2006/22 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

S.K.A. Brown

tegen

B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool

Bij brief van 29 december 2005 met diverse bijlagen heeft S.K.A. Brown te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Klager heeft vervolgens nog diverse stukken overlegd, die op 13 januari 2006 door de Raad zijn ontvangen. Verweerders hebben niet op de klacht gereageerd.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 februari 2006 buiten aanwezigheid van partijen.

DE FEITEN

Op 10 december 2005 is in Het Parool een artikel van de hand van Middelburg verschenen onder de kop “Een opmerkelijke connectie: de X-brothers”.
Het artikel bevat de volgende, voor de onderhavige klacht relevante, passage:
Ondanks al dergelijke inspanningen werd Y uiteindelijk, in januari 1995, door het hof Amsterdam tot vijf jaar cel veroordeeld. Ten tijde van het hoger beroep voerde Woelders ook nog aan dat toenmalig hasjhandelaar Steve Brown tegenover de politie zou hebben verklaard dat hij, samen met de X-brothers, een cocaïnelijn ‘voor Y’ zou hebben opgezet van Miami naar Marokko. Die lijn zou via Italië doorlopen naar Noord-Europa.

HET STANDPUNT VAN KLAGER

Klager stelt – kort samengevat – dat verweerders een selectie van nieuws hebben gemaakt. Verweerders hebben wel de heer Woelders geciteerd, maar niet twee IRT-rechercheurs, die in dezelfde rechtszaak tegen Y zijn gehoord. Volgens klager zouden die rechercheurs onder ede een voor hem positieve verklaring hebben afgelegd.
Verder stelt klager dat verweerders ten onrechte hebben nagelaten wederhoor toe te passen en een rectificatie te plaatsen.
Klager concludeert dat sprake is van eenzijdige, tendentieuze berichtgeving, waardoor hij wordt beschadigd.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Het artikel gaat over de vermeende relatie tussen de X-brothers en Y. In het artikel is herhaaldelijk over de heer Woelders gesproken. Zo is onder meer vermeld dat Woelders destijds onderzoeksleider was in de Y-zaak en tegenwoordig chef centrale recherche in Amsterdam.
Mede gelet op de context van de berichtgeving valt niet in te zien waarom verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig zouden hebben gehandeld, door Woelders aan te halen en niet tevens rechercheurs te citeren die in de rechtszaak tegen Y andere – voor klager wellicht gunstiger – verklaringen zouden hebben afgelegd.

De gewraakte passage betreft een verklaring die Woelders in een rechtszaak tegen Y zou hebben afgelegd. Verweerders hebben de woorden van Woelders voor diens rekening gelaten en niet als feiten gepresenteerd. Het was derhalve niet vereist om wederhoor bij klager toe te passen.

Het voorgaande in aanmerking genomen, bestaat evenmin grond voor de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden door klagers verzoek om rectificatie niet te honoreren.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 3 mei 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. C.M. Buijs, mw. E.J.M. Lamers en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.