2006/26 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

Vereniging tegen de Kwakzalverij

tegen

M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf

Bij brief van 19 januari 2006 met twee bijlagen heeft de Vereniging tegen de Kwakzalverij, gevestigd te Amsterdam, (hierna: klaagster) een klacht ingediend tegen M. Koolhoven en de hoofdredacteur van De Telegraaf (hierna: verweerders). Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 3 maart 2006. Namens klaagster zijn daar prof. dr. F.S.A.M. van Dam en M. van Geer verschenen.

DE FEITEN

Op 24 december 2005 is op de voorpagina van De Telegraaf een artikel van de hand van Koolhoven verschenen onder de kop “Kilo’s snel kwijt met dna-pillen”. De intro van het artikel luidt:
Aan de vooravond van kerst krijgen Amerika en Nederland een spraakmakende primeur voor mensen die snel op hun ideale gewicht willen komen: de dna-pil.
Verder bevat dit artikel onder meer de volgende passages:
De revolutionaire pil, die Genotrim gaat heten, komt per direct op de Amerikaanse en Nederlandse markt. De EU heeft inmiddels het licht op groen gezet voor het jongste afslankmiddel.
en
Het laten uitvoeren van de gentest, waarbij wangslijm wordt afgenomen, kost 325 euro. De pillenkuur kost, afhankelijk van de samenstelling van de pillen, tussen de 40 en 80 euro.
Het artikel is vervolgd op pagina 6 onder de kop “Pil voor elke klant anders”. Dit vervolgartikel bevat onder meer de volgende passages:
Wetenschappers hebben een revolutionaire pil ontwikkeld, waarvan de samenstelling wordt bepaald door het dna van de (te dikke) klanten. Daarom is ook de hoeveelheid ingrediënten voor iedereen steeds anders. De formule is gebaseerd op de vier tot zestien genen die bij ieder mens de stofwisseling bepalen.
en
Voor Nederland is voor de introductie het bureau ToBeOne van de broers Jan en Harmen Roeland geselecteerd.
en
De Nederlandse vertegenwoordiger van Salugen inc., Peter Maltha, ontkent met klem dat er sprake is van ‘genetische manipulatie’.

HET STANDPUNT VAN KLAAGSTER

Klaagster stelt voorop dat zij tot doel heeft alternatieve behandelwijzen te evalueren en kwakzalverij in de ruimste zin van het woord te bestrijden. Zij ziet het als een van haar kernactiviteiten om het grote publiek te waarschuwen tegen kwakzalversmiddelen, dat wil zeggen middelen met een gezondheidsclaim waarvan de werkzaamheid en de veiligheid niet vaststaan. Klaagster verwijst verder ter zake naar haar statuten en meent dat zij, gelet op haar doelstellingen, in de onderhavige klacht ontvankelijk is.
Wat betreft de inhoud van het artikel stelt klaagster dat de desbetreffende dna-pil bij uitstek een kwakzalversmiddel is. De termen ‘nutritional gene therapy’ en ‘nutrigenomics’, waar de beschreven methodiek ook vaak onder gepubliceerd wordt, suggereren dat het gaat om supplement-geïnduceerde genregulatie. Het betreft slechts de analyse van een aantal genen op basis waarvan de dosering en samenstelling van de supplementen wordt aangepast. Voor deze praktijken bestaat geen enkel wetenschappelijk bewijs en werd twee jaar geleden al gewaarschuwd, aldus klaagster. Volgens haar zijn er geen gegevens over de effectiviteit en veiligheid van Genotrim bekend. Overigens heeft klaagster de Geneeskundige Inspectie op de risico’s van het gebruik van Genotrim geattendeerd.
Klaagster stelt verder dat de vermelding dat ‘de EU inmiddels het licht op groen heeft gezet voor het jongste afslankmiddel’, misleidend is. Genotrim is een voedingssupplement en dergelijke supplementen worden nooit aan de EU of de FDA, de Amerikaanse Voedsel-veiligheidsautoriteit, ter goedkeuring voorgelegd.
Voorts wijst klaagster erop dat in de publicatie ten onrechte geen (voedings)experts aan het woord zijn gelaten om de claims rondom Genotrim in het juiste wetenschappelijke perspectief te plaatsen. Verweerders hadden eenvoudig een expert kunnen benaderen, bijvoorbeeld door telefonisch contact op te nemen met het Voedingscentrum.
Klaagster concludeert dat sprake is van misleidende berichtgeving. Het publiek is door de eenzijdige weergave van de publiciteit van de fabrikant c.q. distributeur niet in de gelegenheid gesteld om de informatie te toetsen aan de huidige stand van de wetenschap. Klaagster benadrukt dat het bij overgewicht gaat om een ernstig gezondheidsprobleem. Met deze handelwijze hebben verweerders journalistiek onzorgvuldig gehandeld, aldus klaagster.
Ter ondersteuning van haar standpunten verwijst klaagster naar diverse publicaties, waaronder die op haar eigen website. Ter zitting wijst Van Geer erop, dat via de website van klaagster kennis kan worden genomen van een e-mailwisseling tussen K. de Vries jr. en Koolhoven.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Klaagster stelt zich blijkens de door haar overgelegde statuten ten doel de bestrijding van de kwakzalverij op geneeskundig, farmaceutisch en aanverwant gebied. Klaagster hanteert daarbij als omschrijving van kwakzalversmiddelen: middelen met een gezondheidsclaim, waarvan de werkzaamheid en de veiligheid niet vaststaan.
De Raad is van oordeel dat klaagsters klacht past binnen haar doelstelling, zodat zij ontvankelijk is in haar klacht. (vgl. onder meer: Kat tegen NRC Handelsblad, RvdJ 2005/66 en de Turkse Culturele Vereniging tegen Frankenhuis en De Telegraaf, RvdJ 2003/24)

De klacht komt zakelijk weergegeven hierop neer, dat aan verweerders het verwijt wordt gemaakt, dat zij via een eenzijdige en onvolledige en daardoor misleidende berichtgeving het publiek met betrekking tot het voor veel mensen belangrijke probleem van overgewicht uitzicht hebben geboden op een geneesmiddel, waarvan de effectiviteit niet is aangetoond en dat mogelijk risico’s meebrengt voor de gebruiker.

Volgens de Raad is algemeen bekend dat overgewicht voor velen een ernstig gezondheidsprobleem oplevert. Dat brengt voor verweerders de journalistieke verantwoordelijkheid mee om in hun berichtgeving een zo evenwichtig mogelijk beeld te geven van het betreffende onderwerp c.q. geneesmiddel. Door de eenzijdig positieve wijze van berichtgeving, waarbij relevante en aanwezige tegengestelde meningen achterwege zijn gelaten, hebben verweerders hun lezers een onvolledig en daardoor onjuist beeld van het desbetreffende middel voorgehouden. Niet valt uit te sluiten dat bepaalde lezers daardoor zijn afgehouden van een medisch verantwoorde behandeling. Gesteld noch gebleken is dat voor de publicatie voldoende feitelijke grondslag bestond.

Tijdens de zitting is namens klaagster verwezen naar een discussie op internet tussen een heer K. de Vries en Koolhoven. Daaruit blijkt dat Koolhoven toegeeft, dat door de producent van het onderhavige middel onprofessioneel is gehandeld en dat het vervelend is dat de lezers van De Telegraaf met de gevolgen daarvan zijn geconfronteerd.

Alle omstandigheden in aanmerking genomen, is de Raad van oordeel dat verweerders ten onrechte met stelligheid in positieve zin over de dna-pil hebben bericht. Zij hebben hun lezers onvolledig en daardoor onjuist geïnformeerd. Aldus hebben verweerders de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in De Telegraaf te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 11 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.R. Harkema, mw. C.J.E.M. Joosten, mr. A.H. Schmeink en mr. drs. G.J. Wolffensperger, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.