2006/31 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
Koop Holding Europe B.V. 
 
tegen
 
de hoofdredacteur van HP/De Tijd
 
Bij brief van 23 januari 2006 met acht bijlagen heeft H. Koop namens Koop Holding Europe B.V. gevestigd te Groningen (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van HP/De Tijd (hierna: verweerder). Verweerder heeft niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 maart 2006 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN
 
Op 21 oktober 2005 is in het weekblad HP/De Tijd een artikel verschenen onder de kop “De gereformeerde elite”. In dit artikel worden 75 (ex-)gereformeerde toppers besproken onder wie voornoemde Koop. Het artikel over hem luidt als volgt:
Groningse boerenzoon en voormalig topman van bouwonderneming Koop Tjuchem, werd in juni veroordeeld tot een werkstraf van 180 uur wegens omkoping. Zijn in opspraak geraakt bouwimperium - goed voor een jaaromzet van circa één miljard euro - is inmiddels overgenomen door een groep investeerders. Is lid van de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt).
 
Naar aanleiding van dit artikel heeft klaagster verweerder op 7 november 2005 schriftelijk verzocht om feitelijke onjuistheden uit dit artikel te corrigeren in HP/De Tijd. In de editie van HP/De Tijd van 9 december 2005 is een ingezonden brief gepubliceerd van H. Koop te Groningen. De brief luidt als volgt:
In ‘De gereformeerde elite’ komt ook ondergetekende voor als ‘gereformeerde topper’(HP/De Tijd, 21 oktober). Wij laten de kwalificatie geheel aan u. De ruimte welke u per topper inruimt, moest wel beperkt zijn, maar toch slaagt u erin om enkele feitelijke onjuistheden een plaats te geven. Ondergetekende is niet de voormalig topman maar is nog steeds voorzitter van de Raad van Bestuur van Koop Holding Europe B.V. Ondergetekende is dat dus niet of slechts heel indirect van bouwonderneming Koop Tjuchem, een werkmaatschappij binnen onze wegenbouwdivisie. Ondergetekende is niet veroordeeld wegens omkoping maar wegens het medeplegen van omkoping, en tegen dit vonnis is hoger beroep aangetekend. Onze Groep is niet overgenomen door een groep investeerders. Juist is dat een groep investeerders een belang van 50,1 procent in de Koop Groep heeft verworven.
 
Naar aanleiding van deze publicatie heeft klaagster op 15 december 2005 verweerder schriftelijk erop gewezen dat de brief van 7 november 2005 niet als ingezonden brief bedoeld was. Daarnaast heeft verweerder nogmaals verzocht om tot correctie van de feitelijke onjuistheden over te gaan. Hierop heeft verweerder op 4 januari 2006 afwijzend gereageerd. Vervolgens heeft klaagster bij brief van 9 januari 2006 verweerder een laatste maal verzocht om tot rectificatie over te gaan. Op 11 januari 2006 laat verweerder weten daartoe geen aanleiding te zien.
 
HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER
 
Klaagster stelt dat het artikel een viertal feitelijke onjuistheden bevat. Ten onrechte is vermeld dat de heer Koop de voormalig topman is van debouwonderneming Koop Tjuchem. De heer Koop is voorzitter van de Raad van Bestuur van Koop Holding Europe B.V. Hij is dat dus niet of slechts heel indirect van bouwonderneming Koop Tjuchem, aldus klaagster. Verder is ten onrechte vermeld dat de heer Koop is veroordeeld wegens omkoping. De heer Koop is veroordeeld wegens het medeplegen van omkoping en tegen dit vonnis is hoger beroep aangetekend. Verder stelt klaagster dat de Koop Groep niet is overgenomen door een groep investeerders. Wel juist is volgens klaagster dat een groep investeerders een belang van 50,1% in de Koop Groep heeft verworven. Voorts stelt klaagster dat de brief van 7 november 2005 een verzoek was tot het plaatsen van een rectificatie en geen ingezonden stuk. Verweerder had deze brief niet als ingezonden brief behoren te plaatsen. Ten slotte stelt klaagster dat verweerder ten onrechte heeft geweigerd een rectificatie te plaatsen.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
De kern van de klacht is dat het artikel over de heer Koop een aantal feitelijke onjuistheden bevat en dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten deze onjuistheden op deugdelijke wijze te rectificeren. Klaagster is voorts van mening dat de brief van 7 november 2005 niet als ingezonden brief had mogen worden geplaatst.
 
Hoewel het artikel op de door klaagster aangegeven punten feitelijk onjuist is, is de Raad van oordeel dat deze onjuistheden van zodanig ondergeschikt belang zijn, dat dit niet kan leiden tot gegrondheid van de klacht. Hierbij is van belang dat deze onjuistheden afdoende zijn rechtgezet door de publicatie in de rubriek voor ingezonden brieven. Het als ingezonden brief publiceren van een schrijven waarin rectificatie wordt verzocht kan - bijzondere omstandigheden daargelaten - niet worden beschouwd als een geëigende manier om met klachten van lezers om te gaan. (vgl. Lamers tegen Godthelp en Amstelveens Nieuwsblad, RvdJ 2001/26)
 
In het onderhavige geval is de Raad echter van mening dat er sprake is van een bijzondere omstandigheid. De brief van 7 november 2005 bevat slechts een verzoek om de feitelijke onjuistheden te corrigeren in HP/De Tijd. Aan de wijze waarop dit diende te gebeuren zijn geen voorwaarden gesteld. Gezien alle omstandigheden, is er onvoldoende grond voor de conclusie dat het publiceren van deze brief door verweerder ontoelaatbaar was. In dit licht is de Raad van oordeel dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, door tot plaatsing van deze brief over te gaan.
BESLISSING
 
De klacht is ongegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in HP/De Tijd te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.