2006/37 niet-ontvankelijk

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Stichting Turks Forum Nederland

tegen

de hoofdredacteur van de Staatscourant

Bij brief van 16 februari 2006 met zeven bijlagen heeft de Stichting Turks Forum Nederland te Heerhugowaard (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Staatscourant (hierna: verweerder). Vervolgens heeft de secretaris van de Raad klaagster bij brief van 10 maart 2006 verzocht gemotiveerd aan te geven waarom naar haar mening sprake is van een geval als bedoeld in artikel 2a lid 4 van het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek. Klaagster heeft daarop geantwoord in een schrijven van 14 maart 2006. Bij brief van 24 maart 2006 met vier bijlagen heeft drs. W.M.C. de Jong, waarnemend hoofdredacteur, op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 april 2006 in aanwezigheid van klaagster. Verweerder is daar niet verschenen.

DE FEITEN

Op 25 januari 2005 is in de Staatscourant een artikel van de hand van Rene F.W. Diekstra verschenen onder de kop “Armeens Auschwitz”.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Wat betreft haar ontvankelijkheid stelt klaagster dat zij het artikel op 22 december 2005 op internet heeft ontdekt en zich korte tijd daarna tot verweerder heeft gewend met het verzoek het artikel te rectificeren. Toen was de termijn van zes maanden na publicatie, waarbinnen een klacht bij de Raad kan worden ingediend, reeds verstreken.
Volgens klaagster zou sprake zijn geweest van verzuim als zij c.q. haar bestuursleden beroepsmatig frequent met de Staatscourant in aanraking zouden komen. Ook zou het anders zijn geweest als het artikel in een algemeen toegankelijk medium zou zijn gepubliceerd. Nu van dergelijke omstandigheden geen sprake is, dient zij in haar klacht te worden ontvangen, aldus klaagster. Zij stelt dat het artikel ongefundeerde beschuldigingen aan het adres van de Turkse gemeenschap bevat.

Verweerder stelt dat klaagster zich blijkens haar statuten ten doel stelt op te komen voor de belangen van de Turkse bevolking in Nederland. De Staatscourant is een dagblad dat officiele publicaties bevat die gericht zijn op de hele Nederlandse bevolking. Hoewel de Staatscourant niet in de vrije verkoop verkrijgbaar is, is deze voor een ieder raadpleegbaar, bijvoorbeeld in bibliotheken. Ieder bestuurslid of vertegenwoordiger van klaagster en ieder lid van haar achterban had dus tijdig kennis kunnen nemen van het artikel, aldus verweerder. Hij concludeert dat klaagster niet-ontvankelijk is in haar klacht. Overigens stelt verweerder dat in het artikel de grenzen van het journalistiek toelaatbare niet zijn overschreden.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID

Op 1 februari 2005 is in het Reglement voor de werkwijze van de Raad voor de Journalistiek artikel 2a ingevoerd, dat luidt als volgt:
  1. Een klaagschrift moet worden ingediend binnen 6 maanden nadat de journalistieke gedraging, waartegen de klacht is gericht, heeft plaatsgevonden.
  2. Een klaagschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn door het secretariaat van de Raad voor de Journalistiek is ontvangen.
  3. Indien een klaagschrift niet tijdig is ingediend, is de klager in zijn klacht niet-ontvankelijk.
  4. Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend klaagschrift blijft niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de klager in verzuim is geweest.
Vaststaat dat de klacht niet binnen de termijn van zes maanden bij de Raad is binnengekomen.

Klaagster heeft aangevoerd dat de Staatscourant geen algemeen gangbaar medium is en met name bestemd is voor lezers met een juridische interesse. De Raad deelt dit standpunt niet. De Staatscourant bevat overheidspublicaties van velerlei aard en kan ook door het grote publiek eenvoudig worden geraadpleegd, bijvoorbeeld in bibliotheken. Naar het oordeel van de Raad is de Staatscourant een algemeen bekend en voor het grote publiek toegankelijk medium.

Verder overweegt de Raad dat klaagster zich blijkens haar statuten ten doel stelt:
  • op te komen voor de belangen van de gehele Turkse bevolking in Nederland (…);
  • een actieve bijdrage te leveren aan het welzijn van mens en samenleving;
  • het adviseren in de richting van alle organisaties (…) lokale overheden, regionale overheden, landelijke overheid (…) voor wat betreft het beleid ten aanzien van de doelgroep;
  • het activeren en motiveren van de doelgroep ter verkrijging van een voor de doelgroep acceptabele positie in de samenleving (…)
  • het informeren van onder andere alle personen, instanties, instellingen en organisaties in Nederland betreffende zaken in de meest ruime zin van het woord. (…)
  • het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
Klaagster moet derhalve geacht worden in staat te zijn zich deugdelijk te (laten) informeren over aangelegenheden die dienstig zijn voor het verwezenlijken van haar doel. In dat verband moet zij ook in staat worden geacht tijdig kennis te nemen van publicaties in de Staatscourant, waaronder artikelen als de onderhavige.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat klaagster zich er niet met succes op kan beroepen dat zij eerst in december 2005 kennis heeft genomen van de gewraakte publicatie. Er is in dit geval geen sprake van omstandigheden op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat klaagster in verzuim is geweest. Dit leidt ertoe dat klaagster in haar klacht niet-ontvankelijk is.

BESLISSING

Klaagster is in haar klacht niet-ontvankelijk.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Staatscourant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 juni 2006 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, T.G.G. Bouwman, mw. F. Santing, drs. P. Sijpersma en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw.mr. D.C. Koene, secretaris.