2006/51 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
H.J. Korterink en Audax Publishing B.V. (Aktueel)
 
Bij brief van 10 mei 2006 met een bijlage heeft mr. C.L. de Koeijer, advocaat te Terneuzen, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H.J. Korterink en Audax Publishing B.V., uitgever van Aktueel (hierna: verweerders). Hierop heeft E.M.F. van Doorn, advocaat te Gilze, geantwoord in een brief van 6 juni 2006.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 30 juni 2006. Namens klager was mr. De Koeijer aanwezig, die het standpunt van klager heeft toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Verweerders zijn daar niet verschenen.
 
DE FEITEN
 
In februari 2006 is in nummer 8 van Aktueel een artikel van de hand van Korterink verschenen onder de kop “Vlaamse Bonnie & Clyde vooral populair bij slachtoffers”. Het artikel gaat over een Belg en zijn Nederlandse vriendin die, aldus het artikel, met vuurwapengeweld overvallen plegen en auto’s stelen. In het artikel wordt vermeld dat klager een slachtoffer is van de Belg, doordat hij bij een drugsruzie in zijn woning een kogel in zijn rug kreeg en daardoor invalide is geraakt. Klagers naam en woonplaats zijn in de publicatie vermeld.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de vermelding van zijn naam niet kan worden beschouwd als essentieel voor de waarde van het artikel en dat zijn privacy derhalve onnodig is geschaad. De schietpartij waarover het artikel handelt, heeft meer dan tien jaar geleden plaatsgevonden. Destijds was klager actief in het drugscircuit in zijn woonplaats. Nadat hij is neergeschoten, heeft hij zoveel mogelijk geprobeerd een ander leven op te bouwen. De mensen om hem heen kennen hem dan ook niet als iemand die actief is (geweest) in het criminele circuit. Hij wijst erop dat hij destijds, in de krantenartikelen die vlak na de schietpartij zijn gepubliceerd, ook alleen met zijn initialen is aangeduid. Slechts enkelen zijn op de hoogte van de wijze waarop hij invalide is geraakt.
Het gewraakte artikel is voor klager erg ingrijpend. Hij wordt regelmatig op de publicatie aangesproken. In het artikel staat dat hij niets kwijt wil over de schietpartij en de schutter. Het is echter nooit zijn bedoeling geweest mee te werken aan het artikel. Hij heeft de journalist die bij hem aan de deur kwam, duidelijk laten weten dat hij met de hele zaak niets meer te maken wil hebben.
Volgens klager klemt een en ander te meer nu hij niet alleen als slachtoffer, maar ook als verdachte kan worden aangemerkt. Uit het artikel komt immers naar voren dat hij destijds een revolver bij zich had en dat de schietpartij draaide om een drugsruzie in zijn woning.
Klager is bevreesd voor de gevolgen die de publicatie voor hem heeft, zowel zakelijk als privé. Daarbij komt dat hij als gevolg van het ongeval en het daardoor gehandicapt raken regelmatig depressief is en suicidale neigingen heeft.
Klager stelt dat het op de weg van verweerders had gelegen zijn naam niet te vermelden of ten minste daarvoor aan hem toestemming te vragen althans daarover vooraf met hem te overleggen. Door dit na te laten hebben verweerders gehandeld in strijd met hun journalistieke verantwoordelijkheid.
 
Verweerders stellen dat er aanleiding bestond om een reportage te maken over een in België voortvluchtige crimineel. Zij hebben niets anders gedaan dan hun lezers te infomeren over die crimineel, die eerder in Nederland actief was. Volgens verweerders dient een nieuwsbericht zoveel mogelijk gegevens te bevatten die het voor het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen.
Verweerders stellen dat klager is benaderd, de journalist zich als zodanig bekend heeft gemaakt en heeft meegedeeld dat hij een reportage voor Aktueel ging maken. Het commentaar van klager is meegenomen in het artikel. Klager heeft niet te kennen gegeven bezwaar te hebben tegen het vermelden van zijn naam. Er was geen reden om klager slechts met initialen aan te duiden. Dat zou juist criminaliserend en stigmatiserend zijn geweest. Bovendien is klager duidelijk als slachtoffer genoemd. Voor zover verweerders bekend, is klager nooit als verdachte vervolgd. De kwestie is destijds uitgebreid in het nieuws geweest en in de woonplaats van klager weet iedereen wie hij is en wat er met hem is gebeurd. De vermelding van klagers naam in het artikel heeft hierbij geen verdere betekenis en is ook niet onzorgvuldig te achten, aldus verweerders.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Niet ter discussie staat dat klager slachtoffer is geworden van een ernstig misdrijf. De publicatie laat de lezer verder weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat klager bovendien destijds actief was in het criminele circuit. In dat verband overweegt de Raad voorts dat, volgens zijn vaste oordeel, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid is geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden geïdentificeerd. (vgl. onder meer: X tegen AD/Groene Hart, RvdJ 2006/28)
 
Daarbij komt dat, zoals de Raad eerder heeft overwogen, naarmate een langere periode is verstreken na het plaatsvinden van het criminele gebeuren, van de journalist een grotere mate van zorgvuldigheid mag worden verlangd met het oog op het belang van de verdachte c.q. veroordeelde. (vgl. X tegen Ebisch, RvdJ 2001/3)
 
Voorts heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat in het algemeen de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is.
 
Dat klagers naam en woonplaats zijn vermeld maakt de publicatie op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privéleven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds.
 
In dit verband acht de Raad het van belang dat klager is genoemd in verband met een ernstig misdrijf dat ruim tien jaar geleden heeft plaatsgevonden en waarvan hij als slachtoffer nog altijd de gevolgen ondervindt. Door klager is onbetwist gesteld dat hij destijds in de berichtgeving over die kwestie alleen met initialen is aangeduid. Door de publicatie is klager wederom met dat misdrijf in verband gebracht. Klager heeft aannemelijk gemaakt dat dit voor hem zowel zakelijk als privé negatieve gevolgen heeft.
 
Daarbij komt dat de vermelding van klagers naam niet in het belang van een volledige berichtgeving was en dus ook niet kan worden beschouwd als essentieel voor de waarde van het bericht. Het artikel had voor wat betreft de aanduiding van klager geanonimiseerd kunnen worden, zonder dat afbreuk zou zijn gedaan aan de inhoud en nieuwswaarde ervan. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat verweerders voor de aanduiding van de andere in het artikel besproken personen, met uitzondering van de Belg en zijn vriendin en een inmiddels overleden persoon, wél initialen hebben gebruikt.
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders, door de volledige naam van klager te vermelden, grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk toelaatbaar is.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Aktueel te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 31 augustus 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, mw. drs. J.X. Nabibaks en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.