2006/27 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek inzake de klacht van

X

tegen

 de hoofdredacteur van TROS Radar

Bij brief van 16 januari 2006 met vijf bijlagen, waaronder een dvd-opname van de gewraakte uitzending, heeft X (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van TROS Radar (hierna: verweerder). Hierop heeft A. Hertsenberg, eindredacteur, gereageerd in een brief van 7 februari 2006. De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 maart 2006 in aanwezigheid van klager en zijn echtgenote. Verweerder is daar niet verschenen. Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een opname van de gewraakte uitzending bekeken. Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, heeft klager desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN
Op 12 september 2005 is in een uitzending van het televisieprogramma TROS Radar aandacht besteed aan de praktijken van Chinese kruidendokters (hierna: de uitzending). In de studio heeft Hertsenberg de uitzending ingeleid als volgt: “Ze zeggen zich te baseren op een duizenden jaren oude traditie en claimen de oplossing te hebben voor heel veel ziektes. Ze beweren zelfs dat ze diabetes, suikerziekte type 2 kunnen genezen. We gaan op pad met een verborgen camera.” Vervolgens wordt door een voice-over meegedeeld: “We concentreren ons op het Rotterdamse Chinatown, want hier zitten veel Chinese kruidendoktoren. Een van de ziektes die zij beweren te kunnen genezen is suikerziekte type 2. De directeur van het diabetescentrum van het VU in Amsterdam is daar heel duidelijk over.” De desbetreffende directeur, prof. dr. R. Heine, zegt daarop het volgende: “Diabetes, en dan praat ik nu over type 2 diabetes, is een ziekte die zeker niet genezen kan worden en type 2 diabetes gaat gepaard met een sterk verhoogde sterftekans.” Daarna bericht de voice-over: “We zijn daarom benieuwd naar het Chinese wonder dat suikerziekte kan genezen. We nemen de proef op de som. Een van onze verslaggevers geeft zich uit als vermeend suikerpatiënt. Om zeker te weten dat hij geen suiker heeft, laat hij zich in het diabetescentrum van het VU in Amsterdam onderzoeken.” De verslaggever is op bezoek gegaan bij drie Chinese kruidendokters. Zij zijn allen in beeld gebracht met een ‘wolkje’ over hun gezicht. Hun namen zijn niet vermeld. De laatst bezochte dokter is klager. Op de vraag van de verslaggever: “Maar kunt u mij genezen?”, heeft hij geantwoord: “Ja, we gebruiken Chinese kruiden om het probleem te genezen.” De bezoeken aan de kruidendokters zijn voor commentaar aan prof. dr. Heine voorgelegd. Over het bezoek aan klager heeft hij onder meer gezegd: “Ik vind dit meer huiveringwekkend eerlijk gezegd. Want hier wordt inderdaad het woordje ‘genezen’ bij herhaling gebruikt.” Klager heeft de verslaggever van TROS Radar in eerste instantie onbekende kruiden meegegeven. De verslaggever is vervolgens teruggegaan en heeft om een alternatief gevraagd. Daarop heeft klager de verslaggever een witte pot zonder etiket verstrekt. Hertsenberg zegt daarover in de studio: “Geen etiket, geen gebruiksaanwijzing, geen sambal, alleen een pot vol gruis. Maar wat is het nu precies? We laten de pot en de al eerder gekochte kruiden analyseren door een apotheker.” Volgens de analyse van de apotheker, drs. J. ter Borg, bestaan de kruiden voornamelijk uit laxerende middelen. Ten aanzien van het door klager verstrekte poeder luidt de conclusie dat deze voor 90% gemalen rabarberwortel bevat en sterk laxerend werkt. De redactie heeft haar bevindingen voor commentaar voorgelegd aan J. Elferink, voorzitter van Zhong, de Nederlandse Vereniging voor Traditionele Chinese Geneeskunde. Bovendien heeft de verslaggever klager geconfronteerd met de analyse van de apotheker en klager om een reactie gevraagd. De verslaggever heeft zich daarbij voorgesteld als medewerker van TROS Radar. In zijn reactie ontkent klager te hebben gezegd dat hij diabetes kan genezen. Voorts ontkent hij dat de door hem verstrekte kruiden en poeder voornamelijk uit laxerende middelen bestaan. Hertsenberg heeft de uitzending afgesloten als volgt: “De inspectie voor de gezondheidszorg laat ons weten dat Chinese artsen de wet overtreden als ze een middel tegen diabetes verstrekken zonder bijsluiter en zonder tussenkomst van een apotheker. Ook je uitgeven als arts zonder als zodanig in het BIG-register ingeschreven te zijn is verboden. De inspectie hoopt dat mensen officieel melding maken van deze praktijken, zodat ze kan ingrijpen.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
Klager stelt – kort samengevat – dat de uitzending onjuistheden bevat. Zijn poeder is geen ‘rabarber poeder’ en geen laxeermiddel. Het is een uitgekiend mengsel met bepaald geen goedkope bestanddelen. Volgens klager heeft verweerder het poeder niet officieel wetenschappelijk laten analyseren. Verweerder heeft nagelaten hem een schriftelijke analyse van het poeder te verstrekken. Verder stelt hij dat hij tweemaal met een verborgen camera is bezocht, waarbij ongeveer 40 minuten is gefilmd. Van het gefilmde materiaal is een selectie gemaakt, waardoor ten onrechte een onjuist beeld over hem is gecreëerd, aldus klager. Hij heeft de indruk dat in de uitzending met opzet de Traditionele Chinese Geneeskunde in het algemeen en hijzelf in het bijzonder op een onbehoorlijke wijze aan de schandpaal zijn genageld. Verweerder is met onheuse bedoelingen zijn praktijk binnengekomen en heeft zijn behandelmethode niet eerlijk willen beoordelen, aldus klager. Hij meent dat sprake is van discriminerende berichtgeving. Klager stelt voorts dat hij niet op de onterechte aantijgingen aan zijn adres heeft kunnen reageren. Tijdens het laatste bezoek van de verslaggever is hij niet in staat geweest op gepaste wijze verweer te voeren. Aan het verzoek van verweerder om in de studio vragen te beantwoorden heeft hij niet voldaan, omdat het hem niet werd toegestaan een tolk mee te nemen. Ter zitting verklaart klager nog dat de vraag of Chinese kruiden diabetes kunnen genezen, een medische discussie betreft. Verweerder stelt dat klager zich in zijn klacht onredelijk en schofferend heeft uitgelaten en dat hij daar niet serieus op in kan gaan. Volgens verweerder heeft klager nergens duidelijk gemaakt waarop hij zou moeten reageren dan wel op welk aspect van de uitzending de kritiek van klager zich richt. Verweerder meent dat de Raad klager in zijn klacht niet-ontvankelijk dient te verklaren.

BEOORDELING VAN DE ONTVANKELIJKHEID
Wat betreft de door verweerder opgeworpen vraag of klager in zijn klacht kan worden ontvangen, overweegt de Raad het volgende. Verweerder komt herhaaldelijk in de gewraakte uitzending voor. Niet valt in te zien waarom klager dan niet als ‘rechtstreeks belanghebbende’ in de zin van de statuten van de Stichting Raad voor de Journalistiek zou kunnen worden aangemerkt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT
Volgens het vaste oordeel van de Raad behoort een journalist degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend te maken. Slechts indien sprake is van zeer bijzondere omstandigheden kan rechtvaardiging bestaan voor het niet naleven van deze regel. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn gelegen in het maatschappelijk belang dat met een publicatie wordt gediend. Dit belang betreft niet alleen het aan de kaak stellen van misstanden, teneinde te bewerkstelligen dat zij onderzocht worden, doch tevens het informeren van het publiek over feiten en bijzonderheden die de ernst van een situatie scherper naar voren doen komen en die zonder de gevolgde werkwijze niet aan het licht gebracht zouden kunnen worden. Verweerder heeft met de publicatie beoogd zijn kijkers te informeren over misstanden in de branche van Chinese kruidendokters. Deze misstanden zouden onder meer erin zijn gelegen dat sommige Chinese kruidendokters beweren dat zij suikerziekte kunnen genezen en in dat verband bepaalde middelen aan diabetespatiënten verschaffen, hetgeen ertoe zou kunnen leiden dat de desbetreffende patiënten worden afgehouden van reguliere medische behandeling. De Raad acht het aannemelijk dat verweerder zonder toepassing van de gevolgde werkwijze niet aan het licht had kunnen brengen of bedoelde misstanden al dan niet bestaan. Naar het oordeel van de Raad is aldus sprake van bijzondere omstandigheden die rechtvaardigen dat de verslaggever bij zijn eerste twee bezoeken aan klager zijn hoedanigheid niet bekend heeft gemaakt. Ook overigens bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerder jegens klager journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld. De uitzending, waarin tevens diverse deskundigen aan het woord zijn gelaten, is naar het oordeel van de Raad evenwichtig en zorgvuldig. Niet is gebleken van relevante onvolledigheden of onjuistheden. Bovendien heeft de verslaggever klager vóór de uitzending nogmaals bezocht, waarbij hij zich als medewerker van TROS Radar bekend heeft gemaakt. Klager is toen geconfronteerd met zijn uitspraken en met de analyse van de door hem verstrekte middelen. Verder is klager kennelijk uitgenodigd om in de studio zijn visie op de zaak te geven, maar is op deze uitnodiging niet ingegaan omdat hij – naar zijn zeggen – geen tolk mocht meenemen. Volgens een door klager overgelegde brief van de TROS van 25 oktober 2005 is hem voor de uitzending ook nog per e-mail om een reactie gevraagd, maar heeft klager daarop niet gereageerd. De Raad acht het aannemelijk dat klager niet voldoende adequaat gebruik heeft gemaakt van de hem geboden gelegenheid tot wederhoor. Dit kan verweerder echter niet worden verweten. Een en ander leidt tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de naam van klager niet in de uitzending is vermeld en dat zijn gezicht zodanig is bewerkt, dat hij daardoor voor het grote publiek onherkenbaar is gebleven. (vgl. onder meer: Jeekel tegen De Dordtenaar, RvdJ 2005/10)

BESLISSING
De klacht is ongegrond. De Raad verzoekt verweerder bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van TROS Radar en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.