft klager zijn standpunt nader uiteengezet in een brief van 16 juni 2006. Bij brief van 21 juni 2006 heeft P. Oosthoek, redactiemanager van BN/De Stem, namens verweerder gereageerd ten aanzien van de ontvankelijkheid van klager. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 27 juni 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 14 juli 2006 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 13 augustus 2003 is in BN/De Stem een artikel verschenen onder de kop “Hoevenaar verdacht van verkrachting”. Voorts is op 16 april 2004 in BN/De Stem een artikel verschenen onder de kop “Eis zes jaar tegen ‘oversekste hippie’”. Tot slot is op 1 mei 2004 in BN/De Stem een artikel verschenen onder de kop “Vier jaar cel voor verkrachter van 62. De artikelen gaan over een strafzaak tegen klager.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
De klacht is gericht tegen de wijze waarop over de strafzaak tegen klager is bericht. Klager stelt dat de artikelen suggestief en onjuist zijn en dat ten onrechte geen hoor en wederhoor heeft plaatsgevonden.
Ten aanzien van zijn ontvankelijkheid stelt klager dat hij in verband met zijn detentie van augustus 2003 tot en met mei 2006 niet de beschikking had over het materiaal dat nodig was om een klacht bij de Raad in te dienen.
 
Verweerder stelt dat de termijn waarbinnen klager zijn klacht had moeten indienen ruimschoots is verstreken. Hij gaat daarom ervan uit dat klager in zijn klacht niet-ontvankelijk zal worden geacht.
 
BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
 
Op 1 februari 2005 is in het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek artikel 2a ingevoerd, dat luidt als volgt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
De onderhavige klacht, ingediend ná 1 februari 2005, heeft betrekking op journalistieke gedragingen uit 2003 en 2004. Toentertijd kende het Reglement geen termijn voor het indienen van een klaagschrift op straffe van niet-ontvankelijkheid en in de huidige tekst van het Reglement is hieromtrent geen overgangsrecht opgenomen.
Echter, een redelijke uitleg van de nieuwe regeling brengt mee dat voor klachten over publicaties van vóór 1 februari 2005 de termijn op laatstgenoemde datum begint te lopen. Deze klachten moeten dus in beginsel vóór 1 augustus 2005 zijn ingediend, tenzij redelijker-wijs niet aan de klager kan worden tegengeworpen dat hij dat niet heeft gedaan.
Dat laatste is niet aannemelijk geworden. Daarbij neemt de Raad in aanmerking dat uit de door klager overlegde stukken blijkt dat hij reeds in 2004 op de hoogte was van het bestaan van de gewraakte artikelen. Bovendien heeft klager zich reeds toen tot verweerder gewend, waarbij hij tevens heeft aangekondigd zich tot de Raad te zullen wenden. Klager moet dan ook in zijn klacht niet-ontvankelijk worden verklaard. (vgl. onder meer: De Wit tegen Panorama, RvdJ 2006/04).
 
BESLISSING
 
Klager is in zijn klacht niet-ontvankelijk.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in BN/De Stem te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 1 september 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.T.M. Driehuis, mw. drs. M.G.N. Mathot, mw. E.H.C. Salomons en drs. L.W. Verhagen, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L. Bultman-den Haan, plaatsvervangend secretaris.