2006/38 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
M.J. Wijkhuizen
 
tegen
 
K. van Eijk, R. van Leeuwen en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant
 
Bij brief van 18 februari 2006 met twee bijlagen heeft M.J. Wijkhuizen te Alkmaar (hierna: klager) een klacht ingediend tegen K. van Eijk, R. van Leeuwen en de hoofdredacteur van de Alkmaarsche Courant (hierna: verweerders). Hierop heeft F. Hoogendoorn, adjunct-hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 4 april 2006 met zeven bijlagen.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 28 april 2006 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 3 februari 2006 is in de Alkmaarsche Courant de rubriek ‘Voor de bühne’ gepubliceerd met bijdragen van Van Eijk en Van Leeuwen. Volgens de publicatie belicht de Alkmaarsche Courant in deze rubriek de perikelen rond de gemeenteraadsverkiezingen in Alkmaar. De rubriek bevat een artikel met de kop “Jupp”, dat luidt:
We hadden al een tijd niets meer gehoord van Joep Wijkhuizen. Het raadslid dat ruim twee jaar geleden boos uit OPA stapte, heeft zich nooit meer laten zien in de gemeenteraad (wel zijn geld opgestreken natuurlijk). Maar wie daaruit concludeert dat Wijkhuizen geen trek had in een nieuw raadsavontuur heeft het mis. De Lijst Wijkhuizen doet gewoon mee aan de verkiezingen. Maar wie schetst onze verbazing? Joep blijkt Jupp te heten. Kennelijk tracht de notoire spijbelaar zijn Duitse afkomst te verdoezelen. Zou hij eigenlijk Weichhausen heten?
Daarnaast bevat de rubriek nog een artikel met de kop “Jupp 2, dat ook over klager gaat.
 
Vervolgens is op 10 februari 2006 in de Alkmaarsche Courant in de rubriek ‘Voor de bühne’ een artikel gepubliceerd onder de kop “Jupp 3. Dit artikel bevat de volgende passages:
Woedend was Jupp Wijkhuizen na de onthulling vorige week in deze rubriek dat hij niet Joep maar Jupp heet. Het onafhankelijk raadslid, drie jaar geleden met bonje uit OPA gestapt, was boos over de constatering dat hij kennelijk zijn Duitse afkomst had proberen te verdoezelen. ‘Discriminatie’, fulmineerde hij via de telefoon (…) Er volgde nog een boze fax waarin hij verontwaardigd constateerde dat de ‘normen en waarden in het journalistieke wereldje ver te zoeken zijn’.
Verder is in de rubriek een artikel geplaatst onder de kop “Jupp 4. Dit artikel bevat onder meer de passage:
Normen en waarden? Toe maar. Nogal grote woorden voor iemand die al drie jaar lang zijn neus niet meer in de raadszaal heeft laten zien. En die niettemin een (bruto)vergoeding van 2000 euro per maand heeft gevangen.
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat de artikelen verkeerde informatie bevatten over de vergoeding die hij als raadslid heeft ontvangen. Dat is geen 2000 euro bruto per maand geweest, maar 1310 euro. Bovendien is ten onrechte gesuggereerd dat hij zich die vergoeding oneigenlijk heeft toegeëigend. Verder is ten onrechte vermeld dat hij zijn Duitse afkomst zou hebben verloochend, aldus klager
Hij betoogt dat sprake is van onjuiste, discriminerende berichtgeving, waardoor hij wordt beschadigd.
 
Verweerders stellen dat zij in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen wekelijks de rubriek ‘Voor de bühne’ hebben geplaatst. Daarin zijn op luchthartige, licht satirische en soms columnachtige wijze zaken rond de verkiezingen in Alkmaar aan de orde gesteld.
In het verleden is in de Alkmaarsche Courant het gedrag van klager als raadslid op zakelijke toon aan de kaak gesteld. Dat heeft er niet toe geleid dat klager zijn werk als raadslid weer heeft hervat, aldus verweerders. Zij meenden dat de kandidatuur van klager voor een nieuwe raadsperiode niet meer serieus kon worden genomen en wilden daarom de kiezer informeren over de achtergronden van klager, hetgeen in licht badinerende vorm is gedaan. Volgens verweerders mag de redactie die vorm hanteren op voorwaarde dat de feiten kloppen.
Verder stellen verweerders dat klager bij de vorige gemeenteraadsverkiezing als ‘Joep’ op de kandidatenlijst stond, maar nu als ‘Jupp’. Deze naamsverandering was op zijn minst merkwaardig te noemen. In de artikelen wordt geen oordeel over Duitsers uitgesproken, zodat van discriminatie dan ook geen sprake is.
Wat betreft de door klager ontvangen raadsvergoeding, menen zij dat klager daarop wellicht wettelijk gezien recht heeft, maar moreel gezien niet. Zij hebben op basis van informatie van een collega-raadslid een schatting gemaakt van de hoogte van de vergoeding. Nader onderzoek heeft hen geleerd dat die schatting een paar honderd euro te hoog is geweest.
Verweerders menen dat de journalistiek een taak heeft om zaken aan de kaak te stellen die moreel gezien niet door de beugel kunnen. Ten slotte wijzen zij erop dat aan columnisten een grote vrijheid toekomt om hun persoonlijke mening te geven over gebeurtenissen of personen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
Verweerders hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de gewraakte publicaties deel uitmaken van een luchtige rubriek, die in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 7 maart 2006 wekelijks werd gepubliceerd. Gelet op de luchthartige en kennelijk opzettelijk overdreven tendentieuze toon zijn de bedoeling van de rubriek, de in die rubriek geplaatste artikelen en de aard van de daarin opgenomen informatie voor de gemiddelde lezer voldoende duidelijk: de publicaties behelzen met name de persoonlijke visies van de auteurs, feitelijke verslaglegging staat niet voorop en overdrijving als stijlmiddel wordt niet geschuwd.
 
In dit licht bezien acht de Raad de gebezigde schrijfstijl niet onaanvaardbaar. In de artikelen komen geen kwalificaties of vergelijkingen voor die journalistiek ontoelaatbaar zijn. Dat de publicaties klager onwelgevallig zijn, is daarvoor onvoldoende.
 
Verweerders hebben erkend dat zij de vergoeding die klager als raadslid heeft ontvangen, te hoog hebben geschat. Deze omissie is echter – bezien in de context van de gehele publicaties – niet van zodanige ernst, dat verweerders daarmee jegens klager journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld. Overigens is niet gebleken dat de publicaties relevante onjuistheden bevatten.  
 
Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerders geen grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.
 
(vgl. onder meer: Ockels tegen Scholtens en de Volkskrant, RvdJ 2005/19)
 
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Alkmaarsche Courant te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 30 juni 2006 door mw. mr. H. Troostwijk, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. B.J. Brouwers, mw. C.J.E.M. Joosten en mw. drs. P.C.J. van Schaveren, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.