2005/69 ongegrond

Beslissing van de Raad voor de Journalistiek
inzake de klacht van

G. Stockmann

tegen

de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger

Bij brief van 2 september 2005 met vijf bijlagen heeft G. Stockmann te Maastricht (hierna: klager) een klacht ingediend tegen de hoofdredacteur van Dagblad De Limburger (hierna: verweerder). Hierop heeft H. Driessen, adjunct-hoofdredacteur, geantwoord in een brief van 22 september 2005.

De zaak is behandeld ter zitting van de Raad van 7 oktober 2005 in aanwezigheid van verweerder. Klager is daar niet verschenen.

Een der leden van de Raad heeft zich verschoond. De zaak is behandeld door de voorzitter en resterende leden.

DE FEITEN

Op 19 juli 2005 is in Dagblad De Limburger een artikel van de hand van Casper Cillekens verschenen onder de kop “Goede Vrijdag: V&D uurtje eerder dicht”.
Bij het artikel zijn vier foto’s afgedrukt, afkomstig uit een fotoalbum over de verbouwing die een vestiging van Vroom & Dreesmann in Maastricht begin jaren ’60 heeft ondergaan. Op één van de foto’s is klager te zien naast een geestelijke (hierna: de foto). In het artikel wordt een aantal werknemers van de V&D-vestiging aan het woord gelaten, waaronder A. Boersma. Onder verwijzing naar de foto staat in het artikel:
Alex Boersma schiet in de lach als hij op één van de foto’s in het album een voormalig bedrijfsleider devoot naast de geestelijke ziet staan die het verbouwde warenhuis op 24 mei 1962 inzegende. ,,Moet je die daar zien. Wat een hypocriet.”

DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN

Klager heeft bezwaar tegen de publicatie van zijn portret in combinatie met het citaat: “Moet je die daar zien. Wat een hypocriet.” Klager acht een dergelijke uitlating smadelijk. Immers, hypocriet staat voor huichelachtig en die uitlating wordt in de rest van het artikel op geen enkele wijze nader onderbouwd. De uitspraak is uiteraard voor de verantwoording van de betrokkene, maar de publicatie ervan is voor verantwoording van verweerder. Klager wenst dat verweerder de gedane uitspraken terugneemt.
Namens klager heeft R. Machiels in vier brieven de bezwaren van klager aan verweerder kenbaar gemaakt en een reactie gevraagd. Klager beklaagt zich erover dat verweerder tot op heden niet op die brieven heeft gereageerd.

Verweerder trekt ten aanzien van het niet beantwoorden van de brieven van Machiels het boetekleed aan. Door een ongelukkige samenloop van omstandigheden zijn deze brieven in het ongerede geraakt. Verweerder heeft inmiddels al het mogelijke gedaan om herhaling te voorkomen.
Voor wat betreft de inhoud van het artikel stelt verweerder dat het gewraakte citaat oprecht en ter zake doend is. Boersma schoot bij het zien van de foto in de lach, omdat hem in één klap duidelijk werd hoe in die tijden werd omgegaan met de macht van de geestelijkheid: naar buiten toe volgens de gangbare regeltjes, maar naar binnen toe vaak veel smalender. Heel spontaan maakte hij vervolgens de opmerking met het woordje ‘hypocriet’. Deze uitspraak weglaten zou hebben geleid tot slechte journalistiek, omdat het een voor dit artikel wezenlijk citaat betrof, aldus verweerder. Volgens hem is voor de lezer duidelijk dat de term ‘hypocriet’ niet alleen op klager is gericht, maar dat een herkenbaar tijdsbeeld wordt geschetst waarin de omschreven blik op de geestelijkheid geen verder duiding behoeft. Klager kan worden beschouwd als een voorbeeld voor een tijdsbeeld.
Bovendien moet het artikel, inclusief het citaat, worden gezien in een reeks historische vertellingen, die vol staan van vaak emotionele schetsen van bepaalde periodes in de lokale geschiedenis. Dergelijke berichtgeving kan, aldus verweerder, niet zonder typerende citaten.
Zonder afstand te nemen van zijn standpunten biedt verweerder klager zijn excuses aan, nu deze zich kennelijk door het citaat beledigd voelt.

BEOORDELING VAN DE KLACHT

In het artikel wordt aandacht besteed aan de vondst van een fotoalbum over de verbouwing van een vestiging van Vroom & Dreesmann in Maastricht ruim 40 jaar geleden. Het staat een journalist vrij over een dergelijk onderwerp te berichten en daarbij enige foto’s te publiceren voorzien van commentaar.
Klager heeft zich op het standpunt gesteld dat hij door de publicatie van de foto in combinatie met het gebruik van de term ‘hypocriet’ ten onrechte negatief is neergezet in het artikel. De Raad heeft er begrip voor dat de publicatie klager niet welgevallig is, maar acht de kwalificatie ‘hypocriet’ in dit geval niet van zodanig diffamerende aard dat verweerder met het gebruik ervan journalistiek onzorgvuldig jegens klager heeft gehandeld. Daarbij neemt de Raad mede in aanmerking dat verweerder het gebruik van de term voor rekening van de geïnterviewde Boersma heeft gelaten. Bovendien acht de Raad het aannemelijk dat de lezer de term ‘hypocriet’ niet op klager persoonlijk zal betrekken, maar deze term – gelet op de context van het gehele artikel – zal bezien in het kader van het historisch perspectief dat wordt geschetst, zoals verweerder heeft gesteld.

Het zou verweerder zeker niet hebben misstaan indien hij naar aanleiding van de brieven die namens klager aan hem zijn gestuurd, contact met klager zou hebben opgenomen. Partijen zouden dan wellicht eerder tot elkaar hebben kunnen komen. Mede in aanmerking genomen hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de inhoud van het artikel, is de Raad echter van oordeel dat verweerder niet journalistiek ontoelaatbaar heeft gehandeld door de brieven niet te beantwoorden.

De Raad komt derhalve tot de slotsom dat verweerder geen grenzen heeft overschreden van hetgeen, gelet op de eisen van journalistieke verantwoordelijkheid, maatschappelijk aanvaardbaar is.

(vgl. onder meer: X tegen Van Weerdenburg (De Telegraaf), RvdJ 2005/5)

BESLISSING

De klacht is ongegrond.

De Raad verzoekt verweerder deze beslissing integraal of in samenvatting in Dagblad De Limburger te publiceren.

Aldus vastgesteld door de Raad op 14 december 2005 door mw. mr. W.M.E. Thomassen, voorzitter, drs. C.M. Buijs, drs. G.T.M. Driehuis en T.R. Harkema, leden, in tegenwoordigheid van mw. mr. D.C. Koene, secretaris, en mw. mr. L.F. Egmond, plaatsvervangend secretaris.