2006/43 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
G. de Haan 
 
tegen
 
L. van Wijngaarden en de hoofdredacteur van De Gelderlander alsmede
J. de Boer en de Koninklijke BDU Uitgeverij
 
Bij brief van 14 maart 2006 met zes bijlagen heeft G. de Haan te Lunteren (hierna: klager) een klacht ingediend tegen L. van Wijngaarden en de hoofdredacteur van De Gelderlander (hierna tezamen: De Gelderlander) alsmede tegen J. de Boer en de Koninklijke BDU Uitgeverij (hierna tezamen: BDU). Vervolgens heeft klager bij brief van 30 maart 2006 nog vier bijlagen overgelegd.
G. Bos, adjunct-hoofdredacteur van De Gelderlander, heeft op de klacht gereageerd in een brief van 25 april 2006 met een bijlage.
J. van Ginkel, algemeen hoofdredacteur van de Koninklijke BDU Uitgeverij, die zowel Ede Stad als de Barneveldse Krant uitgeeft, heeft op de klacht gereageerd in een schrijven van 26 april 2006 met diverse bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2006. Klager is daar verschenen en heeft zijn klacht toegelicht aan de hand van een pleitnotitie. Aan de zijde van BDU was D. Bleuel, regio-chef, aanwezig.
 
DE FEITEN
 
Op 27 december 2005 is in De Gelderlander een artikel van Van Wijngaarden verschenen onder de kop “Partij zonder naam wil Edes bestuur ‘opkloppen’”. De intro van het artikel luidt:
Een grote lokale oppositiepartij moet over vier jaar de Edese politiek vernieuwen. George de Haan uit Lunteren bereidt de coup in vier jaar voor.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passage:
In Lunteren is hij inmiddels ook geen onbekende. De Haan bemoeide zich met de Dorpsraad in Lunteren, maar botste met het bestuur en werd een jaar geschorst. Hij besloot daarop zijn lidmaatschap op te zeggen.
 
Op 1 maart 2006 is in Ede Stad een artikel van de hand van De Boer verschenen onder de kop “De Haan toont roofdiergedrag”. De intro van dit artikel luidt:
Opmerkingen van George de Haan van Lijst 11 over Simon van de Pol en zijn eigen persoon, dat zij kiezersbedrog plegen, zijn bij wethouder Wilde Dekker in het verkeerde keelgat gevallen. De Haan ageert tegen de twee Edese wethouders, omdat zij beiden lijsttrekker zijn voor respectievelijk het CDA en de PvdA. ,,Mij wordt verweten, dat ik het wethouderschap als opstapje, als springplank, voor mijn verdere carrière gebruik. Zo zit ik niet in elkaar”, stelt Dekker.
Dit artikel bevat verder onder meer de volgende passage:
Dekker begrijpt niet wat De Haan bezielt. In Lunteren is het algemeen bekend dat de man als lid van de Dorpsraad Lunteren is geroyeerd.
Dit artikel is, in enigszins gewijzigde vorm, op 6 maart 2006 in de Barneveldse Krant gepubliceerd.
 
Op 28 maart 2006 is in De Gelderlander een artikel met de kop “Goedfout” verschenen dat luidt:
In het artikel Partij Zonder Naam wil Edes bestuur opschudden (De Gelderlander, 27 december 2005) staat dat George de Haan een jaar is geschorst als lid van de Dorpsraad Lunteren. Dit is onjuist. De Haan heeft zelf zijn lidmaatschap een jaar opgeschort.
 
Op 29 maart 2006 is in Ede Stad een artikel verschenen onder de kop “Rectificatie” dat luidt:
In het artikel ‘De Haan toont roofdiergedrag’, geplaatst in de editie van Ede Stad van woensdag 1 maart 2006, is er ten onrechte melding van gemaakt dat George de Haan als lid van de dorpsraad in Lunteren is geroyeerd. Naar achteraf blijkt, is er onvoldoende aanleiding om deze stelling als vaststaand feit te publiceren. Excuses voor deze incorrecte informatie. George de Haan is niet geroyeerd als lid van de dorpsraad in Lunteren.
Een artikel met vergelijkbare inhoud is op 15 april 2006 in de Barneveldse Krant gepubliceerd onder de kop “George de Haan”.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt – kort samengevat – dat in De Gelderlander ten onrechte is vermeld dat hij als lid van de Dorpsraad Lunteren is geschorst. Op 27 december 2005 heeft hij dat in een e-mail aan Van Wijngaarden kenbaar gemaakt en meegedeeld dat hij destijds zelf zijn lidmaatschap heeft opgeschort en uiteindelijk heeft opgezegd. In zijn e-mail heeft hij ook de achtergronden van een en ander aan Van Wijngaarden kenbaar gemaakt.
Verder stelt klager dat in Ede Stad en de Barneveldse Krant ten onrechte is vermeld dat hij als lid van de Dorpsraad Lunteren is geroyeerd. Hij wijst erop dat hij de hiervoor bedoelde e-mail van 27 december 2005 over de berichtgeving in De Gelderlander destijds ook ter kennisneming aan de redactie van Ede Stad heeft gestuurd. Bovendien heeft hij de redactie van Ede Stad direct op 1 maart 2006 in een e-mail op de onjuiste berichtgeving aangesproken.
Klager betoogt dat sprake is van foute, onzorgvuldige en uiterst belastende berichtgeving.
 
De Gelderlander erkent dat de klacht in de kern volkomen juist is, maar door de tijd is achterhaald. Op 23 maart 2006 heeft J. Brons, chef redactie van de Vallei-edities van De Gelderlander, uitvoerig met klager over de kwestie gesproken. In dat gesprek heeft Brons excuses aangeboden en aangekondigd de fout recht te zullen zetten. Dat is gebeurd op 28 maart 2006. Volgens De Gelderlander heeft klager aan Brons te kennen gegeven tevreden te zijn met de rechtzetting.
Overigens zijn aan klager ook excuses aangeboden voor de vertraagde reactie. De mail die klager onmiddellijk na publicatie had verzonden, is niet tijdig op de juiste waarde beoordeeld. De Gelderlander heeft maatregelen genomen om dat in de toekomst te voorkomen.
 
BDU stelt dat De Boer zich voor wat betreft de passage over het vermeende royement van klager heeft gebaseerd op een publicatie in De Gelderlander in december 2005, waarin werd gemeld dat klager was geschorst. Toen was er voor De Boer geen aanleiding om aan de correctheid van die publicatie te twijfelen. De e-mail die klager eind december over de onjuistheid in De Gelderlander heeft verspreid, heeft De Boer niet onder ogen gekregen. Die e-mail heeft op de redactie van Ede Stad niet de aandacht gekregen die het verdiende. Dat kwam ook omdat het een e-mail betrof gericht aan de collega van De Gelderlander. Ter zitting erkent Bleuel desgevraagd, dat de informatie over klager destijds beter gecheckt had moeten worden.
BDU erkent dat ten onrechte is gemeld dat klager geroyeerd was als bestuurslid van de Dorpsraad Lunteren. Zowel in Ede Stad als in de Barneveldse Krant is een rectificatie gepubliceerd, hetgeen een gebruikelijke gang van zaken is binnen het redactionele beleid. Als journalisten aantoonbaar in de fout gaan, wordt dat zonder terughoudendheid rechtgezet.
Het is jammer en onbegrijpelijk dat klager niet direct contact heeft opgenomen met de redactiechef en dat hij geen poging heeft gedaan de aangelegenheid te bespreken met de algemeen hoofdredacteur. Bovendien heeft klager zich niet gewend tot de regioredacteur van de Barneveldse Krant, die het bericht uit Ede Stad heeft overgenomen. De situatie zou in een eerder stadium ongetwijfeld tot wederzijdse tevredenheid zijn opgelost als klager gericht contact had gezocht. De vertraging in de rechtzetting is een gevolg van onvoldoende effectieve communicatie.
In dat verband wijst BDU erop dat klager zo vaak e-mails stuurt, dat hij daardoor afbreuk heeft gedaan aan de attentiewaarde van zijn uitingen. In dat licht gezien zijn de e-mails waarin hij bezwaar maakte tegen het gepubliceerde ‘royement’ helaas ondergesneeuwd. Ter zitting voegt Bleuel hieraan toe dat de e-mails van klager wellicht ook aan de aandacht zijn ontsnapt vanwege de verkiezingstijd.  
Toen de protesten van klager aanhielden en hij de Raad inschakelde, is de aard van de klacht duidelijk geworden. De redactie van Ede Stad heeft daarop besloten een onderzoek in te stellen en klager daarvan op de hoogte gebracht. Daarbij is aan klager bericht dat als het onderzoek zou uitwijzen dat er geen sprake was van een royement, er een rectificatie zou worden geplaatst. Verder is klager aangeboden de rubriek ‘Ingezonden brieven’ te benutten om zijn kant van het verhaal aan de lezers kenbaar te maken. Klager heeft laten weten een en ander als ‘mosterd na de maaltijd’ te beschouwen.
De berichtgeving is zowel in Ede Stad als in de Barneveldse Krant gerectificeerd. Een en ander verdient geen schoonheidsprijs, aldus Bleuel ter zitting, maar er is naar eer en geweten gehandeld.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De gewraakte artikelen zijn gepubliceerd in een opmaat naar de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006. De vermelding dat klager als lid van de Dorpsraad Lunteren is ‘geschorst’ c.q. ‘geroyeerd’ tast zijn integriteit als politicus aan en is – gelet op het feit dat klager zich verkiesbaar had gesteld – uitermate diffamerend. De Gelderlander en BDU hadden in dit geval bijzonder zorgvuldig te werk moeten gaan en hadden de beschuldiging, die als vaststaand gegeven is gepresenteerd, niet zonder voorafgaand adequaat onderzoek naar de gegrondheid ervan mogen publiceren. Vaststaat dat voor de beschuldiging onvoldoende grondslag bestond. Door over klager te berichten zoals zij hebben gedaan, hebben zowel De Gelderlander als BDU grenzen overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
Het had op de weg van De Gelderlander en BDU gelegen de onzorgvuldige berichtgeving direct recht te zetten nadat klager zijn bezwaren had kenbaar gemaakt, en niet pas nadat hij de onderhavige klacht had ingediend. Dat de e-mails van klager ter zake onvoldoende aandacht hebben gekregen, dient voor rekening van De Gelderlander en BDU te komen.
De rectificaties zijn uiteindelijk gepubliceerd geruime tijd na de artikelen waarop zij betrekking hebben, terwijl bovendien de gemeenteraadsverkiezingen inmiddels hadden plaatsgevonden. Naar het oordeel van de Raad hebben de rectificaties aldus de nadelen die klager van de artikelen moet hebben ondervonden, onvoldoende kunnen herstellen.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.  
 
De Raad verzoekt De Gelderlander en BDU deze beslissing integraal of in samenvatting in De Gelderlander c.q. Ede Stad en de Barneveldse Krant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 juli 2006 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.