2005/72 deels gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H. Bakker sr.

tegen

M. Monden, M. Wiegman en de hoofdredacteur en van Het Parool

Bij brief van 21 september 2005 met drie bijlagen heeft mr. M. van Stratum, advocaat te Den Haag, namens H. Bakker sr. (hierna: klager) een klacht ingediend tegen M. Monden, M. Wiegman en de hoofdredacteur van Het Parool (hierna: verweerders). Hierop heeft A. de Lange, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 10 oktober 2005 met drie bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 2005 in aanwezigheid van klager, mr. Van Stratum en H. Bakker jr. Verweerders zijn daar niet verschenen. Mr. Van Stratum heeft het standpunt van klager toegelicht aan de hand van een pleitnotitie.

DE FEITEN

Op 6 juli 2005 is op de voorpagina van Het Parool een artikel geplaatst van de hand van Monden en Wiegman onder de kop “Sjoemelende partij moet dokken”. De ondertitels van dit artikel luiden: “Keihard oordeel van onderzoeker Elzinga” en “'Leefbaar Amsterdam en Mokum Mobiel overtraden de wet'”. Het artikel vangt aan met de passage:
Gonny van Oudenallen van Mokum Mobiel en vader en zoon Henk Bakker van Leefbaar Amsterdam hebben de wet overtreden. Dit schrijft hoogleraar staatsrecht Douwe Jan Elzinga in een advies aan de gemeenteraad over de besteding van gemeentesubsidies voor het werk van de fracties.
Voorts wordt in het artikel onder meer het volgende vermeld:
Leefbaar Amsterdam is volgens Elzinga zwaar over de schreef gegaan met declaraties voor consumpties, lunches, diners, vervoer en het betalen uit het fractiebudget van kosten voor rechtsbijstand in een zedenzaak tegen fractievoorzitter Henk Bakker sr. Deze partij zal tegen de twintigduizend euro moeten terugbetalen. Gemeenteraadslid Henk Bakker jr. verwacht de zaak op te lossen door driehonderd euro terug te storten. Voor dit bedrag zijn geen bonnetjes meer te vinden. Bakker jr.: "Elzinga baseert zich op een voorlopig rapport van de accountantsdienst Acam. Wij zouden graag zien dat hij kijkt naar de definitieve cijfers. Het rapport dat er nu ligt, zien wij vooral als leidraad voor de toekomst."

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt dat het artikel ernstige en ongenuanceerde beschuldigingen aan zijn adres bevat, die zonder deugdelijke grondslag en zonder wederhoor voor juist zijn gepresenteerd. De feiten zijn volgens hem door verweerder onjuist weergegeven. Hetgeen wordt uiteengezet in het artikel betreft slechts een standpunt en een advies van een onderzoeker aan de gemeenteraad en niet, zoals in de ondertitel wordt gesteld, een oordeel.
Klager betwist dat hij dan wel zijn partij heeft gesjoemeld, zoals wordt gesteld in het artikel. Ter zitting heeft hij naar voren gebracht dat kosten die een relatie hebben met het fractiebelang mogen worden betaald uit het fractiebudget. Verder heeft klager aangevoerd dat tegen hem noch zijn partij aangifte is gedaan wegens onrechtmatig gebruik van het fractiebudget. Bovendien heeft de gemeenteraad van Amsterdam in het rapport van Elzinga geen aanleiding gezien om een overtreding van de Gemeentewet door de fractie van klager aan te nemen.
Voorts stelt klager dat hij in het artikel ten onrechte wordt neergezet als een zeden-delinquent. Bovendien is onjuist dat hij de wet zou hebben overtreden, door de kosten van rechtsbijstand uit het fractiebudget te betalen. Deze beschuldigingen missen volgens klager feitelijke grondslag. Klager is nimmer verdachte geweest ter zake van een zedendelict. De aangifte die door verweerders is overgelegd betreft geen zedendelict en is bovendien door het openbaar ministerie geseponeerd wegens gebrek aan bewijs.
Volgens klager had het juist gelet op de ernst van de beschuldigingen en zijn hoedanigheid van Amsterdams gemeenteraadslid in de rede gelegen dat door verweerders extra zorgvuldig werd gehandeld. Niet is gebleken dat de door hen gepubliceerde ‘feiten’ zijn gebaseerd op voldoende deugdelijk materiaal, aldus klager. Het was aan verweerders zorgvuldig en toereikend onderzoek te doen en wederhoor toe te passen. Dat door hen wordt verwezen naar een door een derde opgesteld advies maakt deze plicht niet anders. Dit klemt te meer nu in dat advies niet wordt verwezen naar een zedenzaak.
Gezien het voorgaande hebben verweerders naar het oordeel van klager verwijtbaar onzorgvuldig gehandeld en hebben zij de grenzen overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Ten gevolge van de onzorgvuldige handelwijze heeft hij onevenredige schade ondervonden in zijn politieke carrière, zijn zakelijke activiteiten en zijn privé-leven, aldus klager.

Verweerders stellen dat het artikel is gebaseerd op het rapport van Elzinga en dat verschillende passages vrijwel letterlijk uit het rapport zijn overgenomen. Bovendien is meermaals aangegeven dat het gaat om de mening van Elzinga. In dit verband wijzen verweerders op pagina 2 van de samenvatting van het rapport, waar is geschreven: “Met betrekking tot de kosten in verband met consumpties, lunches/diners, lokale vervoerskosten, kosten voor rechtsbijstand door Leefbaar Amsterdam is de conclusie dat deze in strijd zijn met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze kosten dienen te worden verrekend.” Volgens verweerders is hier sprake van een oordeel en een vaststelling dat Leefbaar Amsterdam de wet heeft overtreden. Overigens is Elzinga niet zomaar een onderzoeker, maar een deskundige op wie het presidium van de gemeenteraad zijn eindoordeel baseerde, aldus verweerders.
Zij stellen verder dat Henk Bakker jr. om commentaar is gevraagd en dat zijn reactie ook is afgedrukt. Het commentaar dat klager uit eigen beweging heeft gegeven – “Je moet je eens gaan wassen jongen.” – is niet afgedrukt.
Verweerders betwisten ten slotte dat klager is neergezet als een veroordeelde delinquent dan wel als verdachte. De passage ziet slechts op het verhalen van kosten voor rechtsbijstand en is relevant omdat deze kosten volgens Elzinga niet hadden mogen worden betaald uit de subsidie van de gemeente.
Van onzorgvuldig journalistiek handelen is volgens verweerders geen sprake.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De klacht bevat de volgende onderdelen:
1. in het artikel wordt ten onrechte gesteld dat klager dan wel zijn partij heeft gesjoemeld;
2. in het artikel wordt ten onrechte een verband gelegd tussen klager en een zedendelict;
3. verweerders hebben ten onrechte geen hoor en wederhoor toegepast.

Ad 1.
In het artikel wordt onder meer door het gebruik van de term ‘sjoemelen’ gesuggereerd dat klager dan wel zijn partij zich schuldig heeft gemaakt aan financiële malversaties. Dit is dermate grievend en tendentieus, en klager wordt daardoor zodanig in zijn integriteit aangetast, dat die suggestie niet zonder voldoende grondslag mag worden gepubliceerd. Naar het oordeel van de Raad biedt de passage in het rapport van Elzinga, waar verweerders naar hebben verwezen, onvoldoende grond om te stellen dat sprake is van ‘gesjoemel’. Klager heeft bovendien genoegzaam aannemelijk gemaakt dat van ‘gesjoemel’ door hem dan wel zijn partij geen sprake is. Door de indruk te wekken dat klager dan wel zijn partij zou hebben ‘gesjoemeld’ hebben verweerders dan ook journalistiek onzorgvuldig gehandeld. Dit onderdeel van de klacht is derhalve gegrond.

Ad 2.
Verweerders hebben een proces-verbaal van aangifte tegen klager overgelegd betreffende een poging tot het plegen van een geweldsmisdrijf. Dit proces-verbaal betreft geen aangifte van een zedendelict en biedt dan ook geen grondslag voor de in het artikel opgenomen verwijzing naar een zedendelict. Ook overigens is niet gebleken dat die verwijzing door de feiten wordt ondersteund. Gelet op de ernst van de suggestie dat klager betrokken zou zijn geweest bij een zedendelict, hebben verweerders journalistiek ontoelaatbaar gehandeld door die suggestie zonder feitelijke grondslag te publiceren. In zoverre is de klacht evenzeer gegrond.

Ad 3.
Verweerders hebben voorafgaand aan de publicatie contact gehad met Henk Bakker jr. en hem om een reactie gevraagd op het rapport van Elzinga. Gelet op het feit dat deze de zoon van klager is èn fractiegenoot, hebben verweerders in dit geval kunnen volstaan met het contact met Henk Bakker jr. Diens reactie is bovendien op zodanige wijze in het artikel verwerkt, dat geen grond bestaat voor de conclusie dat onvoldoende toepassing is gegeven aan het beginsel van wederhoor. Op dit punt is de klacht ongegrond.

BESLISSING

De klacht is gegrond voor zover deze is gericht tegen het wekken van de suggestie dat klager dan wel zijn partij zou hebben ‘gesjoemeld’ alsmede tegen het wekken van de suggestie dat klager betrokken zou zijn geweest bij een zedendelict. Voor het overige is de klacht ongegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 december 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. A.C. Diamand, drs. G.T.M. Driehuis en mw. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.