2006/28 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
X
 
tegen
 
de hoofdredacteur van het AD/Groene Hart
 

Bij brief van 9 december 2005 met bijlage heeft mr. J.A.W. Knoester, advocaat te Den Haag, namens X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van het AD/Groene Hart (hierna: verweerder). Hierop heeft D. Mulkens, hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 10 februari 2006.??

 

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 maart 2006 waar klager is vertegenwoordigd door mevrouw mr. A.A. van Harmelen. Verweerder is daar niet verschenen.


DE FEITEN
 

Klager is verdacht geweest van de verkrachting van en moord op een Goudse studente in 2001. Hij is door de Rechtbank te Den Haag op 1 augustus 2002 en door het Gerechtshof te Den Haag op 11 juli 2004 hiervan vrijgesproken. Bij arrest van 4 mei 2004 heeft de Hoge Raad der Nederlanden het door het Openbaar Ministerie ingestelde cassatieberoep verworpen.

 
Op 28 oktober 2005 is in het dagblad AD/Groene Hart een artikel verschenen onder de kop “Verdachte ontkent. Vorige hoofdverdachte als getuige opgeroepen in zaak-Mari?a”. Dit artikel bevat de volgende passage:

Hij [de raadsman van de in de kop bedoelde verdachte] wil het gehele dossier tot nu toe hebben, alsook de processen-verbaal van de vorige hoofdverdachte X, die wegens gebrek aan bewijs tot aan de Hoge Raad toe werd vrijgesproken. Diezelfde X wordt ook als getuige opgeroepen om een verklaring af te leggen.

 
DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
 

Klager stelt dat in de gewraakte publicatie ten onrechte zijn volledige achternaam wordt vermeld bij de bespreking van de strafzaak tegen Y.? Laatstgenoemde wordt thans verdacht van de verkrachting van en moord op een studente in 2001. Klager is in verband met voornoemde feiten eveneens verdachte geweest. Hij stelt dat hij thans op grond van artikel 6?lid 2 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden voor onschuldig moet worden gehouden. Tijdens zijn vervolging is de mogelijkheid dat er sprake zou zijn geweest van twee daders onderwerp van discussie geweest. Volgens klager lijkt het Openbaar Ministerie in de huidige strafzaak tegen Y het standpunt in te nemen dat er sprake is van ? dader. Dit ondersteunt volgens klager de gedachte dat hij terecht bij herhaling is vrijgesproken. Klager betoogt verder dat het gebruikmaken van zijn volledige achternaam in het artikel inbreuk maakt op zijn recht op privacy en family life. Op zijn persoonlijke levenssfeer is bovendien een extra inbreuk gemaakt door de context waarin zijn naam is gebruikt. Volgens klager wordt door de zinsnede “… alsook de processen verbaal van de vorige hoofdverdachte X…”? de suggestie gewekt dat er daadwerkelijk sprake is van meerdere verdachten. Hiervoor is geen enkele aanwijzing, aldus klager.

Ter zitting is namens klager nog benadrukt dat AD/Groene Hart geen enkel belang had om klagers naam te vermelden, aangezien dit niets toevoegt aan het artikel.

Klager concludeert dat de publicatie van AD/Groene Hart als onrechtmatig althans in ieder geval als ontoelaatbaar en klachtwaardig dient te worden bestempeld.

 

Verweerder stelt dat er voor de redactie geen aanleiding was om de identiteit van klager te beschermen, aangezien klager geen verdachte meer was in deze strafzaak. Op het moment dat bleek dat klager bezwaar had tegen de vermelding van zijn naam, heeft de redactie besloten de naam niet langer te vermelden, aldus verweerder. De overweging daarbij was dat het journalistiek niet direct noodzakelijk en relevant was om de naam verder nog te vermelden.

 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 

Voorop moet worden gesteld dat een nieuwsbericht zoveel mogelijk de gegevens dient te bevatten, die het het publiek mogelijk maken zich een waarheidsgetrouw beeld van het desbetreffende nieuwsfeit te vormen. Daartegenover staat dat, volgens het vaste oordeel van de Raad, de journalistieke verantwoordelijkheid met zich brengt dat de persoonlijke levenssfeer van degene over wie wordt gepubliceerd, niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is.

Bovendien is, volgens het vaste oordeel van de Raad, ten aanzien van het vermelden van persoonlijke gegevens van verdachten c.q. veroordeelden bijzondere terughoudendheid geboden. Een journalist dient zoveel mogelijk te voorkomen dat hij gegevens publiceert met behulp waarvan een verdachte of veroordeelde op eenvoudige wijze kan worden ge?ntificeerd. Dit geldt in zijn algemeenheid overigens niet voor een gewezen verdachte.

 

In het onderhavige geval staat vast dat de identiteit van klager door de reportage bekend is geworden. Dit maakt de publicatie op zichzelf niet onzorgvuldig, ook al is sprake van een inbreuk op de privacy van betrokkene. Een dergelijke inbreuk overschrijdt de grenzen van zorgvuldige journalistiek alleen dan, indien deze inbreuk niet in redelijke verhouding staat tot het doel van de publicatie en derhalve een disproportionele aantasting van het priv?even van de betrokkene vormt. Er dient derhalve een belangenafweging plaats te vinden tussen het belang van de betrokkene bij de bescherming van zijn privacy enerzijds en mogelijke belangen van derden en het maatschappelijke belang anderzijds. Of met de publicatie van de naam van klager grenzen zijn overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is, hangt af van de omstandigheden van het geval. Daarbij komt enerzijds belang toe aan het maatschappelijk belang dat met de publicatie is gediend en anderzijds aan de mate waarin de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene is aangetast. (vgl. onder meer: X tegen Stentor/Zwolse Courant, RvdJ 2006/14)

In dit verband acht de Raad het van belang dat de berichtgeving betrekking had op een nog lopende strafzaak tegen Y. Klager is in deze zaak verdachte geweest maar bij herhaling vrijgesproken. Hij moet derhalve voor onschuldig worden gehouden. Door de publicatie wordt klager wederom in verband gebracht met de ernstige strafbare feiten waarvan hij nu juist is vrijgesproken. De vermelding van klagers naam was, mede gelet op het bovenstaande, niet in het belang van een volledige berichtgeving en kan dus ook niet worden beschouwd als essentieel voor de waarde van het bericht.


Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk toelaatbaar is.

 
BESLISSING
 
De klacht is gegrond.
 
De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in het AD/ Groene Hart te publiceren
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 15 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, mw. drs. J.X. Nabibaks, mw. E.H.C. Salomons en mr. A.H. Schmeink, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.M.S. van den Berg, secretaris.