2006/21 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), Schieland Borsboom NVM Makelaars B.V. en C.J. Borsboom

tegen

de hoofdredacteur en de redactie van ‘Kassa’ (VARA)

Bij brief van 12 januari 2006 met twee bijlagen heeft mr. J.A. Schaap, advocaat te Amsterdam, namens de Nederlandse Vereniging van Makelaars (NVM), Schieland Borsboom NVM Makelaars B.V. en C.J. Borsboom (hierna: klagers) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur en de redactie van ‘Kassa’ (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. M.F. Hartstra, bedrijfsjurist van de VARA, namens verweerders gereageerd in een brief van 3 februari 2006.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 17 februari 2006. Aan de zijde van klagers waren daar W. van Kampen, vice-voorzitter van de NVM, mr. A.P. Drok, directiesecretaris van de NVM, en mr. Schaap aanwezig. Namens verweerders zijn R. Veenstra, eindredacteur van ‘Kassa’, en mr. I. Roelands, bedrijfsjurist van de VARA, verschenen. Mr. Schaap heeft het standpunt van klagers toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.
Voorafgaand aan de zitting heeft de Raad een dvd-opname van de gewraakte uitzending bekeken.

DE FEITEN

Op 24 september 2005 is in een uitzending van het televisieprogramma ‘Kassa’ aandacht besteed aan de handelwijze van makelaars (hierna: de uitzending). De uitzending is door de presentator ingeleid als volgt:
Wie ooit een huis heeft gekocht, weet dat er voor de diensten van een makelaar veel geld betaald moet worden. Maar wat doet die makelaar voor dat geld? Behartigt hij uw belangen of vooral die van hemzelf?
Vervolgens is de casus van een bepaald echtpaar geschetst. Volgens de geïnterviewde vrouw heeft de makelaar misbruik gemaakt van de informatie dat de familie het huis moest verkopen vanwege een achterstand in de betaling van de hypotheek. Het echtpaar heeft de verkoopopdracht uiteindelijk ingetrokken.
Daarna is de heer P. Cornelissen, makelaar en taxateur en schrijver van het boek “Makelaardij of maffia?”, aan het woord gelaten. Cornelissen heeft allereerst over de casus gezegd:
Het is een voorbeeld dat vrij herkenbaar is. Ik ken de hele zaak niet goed genoeg om te bevestigen van, nou ja, dat is er precies gebeurd.
Verder heeft Cornelissen meegedeeld dat de casus een voorbeeld van de zogeheten ‘stroman-constructie’ zou kunnen zijn. Die constructie houdt in dat de makelaar potentiële klanten een hoge verkoopprijs voorspiegelt om daarmee de verkoopopdracht te krijgen. Het pand wordt vervolgens voor een veel lager bedrag verkocht aan een stroman, die het pand op zijn beurt voor een hoger bedrag doorverkoopt.
De presentator heeft verder in de uitzending gezegd: “De makelaar spekt vooral zijn eigen kas.” Daarna heeft hij de heer Van Kampen, vice-voorzitter van de NVM, aan het woord gelaten. Van Kampen heeft meegedeeld dat hij de casus van het echtpaar niet kent, maar dat er naar zijn mening geen aanwijzing is voor de stroman-constructie.
Later in de uitzending heeft de presentator meegedeeld dat de redactie van ‘Kassa’ heeft uitgeprobeerd of makelaars aan een stroman-constructie willen meewerken. De presentator heeft de werkwijze van de redactie uitgelegd als volgt:
Peter Cornelissen doet zich voor als een vastgoedhandelaar die goedkoop een boerderijtje op de kop kan tikken. Hij kan het pand met een fikse winst doorverkopen aan een multinational. Maar de eigenaars van de boerderij zijn oude mensen, die niet precies weten wat hun boerderijtje waard is en er daarom per se een makelaar bij willen. Cornelissen is dus op zoek naar een makelaar die de oudjes wil wijsmaken dat ze een goede prijs krijgen voor hun boerderij.
Daarna zijn vijf fragmenten van door Cornelissen gevoerde telefoongesprekken ten gehore gebracht. Tegelijkertijd is achtereenvolgend in een kader in beeld gebracht: “Makelaar 1 √”, “Makelaar 2 √”, “Makelaar 3 ?”, “Makelaar 4 X”, “Makelaar 5 √”. Volgens een mededeling van de presentator is in het filmpje de essentie van de volledige gesprekken vervat. Het fragment van het gesprek met ‘Makelaar 5’ is later in de uitzending herhaald. Daarbij heeft de presentator vermeld dat dit de makelaar van het echtpaar uit de casus is.
Desgevraagd heeft de heer Van Kampen over de handelwijze van de benaderde makelaars geen oordeel uitgesproken, omdat hij niet de volledige gesprekken heeft gehoord.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Samengevat stellen klagers dat verweerders journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door zonder medeweten van de benaderde vijf makelaars telefoongesprekken op te nemen en uit te zenden, waarbij de beller een fictieve hoedanigheid heeft aangenomen en een fictieve casus heeft voorgelegd. Ten onrechte hebben verweerders niet met open vizier gestreden. Er is geen sprake van een misstand die niet op andere wijze aan het licht gebracht had kunnen worden. Het publiek had ook kunnen worden voorgelicht op andere wijze dan door middel van ‘verborgen’ telefoonopnamen. Uit openbare informatie bij het kadaster kunnen stroman-constructies worden getraceerd, aldus klagers.
Zij stellen verder dat de telefoongesprekken onjuist in de uitzending zijn weergegeven en dat daaruit ten onrechte conclusies zijn getrokken die niet worden gedragen door de inhoud van de gesprekken en overig feitenmateriaal. In geen van de gesprekken wordt gevraagd om mee te helpen met oplichting en de opzet tot oplichting is ook niet in alle gesprekken duidelijk. Ter ondersteuning van hun standpunt hebben klagers video-opnamen overgelegd van de volledige gesprekken. Daaruit blijkt volgens klagers dat in geen van de gevallen de casus identiek is gepresenteerd. Alleen in het derde en vierde gesprek is duidelijk gemaakt dat de boerderij lager moest worden getaxeerd dan de werkelijke waarde. In die gevallen heeft de desbetreffende makelaar dan ook afwijzend gereageerd of gesteld dat hij eerst wil bekijken wat het pand precies is, waarbij is opgemerkt dat hij de waarheid geen geweld aan zal doen. In een ander geval heeft een waarnemer alleen een afspraak gemaakt en is niet met de daadwerkelijke makelaar gesproken en in twee gevallen wordt een afspraak gemaakt om de details nader te bespreken. Geen van de gesprekken kan dus dienen als bewijs voor het meewerken aan een stroman-constructie.
Klagers stellen voorts dat in de uitzending zeer algemene onjuiste uitlatingen over ‘de’ makelaar zijn gedaan. De algemene stelling dat ‘de’ makelaar zijn eigen belang dient in plaats van het belang van zijn cliënt, wordt niet gedragen door de inhoud van de vijf telefoongesprekken. Die stelling wordt ook niet bevestigd door de casus van het echtpaar, die geheel anders ligt dan in de uitzending wordt gesteld en niets te maken heeft met een stroman-constructie, aldus klagers. Zij wijzen erop dat de heer Borsboom van Schieland Borsboom NVM Makelaars B.V. (hierna tezamen: Borsboom) de makelaar is geweest van het echtpaar uit de casus. Die casus – die diende als kapstok voor het item over de stromannen – is onjuist weergegeven. Weliswaar is de naam van Borsboom niet in de uitzending vermeld, maar hij is wel degelijk herkend en op de uitzending aangesproken. Volgens klagers zijn de stellingen over stromannen en het dienen van eigen belang ten onrechte gepresenteerd als feiten. Zij wijzen in dat verband ook op de website van ‘Kassa’, waarop aandacht aan de uitzending is besteed.
Bovendien hebben verweerders ten onrechte nagelaten wederhoor bij Borsboom toe te passen, aldus klagers. Als dit had plaatsgevonden, was het verweerders duidelijk geweest dat hij de casus niet als stromanvoorbeeld had kunnen gebruiken. Klagers zijn verder van mening dat ook met betrekking tot de vijf gevoerde telefoongesprekken ten onrechte geen wederhoor is toegepast. Het vragen van commentaar aan Van Kampen is daarvoor onvoldoende. Hij is niet degene die de gesprekken heeft gevoerd en hem werd bovendien om commentaar gevraagd op fragmenten en niet op de volledige gesprekken. Van Kampen had onvoldoende kennis van de casus, de vraagstelling en de inhoud van de gesprekken om een goed oordeel over die gesprekken te kunnen geven en namens de NVM of de betrokken makelaars te reageren.
Dat Van Kampen in een latere uitzending alsnog iets over de telefoongesprekken heeft kunnen zeggen, doet daaraan niets af. Die uitzending gaat voor het merendeel over een ander onderwerp dan het stromanverhaal. Bovendien is het weerwoord in die uitzending te laat.
Klagers stellen ten slotte dat verweerders de heer Van Kampen hebben verzocht om in de uitzending commentaar te geven, zonder hem voldoende informatie te verstrekken. Verweerders hebben in ieder geval informatie achtergehouden over hetgeen in de uitzending naar voren zou worden gebracht, aldus klagers. Er is bij de voorbereiding geen melding gemaakt van de vijf telefoongesprekken. Tijdens de uitzending is Van Kampen gevraagd wat hij naar aanleiding van de getoonde gesprekken zou gaan doen. Hij heeft toen meegedeeld een en ander nader uit te zoeken en zo nodig maatregelen te nemen tegen de betrokken makelaars. Omdat verweerders slechts bereid waren geanonimiseerde banden ter beschikking te stellen en de identiteit van de makelaars derhalve ontbrak, heeft Van Kampen zijn toezegging niet adequaat kunnen nakomen.
Klagers concluderen dat de uitzending ongefundeerde ernstige beschuldigingen aan hun adres bevat. Ten gevolge van de handelwijze van verweerders is hun goede naam geschaad, aldus klagers.

Verweerders stellen dat de algemene stelling dat ‘de’ makelaar zijn eigen belang dient in plaats van het belang van zijn cliënt, nergens wordt geponeerd. Het gaat in de uitzending om de vraag in hoeverre het voorkomt dat makelaars hun klanten welbewust oplichten en dat wordt onderzocht. Ten aanzien van de telefoongesprekken stellen verweerders voorop dat het niet gaat om verborgen opname-apparatuur. Bij een telefoongesprek weet de gebelde nooit wie er meeluistert en bij veel bedrijven worden tegenwoordig alle gevoerde telefoongesprekken opgenomen. Deze toepassing is dan ook niet op een lijn te stellen met het gebruik van verborgen opname-apparatuur. Het uitzenden van die gesprekken maakt dat niet anders, nu de opgenomen stemmen volledig onherkenbaar in de uitzending zijn opgenomen, zij dienen als illustratie. Overigens menen verweerders dat zij niet in strijd hebben gehandeld met de uitgangspunten van de Raad ten aanzien van verborgen opname-apparatuur. Volgens verweerders gaat het in de uitzending om een ernstige misstand waarover zij in het algemeen belang het publiek mogen informeren. Er was geen andere mogelijkheid om het publiek te tonen dat dergelijke misstanden bestaan, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat alle gebelde makelaars aanstonds de opzet van het gesprek hebben onderkend. In alle gesprekken zegt de beller dat de werkelijke waarde van het pand hoger is dan de prijs die hij met de verkopers heeft afgesproken. Aan de makelaar wordt een buitensporig hoog bedrag geboden uitsluitend om een waarde aan de boerderij te geven dan wel om de ‘belangen’ van de verkopers te behartigen. In de uitzending is de essentie van de gesprekken weergegeven. Die weergave stemt in alle gevallen overeen met de strekking van het gesprek en geeft daarvan een correct beeld. De conclusie dat niet alle makelaars altijd in het belang van hun opdrachtgevers handelen, is beslist gerechtvaardigd op grond van de inhoud van de telefoongesprekken, aldus verweerders.
Voorts stellen zij dat de casus van het echtpaar als introductie van het item is beschreven. Zij beschikken over uitgebreide informatie waaruit blijkt dat de casus zo is als deze is gepresenteerd.
Verweerders betwisten overigens dat Borsboom naar aanleiding van de uitzending zou zijn herkend. Verder wijzen zij erop dat niet is beweerd dat hier sprake is geweest van fraude. Cornelissen zegt alleen dat sprake zou kúnnen zijn geweest van een stroman-constructie, hetgeen op zichzelf juist is.
Wat betreft het toepassen van wederhoor wijzen verweerders erop dat Van Kampen in twee uitzendingen uitgebreid aan het woord is geweest. Beschikte hij in de uitzending van 24 september 2005 misschien nog over onvoldoende kennis van de inhoud van de gesprekken om zijn mening te geven, dan is dat in de uitzending van 8 oktober 2005 ruimschoots goed gemaakt.
Wederhoor bij Borsboom was niet nodig, omdat deze makelaar onidentificeerbaar is gebleven. Daarbij komt dat in de casus van het echtpaar niemand wordt beschuldigd. Die casus is niet gebruikt als voorbeeld van de stroman-constructie, maar als illustratie van het feit dat er ondoorzichtige dingen kunnen gebeuren rond de verkoop van een huis.
Wederhoor bij de gebelde makelaars was evenmin nodig. Het weerwoord van Van Kampen kan als zodanig dienen, omdat met het vertonen van de gesprekken misstanden in de beroepsgroep worden aangetoond, aldus verweerders. Bovendien zijn de gebelde makelaars onherkenbaar gebleven.
Verweerders concluderen dat zij zorgvuldig hebben gehandeld. Er zijn slechts feiten gepresenteerd en vragen gesteld. Zij hebben voldoende rekening gehouden met de belangen van betrokkenen.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1. verweerders hebben onzorgvuldig gehandeld door het opnemen en uitzenden van telefoongesprekken zonder medeweten van de opgebelde makelaars;
2. de onder 1. bedoelde telefoongesprekken zijn onjuist weergegeven en aan die gesprekken zijn onjuiste conclusies verbonden;
3. in de uitzending zijn onjuiste uitlatingen over ‘de’ makelaar gedaan;
4. er is geen c.q. op onjuiste wijze wederhoor toegepast;
5. aan de vice-voorzitter van de NVM is gevraagd om in de uitzending commentaar te geven, zonder hem voldoende informatie te verstrekken.

Ad 1.
In eerdere zaken heeft de Raad overwogen dat een journalist die een telefoongesprek opneemt teneinde (delen van) die opname in een uitzending ten gehore te brengen, zijn gesprekspartner ervan op de hoogte dient te stellen dat en met welk doel hij die opname maakt, zulks behoudens bijzondere omstandigheden.
Verder behoort een journalist – volgens het vaste oordeel van de Raad – degene over wie hij publiceert met ‘open vizier’ tegemoet te treden, dat wil zeggen zijn hoedanigheid aan hem bekend te maken. Slechts indien sprake is van bijzondere omstandigheden kan rechtvaardiging bestaan voor het niet naleven van deze regel. Dergelijke omstandigheden kunnen zijn gelegen in het maatschappelijk belang dat met een publicatie wordt gediend. Dit belang betreft niet alleen het aan de kaak stellen van misstanden, teneinde te bewerkstelligen dat zij onderzocht worden, doch tevens het informeren van het publiek over feiten en bijzondere omstandigheden die de ernst van een situatie scherper naar voren doen komen en die zonder de gevolgde werkwijze niet aan het licht gebracht zouden kunnen worden. Dit geldt evenzeer wanneer een journalist degene over wie hij publiceert of uitzendt niet zelf benadert, maar wanneer een derde dit doet met de bedoeling hiervan voor een publicatie of uitzending gebruik te (laten) maken.
(vgl. onder meer: Stichting Woningwinkel Zuid-Kennemerland tegen Bakker, Sietsma en Netwerk (EO), RvdJ 2005/30)
Verweerders hebben met de uitzending beoogd hun kijkers te informeren omtrent misstanden in de branche van makelaars. Deze misstanden zouden onder meer erin zijn gelegen dat sommige makelaars meewerken aan de zogeheten ‘stroman-constructie’.
De Raad acht het aannemelijk dat verweerders zonder toepassing van de gevolgde werkwijze niet aan het licht hadden kunnen brengen of bedoelde misstanden al dan niet bestaan. De Raad acht het dan ook niet onzorgvuldig dat verweerders in het kader van hun onderzoek de telefoongesprekken met de makelaars hebben opgenomen, zonder die makelaars daarvan in kennis te stellen. (vgl. Jeekel tegen De Dordtenaar, RvdJ 2005/10)
De Raad is echter van oordeel dat de inhoud van de volledige telefoongesprekken onvoldoende grondslag biedt voor de conclusie dat de bedoelde misstanden bestaan.
Uit het gesprek met ‘Makelaar 4’ blijkt duidelijk dat deze in geen geval wil meewerken, hetgeen in de uitzending ook duidelijk is gemaakt door de vermelding in het kader: ‘Makelaar 4 X’. En ook in de andere gesprekken zijn geen afspraken over medewerking aan de stroman-constructie tot stand gekomen. In die gesprekken hebben de betrokken makelaars enkele voorbehouden gemaakt. De gesprekken eindigden met het maken van een afspraak voor een persoonlijke ontmoeting, waarin de details nader besproken zouden kunnen worden. Daarmee is echter nog niet gezegd dat de makelaars, wanneer het tot die ontmoeting was gekomen, ook daadwerkelijk aan de stroman-constructie hadden meegewerkt.
De telefoongesprekken geven aldus geen blijk van enige misstand noch wordt daarmee het publiek geïnformeerd over feiten en bijzondere omstandigheden die de ernst van de situatie scherper naar voren doen komen. Door toch tot uitzending van fragmenten van die telefoongesprekken over te gaan, hebben verweerders derhalve journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 2.
Uit de getoonde fragmenten van de telefoongesprekken is – met uitzondering van het gesprek met ‘Makelaar 4’ – de essentie weggelaten, te weten dat de makelaars voorbehouden hebben gemaakt en dat zij in een persoonlijke ontmoeting eerst de details wilden bespreken, alvorens te besluiten om al dan niet met de zogenaamde vastgoedhandelaar in zee te gaan.
Zoals de Raad hiervoor onder 1. heeft overwogen, kan uit de volledige gesprekken niet de conclusie worden getrokken dat de gebelde makelaars hun medewerking daadwerkelijk zouden hebben verleend aan de stroman-constructie.
Door in de uitzending niettemin te concluderen dat dat wél het geval was – door het aanvinken van makelaars 1, 2 en 5 – dan wel de oprechtheid in twijfel te trekken – door het zetten van een vraagteken bij makelaar 3 – hebben verweerders ook op dit punt journalistiek ontoelaatbaar gehandeld.

Ad 3.
Naar het oordeel van de Raad laat de vormgeving van de uitzending – de wijze van presenteren van feiten en meningen in combinatie met de montage van de fragmenten van de telefoongesprekken – de kijker weinig ruimte voor een andere conclusie dan dat de handelwijze van menig makelaar niet deugt. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat de presentator de uitzending heeft ingeleid met de vraag “Behartigt hij [de makelaar] uw belangen of vooral die van hemzelf?” en later de stelling “De makelaar spekt vooral zijn eigen kas.” heeft uitgesproken.
Voor een dergelijke zeer ernstige beschuldiging aan het adres van klagers c.q. de leden van de NVM is bij uitstek een deugdelijke grondslag vereist. (vgl. onder meer: X en Y tegen ‘Opgelicht’, RvdJ 2004/98)
Zoals hiervoor is overwogen, kan die grondslag niet worden ontleend aan de (getoonde fragmenten van de) telefoongesprekken met de benaderde makelaars.
De geschetste casus van het echtpaar biedt evenmin voldoende grondslag voor de beschuldigingen. Het echtpaar was ten tijde van het interview met de betrokken makelaar in dispuut. Zoals de Raad eerder heeft overwogen, kunnen vraagtekens worden geplaatst bij de betrouwbaarheid van een dergelijke bron als brenger van objectieve feiten. (vgl. onder meer: Buitendijk c.s. tegen Nieuwe Revu en Algemeen Dagblad c.s., RvdJ 2006/10)
Verder is de heer Cornelissen aan het woord gelaten, maar die heeft uitdrukkelijk gezegd dat hij de casus niet goed genoeg kent om te kunnen bevestigen wat er precies is gebeurd.
Ook overigens is niet gebleken dat de geuite beschuldigingen worden ondersteund door andere bronnen, zodat moet worden geconcludeerd dat voor die beschuldigingen onvoldoende grond bestaat. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond

Ad 4.
Door het tonen van de fragmenten van de telefoongesprekken is weliswaar ten onrechte gesuggereerd dat de betrokken makelaars aan de stroman-constructie wilden meewerken, maar die makelaars zijn volledig onherkenbaar gebleven. Bovendien is ter zake aan de vice-voorzitter van de NVM om commentaar gevraagd. Door het achterwege laten van wederhoor bij de gebelde makelaars zijn geen grenzen van journalistieke zorgvuldigheid overschreden.
De Raad acht het echter aannemelijk dat door de wijze waarop de casus van het echtpaar is geschetst – waarbij de naam van het echtpaar is vermeld en de woonomgeving uitgebreid in beeld is gebracht – Borsboom wél in de uitzending is herkend en daarop is aangesproken, zoals deze heeft gesteld. In de uitzending is gesuggereerd dat Borsboom in de uitoefening van zijn beroep onoorbaar heeft gehandeld. Borsboom en diens onderneming Schieland Borsboom NVM Makelaars B.V. worden aldus zodanig in hun beroeps- c.q. bedrijfsuitoefening gediskwalificeerd, dat verweerders die beschuldigingen niet hadden mogen publiceren zonder wederhoor toe te passen. Door dit na te laten hebben zij jegens Borsboom c.q. zijn onderneming journalistiek onzorgvuldig gehandeld.

Ad 5.
In lijn met eerdere uitspraken overweegt de Raad dat indien aan een betrokkene om een reactie wordt gevraagd, die betrokkene niet steeds vooraf volledig behoeft te worden geïnformeerd over de inhoud van de publicatie. Volstaan kan worden met aan betrokkene voldoende duidelijk mee te delen, waarop het te geven commentaar betrekking moet hebben. Daarbij is de mate waarin een journalist opening van zaken moet geven afhankelijk van de aard van het te publiceren bericht (vgl. onder meer: Van den Doel tegen Heijboer, RvdJ 2003/23)
Verder heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat - voor zover wederhoor is geboden - uit een oogpunt van evenwichtige berichtgeving bij voorkeur in een en dezelfde publicatie tot uitdrukking dient te komen dat met betrekking tot hetgeen daarin aan de orde is, wederhoor is toegepast. (vgl. onder meer: Guijt en Guijt Holding tegen de Volkskrant, RvdJ 2001/48)
Klagers hebben onbetwist gesteld dat Van Kampen bij de voorbereiding van de uitzending niet volledig op de hoogte is gebracht van hetgeen daarin aan de orde zou worden gesteld. Van Kampen was niet vooraf in kennis gesteld van de inhoud van telefoongesprekken en van het vertonen van de fragmenten. Vaststaat dat verweerders de banden met de volledige telefoongesprekken direct na de uitzending van 24 september 2005 aan Van Kampen ter beschikking hebben gesteld en dat Van Kampen in de uitzending van 8 oktober 2005 alsnog op de telefoongesprekken heeft kunnen reageren. Dat de namen van de betrokken makelaars niet aan Van Kampen kenbaar zijn gemaakt, doet daaraan niet af.
Het zou verkieslijker zijn geweest indien verweerders bij de voorbereiding van de uitzending ter zake meer openheid van zaken aan Van Kampen hadden gegeven, ten einde hem in staat te stellen daarop direct in dezelfde uitzending adequaat te reageren. Daardoor zou ook het publiek wellicht beter zijn geïnformeerd; het is de vraag of het publiek dat de uitzending van 24 september 2005 heeft gezien, ook heeft gekeken naar de uitzending van 8 oktober 2005.
Dat verweerders dat hebben nagelaten is echter, alle omstandigheden in aanmerking genomen, niet van zodanige aard dat zij daarmee grenzen hebben overschreden van hetgeen – gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid – maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De onderdelen 1 tot en met 4 van de klacht zijn gegrond op de punten zoals hierboven in de beoordeling is vermeld. Onderdeel 5 van de klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders bij voorkeur aan deze beslissing aandacht te besteden in een uitzending van ‘Kassa’ en anders deze beslissing integraal of in samenvatting op zijn website dan wel in een ander daartoe geëigend medium te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 april 2006 door mr. A. Herstel, voorzitter, T.G.G. Bouwman, drs. C.M. Buijs, mw. E.J.M. Lamers en mw. mr. H.M.A. van Meurs, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.