2006/5 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

S.K.A. Brown

tegen

P.R. de Vries

Bij brief van 17 oktober 2005 met diverse bijlagen heeft S.K.A. Brown te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen Peter R. de Vries (hierna: verweerder). Hierop heeft verweerder geantwoord in een brief van 9 november 2005 met twee bijlagen, waaronder een video-opname van de gewraakte uitzending. Klager heeft daarop nog gereageerd in een schrijven van 15 november 2005 met bijlage.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 18 november 2005 buiten aanwezigheid van partijen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad de video-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

In de week van 30 september tot en met oktober 1997 heeft verweerder in zijn televisieprogramma 'Peter R. de Vries, misdaadverslaggever' een serie uitzendingen gewijd aan klager. Aanleiding hiervoor was het feit dat klager verweerder onder meer ervan had beschuldigd betrokken te zijn bij een criminele organisatie. In de uitzendingen werden beelden vertoond die door verweerder met een verborgen camera waren opgenomen. Op de vertoonde beelden was onder meer te zien dat klager enkele snuifjes cocaïne neemt en verder werd zijn levensloop belicht. De Raad heeft zich op 26 februari 1998 uitgesproken over een klacht van klager tegen verweerder betreffende de hiervoor bedoelde uitzendingen. De Raad heeft de klacht gegrond verklaard voor zover die betrekking had op het gebruik van verborgen camera's (RvdJ 1998/8).
Vervolgens heeft klager wederom een klacht tegen verweerder ingediend. Deze klacht betrof enerzijds een uitzending van het programma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ van 16 maart 1998, waarin aan voormelde uitspraak van de Raad aandacht werd besteed. Verder had deze klacht betrekking op een uitzending van 25 mei 1998, waarin werd teruggeblikt op de uitzendingen van dat seizoen. In beide uitzendingen werden opnieuw enkele van de gewraakte, met een verborgen camera opgenomen, beelden vertoond. Deze klacht heeft de Raad gegrond verklaard (RvdJ 1998/29).

Op 25 september 2005 is een jubileumuitzending van het programma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ uitgezonden, naar aanleiding van het tienjarig bestaan van het programma (hierna: de jubileumuitzending). In deze uitzending zijn korte samenvattingen gegeven van de volgens verweerder meest succesvolle, bijzondere, memorabele reportages en momenten door de jaren heen. In dat verband werd ook een korte samenvatting gegeven van de aan klager gewijde uitzendingen uit 1997 en het feit dat klager verweerder had beschuldigd betrokken te zijn bij een criminele organisatie. Daarbij werd een deel van de beelden getoond die destijds met een verborgen camera waren opgenomen. Op de beelden was te zien dat verweerder klager confronteert met de door laatstgenoemde aan zijn adres geuite beschuldiging, waarna een schermutseling tussen klager en verweerder plaatsvindt. Anders dan in de hiervoor bedoelde uitzendingen van 1997 en 1998 was het portret van klager onherkenbaar gemaakt en werd zijn naam niet vermeld. Ook ontbraken de fragmenten over cocaïnegebruik van klager.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Samengevat stelt klager dat verweerder in de jubileumuitzending ten onrechte wederom gebruik heeft gemaakt van de onrechtmatig verkregen beelden. Niet alleen heeft de Raad zijn eerdere klachten tegen het gebruik van deze beelden gegrond geacht, maar ook het Gerechtshof te Amsterdam achtte dat gebruik onrechtmatig, aldus klager. Volgens hem is verweerder een ‘maffia-journalist’, die met het gebruik van de beelden in de jubileumuitzending niet heeft beoogd nieuws kenbaar te maken, maar daarmee alleen klager heeft willen beledigen en belachelijk maken.
Verder stelt klager dat verweerder hem in de jubileumuitzending ten onrechte heeft aangekondigd als drugsbaron. Bovendien is in die uitzending ten onrechte de datum van de oorspronkelijke uitzending niet vermeld, zodat voor de kijker onduidelijk is of de gewraakte beelden uit het verre verleden komen of recentelijk zijn gemaakt, aldus klager.
Ten slotte acht hij onjuist dat verweerder heeft nagelaten in de jubileumuitzending melding te maken van de uitspraken van de Raad en het Gerechtshof te Amsterdam.
Klager acht de jubileumuitzending grievend en tendentieus. Volgens hem heeft verweerder misbruik gemaakt van zijn positie. Klager concludeert dat de jubileumuitzending in strijd is met hetgeen journalistiek zorgvuldig kan worden geacht.

Verweerder stelt dat een terugblik op de aan klager gewijde uitzendingen van 1997 niet kon ontbreken in zijn jubileumuitzending.
Verder stelt hij dat de gegrondverklaring van eerdere klachten met name betrekking had op het gebruik van beelden waarin werd getoond dat klager cocaïne gebruikte en daar bepaalde uitlatingen over deed. Voorts benadrukt hij dat het Gerechtshof heeft vastgesteld dat hij door klager ernstig is bedreigd.
Volgens verweerder was de terugblik in de jubileumuitzending toegespitst op de door klager naar hem geuite dreigementen. Er is geen aandacht besteed aan het cocaïnegebruik van klager. Bovendien is in de jubileumuitzending de naam van klager niet vermeld en is diens gezicht onherkenbaar gemaakt.
De aanduiding ‘drugsbaron’ in de uitzending acht verweerder niet onredelijk, omdat klager veelvuldig vanwege zijn criminele activiteiten op het gebied van drugs in het nieuws is geweest. Daarnaast heeft klager zelf een boek geschreven over zijn leven onder de titel 'Drugsbaron in spijkerbroek'.
Nu in de jubileumuitzending klager volkomen onherkenbaar is gemaakt, diens drugsgebruik daarin niet aan de orde is gesteld en sprake is van een feitelijke samenvatting van de reportage van destijds, acht verweerder de jubileumuitzending geoorloofd. Naar zijn mening moet het mogelijk zijn om met beelden terug te blikken op een uitzending uit het verleden, ook als delen van die uitzending als onrechtmatig zijn beschouwd. Volgens verweerder is klager door de korte, geanonimiseerde en onherkenbaar gemaakte samenvatting niet in zijn belangen geschaad.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De Raad stelt voorop dat thans niet het gebruik van verborgen camera’s door verweerder als zodanig aan de orde is, over welk gebruik de Raad zich reeds in 1998 heeft uitgelaten en waarvoor tevens door het Gerechtshof genoegdoening is geboden. Het gaat in deze zaak om de vraag of verweerder journalistiek onzorgvuldig heeft gehandeld, door in de jubileumuitzending beelden te tonen die verkregen zijn bij de in 1997 met een verborgen camera gemaakte opnames.

Verweerder heeft in de jubileumuitzending van zijn programma een overzicht gegeven van zijn werk gedurende de afgelopen tien jaren. Daarbij zijn de diverse vaste items van het programma aan bod gekomen evenals de verschillende werkwijzen die verweerder in de loop der jaren heeft toegepast. In dat kader heeft hij ook aandacht besteed aan de beschuldigingen die door klager aan zijn adres waren geuit, waarbij hij fragmenten heeft getoond die daarop betrekking hadden en die verkregen waren door opnames met een verborgen camera.
Deze beelden kunnen naar het oordeel van de Raad niet worden beschouwd als een herhaling van de eerdere beelden.
Niet alleen vormden ze slechts een klein fragment in een lang overzichtsprogramma en ontbraken in het bijzonder fragmenten over cocaïnegebruik, maar was ook het gezicht van klager onherkenbaar gemaakt en werd zijn naam niet genoemd. De beelden waren een relevant onderdeel van de berichtgeving over het conflict tussen klager en verweerder en zij maakten geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klager.
Van de in de uitzending gemaakte samenvatting kan naar het oordeel van de Raad dan ook niet worden gezegd dat daarin de grenzen van journalistieke zorgvuldigheid werden overschreden.

Het had verweerder gesierd indien hij in de jubileumuitzending eveneens melding had gemaakt van de uitkomsten van de tussen klager en verweerder gevoerde procedures. Dat verweerder dit achterwege heeft gelaten, betekent echter niet dat hij de grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke zorgvuldigheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van het televisieprogramma ‘Peter R. de Vries, misdaadverslaggever’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 27 januari 2006 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mw. drs. M.G.N. Mathot, drs. P. Sijpersma en prof. drs. E. van Thijn, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.