2005/70 gegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

H.D. Melchers

tegen

H. Pen, R. Rombouts en E. van Gruijthuijsen (Het Parool)

Bij brief van 30 september 2005 met negen bijlagen heeft mr. H.F. Doeleman, advocaat te Amsterdam, namens H.D. Melchers (hierna: klager) een klacht ingediend tegen H. Pen, R. Rombouts en E. van Gruijthuijsen – verslaggevers respectievelijk hoofdredacteur van Het Parool – (hierna: verweerders). Hierop heeft mr. J.P. van den Brink, advocaat te Amsterdam, namens verweerders geantwoord in een brief van 24 oktober 2005 met vijf bijlagen. Daarop heeft mr. Doeleman nog gereageerd in een schrijven van 31 oktober 2005 met zes bijlagen.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 4 november 2005. Namens klager was daar mr. Doeleman aanwezig. Aan de zijde van verweerders zijn daar verschenen Pen, Rombouts, Van Gruijthuijsen, mr. Van den Brink en mr. Van Manen. Mr. Doeleman en mr. Van den Brink hebben de standpunten van partijen toegelicht aan de hand van pleitnotities.

DE FEITEN

Op 12 september 2005 is Claudia Melchers, de dochter van klager, ontvoerd. Zij is op 15 september 2005 door haar ontvoerders vrijgelaten. Aan deze zaak is door de media veel aandacht besteed. Zo is op 14 september 2005 op de voorpagina van Het Parool een artikel verschenen onder de kop “Ontvoering Claudia: negen tips”.
Op 15 september 2005 heeft een persconferentie plaatsgevonden, waarin de politie heeft bekendgemaakt dat de ontvoerders 300 kilo cocaïne als losgeld hebben geëist. Diezelfde dag is op de voorpagina van Het Parool een artikel verschenen onder de kop “Ontvoerders eisten coke”.

Vervolgens is op 16 september 2005 in Het Parool een aantal artikelen verschenen, waarin aandacht aan de kwestie is besteed. In de rubriek ‘Binnenland’ op pagina 2 zijn twee artikelen gepubliceerd onder de koppen “Melchers op geheime plek – Familie: geen goederen of gelden aan ontvoerders overgedragen” en “Coke als eis is heel vreemd – ‘Deze zaak is uiterst intrigerend’”.
Op pagina 3 – eveneens in de rubriek ‘Binnenland’ – is een artikel geplaatst onder de kop "Waarom is cocaïne als losgeld geëist? – Mogelijke scenario’s achter de ontvoering van Claudia Melchers". In het artikel worden drie scenario's geschetst die mogelijk tot de ontvoering en de losgeldeis hebben geleid. Boven het artikel is een foto geplaatst waarin de volgende tekst is afgedrukt:
De ontvoering en snelle vrijlating van Claudia Melchers roepen veel vragen op. Is geld of coke geleverd? Politie en de familie Melchers bezweren dat er geen contact is geweest met de ontvoerders, laat staan dat iets is betaald. Dat de ontvoering om cocaïne draaide, is een feit. Enkele speculaties over de toedracht.
In het artikel zijn onder de subkop “Speculatie 1” onder meer de volgende passages opgenomen:
Vader Melchers of zijn kennissen zitten in de drugs. De ontvoering is de apotheose van een ruzie over driehonderd kilo coke waarover Melchers kan beschikken. Mogelijk is sprake van een partij coke die gestolen is. De ontvoerders weten dat de familie Melchers de enorme partij coke snel kan leveren. "Het is zeer lastig ineens een partij van driehonderd kilo coke te leveren. Zelfs voor een criminele organisatie," aldus recherchechef Willem Woelders gisteren. (…) De ruzie sleept al langer. (…) Melchers, wiens chemicaliënbedrijf beschikt over een wereldwijd transportsysteem, levert de coke met een straatwaarde van ongeveer tien miljoen euro. Of doet de ontvoerders de toezegging dat ze op termijn hun cocaïne of geld krijgen. De ontvoerders – volgens de politie twee mannen met Zuid-Amerikaans uiterlijk en een negroïde man – laten Claudia gaan.(…) Vader Melchers schakelt de politie niet in omdat dan bekend wordt dat hij in de drugswereld zit. Na haar vrijlating verklaart Claudia niet te weten waarom ze is vrijgelaten. Ook zegt ze niet te weten wat haar ontvoerders wilden. Vader Melchers zwijgt. (…) Uit nijd dat de politie buiten spel is gehouden, zei Woelders gisteren dat de zaak om coke draaide. De politie had ‘in het belang van het onderzoek’ kunnen verzwijgen dat driehonderd kilo coke was geëist.
Onder de subkop “Speculatie 2” staat onder andere:
De familie Melchers of bekenden van de familie hebben met leveranciers of transporteurs ruzie over een partij drugs. Om de zaak op scherp te zetten, wordt Claudia ontvoerd. Een niet ongebruikelijk drukmiddel in criminele kringen. Maar de kidnappers raken in paniek en laten Claudia twee dagen na haar ontvoering al weer gaan. (…) Mogelijk dachten de kidnappers dat de familie de politie had gemeld met wie ze ruzie had. Mogelijk hebben de kidnappers, die Claudia lieten douchen en goed te eten gaven, onderling ruzie gekregen.
Onder de subkop “Speculatie 3” is vervolgens onder meer vermeld:
De partner van Melchers, Bert Verheij, is betrokken bij de ruzie over de coke. Als directeur van het bedrijf van vader Melchers heeft hij toegang tot het transportnetwerk van Melchemie. Omdat hij niet thuis is, pakken de kidnappers zijn vrouw. (…) Het busje waar de beige plastic kist met Claudia werd ingetild, zou niet meteen zijn weggereden maar blijft enige tijd voor de deur staan. In afwachting van Verheij?
Het artikel sluit af met de volgende passage:
Er zijn meer speculaties. Een woeste: misschien was één van de cokesnuivende klanten van Claudia's cateringbedrijf ontevreden over geleverde diensten. Misschien was Claudia zelf betrokken bij drugshandel. Een verdenking die haar zal blijven aankleven. Waarom is ze zo snel vrijgelaten? De politie heeft vooralsnog geen idee. Woelders: "We weten niet wie de daders zijn. We hebben wel theorieën daarover in de pers gelezen. Daar zitten wel bruikbare tussen."

Diezelfde dag, 16 september 2005, is een persbericht van de politie Amsterdam-Amstelland verspreid onder de kop “Politie en OM: geen aanwijzing drugshandel familie Melchers”. In dit bericht staat onder meer:
Politie Amsterdam-Amstelland en het Openbaar Ministerie Amsterdam wijzen de suggesties in de media van de hand, dat de familie Melchers of haar directe omgeving betrokken zouden zijn bij drugshandel.

Op 17 september 2005 is in Het Parool een artikel gepubliceerd onder de kop “Familie Melchers ‘geschokt’ door suggestie drugshandel”. De intro van dit artikel luidt:
De familie Melchers is geschokt door de volgens haar ‘onjuiste en kwetsende’ speculaties over een betrokkenheid bij drugshandel.
Verder is in dit artikel onder meer vermeld:
Ook politie en openbaar Ministerie wijzen suggesties van de hand dat de familie of haar directe omgeving betrokken zouden zijn bij de drugshandel. “Dat de familie in verband wordt gebracht met drugshandel, vinden ze heel vervelend,” zegt Charles Huijskens, woordvoerder van de familie Melchers. (…) In overleg met de politie heeft de familie besloten om niet met de media te praten. Ook om het politieonderzoek niet te verstoren. “Maar er komt een moment dat ze naar buiten treden, in nauw overleg met de politie,” aldus Huijskens.

Verder is op 24 september 2005 in Het Parool in de rubriek ‘Meningen’ een artikel verschenen onder de kop “Dertigduizend potentiële kopers”. De intro van dit artikel luidt:
Waarover discussieert de redactie van Het Parool? Of waar winden lezers zich over op? Vandaag: speculaties rond de ontvoering van Claudia Melchers, en een bijlage als commercieel product.
Het artikel bevat onder meer de volgende passages:
Na de ontvoering van Claudia Melchers (in deze zaak heerst inmiddels al ruim een week doodse stilte) speculeerde menigeen er vrolijk op los. Daartoe bood de eis van de ontvoerders, driehonderd kilo cocaïne, dan ook wel de ruimte. Ook wij speculeerden mee. Vorige week vrijdag beschreven we drie mogelijke varianten, die één ding gemeen hadden: ten minste één telg van de familie zit in de drugs.
Over het algemeen zijn kranten er niet voor speculaties – je kunt dan wel aan de gang blijven. En als je het wel doet: ook al meld je er uitdrukkelijk bij dat het een speculatie is, de speculatie krijgt toch gewicht. Een roddel zet je normaal gesproken evenmin in de krant, ook niet als je erbij schrijft dat het slechts een roddel is. (…)
Over de speculaties rond de familie Melchers is op de krant gediscussieerd. Conclusie: we ontkomen er niet aan. Een krant moet ook duiden.
De relatie Melchers-drugs werd niet door ons gelegd, maar door de ontvoerders en door de politie, die de eis bekendmaakte. Wat wel ontbrak in ons blokje 'Speculaties' (maar wat elders in de krant wel aan de orde kwam): Melchers heeft niets met drugs te maken, de ontvoerders vonden de cocaïne gewoon veiliger dan bijvoorbeeld geld (dat kun je merken) of diamanten (die zijn nauwelijks te verkopen).


DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager stelt voorop dat politie en justitie de eis van de ontvoerders van 300 kilo cocaïne geheim hadden willen houden. Naar moet worden aangenomen met schending van een ambtelijke geheimhoudingsplicht, is die eis echter ter kennis van verweerders gebracht. Toen politie en justitie vernamen dat verweerders kennis hadden van de losgeldbrief, is door hen besloten dat gegeven met een persbericht of een persconferentie openbaar te maken. In dat verband wijst klager op een verklaring van een woordvoerder van het parket, de heer Meulenbroek. Daaruit blijkt dat Rombouts op 15 september 2005 om 12.30 uur telefonisch contact heeft gehad met Meulenbroek en deze heeft gevraagd de losgeldeis te bevestigen.
Klagers bezwaar richt zich tegen het artikel dat op 16 september 2005 op pagina 3 van Het Parool is gepubliceerd en waarin verweerders hebben gespeculeerd over de mogelijke toedracht van de ontvoering en de losgeldeis. Samengevat stelt klager dat verweerders met dit artikel ten onrechte de reputatie van klager en zijn familie ernstig hebben beschadigd, door hen zonder deugdelijke grondslag te beschuldigen van betrokkenheid bij handel in drugs. Volgens klager hebben verweerders dit in feite ook erkend in het artikel van 24 september 2005.
Klager meent dat verweerders aldus journalistiek onzorgvuldig jegens hem hebben gehandeld. De omstandigheid dat verweerders die beschuldiging hebben gegoten in de vorm van 'speculaties' maakt dat niet anders, nu de door verweerders geuite mogelijke achtergronden van de losgeldeis de lezer geen andere keuze laten dan aan te nemen dat klager dan wel zijn familie bij drugshandel betrokken is. Verweerders hebben zich ten onrechte uitsluitend gebaseerd op de losgeldeis en ten onrechte geen andere mogelijkheden geopperd die die losgeldeis hadden kunnen verklaren, aldus klager. Volgens hem rechtvaardigt het enkele gegeven van de losgeldeis niet dat zulke zware beschuldigingen als betrokkenheid bij drugshandel in het artikel als feit worden geponeerd, ook niet als een voor de gemiddelde lezer onontkoombare suggestie. Door niettemin dergelijke beschuldigingen te uiten hebben verweerders zich schuldig gemaakt aan ernstige belediging van klager en zijn familie en is klager rechtstreeks in zijn belang getroffen. Volgens klager hebben verweerders zich laten drijven door sensatiezucht en commercieel gewin, waarbij zij kennelijk voor zijn belang geen enkel oog hebben gehad en hem extra hard hebben willen treffen. Voor een groot lezerspubliek zal hij nog jarenlang in verband worden gebracht met handel in drugs, de latere tegenspraak van de leiding van het opsporingsonderzoek ten spijt.
Een en ander klemt te meer nu in de andere op 16 september 2005 in Het Parool gepubliceerde artikelen deskundigen aan het woord zijn gekomen, die zich uiterst terughoudend hebben uitgelaten over de zaak. Ook de opmerkingen van deze deskundigen hadden verweerders ervan moeten weerhouden speculaties te doen die geen andere mogelijkheid openlaten dan dat hij betrokken was bij drugshandel, aldus klager.
Daar komt bij dat verweerders hebben nagelaten hem in de gelegenheid te stellen commentaar te leveren. En ook nadat hij en zijn familie de beschuldiging over betrokkenheid bij drugshandel nog eens uitdrukkelijk hadden weersproken, hebben verweerders de onterechte beschuldigingen desondanks op 16 september 2005 geuit. Verder meent klager dat een bijkomende omstandigheid is, dat verweerders zich vaker ten onrechte negatief over hem hebben uitgelaten.
Ten slotte stelt klager dat de vrijheid van meningsuiting een hoog goed is, waarmee zorgvuldig moet worden omgegaan. Onder dat mom mag je niet een individu zonder deugdelijke feitelijke grondslag beschuldigen van drugshandel.
Klager concludeert dat verweerders met het op 16 september 2005 op pagina 3 gepubliceerde artikel de grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van de journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is. Daaraan kan volgens klager niet afdoen dat verweerders op 17 september 2005 de ontkenning van handel in drugs door klager en het commentaar van de politie en het Openbaar Ministerie hebben gepubliceerd. Verweerders hebben dat immers als een afstandelijke mededeling gepubliceerd en niet als een correctie van de op 16 september 2005 ten onrechte geuite hoogst ernstige beschuldigingen.

Verweerders betwisten ten eerste dat zij de politieleiding, voorafgaand aan de persconferentie op 15 september 2005, zouden hebben verzocht om te bevestigen dat cocaïne was geëist. Er heeft enkel contact plaatsgevonden met een medewerker van het parket.
Verder stellen zij dat eerst op 16 september 2005, de dag na de persconferentie, de speculaties zijn gepubliceerd. Het gewraakte artikel speelt in op het enige en zeer opmerkelijke nieuwsfeit dat uit de persconferentie naar voren kwam: de vreemde losgeldeis. De ontvoerders gingen er kennelijk van uit dat de familie wel aan honderden kilo's cocaïne zou kunnen komen. De geruchten die de losgeldeis met zich bracht, werden tijdens de persconferentie versterkt door het antwoord van de recherchechef “wij onderzoeken alles” op de vraag van Rombouts of door de politie het bestaan van banden tussen de familie Melchers en de drugswereld zou worden onderzocht. Verder werd aan de aanwezige journalisten vrijwel geen gelegenheid geboden tot het stellen van vragen, zodat niet alleen zij maar heel Nederland met een groot aantal vragen achterbleven over het hoe en waarom van de losgeldeis. Volgens verweerders zijn de speculaties gevoed door de politie, die in een ontvoeringszaak de bekendmaking van ieder beetje informatie eerst zorgvuldig zal afwegen en beseft zal hebben dat de bekendmaking van de losgeldeis tot speculaties over de familie van klager zou leiden. Afgevraagd kan worden waarom door de politie niettemin deze informatie bekend is gemaakt en vervolgens wordt bevestigd dan wel in het midden wordt gelaten dat ook banden tussen de familie en de drugswereld worden onderzocht.
Naar de mening van verweerders worden dus in het artikel slechts speculaties besproken die op dat moment heel Nederland bezighielden en ziet het artikel op vragen die, gelet op de verstrekte informatie, logischerwijs speelden in de samenleving. Volgens verweerders hebben zij het recht openlijk die vragen te stellen die de bekendmaking van de losgeldeis opriep. Daarbij hoefden zij niet te wachten op de afronding van het onderzoek. Verweerders begrijpen dat de speculaties pijnlijk waren voor klager, maar dat betekent niet dat zij onzorgvuldig hebben gehandeld. Wellicht ongewild is klager een publiek figuur, die zich meer zal moeten laten welgevallen dan andere burgers, hoe vervelend dit ook is.
Verweerders menen dat het belang van klager om niet te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen moet worden afgewogen tegen het algemeen belang en het belang van Het Parool bij vrijheid van meningsuiting. Daarbij wordt van een publicist niet verlangd dat hij de gegrondheid van de verdachtmaking kan bewijzen. Het belang van de vrijheid van meningsuiting heeft in dit geval voorrang. Zeker nu het gaat om een spectaculaire ontvoering, waarbij – zoals gezegd – een publiek figuur betrokken is.
Bovendien is hier geen sprake van een beschuldiging aan het adres van klager, aldus verweerders. In het artikel wordt op diverse manieren – zowel door de vormgeving als de inhoud – benadrukt dat slechts sprake is van speculaties die de losgeldeis zouden kunnen verklaren. Daarbij hebben zij niet gepretendeerd over bronnen te beschikken, noch over vermoedens, aanwijzingen of bijna-zekerheden, juist om te benadrukken dat het gaat om speculaties en niet om door deskundigen of feiten onderbouwde waarheden. Volgens verweerders was het voor de lezer ook duidelijk dat het geen nieuwsbericht betreft met feiten over de zaak. Dat wordt al uitgesloten door het enkele feit dat de verschillende scenario’s niet tegelijkertijd mogelijk zijn. Het gaat bovendien om vrij wilde, gechargeerde speculaties. Verweerders menen dat een dergelijk beschouwend artikel journalistiek gezien een aparte plaats inneemt, naast de nieuwsberichten. Het gewraakte artikel vertoont een zekere overeenkomst met een hoofdredactioneel commentaar of een column, aldus verweerders.
Zij wijzen erop dat na het verschijnen van het artikel zowel de politie als de familie van klager heeft weersproken dat de familie betrokken zou zijn bij drugshandel. Daarvan is melding gemaakt in het artikel van 17 september 2005.
Verder stellen verweerders dat in geen enkel nieuwsbericht in Het Parool een beschuldiging aan het adres van klager heeft gestaan noch een verband wordt gelegd tussen klager en de drugswereld. Naast het gewraakte artikel stond een artikel waarin vijf experts de mening werd gevraagd over de losgeldeis en geen van hen heeft een verband tussen de familie en de drugswereld gelegd. Daarnaast is in Het Parool tot tweemaal toe het gewraakte artikel door de redactie becommentarieerd, waarbij is benadrukt dat verweerders niet beweren dat de familie van klager connecties met de drugswereld zou hebben. Volgens verweerders leest klager in het artikel van 24 september 2005 ten onrechte een erkenning van verweerders dat de reputatie van klager zonder deugdelijke grond ernstig is beschadigd. Het artikel vermeldt immers dat zij niet ontkwamen aan de publicatie van de speculaties rond de familie Melchers. In het verlengde hiervan wijzen verweerders voorts op een artikel dat op 30 september 2005 in Het Parool is geplaatst. Daarin wordt specifiek ingegaan op de vraag waarom de politie de losgeldeis bekend heeft gemaakt, nu daarmee logischerwijs speculaties ontstaan over connecties tussen de familie en de drugswereld. Het artikel sluit af met de opmerking: "dat Hans Melchers niet verrukt is van het opereren van de politie, kan ik mij voorstellen". Ten slotte is op 15 oktober 2005, naar aanleiding van de onderhavige klacht, wederom aandacht besteed aan de kwestie. Daarin wordt hoofdredacteur Van Gruijthuijsen als volgt geciteerd: “Het Parool beweerde niet dat er een band bestaat tussen Melchers en de drugswereld noch dat daarvoor bronnen zouden bestaan. Dat neemt niet weg dat de bizarre losgeldeis vragen opriep. Vragen die leven bij onze lezers. Wij achten het van belang te berichten over scenario's die het publiek belang raken en de losgeldeis zouden kunnen verklaren.” Daarbij is, net als in het artikel van 24 september 2005, erkend dat één van de scenario’s had moeten vermelden dat de losgeldeis niets met de familie te maken had, maar bijvoorbeeld verklaard kon worden door de moeilijke traceerbaarheid van cocaïne. Verder is in dit artikel herhaald dat zowel de politie als de familie het bestaan van banden tussen de familie en de drugswereld ontkennen.
Verweerders betwisten voorts dat zij in eerdere artikelen feitelijke onjuistheden over klager hebben gepubliceerd. Van de door klager gestelde karaktermoord is volgens hen dan ook geen sprake.
Tot slot merken verweerders op dat Pen na de persconferentie van 15 september 2005 meerdere malen heeft geprobeerd contact te leggen met de woordvoerder van de familie voordat het gewraakte artikel op 16 september 2005 werd gepubliceerd. Deze pogingen tot contact hebben echter geen resultaat gehad en er is nimmer op de achtergelaten voicemailberichten gereageerd. Overigens had de woordvoerder van de familie al eerder naar buiten gebracht dat de familie besloten had tot nader order niet met de media te praten.
Verweerders concluderen dat zij – gezien de communicatiestop van de familie, de actualiteit van de raadselachtige bekendmaking van de losgeldeis en de enorme ophef die dat in de Nederlandse samenleving heeft veroorzaakt – geen grenzen van journalistieke verantwoordelijkheid hebben overschreden.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

De kern van de klacht is of verweerders jegens klager journalistiek onzorgvuldig hebben gehandeld door de wijze waarop zij in het op 16 september 2005 op pagina 3 van Het Parool gepubliceerde artikel hebben bericht over de mogelijke achtergronden van de ontvoering van klagers dochter.

Het artikel is gepubliceerd op pagina 3 in de rubriek ‘Binnenland’ en geïllustreerd met een nieuwsfoto. In het bijschrift bij de foto worden als feiten vermeld dat ‘de ontvoering en snelle vrijlating van klagers dochter veel vragen oproept’, dat ‘politie en familie bezweren dat er geen contact is geweest met de ontvoerders’ en dat ‘de ontvoering om cocaïne draaide’. Het artikel is gepresenteerd als een artikel van de twee verslaggevers Rombouts en Pen. De aldus gekozen vorm en presentatie wekken de indruk dat sprake is van een feitelijk verslag van de achtergronden van de losgeldeis.

Van een feitelijk verslag zou sprake zijn geweest indien verweerders in het artikel hadden vermeld welke geruchten ter zake op dat moment daadwerkelijk de ronde deden en zij zich daarbij hadden gebaseerd op deugdelijke bronnen. Dat hebben zij echter niet gedaan. Zonder zich op bronnen te baseren hebben verweerders over de losgeldeis gespeculeerd en daarbij drie scenario’s geschetst die alle erop neerkomen dat klager dan wel zijn familie betrokken is bij drugshandel. Verweerders hebben aldus niet feitelijk bericht óver geruchten, maar zelf geruchten gecreëerd. Bezien in de context van het gehele artikel hebben verweerders hun speculaties zodanig gepresenteerd dat de lezer zich moeilijk aan de indruk kan onttrekken dat daarin wel een kern van waarheid moet zitten.

Verweerders hebben aangevoerd dat zij hebben ingespeeld op het enige en zeer opmerkelijke nieuwsfeit dat uit de persconferentie naar voren kwam: de vreemde losgeldeis. Dat gegeven biedt echter onvoldoende grond om de speculaties als verwoord in het artikel op te nemen. Het betoog van verweerders dat niet meer informatie door de politie dan wel de familie werd verstrekt, biedt onvoldoende grond voor de conclusie dat het de journalist vrij staat om het ontbreken van informatie met eigen suggesties, gedachten dan wel speculaties in te vullen op de wijze zoals hier is gedaan. De omstandigheid dat in het artikel regelmatig is aangeduid dat sprake is van ‘speculaties’, maakt dat niet anders. Integendeel, naar het oordeel van de Raad is het voor een betrokkene bijna ondoenlijk zich adequaat te verdedigen tegen ernstige verdachtmakingen die als ‘speculaties’ worden aangeduid, zodat het toepassen van wederhoor bij een dergelijke vorm van berichtgeving onvoldoende uitkomst biedt.

Het betoog van verweerder dat, gelet op het beschouwende karakter van het artikel, meer journalistieke vrijheid mogelijk moet worden geacht, volgt de Raad niet. Naar het oordeel van de Raad is geen sprake van een publicatie die vergelijkbaar is met een column of een hoofdredactioneel commentaar. Het artikel is vormgegeven als feitelijke berichtgeving waarin voor speculaties als de onderhavige geen plaats is.

Al het voorgaande in samenhang bezien, komt de Raad tot de slotsom dat verweerders met de publicatie grenzen hebben overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

BESLISSING

De klacht is gegrond.

De Raad verzoekt verweerders deze beslissing integraal of in samenvatting in Het Parool te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 20 december 2005 door mr. A. Herstel, voorzitter, drs. G.H.J.M. Bueters, mw. A.C. Diamand, drs. G.T.M. Driehuis en mw. I. Wassenaar, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. P. Blok, plaatsvervangend secretaris.