2006/42 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
K. Smulders
 
tegen
 
de hoofdredacteur van De Telegraaf
 
Bij brief van 11 maart 2006 met twee bijlagen heeft K. Smulders te Amersfoort (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerder). Hierop heeft A. Reekers, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 19 april 2006. Klager heeft zijn klacht nog nader toegelicht in een brief van 28 april 2006 met een bijlage.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 11 mei 2006 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 8 maart 2006 is in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Internetbluf fataal voor crimineeltje”. Bij het artikel is een foto geplaatst met het volgende onderschrift: “De politie vond op internet de foto waarop een jonge autokraker, nota bene op proefverlof, poseerde met een pistool”. Over het gezicht van de desbetreffende jongen is een balkje afgedrukt.
 
Vervolgens is op 9 maart 2006 in De Telegraaf een artikel verschenen onder de kop “Internetcrimineeltje blijkt goudeerlijk” met de volgende tekst:
De vader van een 17-jarige jongen uit Amersfoort keek gisteren vreemd op toen hij van heinde en verre werd aangesproken op het artikel ‘Internetbluf fataal voor crimineeltje’, gisteren in deze krant.
Het bericht verhaalde over een jeugdbende die in Groningen werd opgerold nadat alerte politiemensen via internet op het spoor kwamen van jongens die autokraken en vernielingen op hun kerfstok zouden hebben. Een foto bij het stuk toonde een jongen die stoer met een pistool poseert.
,,Maar dat is mijn kind! Mijn zoon woont ver van Groningen en heeft er niets mee te maken”, verzekert de vader. ,,De foto is een paar jaar geleden louter bij wijze van grap genomen, het ‘wapen’ is een plastic ding waar je erwten mee kunt schieten”, vertelt hij. Op internet werd deze week gespeculeerd dat het deze foto kon zijn die de politie op het spoor zette van de bende in de Martinistad, maar die nuancering kwam niet bij de foto te staan. Ook volgens de Groningse politie is het inderdaad niet de jongen waar het in Groningen om ging.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat bij het artikel van 8 maart 2006 ten onrechte en zonder toepassing van hoor en wederhoor een foto van zijn zoon is geplaatst. Ondanks het balkje is zijn zoon toch door diverse mensen herkend en op de publicatie aangesproken. Klager heeft vervolgens contact opgenomen met de redactie van De Telegraaf en heeft die te verstaan gegeven dat hij de wijze waarop de berichtgeving gekoppeld was aan de bewuste foto zeer ongepast vond. Klager heeft gevraagd om verontschuldigingen en een rectificatie.
Weliswaar is op 9 maart 2006 een rectificatie geplaatst, maar die is zeer mager, aldus klager. Zeker nu is aangetoond dat een foto van jaren terug binnen een tel gevonden is en volledig uit zijn verband kan worden getrokken, is hij bevreesd voor de toekomst. Over jaren kan zijn zoon nog steeds in verband worden gebracht met criminele activiteiten in Groningen, wanneer iemand een oude editie van De Telegraaf op het internet vindt.
Klager betoogt dat de privacy van zijn zoon door de onjuiste, grievende berichtgeving in ernstige mate is aangetast en dat het portretrecht van zijn zoon is geschonden.
 
Verweerder stelt dat de fout die is gemaakt met het plaatsen van de foto, vervelend en betreurenswaardig is. Dat neemt niet weg dat de foto op verschillende internet-fora rondzwierf en op meerdere plaatsen werd gebruikt als illustratie bij het verhaal rond de jeugdbende. Verweerder wijst erop dat op die internet-fora de foto in het geheel was te zien, terwijl bij de publicatie in De Telegraaf het gelaat van klagers zoon onherkenbaar is gemaakt.
Direct nadat klager zich tot De Telegraaf had gewend zijn alle uitingen en verwijzingen op de website telegraaf.nl verwijderd. Daarnaast is de fout ruiterlijk erkend in het artikel van 9 maart 2006, aldus verweerder.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
 
Door de plaatsing van de gewraakte foto bij het artikel van 8 maart 2006 is ten onrechte gesuggereerd dat de zoon van klager de in het artikel bedoelde jeugdige crimineel is. Verweerder heeft erkend dat hij met de wijze waarop hij de foto heeft gepubliceerd, een fout heeft gemaakt. De Raad deelt dit standpunt. In gevallen als deze, waarin een rectificatie is gepubliceerd, moet echter worden beoordeeld of de onzorgvuldigheid in voldoende mate is hersteld door de rectificatie.
 
De Raad heeft eerder overwogen dat bij het rectificeren de journalist aan de lezer duidelijk dient te maken dat hij in de te rectificeren publicatie niet juist heeft bericht. (vgl. onder meer: Regionale Ambulancevoorziening Gooi en Vechtstreek tegen De Nieuws Ster, RvdJ 2006/35) Naar het oordeel van de Raad is dat hier gebeurd.
Direct de dag na de publicatie van 8 maart 2006 is duidelijk vermeld dat klagers zoon niets van doen heeft met de jeugdbende in Groningen, waarover een dag eerder werd bericht en dat het artikel op dat punt dus onjuist was. Een ruimhartiger rectificatie met daarin een vermelding dat verweerder de kwestie betreurt, zou wellicht niet hebben misstaan. Niettemin is de Raad van oordeel dat verweerder, alle omstandigheden in aanmerking genomen, de berichtgeving van 8 maart in voldoende mate heeft rechtgezet in de publicatie van 9 maart 2006.
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 11 juli 2006 door prof. dr. mr. B. de Gaay Fortman, waarnemend voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. F.W. Dresselhuys, mw. drs. I. Wassenaar en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.