2006/30 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
B. Visser
 
tegen
 
de hoofdredacteur van de Meppeler Courant
 
Bij brief van 19 januari 2006 met zeven bijlagen heeft B. Visser te X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Meppeler Courant (hierna: verweerder). Hierop heeft T. Henzen, hoofdredacteur, gereageerd in een brief van 28 februari 2006.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 maart 2006 in aanwezigheid van partijen. Klager heeft zijn standpunt ter zitting verder toegelicht aan de hand van een notitie met vier bijlagen.
 
DE FEITEN
 
Op 9 januari 2006 is in de Meppeler Courant een artikel verschenen onder de kop “Opstand bij RTV Drenthe”. Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Dijkstra stelde intern een rapport op naar aanleiding van aanhoudende klachten van een twintigtal collega’s over de gebrekkige en onjournalistieke leiding van chef nieuws en sport Bert Visser uit (X) en directeur Rob Staal. Het rapport werd ter hand gesteld aan de ondernemingsraad en directeur Staal. De directie deed er niets mee en beschuldigde Dijkstra van opruiend gedrag. Daarop werd hij de laan uitgestuurd zonder dat er een gesprek aan voorafging .
en
Rob Staal, zeggen de kritische RTV-verslaggevers, steekt zijn kop in het zand en blijft Visser dekken. Verslaggevers vinden dat de chef nieuws en sport onjournalistieke keuzes maakt. Een concours-hippique in zijn ‘achtertuin’ werd live uitgezonden om daarmee zijn vriendjes te plezieren. En dat terwijl een live-uitzending op sportgebied doorgaans beperkt blijft tot evenementen als de TT en een korfbalfinale van DOS’46 in Ahoy’. Bovendien wordt Visser beschuldigd van seksuele intimidatie.
 
Naar aanleiding van deze publicatie heeft klager in een brief van 10 januari 2006 protest aangetekend bij verweerder en tevens een rectificatie geëist. Delen van deze brief zijn gepubliceerd in het vervolgartikel “RTV Drenthe neemt stappen tegen Meppeler Courant” van 11 januari 2006. Op 12 januari 2006 heeft verweerder schriftelijk gereageerd op de brief van klager van 10 januari 2006.
Vervolgens is op 13 januari 2006 in de Meppeler Courant het artikel “Medewerksters RTV Drenthe naar de politie” verschenen. Dit artikel bevat de volgende passage:
Drie medewerksters van RTV Drenthe hebben dinsdagavond op het politiebureau in Assen een klacht ingediend over een leidinggevende. Het gesprek spitste zich toe op problemen op de werkvloer van de regionale omroep, aldus politiewoordvoerder Ron Reinds. Het bezoek aan de politie had tot doel na te gaan of er sprake is van strafbare feiten. De medewerksters hebben eerder gewag gemaakt van ‘seksistische opmerkingen’ die volgens hen leiden tot een klimaat van ‘seksuele intimidatie’ bij RTV Drenthe. In het gesprek met de politie werd geconcludeerd dat er geen strafbare feiten aan de orde zijn. Er is derhalve formeel geen aangifte gedaan, aldus Reinds. De politie heeft de inhoud van het gesprek vastgelegd. De medewerksters overwegen of in arbeidsrechtelijke zin vervolgstappen kunnen worden ondernomen.
 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 
Klager stelt dat verweerder in ruime mate grenzen heeft overschreden van wat, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Verder stelt hij zwaar aangetast te zijn in zijn journalistieke en persoonlijke integriteit. In de gewraakte publicaties wordt op basis van een anoniem schrijven van vermoedelijk slechts enkele (oud) werknemers van de (sport) redactie van RTV Drenthe, een vernietigend oordeel geveld over zijn functioneren als hoofd nieuws en sport bij RTV Drenthe. Dit anonieme stuk is een aaneenschakeling van verdachtmakingen, valse beschuldigingen, verdraaide feiten en oude koeien, aldus klager. Een kritisch journalist zou zich volgens klager op zijn minst moeten afvragen of het hier zou kunnen gaan om persoonlijke rancune van (oud) medewerkers van een omroep die hun (voormalige) chef een hak willen zetten. Klager betoogt dat bij verweerder die journalistieke kritische gedachte niet lijkt te zijn opgekomen. Ten onrechte wordt hij met naam en toenaam – op basis van een anoniem stuk – in de Meppeler Courant afgeschilderd als iemand die zich schuldig maakt aan seksuele intimidatie.
Verder stelt klager de indruk te krijgen dat journalistieke principes als hoor en wederhoor niet relevant zijn bij de Meppeler Courant. Ook heeft verweerder ten onrechte nagelaten de informatie uit het anonieme schrijven te verifiëren. Door het eerste artikel te plaatsen met vermelding van zijn naam en woonplaats is zijn persoonlijke levenssfeer en dat van zijn gezin ernstig aangetast, aldus klager.
Naar aanleiding van de eerste publicatie heeft klager onmiddellijk schriftelijk protest aangetekend en een rectificatie geëist. Zonder overleg heeft verweerder vervolgens grote delen van deze brief afgedrukt in het vervolgartikel van 11 januari 2006. Dit terwijl zijn brief niet bedoeld was voor publicatie.
Volgens klager gaat verweerder op 13 januari 2006 opnieuw in de fout. De krant meldt ten onrechte dat drie medewerksters van RTV Drenthe een klacht hebben ingediend bij de politie. Het zou volgens klager gaan om Herbert Dijkstra in gezelschap van twee oud medewerksters. Verder wordt in het artikel ten onrechte de indruk gewekt dat er wel degelijk iets aan de hand is.
Klager concludeert dat hij door de publicaties in de Meppeler Courant ernstig is beschadigd. Verweerder heeft zich volgens hem laten gebruiken door enkele (oud) collega’s die een lastercampagne tegen hem voeren en heeft zelf ten onrechte geen enkele journalistieke afstand genomen.
Ter zitting heeft klager nog benadrukt zich te verbazen over het feit dat verweerder in het verweerschrift zijn onzorgvuldig journalistiek handelen rond zijn persoon probeert goed te praten met allerlei artikelen uit het Dagblad van het Noorden en uit de Meppeler Courant van veel latere datum. Verder heeft klager betoogd zichzelf niet als een publiek bekende persoon te beschouwen aangezien hij altijd achter de schermen werkzaam is geweest.
 
Verweerder stelt dat het hem uit het klaagschrift duidelijk is geworden dat klager met name door het artikel van 9 januari 2006 in zijn journalistieke en persoonlijke integriteit is aangetast. Hij vraagt zich verder af hoe klager bij zijn bewering komt dat de gewraakte artikelen gebaseerd zijn op een anoniem schrijven van vermoedelijk slechts enkele (oud) werknemers van de (sport) redactie van RTV Drenthe. Volgens verweerder heeft hij zijn bronnen niet genoemd in de contacten die hij heeft gehad met RTV Drenthe. Als het personeelsconflict, dat heeft geleid tot een werkonderbreking op zondag 5 februari 2006, slechts zou zijn gebaseerd op de frustratie van enkele oud medewerkers dan zou er wellicht geen staking zijn uitgebroken. Er is dus meer aan de hand, aldus verweerder. De informatie die de basis vormt voor de artikelen van 9, 11 en 13 januari 2006 is niet gebaseerd op een enkele bron. Verweerder betoogt verder dat het anonieme stuk waarnaar klager verwijst voor hem verbonden is met namen van medewerkers en oud-medewerkers van RTV Drenthe. Zij hebben persoonlijk commentaar gegeven op de inhoud van dat stuk en de achtergronden van het conflict geschetst. De kwalificatie van het anonieme stuk als een aaneenschakeling van verdachtmakingen, valse beschuldigingen, verdraaide feiten en oude koeien wordt door verweerder in twijfel getrokken. Verweerder erkent dat het artikel van 9 januari 2006 door hem is geschreven onder tijdsdruk. Hiervoor heeft hij in het artikel van 11 januari 2006 zijn excuses aangeboden.
Aan het vermelden van de naam en woonplaats van klager was echter niet te ontkomen, aldus verweerder. Een en ander heeft te maken met de journalistieke gewoonte het lokale en regionale belang te onderstrepen als een stad- of streekgenoot bij een kwestie is betrokken. Verweerder betoogt, onder verwijzing naar een uitspraak van de Raad (familie X tegen RTV Drenthe Nieuws, RvdJ 2005/24), dat de persoonlijke levenssfeer van klager niet verder is aangetast dan noodzakelijk was in het kader van open berichtgeving. Klager bekleedt een prominente positie bij RTV Drenthe en is volgens verweerder als een bekende persoonlijkheid te beschouwen. Verweerder voert verder aan dat publiek bekende personen moeten dulden dat hun portret wordt gepubliceerd wanneer zij in het nieuws komen. Klager dient zich derhalve een zekere mate van aantasting van zijn persoonlijke levenssfeer te laten welgevallen (SBS en L. Muller tegen NOS Journaal, RvdJ, 2005/64). Misstanden of vermeende misstanden bij de publieke omroep zijn onderwerp van journalistieke belangstelling. Met de signalering hiervan is een maatschappelijk doel gediend, aldus verweerder.
Verweerder stelt verder gebruik te hebben gemaakt van informatie uit de brief van klager om een weerwoord te formuleren, de vermeende imagoschade voor klager te verzachten en hem zonder enige interpretatie van zijn kant met volledige citaten recht te doen. Het schrijven was volgens verweerder aan hem gericht in zijn functie van hoofdredacteur. Hij heeft de brief van klager daarom niet beschouwd als een persoonlijk schrijven, waaruit niet mocht worden geciteerd.
Verweerder bestrijdt dat de Meppeler Courant bij haar publicatie van 13 januari 2006 opnieuw in de fout zou zijn gegaan. Het is een onweerlegbaar feit dat drie medewerksters van RTV Drenthe zich bij de politie in Assen hebben gemeld, aldus verweerder.
Hij concludeert dat de Meppeler Courant zich op geen enkele wijze heeft laten gebruiken door ‘enkele (oud) collega’s die een lastercampagne tegen klager zouden voeren’. Ten slotte betoogt verweerder dat de Meppeler Courant wel degelijk journalistieke afstand heeft genomen bij haar publicaties over klager.
Ter zitting heeft verweerder nog verklaard een fout te hebben gemaakt door het artikel van 9 januari 2006 te plaatsen zonder wederhoor te hebben gepleegd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht over de berichtgeving van de Meppeler Courant van 9, 11 en 13 januari 2006 bestaat uit de volgende onderdelen:
1.      het artikel van 9 januari 2006 bevat ernstige beschuldigingen aan het adres van klager en verweerder heeft klager ten onrechte geen gelegenheid tot wederhoor geboden;
2.      het vermelden van naam en woonplaats van klager;
3.      verweerder heeft onzorgvuldig gehandeld door delen van de brief van klager aan verweerder van 10 januari 2006 te publiceren;
4.      het artikel van 13 januari 2006 zou feitelijke onjuistheden bevatten.
 
Ad 1
De Raad overweegt dat het artikel van 9 januari 2006 een aantal beschuldigingen aan het adres van klager bevat. Zo wordt onder meer beweerd dat klager beschuldigd wordt van seksuele intimidatie. Aldus wordt klager ernstig gediskwalificeerd. Volgens het vaste oordeel van de Raad dient een journalist bij het publiceren van ernstige beschuldigingen met bijzondere zorgvuldigheid te werk te gaan. Die bijzondere zorgvuldigheid brengt in het algemeen onder meer mee dat wederhoor dient te worden toegepast. Klagers stelling dat geen wederhoor is toegepast, is door verweerder niet betwist. Verweerder heeft slechts aangevoerd dat het artikel onder tijdsdruk tot stand is gekomen en dat daarom geen contact is opgenomen met klager. Gelet op de ernst van de beschuldiging had verweerder deze niet mogen publiceren zonder wederhoor toe te passen. Door dit na te laten heeft hij jegens klager journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond. (vgl. onder meer: Brander tegen Leeuwarder Courant, RvdJ 2006/11)
 
Ad 2
Wat betreft het vermelden van de naam en woonplaats van klager overweegt de Raad het volgende. Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat, volgens het vaste oordeel van de Raad, de journalistieke verantwoordelijkheid met zich meebrengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. Dat de identiteit van de betrokkene door een publicatie bekend wordt, maakt de publicatie evenwel op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het privé-leven van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een afweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds. Waar in het onderhavige geval sprake is van een zeer ernstige beschuldiging jegens klager en bovendien wederhoor achterwege is gebleven, dient naar het oordeel van de Raad het belang van klager te prevaleren boven de hiervoor genoemde belangen. Op dit punt is de klacht derhalve gegrond. (vgl. onder meer: Kok en Lambooy tegen Sluis en Utrechts Nieuwsblad, RvdJ 2005/53)
 
Ad 3
Ten aanzien van het derde onderdeel van de klacht deelt de Raad het standpunt van klager dat verweerder had kunnen en moeten begrijpen dat het schrijven van 10 januari 2006 van klager aan verweerder niet als ingezonden stuk was bedoeld. Bijzondere omstandigheden daargelaten, dient in een dergelijk geval publicatie zonder toestemming en medeweten van de afzender achterwege te blijven. Van dergelijke bijzondere omstandigheden is in het onderhavige geval niet gebleken. Ook dit onderdeel van de klacht is gegrond. (vgl. onder meer: Roskam en BDU tegen klaverBlad Hoevelaken, RvdJ 2003/41)
 
Ad 4
Het vierde onderdeel van de klacht is er met name op gericht dat in het artikel van 13 januari 2006 ten onrechte zou zijn vermeld dat drie medewerksters van RTV Drenthe een klacht hebben ingediend tegen klager bij de politie. Volgens klager zou het om twee medewerksters gaan. De lezingen van partijen ter zake staan lijnrecht tegenover elkaar. De Raad acht het voorshands aannemelijk dat de door klager gegeven lezing de juiste is, gelet op hetgeen door de politievoorlichter R. Reinds op dit punt is verklaard. Dit onderdeel van de klacht is derhalve evenzeer gegrond.
 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in de Meppeler Courant te publiceren.  
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.