2006/18 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

mr. J.J.L. de Soeten

tegen

de hoofdredacteur van de Oegstgeester Courant en Uitgeverij Verhagen B.V.

Bij brief van 22 december 2005 met elf bijlagen heeft mr. J.J.L. de Soeten te Oegstgeest (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van de Oegstgeester Courant en Uitgeverij Verhagen B.V. (hierna: verweerders). Hierop heeft C. van der Laan, hoofd algemene redactie Uitgeverij Verhagen, geantwoord in een brief van 18 januari 2006.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 27 januari 2006 in aanwezigheid van klager en voornoemde Van der Laan. Klager heeft zijn standpunt toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

Naar aanleiding van de plotselinge ontstentenis van een der leden van de Raad, hebben partijen desgevraagd laten weten geen bezwaar te hebben tegen behandeling van de zaak door de voorzitter en drie leden.

DE FEITEN

Op 7 september 2005 is in de Oegstgeester Courant een brief geplaatst van het bestuur van de Leidse Voetbal en Cricketclub ASC, die is gevestigd in Oegstgeest.
Naar aanleiding daarvan heeft klager op 5 oktober 2005 een ingezonden brief naar verweerder gestuurd. Deze brief bevatte onder meer de volgende passage:
Wat stond niet in de OC? Dat het ASC-bestuur de OC heeft gedreigd: als de ingezonden ASC-brief niet ongewijzigd/onverkort zou worden geplaatst, zou de Gemeente (!) niet langer de Gemeente-advertenties op pag. 2 in de OC plaatsen. Drie van de vier partijen zouden het daarmee eens zijn, aldus ASC.
Bij brief van 12 oktober 2005 heeft Van der Laan aan klager bericht dat zijn brief niet zou worden geplaatst. In haar brief schrijft Van der Laan onder meer:
De brief heb ik niet geplaatst omdat deze voor een belangrijk deel een reactie is op een dreigement van ASC richting de Oegstgeester Courant, dat nooit geuit is. Het lijkt me goed als ik u de feiten geef.
Vervolgens is op 19 oktober 2005 in de rubriek ‘Lezers schrijven’ een artikel van de heer Van Weeren, fractievoorzitter Leefbaar Oegstgeest, geplaatst onder de kop “ASC en de pers”. De brief is voorzien van een naschrift van de redactie, dat onder meer de volgende passages bevat:
In zoverre bovenstaande brief betrekking heeft op de (hoofd)redactie van deze krant, vinden we het belangrijk wat zaken recht te zetten, die in dit schrijven niet op de juiste manier worden voorgesteld. Ten eerste: ASC bestuurslid Klaver heeft naar ons toe nooit gezegd/gedreigd dat wanneer de politieke berichtgeving niet zou veranderen, een raadsmeerderheid de gemeentelijke advertenties in de Oegstgeester Courant zou willen beëindigen. De hoofdredactie heeft dat dan ook niet bevestigd.
en
Ten tweede: het opstappen van onze zeer gewaardeerde verslaggeefster Inge Ruhaak heeft niets te maken met de opmerkingen van Klaver. Haar vertrek was een direct gevolg van een meningsverschil tussen haar en de hoofdredactie over het omgaan met ingezonden brieven en dat speelde al voor zij hoorde van deze opmerkingen.
Het slot van het naschrift luidt:
Wat ons betreft is de kwestie hiermee afgedaan.
Hierop heeft klager op 4 november 2005 een Open Brief voor de rubriek ‘Lezers schrijven’ aan verweerder gestuurd. In haar reactie van 8 november 2005 heeft Van der Laan aan klager onder meer het volgende bericht:
Wat mij opvalt is dat ik degene ben geweest die met Wijnand Klaver van ASC gesproken heeft, maar dat allerlei mensen blijkbaar beter denken te weten wat er in dat gesprek precies gezegd is, in welke context en met welke intenties dan ik. (…)
Aangezien de discussie over de opmerking van ASC wat de Oegstgeester Courant betreft gesloten is en ik niet van plan ben arbeidsconflicten in de krant uit te vechten, zal ik uw brief niet plaatsen.

Ten slotte heeft klager bij brief van 14 november 2005 aan verweerders zijn ongenoegen over de gang van zaken kenbaar gemaakt.

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat de redactie in strijd met de eigen richtlijnen heeft geweigerd zijn ingezonden brieven van 3 oktober en 4 november 2005 te plaatsen. Hij wijst in dit verband op een brief van Van der Laan aan een derde, waarin Van der Laan het beleid ten aanzien van het plaatsen van ingezonden brieven uiteenzet. Volgens klager hebben verweerders met twee maten gemeten door wel de brief van Van Weeren te plaatsen, terwijl die brief in essentie niet afwijkt van zijn brief van 3 oktober 2005.
Verder stelt klager dat de redactie in haar naschrift onder de brief van Van Weeren ten onrechte vroegtijdig de kwestie abrupt heeft gesloten en daarmee aan een ieder de mogelijkheid tot weerwoord heeft onthouden. Dit vormde voor hem de aanleiding tot het sturen van zijn brief van 4 november 2005, die evenmin is geplaatst.

Verweerders stellen dat de redactie een heel ruimhartig beleid hanteert ten aanzien van het plaatsen van ingezonden brieven. Verreweg de meeste brieven die ingestuurd worden, verschijnen in de krant. De reden daarvoor is dat de redactie er waarde aan hecht een spreekbuis te zijn voor de inwoners van de gemeente. Dit is aan klager bekend; tussen 1 januari en 1 september 2005 zijn er negen ingezonden brieven van hem geplaatst.
Verweerders hebben inderdaad een aantal richtlijnen voor het behandelen van ingezonden brieven, maar dat betekent niet dat de krant de verplichting heeft elke brief te plaatsen die aan die richtlijnen voldoet. De uiteindelijke beslissing een brief al dan niet te plaatsen, blijft altijd bij de redactie liggen, aldus verweerders. Ter zitting heeft Van der Laan nog verklaard dat de redactie de plicht heeft om zorgvuldig met ingezonden brieven om te gaan en dat dat in dit geval ook is gebeurd.
Wat betreft het besluit om de brieven van klager van 3 oktober en 4 november 2005 niet te plaatsen, verwijzen verweerders naar de brieven van Van der Laan aan klager van 12 oktober en 8 november 2005. Ter zitting voegt Van der Laan daaraan toe dat de brief van klager van 3 oktober 2005 de zware beschuldiging van chantage aan het adres van ASC behelst. Omdat die beschuldiging niet terecht is en beledigend, is die brief niet geplaatst.
Wat betreft het naschrift bij de brief van Van Weeren deelt Van der Laan ter zitting mee dat de redactie de discussie heeft willen sluiten, omdat het gesprek tussen Van der Laan en Klaver een sneeuwbaleffect teweeg had gebracht. De redactie ontving veel brieven waarin stemming werd gemaakt. Van der Laan vond het niet terecht dat in ingezonden brieven steeds valse beschuldigingen werden geuit aan het adres van ASC en zij wilde daarom de verantwoordelijkheid voor de plaatsing van dergelijke brieven niet op zich nemen. Overigens is het naschrift geplaatst in overleg met Van Weeren.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

Aangezien klager in zijn stukken heeft gewezen op belangen van derden, die mogelijk in het geding zijn, stelt de Raad voorop dat het in deze zaak alleen gaat om de belangen van klager als rechtstreeks belanghebbende.

Klager maakt bezwaar tegen het feit dat zijn ingezonden brieven niet zijn geplaatst. Volgens het vaste oordeel van de Raad heeft de redactie in beginsel de vrijheid een ingezonden brief van een lezer al dan niet te plaatsen. Gelet op die vrijheid, dient de Raad het beleid van een redactie ter zake marginaal te toetsen.
In de door klager overgelegde brief van Van der Laan aan een derde heeft Van der Laan het beleid van de Oegstgeester Courant ter zake uiteen gezet als volgt:
Onze richtlijnen voor het plaatsen van ingezonden brieven zijn heel eenvoudig:
1. Ze moeten gaan over locale onderwerpen die voor de lezers van de Oegstgeester Courant (OC) interessant zijn.
2. Brieven die reageren op een in een ander medium (bv een landelijke krant of een radio- of tv omroep) verschenen artikel of item plaatsen we niet, die zijn in de OC op het verkeerde adres.
3. Brieven mogen niet kwetsend of beledigend zijn.
4. Anonieme brieven worden niet geplaatst.
5. De lengte moet als regel onder de 250 woorden blijven. Deze regel is overigens niet star; regelmatig plaatsen we langere brieven wanneer we dat gerechtvaardigd achten.
Als brieven voldoen aan onze richtlijnen, dan komen ze in de krant* (*Hierbij moet ik aantekenen dat we af en toe wel een grens trekken. Bijvoorbeeld als een onderwerp te lang uitgemolken wordt, als iemand vrijwel elke week een brief in stuurt, of als politici proberen de krant als podium te gebruiken om onderlinge meningsverschillen uit te vechten.), onafhankelijk van wie of van welke groep ze komen. We hechten er heel veel waarde aan dat iedereen in de OC z’n zegje kan doen.


De Raad acht het beleid van de redactie, zoals door Van der Laan uiteengezet in de door klager overgelegde brief, niet onaanvaardbaar. Dat beleid biedt enerzijds de lezer voldoende houvast en anderzijds de redactie de haar toekomende ruimte. Het besluit van verweerders om de brieven van klager van 3 oktober en 4 november 2005 niet te plaatsen, is naar het oordeel van de Raad niet in strijd met het beleid van de redactie. Dat klager van mening is dat zijn brief van 3 oktober 2005 niet beledigend is geweest en wel voldoet aan de richtlijnen, kan daaraan niet afdoen. Naar het oordeel van de Raad bestaat geen grond voor de conclusie dat verweerders grenzen hebben overschreden van hetgeen - gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid - maatschappelijk aanvaardbaar is, door de brieven van klager niet te plaatsen. (vgl. onder meer: Zwartendijk tegen Rotterdams Dagblad, RvdJ 2003/5)

Verder heeft de Raad herhaaldelijk overwogen dat een redactie vrij is in haar selectie van nieuws. Daartoe behoort ook de vrijheid van de redactie om aan een bepaald onderwerp geen c.q. niet langer aandacht te besteden. Ook voor zover de klacht erop is gericht dat verweerders ten onrechte de discussie hebben gesloten, is de klacht derhalve ongegrond.

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in de Oegstgeester Courant te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 31 maart 2006 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, drs. B.J. Brouwers, mw. E.H.C. Salomons en mw. drs. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.