2006/12 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van
 
S.K.A. Brown
 
tegen
 
B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool
 
Bij brief van 9 november 2005 met diverse bijlagen heeft S.K.A. Brown te Amsterdam (hierna: klager) een klacht ingediend tegen B. Middelburg en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Bij e-mail van 10 november 2005 hebben verweerders aan de Raad meegedeeld dat zij niet inhoudelijk op de klacht zullen reageren. Vervolgens heeft klager bij brieven van 13, 15 en 28 november 2005 nog diverse stukken overgelegd en zijn klacht nader toegelicht.
 
De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 16 december 2005 buiten aanwezigheid van partijen.
 
DE FEITEN
 
Op 29 oktober 2005 is in Het Parool een artikel van B. Middelburg en P. Vugts verschenen onder de kop “Hasjbaas doelwit Angels” en onderkop “Conflict over drugsdeal leidde tot plannen voor liquidatie van Steve Brown”. De intro van het artikel luidt:
Justitie heeft serieuze aanwijzingen dat de Hells Angels in Amsterdam deze zomer van plan waren hasjhandelaar Steve Brown te liquideren. Ruzie over een drugszaak zou de aanleiding zijn geweest voor het moordplan.
Verder bevat het artikel onder meer de volgende passages:
Bronnen rond het zogeheten Acroniem-onderzoek tegen de Angels bevestigen dat de voorgenomen liquidatie deel uitmaakt van het dossier tegen de motorbende, die onder meer wordt verdacht van geweldsmisdrijven en drugshandel.
en
Steve Brown runde in de jaren tachtig in Amsterdam de Happy Family, een keten hasj-koffieshops. In december 1999 werd al eens een poging gedaan Brown dood te schieten voor zijn toenmalige woning (…)
en
Zelf wil Brown niet ingaan op de liquidatieplannen van de Hells Angels. De voorgenomen aanslag zou te maken hebben met de import van een partij drugs uit Marokko, waarvan de helft voor de Hells Angels bestemd zou zijn geweest. De nieuwe president van de Hells Angels zou contact met Brown hebben gehad over deze import.
Bij het artikel is een foto van klager geplaatst met het onderschrift “Brown na de aanslag in 1999”.
 
Diezelfde dag heeft klager in een e-mail aan Middelburg het volgende geschreven:
Beste Bart, Ik hoor dat het artikel is gepubliceerd, ik dacht dat je mij het artikel zou e-mailen. Inmiddels heb ik wel begrepen dat je mij aankondigt als Hasjbaron en volgens AT-5 dat de aanleiding zou zijn een mislukte drugdeal. Knap gefantaseerd als dat er zou staan. Kan jij mij het artikel e-mailen.
Op 31 oktober 2005 heeft Middelburg per e-mail gereageerd als volgt:
Hoi Steve, Het is me niet gelukt om het je van tevoren te mailen, mede doordat het als gevolg van die Schiphol-brand naar zaterdag is opgeschoven. Ik mail het artikel je om een uur of elf, dan pas kan ik het uit ons digitale archief plukken. Er blijken nogal wat dingen in het dossier te staan over een mislukte hasjdeal. Als je zin hebt om erop te reageren graag. Bel me anders even (…)
Daarop heeft klager diezelfde dag in een e-mail aan Middelburg onder meer bericht:
“Je had bij mij de indruk gewekt dat je een ingetogen stuk zou gaan schrijven en dat je niets wist waarom ik rond zong in het Hells Angels onderzoek en ik heb inmiddels begrepen van derde dat ik ben weggezet als grote drugscrimineel (…) op de voorpagina met foto en al. En je was even ‘vergeten’ mij om commentaar te vragen dat ik met (…) heb gepraat, dat het ging om een mislukte drugsdeal. Dat mag ik nu doen? Als of dat nog zin heeft.”
Middelburg heeft vervolgens nog die dag per e-mail aan klager onder meer geschreven:
Ik heb je vorige week om commentaar gebeld, maar daarbij deed zich zoals je weet een probleem voor: je gaf te kennen dat je niet on the record wilde reageren (…). Vrijdag laat kregen we pas te horen wat de achtergrond [van de liquidatieplannen, secretaris DK] zou zijn geweest: een mislukte drugsdeal met (…). Aangezien je toch niet on the record wilde reageren, had het weinig zin je nog een keer te bellen met het verzoek om commentaar. Maar het aanbod blijft staan: als het echt allemaal onzin is (…) dan ben je welkom dat in onze krant uit te leggen. Ik zou niet weten waarom dat nu geen zin meer zou hebben. Bel even als je je bedenkt.
 
Per e-mail van 29 oktober 2005 heeft klager zich bovendien tot de hoofdredactie van Het Parool gewend. In dat bericht heeft klager zijn bezwaren tegen de publicatie uiteengezet en rectificatie verzocht. Nadat klager dat verzoek heeft herhaald, heeft adjunct-hoofdredacteur A. de Lange per e-mail van 4 november 2005 aan klager onder meer bericht:
U vraagt ons te rectificeren dat, kort samengevat, u contacten heeft gehad met de Hells Angels, in het bijzonder met president (…), en dat die contacten een mislukte drugsdeal behelsden. Uw contacten met de Angels en de drugsdeal hebben wij, zoals wij u reeds eerder hebben voorgehouden, in onze editie van 29 oktober niet als vaststaande feiten gepresenteerd, wij hebben slechts gemeld dat dergelijke informatie voorkomt in het Hells Angels-dossier van justitie, en dat de Nationale Recherche dienaangaande onderzoek verricht. Dat houden wij ook staande. (…)
Dat het begrip ‘voormalig’ even niet door ons is gehanteerd, hangt samen met de informatie die in het politie-dossier voorkomt en die kennelijk de aanleiding was u te waarschuwen. Gezien het voorgaande zien wij geen aanleiding het bericht te rectificeren. Wij handhaven overigens ons aanbod u te interviewen, en uw visie te publiceren op de informatie zoals die in het Angels-dossier voorkomt.

HET STANDPUNT VAN KLAGER
 
Klager stelt dat hij op 24 oktober 2005 een e-mail heeft ontvangen met het verzoek telefonisch contact op te nemen met Middelburg inzake de Hells Angels. Hij heeft Middelburg de dag daarna gebeld en gevraagd waarom deze hem wilde spreken. Middelburg antwoordde daarop dat klagers naam rondzingt in het dossier van de Hells Angels en dat hij van klager wilde weten of deze wist waarom dat was. Klager heeft daarop aan Middelburg meegedeeld dat hij vermoedde wat de reden kon zijn, maar dat hij daarop niet wilde ingaan. Klager wil met name voor zijn familie niet meer in de media komen. Met uitzondering van een uitzending van Peter R. de Vries is hij ook niet meer in het nieuws geweest. Klager heeft tegen die uitzending, waarin hij overigens onherkenbaar en zonder vermelding van zijn naam in beeld is gebracht, een klacht bij de Raad ingediend. Klager wordt dan ook de laatste jaren niet meer herkend op straat.
Vervolgens heeft klager ‘off the record’ informatie aan Middelburg verstrekt. Volgens klager stelde Middelburg voor die informatie te verwerken zonder klager als bron te noemen. Uit de woorden van Middelburg begreep klager dat het een ingetogen stukje zou worden. Middelburg heeft hem niet meegedeeld dat hij een foto van klager zou plaatsen die is gemaakt na de aanslag van 1999 en zonder klager daarop onherkenbaar te maken, en dat het artikel op de voorpagina zou worden gepubliceerd. Bovendien zou Middelburg het artikel vooraf aan klager e-mailen. Klager stelt dat Middelburg deze afspraak niet is nagekomen. 
Verder stelt hij dat hij er niet van op de hoogte was dat Middelburg zou gaan publiceren dat de moordaanslag volgens zijn bron te maken had met een mislukte hasjdeal met/voor de Hells Angels. Ten onrechte heeft Middelburg nagelaten op dit punt wederhoor toe te passen en in plaats daarvan de indruk gewekt dat klager niet wenste te reageren, aldus klager.
Hij maakt er verder bezwaar tegen dat hij in het artikel is aangeduid als Grote Hasjbaas in de tegenwoordige tijd. Klager wijst erop dat hij nimmer is veroordeeld voor enig drugsdelict.
Volgens klager is sprake van onjuiste, tendentieuze berichtgeving. Hij benadrukt dat hij nimmer een woord met Hells Angels heeft gewisseld. Volgens klager heeft Middelburg gebruik gemaakt van onbetrouwbare bronnen en misbruik gemaakt van zijn positie door klager vooraf niet volledig te informeren over de inhoud van het artikel. Bovendien is een sensationele herkenbare foto van hem geplaatst, waardoor zijn privacy is geschaad.
Klager betoogt dat hij door de handelwijze van verweerders opzettelijk is beschadigd en gecriminaliseerd.
 
BEOORDELING VAN DE KLACHT
 
De klacht bestaat uit de volgende onderdelen:
1.      Middelburg heeft onvoldoende wederhoor toegepast en is ten onrechte de afspraak niet nagekomen om klager voorafgaand aan de publicatie het artikel te sturen;
2.      door de publicatie van klagers foto is zijn privacy onnodig geschaad;
3.      door de aanduiding ‘hasjbaas’ in de tegenwoordige tijd is klager ten onrechte gecriminaliseerd;
4.      er is sprake van onjuiste berichtgeving.
 
Ad 1.
Vaststaat dat klager voorafgaand aan de publicatie heeft gesproken met Middelburg. Naar klagers eigen zeggen heeft hij niet ‘on the record’ willen praten over de vraag waarom zijn naam in het Hells Angels-dossier zou voorkomen.
In zijn tweede e-mailbericht van 31 oktober 2005 aan klager schrijft Middelburg dat hij pas na het gesprek met klager informatie heeft ontvangen over de achtergrond van de voorgenomen liquidatie, maar klager niet meer om commentaar heeft gevraagd omdat deze toch niet ‘on the record’ wilde reageren. Gezien klagers opstelling in het gesprek met Middelburg acht de Raad dat niet onbegrijpelijk.
Echter, uit de door klager overgelegde e-mailberichten blijkt genoegzaam dat Middelburg klager heeft toegezegd hem het artikel voorafgaand aan de publicatie te sturen. Indien een journalist een dergelijke afspraak maakt, behoort hij deze na te komen. Uit de e-mailberichten blijkt dat Middelburg de afspraak met klager niet is nagekomen. Zou Middelburg het artikel – met daarin verwerkt de na het gesprek met klager ontvangen informatie – vooraf aan klager hebben toegestuurd, dan had klager er alsnog voor kunnen kiezen daarop commentaar te geven. Deze mogelijkheid is klager nu onthouden. Niet is gebleken van omstandigheden die de handelwijze van Middelburg ter zake zouden kunnen rechtvaardigen. Op dit punt is de klacht derhalve gegrond.
 
Ad 2.
Volgens het vaste oordeel van de Raad brengt de journalistieke verantwoordelijkheid met zich mee dat de persoonlijke levenssfeer over wie wordt gepubliceerd niet verder mag worden aangetast dan in het kader van een open berichtgeving nodig is. (vgl. onder meer: Okuman tegen Boogaard, RvdJ 2005/67)
Bezien in de context van het artikel kan de publicatie van de foto, gemaakt kort na een aanslag op klager in 1999, worden beschouwd als een relevant onderdeel van de berichtgeving. In aanmerking genomen dat klager ten tijde van de aanslag in 1999 ruime bekendheid genoot, mede doordat hij regelmatig zelf in de publiciteit trad, maakt de publicatie naar het oordeel van de Raad geen disproportionele inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van klager. Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.
 
Ad 3.
Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat hij door de aanduiding ‘hasjbaas’ in de tegenwoordige tijd ten onrechte wordt gecriminaliseerd, nu hij al geruime tijd niet meer betrokken is bij handel in drugs. Gelet op de context van het artikel – dat gaat over vermeende betrokkenheid van klager bij een drugsdeal met de Hells Angels en waarin verder duidelijk is vermeld dat klager in de jaren tachtig een keten hasj-koffieshops runde – acht de Raad het gebruik van de term ‘hasjbaas’ zonder de vermelding ‘voormalig’ niet van zodanige aard dat daarmee grenzen van journalistieke zorgvuldigheid zijn overschreden.
 
Ad 4.
De klacht dat sprake is van onjuiste berichtgeving spitst zich toe op de bewering dat de voorgenomen aanslag op klager te maken zou hebben met een mislukte drugsdeal met de Hells Angels. In het artikel is ter zake vermeld: “Bronnen rond het zogeheten Acroniem-onderzoek tegen de Angels bevestigen dat de voorgenomen liquidatie deel uitmaakt van het dossier tegen de motorbende”. Naar het oordeel van de Raad heeft verweerder met deze wijze van bronvermelding zijn anonieme bronnen voldoende specifiek gemaakt. Gelet op de aard van de kwestie acht de Raad het begrijpelijk dat verweerder bepaalde informatie in deze zaak alleen onder toezegging van geheimhouding kon verkrijgen.
Verder overweegt de Raad dat bij publicaties van ernstige beschuldigingen hoge eisen gesteld moeten worden aan de controle van de juistheid van de feitelijke c.q. als feitelijk gepresenteerde elementen daarin. Een journalist die zich in zo een geval beroept op een geheimhoudingsplicht tegenover bronnen die anoniem wensen te blijven, behoeft die bronnen weliswaar niet te noemen, maar dient wel aannemelijk te kunnen maken dat hij de van die bronnen verkregen informatie elders geverifieerd heeft.
Echter, in het artikel wordt – onder meer door herhaaldelijk gebruik van het woord ‘zou’ – voldoende duidelijk aangegeven dat het gaat om vermoedens die justitie heeft. De grenzen van zorgvuldige journalistiek zijn daarmee niet overschreden. In zoverre is de klacht ongegrond. (vgl. onder meer: Melchers tegen De Telegraaf, RvdJ 2005/71)
 
BESLISSING
 
Voor zover de klacht is gericht tegen het onvoldoende toepassen van wederhoor c.q. het niet vooraf toesturen van het artikel is deze gegrond. Voor het overige is de klacht ongegrond.  
 
De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.
 
Aldus vastgesteld door de Raad op 20 februari 2006 door mw. mr. M.E. Leijten, voorzitter, dr. M.J. Broersma, mw. A.C. Diamand, mw. C.J.E.M. Joosten en mr. drs. M.M.P.M. Kreyns, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris.