2006/45 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
N. Koffeman
 
tegen
 
J.P. Geelen, E. Stoker, F. van Zijl en de hoofdredacteur van de Volkskrant
 
Bij brief van 8 maart 2006 met tien bijlagen heeft N. Koffeman te Vierhouten (hierna: klager) een klacht ingediend tegen J.P. Geelen, E. Stoker, F. van Zijl en de hoofdredacteur van de Volkskrant (hierna: verweerders). Hierop hebben verweerders geantwoord in een brief van 3 april 2006 met zes bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2006. Klager was daar aanwezig en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van verweerders zijn Geelen, Stoker en H.A. Prins, destijds chef Voor- en Achterkant van de Volkskrant, verschenen.
 
Bij brief van 29 mei 2006 heeft klager een verzoek om wraking ingediend.
 
BEOORDELING VAN HET VERZOEK OM WRAKING
 
Klager heeft verzocht om wraking van raadslid Wolffensperger en in dat verband allereerst gewezen op diens staat van dienst. Zo heeft de heer Wolffensperger werkzaamheden voor de Volkskrant verricht, is hij verbonden geweest aan D66 en nog steeds prominent lid van die partij, heeft hij een werkrelatie gehad met de huidige netcoördinator van Nederland 3 en was hij tot voor kort voorzitter van de Raad van Bestuur van de NOS. Verder wijst klager erop dat de heer Wolffensperger een als riant geduide wachtgeldregeling vanuit de Publieke Omroep genoot. Ten slotte gaf de heer Wolffensperger er tijdens de zitting blijk van zich geen goede voorstelling te kunnen maken van het diffamerende karakter van de gewraakte berichtgeving, aldus klager.
 
De heer Wolffensperger heeft daarop geantwoord dat hij voor de Volkskrant werkte tot 1978 en sinds 1998 niet meer in enige functie aan D66 verbonden is. Zijn relatie met de door klager bedoelde netcoördinator van Nederland 3 dateert van ca. 1990 tot 1993. Verder ziet de heer Wolffensperger niet in dat zijn kennis van de omroep bezwaarlijk is. De verwijzing naar een wachtgeldregeling is volgens de heer Wolffensperger terug te voeren op een onvolledig en onjuist krantenbericht dat nog dezelfde dag door het Ministerie van OC&W is tegengesproken. Overigens ontgaat hem de relevantie van dit punt voor de onderhavige kwestie. Ten slotte komt de interpretatie van ter zitting gestelde vragen voor rekening van klager, aldus de heer Wolffensperger.
 
Gehoord het verzoek en deze respons hebben de niet-gewraakte leden van de Raad over de wraking beslist, conform artikel 7 lid 5 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek.
 
De omstandigheid dat een raadslid in het verleden werkzaam is geweest voor het aangeklaagde medium is naar hun oordeel onvoldoende om partijdigheid aan te nemen, maar bijkomende feiten en omstandigheden kunnen dit anders maken. Gelet op hetgeen klager en de heer Wolffensperger ter zake hebben aangevoerd is, naar het oordeel van de niet-gewraakte Raadsleden, niet gebleken van bijkomende feiten en omstandigheden, die tot partijdigheid van de heer Wolffensperger zouden kunnen leiden. Daarbij is mede in aanmerking genomen dat voor de beoordeling van een verzoek om wraking ter zitting gestelde vragen geen grondslag kunnen vormen.
 
DE FEITEN
 
In de Volkskrant zijn de volgende artikelen verschenen, waarin wordt bericht over een intern conflict binnen de omroep Llink:
  • Op 1 december 2005 van de hand van Geelen en Stoker onder de kop “Interne strijd verdeelt Llink”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passage:
Llink-directeur Anna Visser lijkt het eerste slachtoffer te worden in het conflict dat zij heeft met de Raad van Toezicht. De raad zou, onder leiding van voorzitter (en Nútopia-oprichter) Niko Koffeman, tv-makers aan het polsen zijn om Visser op te volgen. Van de Raad van Toezicht wil niemand officieel reageren. Alleen Walter Etty, lid van de raad, erkent dat sprake is van ‘flinke meningsverschillen’, maar wil niets nader toelichten. Mattheus Bleijenberg, woordvoerder van Llink, noemt het aanstaande vertrek van Visser ‘een gerucht’.
  • Op 5 december 2005 van de hand van Geelen onder de kop “Ruzie bij idealistische omroep Llink”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
De piepjonge omroep Llink noemt zichzelf ‘de kleinste omroep met de grootste idealen’, maar intern is de vrede ver weg. Het voltallige personeel heeft afgelopen zondag per brief het vertrouwen opgezegd in de raad van toezicht en voorzitter Niko Koffeman. Die wil deze week directeur Anna Visser uit haar functie zetten. Het personeel steunt Visser en heeft de ledenraad gevraagd haar ontslag te voorkomen. Geen van de partijen wil commentaar geven op het conflict.
en
Het personeel dringt in de brief aan op een onafhankelijke mediator. Volgens voorzitter Koffeman is er weinig aan de hand. Gaat het dan goed met Llink? Koffeman: ‘Ach, het kan altijd beter voor een kleine, beginnende omroep’.
  • Op 9 december 2005 van de hand van Geelen onder de kop “’Bemiddeling voor ruzie Llink’”. De intro van dit artikel luidt:
De netcoördinatoren Lennart van der Meulen (Nederland3) en Jan Westerhof (Radio1), D66-Kamerlid Bakker en de journalistenvakbond NVJ hebben donderdag in een brief een klemmend beroep gedaan op omroep Llink om het conflict tussen directrice Anna Visser en de raad van toezicht te beëindigen.
  • Op 10 januari 2006 van de hand van Van Zijl onder de kop “Directeur Visser van Llink ontslagen”. De intro van dit artikel luidt:
De raad van toezicht van de publieke omroep Llink heeft directeur Anna Visser maandag op staande voet ontslagen. Volgens de raad is sprake van een vertrouwensbreuk over de wijze waarop Visser zakelijke keuzen heeft gemaakt.
 
  • Op 13 januari 2006 van de hand van Geelen onder de kop “Oorlog bij Llink blijkt nog lang niet uitgewoed”. Dit artikel bevat onder meer de volgende passages:
Het opstappen van de twee kemphanen in de raad van toezicht, Walter Etty en Niko Koffeman, had de vrede moeten inluiden, maar de oorlog bij de idealistische omroep Llink is nog niet voorbij. Etty en Koffeman stapten woensdagavond laat op na een lange vergadering in een antroposofisch zalencentrum in Zeist.
en
Voorzitter Koffeman liet weten te vertrekken om ‘het beeld weg te nemen dat er sprake is van een ideologische richtingenstrijd bij Llink’.
 
Voorts is op 15 december 2005 onder de kop “De BV Dierenleed” een portret/profiel van klager verschenen van de hand van Geelen. De intro van dit artikel luidt:
Wie is Niko Koffeman, de centrale figuur achter de SP, dierenbeschermings-organisaties en de idealistische omroep Llink? Portret van een controversieel communicator en omroepvoorzitter.
Het artikel is op de voorpagina van de Volkskrant aangekondigd met de tekst “Intrigant Koffeman (LLINK) konkelt erop los”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat – dat verweerders bovenmatig veel aandacht hebben besteed aan een intern conflict binnen de omroep Llink. Zij hebben dat gedaan op een wijze die diffamerend is voor de Raad van Toezicht van Llink (hierna verder: de RvT) in het algemeen en voor klager, als voormalig voorzitter van de RvT, in het bijzonder. Volgens klager was er aanleiding om de achtergronden van het conflict te belichten en daarbij ook de omstreden transactie tussen A. Visser, de directeur van Llink, en het bedrijf van haar beide ouders in beeld te brengen. Verweerders hebben er echter voor gekozen om alleen de vermeende rol van de RvT en haar voorzitter in het bijzonder te belichten. Dit is gebeurd zonder deugdelijk wederhoor, in strijd met de waarheid, op eenzijdige, suggestieve wijze en met een karakter van doelbewuste persoonsbeschadiging c.q. karaktermoord, aldus klager. Volgens hem hebben verweerders verzoeken tot correctie van onjuist weergegeven feiten slechts ten dele gehonoreerd.
Klager stelt verder dat Llink medewerker F. van Jole, die zichzelf als actieleider voor het behoud van Llink-directeur Visser opstelde, tevens medewerker van de Volkskrant is. Bovendien is Volkskrant-journalist W. de Jong de echtgenoot van het Hoofd Radio van Llink. Volgens klager had een en ander er toe moeten leiden dat verweerders zorgvuldiger waren omgegaan met het evenwichtig belichten van de feiten om de schijn van partijdigheid en betrokkenheid te vermijden. Verweerders hebben dat ten onrechte nagelaten, aldus klager.
Ter toelichting van zijn standpunten wijst klager op diverse passages in de artikelen die naar zijn mening onjuist, eenzijdig en/of tendentieus zijn. Verder schetst klager de achtergronden van het interne conflict van Llink, als ondersteuning van zijn stellingen.
Ter zitting voegt klager hieraan desgevraagd toe dat ten aanzien van het eerste artikel voor de vorm wederhoor is toegepast, maar niet op de punten waarom het ging. Toen Stoker hem in eerste instantie benaderde, ging het alleen over het ontslag van Visser. Vanwege een afspraak binnen de RvT kon hij echter niet naar buiten treden, vóórdat de RvT met directeur Visser had gesproken.
Klager stelt voorts dat in de aankondiging van het portret/profiel hij zonder deugdelijke grond als intrigant en konkelaar wordt aangeduid. In het portret/profiel zelf is de vraag ‘Wie is Niko Koffeman?’ op zeer eenzijdige, tendentieuze wijze ingevuld, zonder deugdelijk wederhoor. Het artikel bevat aperte onwaarheden, onjuiste suggesties en tendentieuze conclusies. Volgens klager zou het hanteren van het genre ‘profiel’ aan een evenwichtige beeldvorming niet mogen afdoen. Het feit dat in dat artikel zijn bedrijfsvoering met nadruk wordt betrokken, maakt de aanpak extra kwalijk en schadelijk. De publicaties zouden opdrachtgevers van samenwerking kunnen weerhouden, waardoor hij niet alleen reputatieschade lijdt, maar tevens financiële schade kan lijden, aldus klager.
Ter zitting voegt klager hieraan desgevraagd toe dat in de artikelen ten onrechte een beeld van hem is geschetst als onwaarachtige dieren- c.q. natuurbeschermer, als iemand die buitengewoon onoprecht is en met kuiperijen zijn zin probeert door te drijven.
Klager betoogt dat verweerders in strijd hebben gehandeld met de beginselen van deugdelijke, onafhankelijke journalistiek. Zij hebben zich partij gesteld in een intern conflict met een buitenproportionele reeks van artikelen, waarin ze zich tot spreekbuis hebben gemaakt van één partij in het conflict en deugdelijk wederhoor achterwege hebben gelaten. Verweerders hebben zich bovendien in de berichtgeving van 15 december 2005 paginagroot, in kleur en met foto aangekondigd op de voorpagina, op een tendentieuze, onjournalistieke wijze en in strijd met de waarheid over hem uitgelaten. Daarmee hebben verweerders hem, zijn voorzitterspositie en zijn bedrijfsvoering welbewust beschadigd.
 
Verweerders stellen dat de berichtgeving is gebaseerd op diverse bronnen. Die bronnen zijn onder meer medewerkers van andere media, met wie verschillende medewerkers van de Volkskrant contacten hebben. De verkregen informatie is steeds op een andere manier gecheckt. Van een offensief tegen klager is geen sprake. Het is van maatschappelijk belang dat de Volkskrant een nieuwe publieke omroep op de huid zit. Ten aanzien van de verschillende artikelen stellen verweerders onder meer het navolgende.
Het eerste artikel,  “Interne strijd verdeelt Llink”, is tot stand gekomen naar aanleiding van een tip uit de Hilversumse omroepwereld. Op het moment van publiceren werd de omroep Llink al verdeeld door een conflict waarover tot op dat moment nog niets was gepubliceerd. Uiteraard is klager als voorzitter van de RvT om een toelichting gevraagd. Hij ontkende dat er een conflict speelde rond het voorgenomen ontslag van directeur Visser en wenste verder geen commentaar te geven over ‘interne aangelegenheden’. Er is dus wel degelijk wederhoor toegepast, aldus verweerders. Zij wijzen erop dat klager na publicatie van het artikel niet uit eigen beweging contact heeft opgenomen om zich te beklagen over de berichtgeving.
Het artikel “Ruzie bij idealistische omroep Llink” was gebaseerd op nieuwe ontwikkelingen, waaruit bleek dat ondanks de ontkenning van klager directeur Visser wel degelijk ontslag boven het hoofd hing.
Aanleiding voor het artikel “’Bemiddeling voor ruzie Llink’” was het initiatief van derden om met behulp van bemiddeling te pogen het almaar feller wordende conflict enigszins binnen de perken te houden. Klager heeft ook na publicatie van dit artikel geen initiatief genomen zich te beklagen over het artikel.
De bewering in het artikel “Directeur Visser van Llink ontslagen” dat Visser op staande voet was ontslagen, beoogde geen juridisch-inhoudelijke beoordeling te zijn van de ontslagprocedure, maar een journalistiek stijlmiddel om aan te geven dat Visser per direct ontslag was aangezegd. Die ontslagaanzegging is in het artikel bevestigd door de advocaat van Visser.
Wat betreft het portret/profiel van klager stellen verweerders dat de aanleiding voor deze publicatie was gelegen in het gerezen conflict bij Llink, waarvan klager de spil was. Het genre portret/profiel kent een andere werkwijze van de journalist ten aanzien van zijn onderwerp. De journalist verzamelt informatie met behulp van mensen uit de omgeving van de hoofdpersoon. Het genre biedt, meer dan in menig ander genre, de auteur de mogelijkheid de feiten op een persoonlijker wijze weer te geven. Weliswaar zijn voor dit artikel veel mensen gebeld voor mogelijke informatie rond de hoofdpersoon, maar dat is niet gebeurd rond de vraag ‘Waar Niko is, daar is ruzie’.  De verslaggever heeft zich uitvoerig geïnformeerd en met veel mensen gesproken. Er komen in het portret/profiel geen anonieme bronnen met negatieve uitlatingen over klager voor. Van een welbewuste campagne tot beschadiging van klager is geen sprake. De kop “De BV Dierenleed” is vooral overdrachtelijk bedoeld. Daarmee wordt niet gedoeld op de bedrijfsvoering van klagers zakelijke onderneming.Het artikel is vóór publicatie voorgelegd aan klager met de mogelijkheid tot reageren. Daarvan heeft klager gebruikgemaakt, de teruggestuurde versie bevatte veel punten van commentaar. Die punten heeft de verslaggever stuk voor stuk bestudeerd en waar nodig aangepast. De verslaggever wijzigde niet wanneer hij beschikte over informatie die klagers lezing van de feiten weersprak.
Ten aanzien van de aankondiging op de voorpagina “Intrigant Koffeman (LLINK) konkelt erop los” erkent Prins ter zitting dat die bewering niet wordt onderbouwd in het portret/profiel. Verweerders zijn ter zake over de schreef gegaan en dat is kwalijk.
Verweerders menen dat zij journalistiek zorgvuldig hebben gehandeld. Zij benadrukken dat klager geen initiatief heeft genomen tot het sturen van een ingezonden brief noch tot het benaderen van de hoofdredacteur of de ombudsman van de Volkskrant.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende te onderscheiden onderdelen:
  1. de wijze waarop verweerders over het interne conflict binnen de omroep Llink hebben bericht;
  2. het portret/profiel van klager;
  3. de aankondiging van het portret/profiel. 
Ad 1.
De gewraakte artikelen gaan over een aandacht trekkend conflict binnen de recent opgerichte publieke omroep Llink. De Raad deelt het standpunt van verweerders dat met berichtgeving over dat conflict een maatschappelijk belang is gediend. In dat kader is het journalistiek relevant om de omroep Llink dicht op de huid te zitten en klager, die als (voormalig) voorzitter van de Raad van Toezicht van die omroep een dominante rol in het conflict heeft gespeeld, kritisch te volgen.
Naar het oordeel van de Raad hebben verweerders niet journalistiek onaanvaardbaar over het conflict en de rol van klager daarin bericht. Verweerders hebben aannemelijk gemaakt dat aan de berichtgeving een deugdelijk onderzoek ten grondslag ligt en hebben gemotiveerd betwist dat de publicaties relevante onjuistheden bevatten. De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat sprake is van een zodanig onjuiste c.q. eenzijdige berichtgeving, dat daardoor de conclusie zou zijn gerechtvaardigd dat verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld.
Bovendien is klager herhaaldelijk in de gelegenheid gesteld zijn visie op de kwestie te geven. Voor zover klager daarvan niet adequaat gebruik heeft gemaakt – bijvoorbeeld omdat hij vanwege interne afspraken geen openheid van zaken kon geven, zoals hij heeft gesteld – kan dat verweerders niet worden verweten. Overigens is de Raad van oordeel dat het, gezien klagers positie, op de weg van klager had gelegen om via de geëigende wegen eerder zijn bezwaren tegen de berichtgeving aan verweerders kenbaar te maken. Partijen zouden dan wellicht tot elkaar hebben kunnen komen.
 
Ad 2.
Het portret/profiel over klager moet worden bezien binnen de context van de reeks artikelen over het conflict binnen de omroep Llink. Het schetsen van een portret/profiel kan worden beschouwd als een middel om klager kritisch te volgen. Daarbij komt dat klager, gezien zijn positie als voorzitter van een publieke omroep, als publiek figuur kan worden aangemerkt. Hoewel mogelijk pijnlijk voor klager, dient hij zich derhalve een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen. (vgl. onder meer: SBS en Muller tegen het NOS Journaal, RvdJ 2005/64)
Voorts heeft de Raad eerder overwogen dat een journalist bij het schrijven van een portret/profiel als het onderhavige, niet neutraal te werk hoeft te gaan. Hij heeft echter een eigen verantwoordelijkheid de door hem verkregen gegevens te wegen en te toetsen, teneinde ervoor zorg te dragen dat het geschetste beeld geen onrecht doet aan de geportretteerde. Naarmate dat beeld negatiever is, bestaat meer aanleiding voor bijzondere zorgvuldigheid ten aanzien van de juistheid en evenwichtigheid van de vermelde feiten.
De Raad heeft niet kunnen vaststellen dat verweerders de hiervoor bedoelde zorgvuldigheid onvoldoende in acht hebben genomen. Niet is gebleken dat aan het artikel geen deugdelijk bronnenonderzoek ten grondslag ligt. Bovendien is klager voorafgaand aan de publicatie in de gelegenheid gesteld te reageren. Verweerders hebben een deel van klagers correcties in het artikel verwerkt.
Het ware correct geweest indien verweerders niet ter zake doende details, bijvoorbeeld over klagers echtgenote, achterwege hadden gelaten. Dat zij dat hebben nagelaten is echter onvoldoende grond voor de conclusie dat verweerders journalistiek ontoelaatbaar hebben gehandeld. Ook dit onderdeel van de klacht is derhalve ongegrond. (vgl. onder meer: Zeeman tegen Mat en NRC Handelsblad, RvdJ 2002/45)
 
Ad 3.
Het portret/profiel van klager is op de voorpagina aangekondigd met de tekst “Intrigant Koffeman (LLINK) konkelt erop los”. Deze bewering is zeer diffamerend en diskwalificeert klager zodanig, dat verweerders deze niet zonder deugdelijke grondslag hadden mogen publiceren. Ter zitting heeft Prins namens verweerders toegegeven dat een dergelijke grondslag ontbreekt.
Door zonder deugdelijke onderbouwing klager te kwalificeren als ‘een intrigant die konkelt’ hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is. (vgl. onder meer Van den Broek tegen Dagblad van het Noorden, RvdJ 2006/3)
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen de aankondiging van het portret/profiel, “Intrigant Koffeman (LLINK) konkelt erop los”, is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.    
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Volkskrant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 19 juli 2006 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, drs. B.J. Brouwers, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.